Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8855

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
12-01-2010
Zaaknummer
60228
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De feiten

[eisers]. zijn kinderen uit het eerste huwelijk van [overledene]. [gedaagde sub. 1] is de tweede echtgenote van [overledene]. Uit dit tweede huwelijk zijn twee kinderen geboren, [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3].

[overledene] is overleden op 7 mei 2003 en zijn vijf kinderen zijn erfgenaam in zijn nalatenschap.

[gedaagde sub. 1] is in het testament van [overledene] met de macht tot inbezitneming van de nalatenschap gedurende de voor de afwikkeling daarvan benodigde tijd benoemd tot executeur van de nalatenschap.

Door [overledene] is, voor zover van belang, aan [gedaagde sub. 1] en aan zijn dochter [gedaagde sub. 3] gezamenlijk gelegateerd het vruchtgebruik van een bedrag in contanten groot ƒ 500.000,-- ofwel € 226.890,10.

Het geschil

[eisers]. vorderen – samengevat – voor recht te verklaren dat de taken van [gedaagde sub. 1] als executeur in de nalatenschap van [overledene] zijn geëindigd en om [gedaagde sub. 1] te veroordelen om, op straffe van een dwangsom, [eisers]. in te lichten omtrent alle door haar als executeur verrichte werkzaamheden en een afschrift af te geven van de boedelbeschrijving.

Voorts vorderen zij [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3] en [gedaagde sub. 1] in haar hoedanigheid van vertegenwoordigster van [gedaagde sub. 3], te veroordelen om de beheersbevoegdheid van [gedaagde sub. 1] te beëindigen en om [gedaagde sub. 1], op straffe van een dwangsom, te veroordelen het beheer van de goederen van de nalatenschap te beëindigen door de goederen van de nalatenschap aan de erfgenamen ter beschikking te stellen en om rekening en verantwoording af te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

2

60228 / HA ZA 07-544

7 oktober 2009

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

60228 / HA ZA 07-54412 augustus 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 60228 / HA ZA 07-544

Vonnis van 7 oktober 2009

in de zaak van

1. [eiser sub. 1],

wonende te Oster Assels,

2. [eiser sub. 2],

wonende te Burgh-Haamstede,

3. [eiser sub. 3],

wonende te Oostkapelle,

eisers,

procureur mr. U.T. Hoekstra,

tegen

1. [gedaagde sub. 1],

wonende te Burgh-Haamstede,

2. [gedaagde sub. 2],

wonende te Herveld,

3. [gedaagde sub. 3],

wonende te Burgh-Haamstede,

gedaagden,

procureur mr. W.S. Santema.

Partijen zullen hierna – eisers gezamenlijk - [eisers]. en - gedaagden gezamenlijk - [gedaagden] genoemd worden.

Voor zover partijen individueel aangeduid worden zullen zij [gedaagde sub. 1], [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 5 maart 2008

het proces-verbaal van comparitie van 4 december 2008

de akte van [gedaagden]

de akte van [eisers].

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[eisers]. zijn kinderen uit het eerste huwelijk van [overledene]. [gedaagde sub. 1] is de tweede echtgenote van [overledene]. Uit dit tweede huwelijk zijn twee kinderen geboren, [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3].

[overledene] is overleden op 7 mei 2003 en zijn vijf kinderen zijn erfgenaam in zijn nalatenschap.

[gedaagde sub. 1] is in het testament van [overledene] met de macht tot inbezitneming van de nalatenschap gedurende de voor de afwikkeling daarvan benodigde tijd benoemd tot executeur van de nalatenschap.

Door [overledene] is, voor zover van belang, aan [gedaagde sub. 1] en aan zijn dochter [gedaagde sub. 3] gezamenlijk gelegateerd het vruchtgebruik van een bedrag in contanten groot ƒ 500.000,-- ofwel € 226.890,10.

Het geschil

[eisers]. vorderen – samengevat – voor recht te verklaren dat de taken van [gedaagde sub. 1] als executeur in de nalatenschap van [overledene] zijn geëindigd en om [gedaagde sub. 1] te veroordelen om, op straffe van een dwangsom, [eisers]. in te lichten omtrent alle door haar als executeur verrichte werkzaamheden en een afschrift af te geven van de boedelbeschrijving.

Voorts vorderen zij [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3] en [gedaagde sub. 1] in haar hoedanigheid van vertegenwoordigster van [gedaagde sub. 3], te veroordelen om de beheersbevoegdheid van [gedaagde sub. 1] te beëindigen en om [gedaagde sub. 1], op straffe van een dwangsom, te veroordelen het beheer van de goederen van de nalatenschap te beëindigen door de goederen van de nalatenschap aan de erfgenamen ter beschikking te stellen en om rekening en verantwoording af te leggen.

[eisers]. stellen daartoe het navolgende.

De werkzaamheden van de executeur eindigen indien hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid en door tijdsverloop.

[gedaagde sub. 1] heeft alle werkzaamheden die zij als executeur diende te verrichten voltooid zodat haar taak en bevoegdheid als executeur is geëindigd.

Hetgeen door [gedaagde sub. 1] is aangevoerd ter onderbouwing van haar standpunt dat haar taak als executeur nog niet is geëindigd is daartoe onvoldoende. De volgens [gedaagde sub. 1] nog te verrichten werkzaamheden behoren niet tot de taak van de executeur.

De executeur moet de nalatenschap gereedmaken voor verdeling. Tot de taak van de executeur behoort niet het innen van vorderingen en de executeur heeft niet de bevoegdheid om namens de nalatenschap of erfgenamen rechtsvorderingen in te stellen.

Volgens [eisers]. behoort het in het onderhavige geval ook niet tot de taak van de executeur om het ten behoeve van haar en [gedaagde sub. 3] door erflater in zijn uiterste wilsbeschikking opgenomen legaat aan haarzelf en [gedaagde sub. 3] uit te keren omdat het legaat niet uit de goederen van de nalatenschap kan worden voldaan en omdat het bedrag van het uit te keren legaat (nog niet) in de nalatenschap aanwezig is. De executele duurt niet voort zolang [gedaagde sub. 1] bij gebrek aan financiële middelen van haar bevoegdheid het legaat aan zichzelf uit te keren geen gebruik heeft kunnen maken. [gedaagde sub. 1] is ook niet bevoegd om het legaat aan zichzelf en [gedaagde sub. 3] uit te keren. In het onderhavige geval moet omtrent de belegging van het vruchtdragend kapitaal met de hoofdgerechtigden overlegd worden, hetgeen zou inhouden dat [gedaagde sub. 1] omtrent deze transactie met zichzelf, als executeur en vertegenwoordigster van de erfgenamen enerzijds en als legataris en vertegenwoordigster van [gedaagde sub. 3] anderzijds, overleg moet voeren.

Door [gedaagde sub. 1] en [gedaagde sub. 3] is jegens de erfgenamen ook nog geen aanspraak gemaakt op afgifte van het legaat.

Aangezien [gedaagde sub. 1] niet erkent dat alle werkzaamheden die zij diende te verrichten voltooid zijn, hebben [eisers]. belang bij een verklaring voor recht dat de taak van [gedaagde sub. 1] als executeur is geëindigd.

De bevoegdheid tot beheer van de executeur kan slechts door de erfgenamen gezamenlijk worden beëindigd. [eisers]. hebben recht en belang te vorderen dat [gedaagde sub. 1] haar beheer beëindigt en de goederen van de nalatenschap aan de erfgenamen ter beschikking zal stellen. [gedaagde sub. 1] heeft als executeur geen taak meer. [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3] hebben geen redelijke grond voor verzet tegen het beëindigen van het beheer door [gedaagde sub. 1] en dienen dan ook mee te werken aan het beëindigen daarvan door Landegent-Sörensen c.s.. Indien en voor zover [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3] niet tot inontvangstneming van de goederen van de nalatenschap bereid zijn, moet [gedaagde sub. 1] worden veroordeeld eerst zorg te dragen voor verdeling van de nalatenschap.

[gedaagde sub. 1] dient nu haar bevoegdheid tot beheer is beëindigd rekening en verantwoording af te leggen.

[eisers]. willen geïnformeerd worden omtrent hetgeen [gedaagde sub. 1] in het kader van haar taakuitoefening als executeur heeft gedaan en willen een exemplaar van de boedelbeschrijving ontvangen die op grond van art. 4:146 BW met bekwame spoed opgemaakt had moeten worden.

[gedaagde sub. 1] betwist gemotiveerd dat haar werkzaamheden als executeur zijn voltooid. Zij verwijst in dat kader met name naar de omstandigheid dat het aan haar en [gedaagde sub. 3] toekomende legaat nog niet is afgegeven omdat er in de boedel (thans nog) onvoldoende baten aanwezig zijn om tot afgifte daarvan over te gaan. Daarnaast zijn er nog andere schulden van de nalatenschap die betaald moeten worden.

Beëindiging van het beheer op grond van artikel 4:150 lid 2 BW kan slechts op vordering van alle erfgenamen. [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 1] als bewindvoerders van [gedaagde sub. 3] achten het onwenselijk dat het beheer van de executeur wordt beëindigd, zodat alleen al om die reden het beheer van de executeur niet kan worden beëindigd.

De beoordeling

De taak van een executeur eindigt, onder andere, wanneer de executeur zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid en door tijdsverloop, indien de executeur voor bepaalde tijd was benoemd.

[eiser sub. 1] is door erflater bij uiterste wilsbeschikking niet voor bepaalde tijd benoemd zodat haar taak als executeur niet door tijdsverloop is beëindigd.

Onbestreden is dat het door erflater ten behoeve van [gedaagde sub. 1] en [gedaagde sub. 3] in zijn uiterste wilsbeschikking opgenomen legaat nog niet is afgegeven. Daarmee staat vast dat [eiser sub. 1] haar werkzaamheden als executeur nog niet heeft voltooid. Immers, tot de taak van de executeur behoort naast het beheren van de goederen van de nalatenschap het voldoen van de schulden van de nalatenschap die tijdens zijn beheer uit die goederen dienen te worden voldaan. Onder de schulden van de nalatenschap vallen ook de legaten. Een executeur die tevens legataris is kan als vertegenwoordiger van de erfgenamen het legaat aan zichzelf uitkeren. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3:68 BW hieraan niet in de weg staat omdat de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat tegenstrijdig belang is uitgesloten. Dat, zoals [eisers]. aanvoeren ingevolge artikel 3:214 lid 1 BW gelden die tot het vruchtgebruik behoren in overleg met de hoofdgerechtigde vruchtdragend belegd moeten worden staat naar het oordeel van de rechtbank niet in de weg aan de bevoegdheid van de executeur het legaat aan zichzelf uit te keren. Enerzijds niet omdat het legaat strekt tot het waarborgen van een redelijk levensonderhoud van [gedaagde sub. 1] en [gedaagde sub. 3] en er dus van uitgegaan moet worden dat [gedaagde sub. 1] evenals [eisers]. als hoofdgerechtigden belang heeft bij een solide belegging van de gelden, en anderzijds omdat de hoofdgerechtigden andere mogelijkheden ten dienste staan hun belangen te waarborgen.

Ook als niet het hele legaat uit de goederen van de nalatenschap zou kunnen worden voldaan, kan het tot de taak van [gedaagde sub. 1] behoren om het aan haar en [gedaagde sub. 3] gezamenlijk toegekende legaat aan zichzelf uit te keren. In dat geval leidt dat er toe dat [gedaagde sub. 1] en [gedaagde sub. 3] voor het bedrag dat niet uit de goederen der nalatenschap kan worden voldaan, een vordering hebben op de erfgenamen privé.

Nu de afgifte van de legaten niet is afgewikkeld moet alleen al op grond daarvan worden geconcludeerd dat de werkzaamheden van de executeur nog niet zijn voltooid.

De rechtbank zal de gevorderde verklaring voor recht dat de taken van [gedaagde sub. 1] als executeur in de nalatenschap van [overledene] zijn geëindigd dan ook afwijzen.

Ingevolge artikel 4:148 BW dient de executeur aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak te geven. Deze informatieplicht is in de wet opgenomen omdat een periodieke verplichting tot rekening en verantwoording zoals die geldt voor de bewindvoerder, in verband met de vaak korte duur van de executele, niet voor de executeur is opgenomen.

In het kader van de comparitie zijn partijen onder andere overeengekomen dat uiterlijk 1 maart 2009 ten overstaan van de kantonrechter tussentijds rekening en verantwoording zal worden afgelegd overeenkomstig artikel 1:374 BW. Bij Akte uitlating voortzetting comparitie d.d. 25 maart 2009 is door [gedaagden] aangegeven dat de tussentijdse rekening en verantwoording bij de kantonrechter is ingediend.

Nu onlangs tussentijds rekening en verantwoording is afgelegd, gaat de rechtbank ervan uit dat [eisers]. niet langer belang hebben bij hun vordering [gedaagde sub. 1] te veroordelen tot het verschaffen van inlichtingen. De rechtbank zal die vordering dan ook afwijzen.

Het beheer door de executeur kan door de erfgenamen slechts worden beëindigd wanneer alle erfgenamen het hierover eens zijn. De vordering [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3], die te kennen hebben gegeven niet in te stemmen met het beëindigen van het beheer van de executeur [gedaagde sub. 1], te veroordelen om de beheersbevoedheid van de executeur te beëindigen, is niet op de wet gegrond en zal dus worden afgewezen. Hieruit volgt dat ook de vordering te bepalen dat bij gebreke aan medewerking aan die veroordeling [eisers]. als vertegenwoordigers in hun plaats de beheersbevoegdheid zullen mogen beëindigen zal worden afgewezen.

[gedaagde sub. 1] heeft, zoals vorenstaand is overwogen, de taak met het oog waarop haar het beheer was opgedragen niet volbracht en het beheer is ook door de erfgenamen niet beëindigd. De vordering [gedaagde sub. 1] te veroordelen haar beheer van de goederen der nalatenschap te beëindigen door deze aan de erfgenamen, zo nodig na verdeling van de nalatenschap, ter beschikking te stellen zal dan ook worden afgewezen.

De executeur is slechts verplicht om rekening en verantwoording af te leggen indien zijn bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd. Aangezien daarvan geen sprake is zal de vordering [gedaagde sub. 1] te veroordelen om rekening en verantwoording af te leggen worden afgewezen. Nog afgezien daarvan is door [gedaagde sub. 1] inmiddels, zoals vorenstaand is overwogen, tussentijds rekening en verantwoording afgelegd zodat [eisers]. bij deze vordering ook niet langer belang hebben.

[eisers]. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub. 1] worden begroot op:

- vast recht € 251,--

- salaris procureur € 904,-- (2 punten x tarief € 452,--)

Totaal € 1.155,--.

De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eisers]. in de proceskosten,, aan de zijde van [gedaagde sub. 1] begroot op € 1.155,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2009.

MdB