Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8801

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
64553 / HA ZA 08-440
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2010:BU6408
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6409, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.452,-vermeerderd met de handelsrente subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.

Aan de vordering ligt het volgende ten grondslag.

[gedaagde] is zijn uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen niet nagekomen. Nu aan de ingebrekestelling van 9 april 2008 geen gehoor is gegeven, verkeert [gedaagde] in verzuim en verbeurt [gedaagde] de contractuele boete van 10% van de koopsom, € 11.500,-. De gemaakte buitengerechtelijke kosten bedragen € 952,-.

In reactie op het verweer voert [eiseres] aan dat [gedaagde] het beroep op de ontbinding rechtskracht mist om na te melden redenen. [gedaagde] heeft niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan. De financiering is te laat aangevraagd. Verder is het beroep op de ontbindende voorwaarde te laat gedaan.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft op 28 februari 2008 eerst een gesprek gehad met de ABN AMRO bank, in welk gesprek direct werd aangegeven dat de vereiste financiering niet zou worden verstrekt. [gedaagde] heeft die afwijzing direct na afloop van het gesprek telefonisch aan [eiseres] gemeld. Vervolgens heeft [gedaagde], eveneens op 28 februari 2008, om de benodigde financiering verzocht bij Van Meerendonk Assurantie- en Bedrijfsadviesburo te Sluiskil. Een week nadien volgde telefonisch de afwijzing van Van Meerendonk. [gedaagde] heeft dat toen telefonisch aan [eiseres] meegedeeld. Omdat [eiseres] [gedaagde] erop attendeerde dat schriftelijke afwijzingen moesten worden overgelegd, heeft [gedaagde] op een later moment verzocht om die schriftelijke afwijzingen. De daadwerkelijke afwijzingen vonden dus al eerder plaats en [eiseres] was daar direct van op de hoogte gesteld. Vervolgens heeft [gedaagde] zijn zwager nog tevergeefs benaderd over het verkrijgen van de financiering. [gedaagde] heeft wel aan zijn inspanningsverplichting voldaan en de ontbindende voorwaarde tijdig ingeroepen, zodat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

64553 / HA ZA 08-44011 maart 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 64553 / HA ZA 08-440

Vonnis van 24 juni 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Middelburg,

eiseres,

advocaat mr. N.A. Koole,

tegen

[gedaagde],

wonende te Biervliet,

gedaagde,

advocaat mr. M. Harte.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 29 oktober 2008;

het proces-verbaal van comparitie van 28 januari 2009.

De feiten

Partijen hebben op 22 februari 2008 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een loods gelegen aan de [adres] Biervliet. De akte van levering zou passeren op 4 april 2008.

In artikel 14 van de koopovereenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen, die luidt als volgt:

“Deze overeenkomst zal, met inachtneming van het navolgende ontbonden (kunnen) worden; als koper niet voor 14 maart 2008 een toezegging heeft verkregen voor het aangaan van een of meer geldleningen ter financiering van het bij deze gekochte. Koper zal ter verkrijging van de financiering al het hem mogelijke verrichten en kan op de deze ontbindende voorwaarde alleen een beroep doen door aan verkoper tenminste twee schriftelijke afwijzingen te over leggen.”

Bij brief van 9 april 2008 is [gedaagde] door [eiseres] gesommeerd binnen 8 dagen de koopovereenkomst na te komen.

2.4 Bij brief van 11 april 2008 heeft [gedaagde] aan de advocaat van [eiseres] onder meer het volgende meegedeeld: “(…) De koopovereenkomst ter zake van de loods gelegen aan de [adres] te Biervliet kan geen doorgang vinden daar de daartoe benodigde financiering niet kan worden verkregen. Het niet kunnen effectueren van de financiering geldt als ontbindende voorwaarde van de koopovereenkomst. De afwijzingen zullen u separaat bereiken. Een en ander was reeds telefonisch gemeld aan uw principaal. (…)”

2.5 Bij brief van 10 april 2008 van de ABN AMRO bank aan [gedaagde], is onder meer vermeld: “(…) In navolging op de aanvraag tot aankoop van de loods met ondergrond, erf en verder aan- en toebehoren, plaatselijk bekend [adres] te [adres] Biervliet, bericht ik u hierbij dat ABN AMRO uw verzoek tot financiering hiervan heeft afgewezen. (…)”

2.6 In een brief van 11 april 2008 van Annelies de Vos van Assurantie- en Bedrijfsadviesbureau Van Meerendonk aan de heer Jensen van de ING Bank is onder meer vermeld: “Betreft: Nieuwe aanvraag financiering inzake aankoop loods. (…) De heer [gedaagde] wil een zo laag mogelijke last. Wilt u zijn mogelijkheden bekijken en ons zo spoedig mogelijk iets laten weten? (…)”

2.7 Bij brief van 23 april 2008 van de ING aan De Vos van Van Meerendonk is onder meer vermeld: “Wij verwijzen naar het telefoongesprek van hedenmiddag inzake de financieringsaanvraag inzake de heer [gedaagde]. Na bestudering van de jaarcijfers (…) zijn wij tot de conclusie gekomen niet tot kredietverlening over te kunnen gaan. (…)”

2.8 In een e-mailbericht van 5 mei 2008 van Corijn van de ABN AMRO aan [gedaagde] is onder meer vermeld: “In navolging op de aan u toegezonden afwijzingsbrief van 10 april jl. mbt uw plannen tot aankoop van een loods aan de [adres] te Biervliet bevestig ik u hierbij dat wij deze u toezonden na ons gesprek van 28 februari 2008 (…). Daar er ons inziens geen mogelijkheden waren hebben wij uw aanvraag vervolgens afgewezen en dit op uw verzoek nogmaals aan u bevestigd 10 april j.l. (…)”

2.9 Bij brief van 21 mei 2008 heeft de advocaat van [eiseres] aan [gedaagde] het volgende meegedeeld: “Vanwege uw tekortschieten en verzuim ontbindt cliënte de met u gesloten koopovereenkomst. Dit laat overigens niet onverlet uw verplichting tot het betalen van de boete ad € 11.500,00 (…).”

2.10 In een brief van 25 juni 2008 van mr. Verhaegen, notaris te IJzendijke, aan [gedaagde], is onder meer vermeld: “Naar aanleiding van uw verzoek aangaande het passeren van de akte van levering van opgemelde zaak, kan ik hierbij meedelen dat er een afspraak was gemaakt voor het passeren van de akte op 4 april 2008 om 10:00 uur. Op 1 april 2008 is door u telefonisch te kennen gegeven, dat u de financiering niet rond kreeg. De akte kon dus niet doorgaan. Dit heeft mijn kantoor aan verkoper meegedeeld. (…)”

Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.452,-vermeerderd met de handelsrente subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.

Aan de vordering ligt het volgende ten grondslag.

[gedaagde] is zijn uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen niet nagekomen. Nu aan de ingebrekestelling van 9 april 2008 geen gehoor is gegeven, verkeert [gedaagde] in verzuim en verbeurt [gedaagde] de contractuele boete van 10% van de koopsom, € 11.500,-. De gemaakte buitengerechtelijke kosten bedragen € 952,-.

In reactie op het verweer voert [eiseres] aan dat [gedaagde] het beroep op de ontbinding rechtskracht mist om na te melden redenen. [gedaagde] heeft niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan. De financiering is te laat aangevraagd. Verder is het beroep op de ontbindende voorwaarde te laat gedaan.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft op 28 februari 2008 eerst een gesprek gehad met de ABN AMRO bank, in welk gesprek direct werd aangegeven dat de vereiste financiering niet zou worden verstrekt. [gedaagde] heeft die afwijzing direct na afloop van het gesprek telefonisch aan [eiseres] gemeld. Vervolgens heeft [gedaagde], eveneens op 28 februari 2008, om de benodigde financiering verzocht bij Van Meerendonk Assurantie- en Bedrijfsadviesburo te Sluiskil. Een week nadien volgde telefonisch de afwijzing van Van Meerendonk. [gedaagde] heeft dat toen telefonisch aan [eiseres] meegedeeld. Omdat [eiseres] [gedaagde] erop attendeerde dat schriftelijke afwijzingen moesten worden overgelegd, heeft [gedaagde] op een later moment verzocht om die schriftelijke afwijzingen. De daadwerkelijke afwijzingen vonden dus al eerder plaats en [eiseres] was daar direct van op de hoogte gesteld. Vervolgens heeft [gedaagde] zijn zwager nog tevergeefs benaderd over het verkrijgen van de financiering. [gedaagde] heeft wel aan zijn inspanningsverplichting voldaan en de ontbindende voorwaarde tijdig ingeroepen, zodat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden.

De beoordeling

Allereerst is tussen partijen in geschil of [gedaagde] heeft voldaan aan de op hem rustende inspanningsverplichting om de benodigde financiering te verkrijgen. Tussen partijen is overeengekomen dat [gedaagde] al het “redelijk mogelijke” dient te doen om de benodigde financiering te verkrijgen. Doorgaans is dat het geval indien bij twee financieringsinstellingen een aanvraag tot verkrijging van de benodigde financiering is ingediend. In dit geval valt uit de onder 2.10 bedoelde e-mail af te leiden dat [gedaagde] op

28 februari 2008 een financieringsaanvraag bij de ABN AMRO heeft gedaan. Daarnaast heeft [gedaagde] ter comparitie onweersproken gesteld eveneens op 28 februari 2008 een financieringsaanvraag bij Van Meerendonk te hebben gedaan, die op haar beurt een verzoek bij de ING deed. Daarmee staat vast dat [gedaagde] zich voldoende heeft ingespannen om de benodigde financiering te verkrijgen en tevens dat hij zich voldoende tijdig heeft ingespannen.

4.2 Vervolgens is aan de orde de vraag of een tijdig beroep op de ontbindende voorwaarde is gedaan. [eiseres] stelt dat de ontbindende voorwaarde voor 14 maart 2008 of in ieder geval binnen een redelijke termijn moest worden ingeroepen. Artikel 14 van de koopovereenkomst vereist niet dat het beroep op de ontbindende voorwaarde voor

14 maart 2008 moet zijn gedaan. Voorts heeft [gedaagde] onweersproken aangevoerd dat [eiseres] ermee bekend was dat hij vanwege zijn werkzaamheden vaak in het buitenland verbleef en het niet mee zou vallen de financiering spoedig en tijdig te regelen en dat [eiseres] bij het sluiten van de overeenkomst heeft gezegd dat het ‘allemaal niet zo nauw stak’.

Uit de brief van 25 juni 2008 van de notaris aan [eiseres] blijkt dat [eiseres] op

1 april 2008 op de hoogte is gesteld van het feit dat [gedaagde] de financiering niet rond kreeg en dat het passeren van de akte op 4 april 2008 niet kon doorgaan. In die brief is voorts vermeld dat ‘het er niet naar uit ziet dat de akte op korte termijn zal passeren’. Ter comparitie heeft [gedaagde] verklaard dat de notaris contact met [eiseres] zou opnemen om eventueel een latere datum voor het passeren vast te stellen. [eiseres] was er dan ook op

1 april 2008 van op de hoogte dat sprake was van financieringsproblemen en dat de overeenkomst (nog) niet kon worden nagekomen. Dat leidt ertoe dat [gedaagde] niet in gebreke was door niet na te komen op 4 april 2008. Het stond [gedaagde] vervolgens vrij, ook nadat [eiseres] [gedaagde] sommeerde tot nakoming van de overeenkomst bij brief van 9 april 2008, de ontbindende voorwaarde bij brief van 11 april 2008 in te roepen.

4.3 Dat de schriftelijke afwijzingen pas later aan [eiseres] zijn toegestuurd, staat aan

een geslaagd beroep op de ontbindende voorwaarde niet in de weg. Artikel 14 van de overeenkomst bepaalt niet dat die afwijzingen voor 14 maart 2008 moeten zijn afgegeven. Het gaat erom dat [eiseres] er tijdig van op de hoogte was dat [gedaagde] de benodigde financiering niet kon verkrijgen. Dat was, zoals uit het voorgaande blijkt, het geval.

4.4 Het vorenstaande brengt mee dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.

De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op

€ 306,- aan vastrecht, € 904,- aan salaris voor de advocaat en € 71,80 aan overige verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2009.