Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8817

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
64638
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De feiten

Partijen [eiseres] en [gedaagde sub. 1] zijn op 25 maart 1983 in de gemeente Duiveland gehuwd. Bij notariële akte, verleden op 24 maart 1983, hebben zij huwelijkse voorwaarden gemaakt. Artikel 1 van de huwelijkse voorwaarden luidt:

Tussen partijen bestaat geen enkele huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen.

Bij beschikking van 15 februari 2006 heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. De beschikking is op 31 mei 2006 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. [gedaagde sub. 1] is directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf]., hierna: de Vennootschap.

Het geschil

[eiseres] vordert dat de rechtbank

voor recht verklaart dat de door [gedaagde sub. 1] binnen de Vennootschap opgebouwde pensioenrechten voor verevening volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, althans voor verdeling in aanmerking komen;

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [eiseres] een gedocumenteerde opgave te verstrekken van de aanspraken op het door [eiseres] opgebouwde partnerpensioen, van de aanspraken van [eiseres] krachtens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding terzake het ouderdomspensioen van [gedaagde sub. 1] en van de aanspraken van [eiseres] op weduwenpensioen;

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [eiseres] schriftelijk inzicht te verschaffen in de aard en opbouw van de financiële dekking die binnen de Vennootschap aanwezig is ter voldoening van de verplichtingen van de Vennootschap, speciaal de verplichtingen jegens [eiseres];

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het kapitaal dat nodig is voor de aanspraken van [eiseres] jegens de Vennootschap af te zonderen;

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het kapitaal dat nodig is voor de aanspraken van [eiseres] jegens de Vennootschap te storten op de rekening van een door [eiseres] aan te wijzen (levens-)verzekeringmaatschappij;

althans een zodanige voorziening treft dat de pensioenrechten van [eiseres] optimaal gewaarborgd zullen zijn;

de Vennootschap veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag dat de Vennootschap in gebreke blijft aan aan de inhoud van het vonnis te voldoen;

[gedaagde sub. 1] en de Vennootschap hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure.

[eiseres] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Zij is er mee bekend dat [gedaagde sub. 1] binnen de Vennootschap een pensioenvoorziening heeft opgebouwd. Deze pensioenrechten komen naar de mening van [eiseres] voor verevening volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in aanmerking. [gedaagde sub. 1] en de Vennootschap hebben pensioenafspraken gemaakt die zijn neergelegd in een pensioenbrief. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat de pensioenrechten voor verdeling in aanmerking komen. Zij vreest dat de betreffende voorziening door de Vennootschap niet deugdelijk wordt beheerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

64638 / HA ZA 08-45115 april 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 64638 / HA ZA 08-451

Vonnis van 15 april 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Schiedam,

eiseres,

advocaat mr. A. Quispel, te Oud-Beyerland,

tegen

1. [gedaagde sub. 1],

wonende te Oosterland,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub. 2].,

gevestigd te Oosterland,

gedaagden,

advocaat mr. B. van Leeuwen, te Goes.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

dagvaarding

conclusie van antwoord

proces-verbaal van comparitie.

De feiten

Partijen [eiseres] en [gedaagde sub. 1] zijn op 25 maart 1983 in de gemeente Duiveland gehuwd. Bij notariële akte, verleden op 24 maart 1983, hebben zij huwelijkse voorwaarden gemaakt. Artikel 1 van de huwelijkse voorwaarden luidt:

Tussen partijen bestaat geen enkele huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen.

Bij beschikking van 15 februari 2006 heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. De beschikking is op 31 mei 2006 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. [gedaagde sub. 1] is directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf]., hierna: de Vennootschap.

Het geschil

[eiseres] vordert dat de rechtbank

voor recht verklaart dat de door [gedaagde sub. 1] binnen de Vennootschap opgebouwde pensioenrechten voor verevening volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, althans voor verdeling in aanmerking komen;

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [eiseres] een gedocumenteerde opgave te verstrekken van de aanspraken op het door [eiseres] opgebouwde partnerpensioen, van de aanspraken van [eiseres] krachtens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding terzake het ouderdomspensioen van [gedaagde sub. 1] en van de aanspraken van [eiseres] op weduwenpensioen;

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [eiseres] schriftelijk inzicht te verschaffen in de aard en opbouw van de financiële dekking die binnen de Vennootschap aanwezig is ter voldoening van de verplichtingen van de Vennootschap, speciaal de verplichtingen jegens [eiseres];

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het kapitaal dat nodig is voor de aanspraken van [eiseres] jegens de Vennootschap af te zonderen;

de Vennootschap veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het kapitaal dat nodig is voor de aanspraken van [eiseres] jegens de Vennootschap te storten op de rekening van een door [eiseres] aan te wijzen (levens-)verzekeringmaatschappij;

althans een zodanige voorziening treft dat de pensioenrechten van [eiseres] optimaal gewaarborgd zullen zijn;

de Vennootschap veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag dat de Vennootschap in gebreke blijft aan aan de inhoud van het vonnis te voldoen;

[gedaagde sub. 1] en de Vennootschap hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure.

[eiseres] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Zij is er mee bekend dat [gedaagde sub. 1] binnen de Vennootschap een pensioenvoorziening heeft opgebouwd. Deze pensioenrechten komen naar de mening van [eiseres] voor verevening volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in aanmerking. [gedaagde sub. 1] en de Vennootschap hebben pensioenafspraken gemaakt die zijn neergelegd in een pensioenbrief. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat de pensioenrechten voor verdeling in aanmerking komen. Zij vreest dat de betreffende voorziening door de Vennootschap niet deugdelijk wordt beheerd.

[gedaagde sub. 1] en de Vennootschap voeren verweer. [gedaagde sub. 1] en [eiseres] hebben tijdens een zitting op 26 november 2006 afspraken gemaakt in het kader van de afwikkeling van hun huwelijk en zij hebben bij die gelegenheid afgesproken dat [gedaagde sub. 1] een bedrag van € 10.000,00 aan [eiseres] zou uitkeren tegen finale kwijting. Die betaling heeft plaatsgevonden. Er is geen sprake van voor verevening vatbare pensioenrechten. Tot het staken van de door hem gedreven eenmanszaak heeft [gedaagde sub. 1] gebruik gemaakt van de fiscale aftrekpost Fiscale Oudedagsreserve (F.O.R.). Bij het omzetten van de eenmanszaak in de Vennootschap is de F.O.R. omgezet in een stamrecht. Een stamrechtverplichting valt niet onder de werking van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Zo de in de Vennootschap opgenomen regeling een voor verdeling vatbare voorziening zou zijn, geldt dat partijen op 26 september 2006 een minnelijke regeling hebben getroffen tegen finale kwijting.

De beoordeling

[gedaagde sub. 1] heeft onweersproken gesteld dat hij tot het staken van de door hem gedreven eenmanszaak gebruik heeft gemaakt van de fiscale aftrekpost Fiscale Oudedagsreserve (F.O.R.) en dat bij het omzetten van de eenmanszaak in de Vennootschap de F.O.R. is omgezet in een lijfrente. Voor verevening op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding komen lijfrente, stamrecht en fiscale oudedagsreserve niet in aanmerking. Voor zover [eiseres] derhalve haar vordering baseert op een lijfrente, dient haar vordering te worden afgewezen. Nu partijen buiten iedere gemeenschap waren gehuwd, komt deze lijfrente ook niet voor verdeling in aanmerking. De rechtbank passeert in dit verband ook de stelling van [gedaagde sub. 1] dat de vordering van [eiseres] afstuit op het feit dat partijen finale kwijting zijn overeengekomen nu volgens de eigen stellingen van [gedaagde sub. 1] enige pensioenverevening of –verdeling noch door [gedaagde sub. 1], noch door [eiseres] aan de orde is gesteld tijdens de procedure die heeft geleid tot de afspraak die is neergelegd in het proces-verbaal van 15 februari 2006.

Op grond van Artikel 1 lid 4 sub a van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is de wet wel van toepassing op pensioen van een directeur-grootaandeelhouder zoals gedefinieerd in artikel 1 Pensioenwet. [eiseres] heeft in dit verband gesteld en te bewijzen aangeboden dat [gedaagde sub. 1] met de Vennootschap (naast de lijfrente) pensioenafspraken heeft gemaakt die wel onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding vallen en die al dan niet zijn vastgelegd in een pensioenbrief. De rechtbank zal haar tot dit bewijs toelaten.

De beslissing

De rechtbank

draagt [eiseres] op te bewijzen dat [gedaagde sub. 1] (naast de lijfrente) met de Vennootschap pensioenafspraken heeft gemaakt;

bepaalt dat, indien [eiseres] het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.C. de Regt in het gerechtsgebouw te Middelburg aan Kousteensedijk 2 op 28 mei 2009 om 14.00 uur;

bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum;

bepaalt dat [eiseres], indien zij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moet opgeven;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2009.?