Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8837

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
12-01-2010
Zaaknummer
66850 / HA ZA 09-130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[eiser in hoofdzaak, eiser in incident] vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De voorziening komt erop neer dat de werkzaamheden aan het woonhuis van [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] worden beëindigd uiterlijk 1 juli 2009 op straffe van een dwangsom of zoveel later door de rechtbank te bepalen, en dat voor de duur van het geding tot de datum van beëindiging van het werk alleen wordt gewerkt op bepaalde in de dagvaarding aangegeven tijden. Tevens is een voorschot op een schadevergoeding gevorderd en een proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66850 / HA ZA 09-130

Vonnis in incident van 8 juli 2009

in de zaak van

1. [eiser in hoofdzaak, eiser in incident sub 1],

wonende te Middelburg,

2. [eiser in hoofdzaak, eiser in incident sub 2],

wonende te Middelburg,

eisers in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. K.M. Moeliker te Middelburg,

tegen

[gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident],

wonende te Roosendaal,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. A.A.M. van Gilst te Middelburg.

Partijen zullen hierna [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] en [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] genoemd worden.

1. De procedure

1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

het vonnis van 20 mei 2009;

akte wijziging / vermeerdering van eis in het incident;

het proces-verbaal van de zitting van 26 juni 2009;

daarna is vonnis in het incident bepaald.

2. De feiten 2.1. Partijen zijn buren. [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] zijn eigenaar en wonen aan de [adres sub 1] te Middelburg en [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] is eigenaar van de woning aan de [adres sub 2] te Middelburg. [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] heeft zijn woning in januari 2007 gekocht. Het is een grote tussenwoning die vrijwel geheel gerestaureerd moest worden. Op 21 mei 2008 heeft [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] een sloopvergunning van de gemeente gekregen nadat hij voor een deel al met de sloop was begonnen.

2.2. Op12 juni 2008 heeft de gemeente [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] een bouwvergunning verleend waartegen door [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] bezwaar is gemaakt. De commissie bezwaarschriften van de gemeente Midddelburg heeft op 22 september 2008 geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren waarna [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] is gestart met de bouwwerkzaamheden.

2.3. Tijdens de comparitie van partijen is de te restaureren woning bezocht. De werkzaamheden waren toen naar schatting voor 80% achter de rug. [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] verbleven op dat moment sinds enige tijd in een camper even buiten Middelburg.

2.4. Tijdens de sloop en tijdens de bouw zijn er veel werkzaamheden verricht die lawaai, trillingen, stof en dergelijke veroorzaakten.

[eiser in hoofdzaak, eiser in incident] hebben onregelmatige diensten waardoor zij regelmatig overdag thuis zijn en ook moeten slapen.

3. Het geschil en de beoordeling in het incident

3.1. [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De voorziening komt erop neer dat de werkzaamheden aan het woonhuis van [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] worden beëindigd uiterlijk 1 juli 2009 op straffe van een dwangsom of zoveel later door de rechtbank te bepalen, en dat voor de duur van het geding tot de datum van beëindiging van het werk alleen wordt gewerkt op bepaalde in de dagvaarding aangegeven tijden. Tevens is een voorschot op een schadevergoeding gevorderd en een proceskostenveroordeling.

3.2. [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] voert verweer. Hij stelt dat er geen sprake is van onrechtmatige hinder en geen sprake is van schade. Overigens moeten buren iets van elkaar kunnen verduren zeker als het om een beperkte periode gaat.

3.3. [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] hebben voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.

3.4. De rechtbank overweegt als volgt. [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] is na het verkrijgen van de bouwvergunning gestart met de wederopbouw van zijn huis. Het betreft een huis van meer dan duizend kubieke meter met vele vertrekken en aanbouwtjes. Het is niet onbegrijpelijk dat een dergelijk karwei een jaar in beslag neemt, ook niet als daar regelmatig door een vaste ploeg bouwvakkers aan wordt gewerkt. Het gevolg is dat de buren, ook als op gewone werktijden wordt gewerkt, gedurende een jaar hinder hebben van deze werkzaamheden door het gemaakte lawaai en het rondvliegende stof. Een dergelijke hinder moet in beginsle geduld worden. Op een andere wijze is [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] namelijk niet in staat zijn woning te restaureren. De ongelukkige samenloop is dat [eiser in hoofdzaak, eiser in incident] regelmatig thuis zijn als er bij [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] wordt gewerkt. Het is aannemelijk dat dit ertoe heeft geleid dat het lawaai ook echt is gaan hinderen. Gelet op hun verklaringen en het gestelde in dagvaarding komt dit mede omdat er al een lange aanloop naar de herbouw is, doordat eerst langdurig is gesloopt. Op een gegeven moment kan een door de buren te dulden overlast omslaan in onrechtmatige hinder. Dat moment is gelet op de omvang van de te verrichten werkzaamheden, nog niet aangebroken. Dat moment is er redelijkerwijs als – behoudens nieuwe tegenslagen - meer dan een jaar na het advies van de commissie bezwaarschriften van 22 september 2008 over de bouwvergunning nog werkzaamheden worden verricht die een zodanig lawaai veroorzaken dat de buren daar redelijkerwijs last van moeten hebben. Dit zijn werkzaamheden die zich over enige tijd - te denken valt aan een uur of meer, al dan niet met tussenpozen – uitspreiden.

Tot die tijd zullen de werkzaamheden die lawaai (o.a. boren, frezen, timmeren, elektrisch zagen van hout en steen/tegels) veroorzaken alleen mogen worden verricht op de tijden zoals die hieronder in de uitspraak zullen worden vermeld. Daarmee wordt rekening gehouden met de wederzijdse belangen: voortgang van de bouw, maar rust op vaste momenten. Daarna moeten deze werkzaamheden als beëindigd beschouwd worden, behoudens de voor een onderhoud of bewoning benodigde werkzaamheden (ophangen schilderij e.d. ).

3.5. Omdat – wellicht door de inmiddels tussen partijen ontstane spanning - niet gebleken is dat zich [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] vrijwillig deze beperkingen oplegt, zal de rechtbank ook een dwangsom opleggen voor overtreding van het verbod.

3.6. Voor een voorschot op de gevorderde schadevergoeding zijn geen termen aanwezig. Hetzelfde geldt voor de gevorderde veroordeling in de nakosten.

3.7. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1. veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, verweerder in incident] voor de duur van het geding de lawaaimakende werkzaamheden zoals hierboven omschreven te beperken tot;

de zaterdagen tussen 09.00 uur en 17.00 uur;

de werkdagen tussen 07.00 uur en 19.00 uur;

en overigens deze lawaaimakende werkzaamheden te beëindigen op 22 september 2009, alles op straffe van een dwangsom van EUR 250,00 per overtreding met een maximum van EURO 10.000,

4.2. verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

4.3. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2009.