Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8797

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
62080
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De feiten

Dow Europe produceert en verkoopt ondermeer Dowlex, een plastic (polyethyleen) in de vorm van korrels. Dow Europe heeft het vervoer van een hoeveelheid Dowlex van Terneuzen naar Piacenza, Italië, uitbesteed aan Wincanton B.V.. Wincanton B.V. heeft het vervoer op haar beurt weer uitbesteed aan Ambrogio N.V., die uiteindelijk de opdracht heeft gegeven aan Tracol’l.

2.2. Dow Europe heeft met Vos Logistics Terneuzen B.V. (hierna: Vos) een laadovereenkomst gesloten. Op grond daarvan verpakt Vos de Dowlex, die daartoe eerst in silo’s wordt opgeslagen, in zakken van 25 kilogram.

2.3. Op 16 februari 2007 zijn 1100 zakken Dowlex, op pallets gestapeld, bij en door Vos geladen in een vrachtwagen van Tracol’l, ten behoeve van het vervoer naar Italië. De chauffeur van Tracol’l heeft de lading vastgesjord. Kort na het vertrek is de truck met oplegger gekanteld. Hierdoor heeft Tracol’l schade geleden.

Het geschil

Tracol’l vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk veroordeelt om aan haar te betalen een bedrag van € 25.824,43, met wettelijke rente vanaf 16 februari 2007 en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. Zij stelt zowel Dow Europe als Dow Benelux op grond van artikel 10 van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Trb. 1957, 84, hierna: CMR), dat volgens haar van toepassing is, aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade, omdat zij beiden als afzender dienen te worden aangemerkt. De vrachtwagen is gekanteld doordat de lading is gaan schuiven. Dit is volgens Tracol’l veroorzaakt door een gebrekkige verpakking van het vervoerde product. Nadat de lading strak was vastgesjord, is de inhoud van de zakken gaan krimpen. Dit kan het gevolg zijn geweest van het feit dat de korrels Dowlex kort voor de lading waren geproduceerd en daarom bij de verlading nog warm waren. Na afkoeling zijn de korrels vervolgens gekrompen. Ook is mogelijk dat de zakken Dowlex nog lucht bevatten toen ze werden geladen en dat die lucht korte tijd daarna uit de zakken is verdwenen. De chauffeur heeft vier uur moeten wachten alvorens hij kon vertrekken omdat een deel van de lading nog niet was afgezakt toen hij om 14.30 uur bij Vos arriveerde. Door het afzakken kunnen de korrels ook warm zijn geworden. Bij vertrek was er verschil in hoogte tussen de pallets met Dowlex die reeds vooraf was afgezakt en Dowlex die kort voor vertrek was afgezakt. Tracol’l vermoedt dat dit kwam omdat er nog lucht in de zakken zat. Doordat de inhoud van de zakken is gaan krimpen, zijn de banden waarmee de lading was vastgesjord losser gaan zitten, waardoor de lading kon gaan schuiven. Los van de toepassing van artikel 10 CMR hebben Dow en haar aannemer Vos onrechtmatig jegens Tracol’l gehandeld, door haar op te zadelen met een gevaarlijk product zonder haar daarvoor te waarschuwen. De totale schade bedraagt € 29.396,93 (plus 6,5 dag derving). Hiervan zijn de schade aan de oplegger en laadkist (€ 4.073,55 ) en de depannagekosten (€ 9.797,92) door de verzekeraars terugbetaald. Als bewijs omtrent haar schade legt Tracol’l diverse schriftelijke stukken over. Daanaast biedt zij aanvullend bewijs aan.

3.2. Dow Benelux stelt dat zij geen partij is bij de vervoersovereenkomst. Haar naam staat alleen op de vrachtbrief vermeld als “C/O” voor Dow Europe, een afkorting van “in care of” wat “per adres” betekent. Tracol’l dient daarom voor wat betreft haar vorderingen jegens Dow Benelux niet ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair wijst Dow Benelux op hetgeen door Dow Europe is aangevoerd.

3.3. Dow Europe stelt dat artikel 10 CMR niet van toepassing is. De schade die Tracol’l stelt te hebben geleden is niet veroorzaakt door de verpakking van de Dowlex – waar niets mee mis is – maar door het verkeerd vastsjorren van de lading, hetgeen de verantwoordelijkheid van Tracol’l is. Omdat het product gelei- of waterachtig aanvoelt, moet de lading goed worden vastgesjord. Dow Europe of Vos hoefde daar niet voor te waarschuwen. Dow Europe betwist dat het afkoelen van de korrels Dowlex na productie - uiteindelijk - voor het kantelen van de vrachtwagen van Tracol’l heeft gezorgd. De korrels waren al op 25 januari 2007 geproduceerd en vervolgens op 29 januari 2007 bij Vos afgezakt. Vos heeft de partij op 31 januari 2007 buiten in de winterkou weggezet. Het is onmogelijk dat de korrels tijdens het ongeval nog warm waren. De korrels Dowlex zijn na productie in ongeveer 1 à 2 dagen afgekoeld en krimpen daarna niet meer. Bovendien is de thermische uitzettingscoëfficiënt zodanig dat – zelfs indien de korrels tijdens het vastsjorren nog wel warm waren geweest – dat niet tot een relevante inkrimping had geleid. Ook kan het niet zijn dat de omvang van de zakken na het laden is afgenomen, omdat er lucht uit gekomen is. De zakken Dowlex gaan na het afzakken door een zogenaamde “bag-flattener” die de zich nog in de zakken bevindende lucht er met grote kracht uit perst. Bovendien is de Dowlex in dit geval al op 29 januari 2007 afgezakt. Dit blijkt uit het unieke batchnummer dat aan de geproduceerde hoeveelheid Dowlex is toegekend. Het is dus niet zo dat het afzakken vlak voor het verladen heeft plaatsgevonden. Subsidiair betwist Dow Europe de (omvang van) de gestelde schade. De door Tracol’l overgelegde stukken leveren volgens haar geen bewijs. Ook heeft Tracol’l niet (volledig) aan haar schadebeperkingplicht voldaan door niet onmiddellijk een nieuwe trekker te kopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010/78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

62080 / HA ZA 08-1434 maart 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 62080 / HA ZA 08-143

Vonnis van 25 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht

BVBA TRACOL'L,

gevestigd te Kampenhout (België),

eiseres,

advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

DOW EUROPE GMBH,

gevestigd te Horgen (Zwitserland),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOW BENELUX B.V.,

gevestigd te Hoek, gemeente Terneuzen,

gedaagden,

advocaat mr. I.P. de Groot te Rotterdam.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de conclusie van antwoord

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek

de akte van Tracol’l.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Dow Europe produceert en verkoopt ondermeer Dowlex, een plastic (polyethyleen) in de vorm van korrels. Dow Europe heeft het vervoer van een hoeveelheid Dowlex van Terneuzen naar Piacenza, Italië, uitbesteed aan Wincanton B.V.. Wincanton B.V. heeft het vervoer op haar beurt weer uitbesteed aan Ambrogio N.V., die uiteindelijk de opdracht heeft gegeven aan Tracol’l.

2.2. Dow Europe heeft met Vos Logistics Terneuzen B.V. (hierna: Vos) een laadovereenkomst gesloten. Op grond daarvan verpakt Vos de Dowlex, die daartoe eerst in silo’s wordt opgeslagen, in zakken van 25 kilogram.

2.3. Op 16 februari 2007 zijn 1100 zakken Dowlex, op pallets gestapeld, bij en door Vos geladen in een vrachtwagen van Tracol’l, ten behoeve van het vervoer naar Italië. De chauffeur van Tracol’l heeft de lading vastgesjord. Kort na het vertrek is de truck met oplegger gekanteld. Hierdoor heeft Tracol’l schade geleden.

Het geschil

Tracol’l vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk veroordeelt om aan haar te betalen een bedrag van € 25.824,43, met wettelijke rente vanaf 16 februari 2007 en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. Zij stelt zowel Dow Europe als Dow Benelux op grond van artikel 10 van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Trb. 1957, 84, hierna: CMR), dat volgens haar van toepassing is, aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade, omdat zij beiden als afzender dienen te worden aangemerkt. De vrachtwagen is gekanteld doordat de lading is gaan schuiven. Dit is volgens Tracol’l veroorzaakt door een gebrekkige verpakking van het vervoerde product. Nadat de lading strak was vastgesjord, is de inhoud van de zakken gaan krimpen. Dit kan het gevolg zijn geweest van het feit dat de korrels Dowlex kort voor de lading waren geproduceerd en daarom bij de verlading nog warm waren. Na afkoeling zijn de korrels vervolgens gekrompen. Ook is mogelijk dat de zakken Dowlex nog lucht bevatten toen ze werden geladen en dat die lucht korte tijd daarna uit de zakken is verdwenen. De chauffeur heeft vier uur moeten wachten alvorens hij kon vertrekken omdat een deel van de lading nog niet was afgezakt toen hij om 14.30 uur bij Vos arriveerde. Door het afzakken kunnen de korrels ook warm zijn geworden. Bij vertrek was er verschil in hoogte tussen de pallets met Dowlex die reeds vooraf was afgezakt en Dowlex die kort voor vertrek was afgezakt. Tracol’l vermoedt dat dit kwam omdat er nog lucht in de zakken zat. Doordat de inhoud van de zakken is gaan krimpen, zijn de banden waarmee de lading was vastgesjord losser gaan zitten, waardoor de lading kon gaan schuiven. Los van de toepassing van artikel 10 CMR hebben Dow en haar aannemer Vos onrechtmatig jegens Tracol’l gehandeld, door haar op te zadelen met een gevaarlijk product zonder haar daarvoor te waarschuwen. De totale schade bedraagt € 29.396,93 (plus 6,5 dag derving). Hiervan zijn de schade aan de oplegger en laadkist (€ 4.073,55 ) en de depannagekosten (€ 9.797,92) door de verzekeraars terugbetaald. Als bewijs omtrent haar schade legt Tracol’l diverse schriftelijke stukken over. Daanaast biedt zij aanvullend bewijs aan.

3.2. Dow Benelux stelt dat zij geen partij is bij de vervoersovereenkomst. Haar naam staat alleen op de vrachtbrief vermeld als “C/O” voor Dow Europe, een afkorting van “in care of” wat “per adres” betekent. Tracol’l dient daarom voor wat betreft haar vorderingen jegens Dow Benelux niet ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair wijst Dow Benelux op hetgeen door Dow Europe is aangevoerd.

3.3. Dow Europe stelt dat artikel 10 CMR niet van toepassing is. De schade die Tracol’l stelt te hebben geleden is niet veroorzaakt door de verpakking van de Dowlex – waar niets mee mis is – maar door het verkeerd vastsjorren van de lading, hetgeen de verantwoordelijkheid van Tracol’l is. Omdat het product gelei- of waterachtig aanvoelt, moet de lading goed worden vastgesjord. Dow Europe of Vos hoefde daar niet voor te waarschuwen. Dow Europe betwist dat het afkoelen van de korrels Dowlex na productie - uiteindelijk - voor het kantelen van de vrachtwagen van Tracol’l heeft gezorgd. De korrels waren al op 25 januari 2007 geproduceerd en vervolgens op 29 januari 2007 bij Vos afgezakt. Vos heeft de partij op 31 januari 2007 buiten in de winterkou weggezet. Het is onmogelijk dat de korrels tijdens het ongeval nog warm waren. De korrels Dowlex zijn na productie in ongeveer 1 à 2 dagen afgekoeld en krimpen daarna niet meer. Bovendien is de thermische uitzettingscoëfficiënt zodanig dat – zelfs indien de korrels tijdens het vastsjorren nog wel warm waren geweest – dat niet tot een relevante inkrimping had geleid. Ook kan het niet zijn dat de omvang van de zakken na het laden is afgenomen, omdat er lucht uit gekomen is. De zakken Dowlex gaan na het afzakken door een zogenaamde “bag-flattener” die de zich nog in de zakken bevindende lucht er met grote kracht uit perst. Bovendien is de Dowlex in dit geval al op 29 januari 2007 afgezakt. Dit blijkt uit het unieke batchnummer dat aan de geproduceerde hoeveelheid Dowlex is toegekend. Het is dus niet zo dat het afzakken vlak voor het verladen heeft plaatsgevonden. Subsidiair betwist Dow Europe de (omvang van) de gestelde schade. De door Tracol’l overgelegde stukken leveren volgens haar geen bewijs. Ook heeft Tracol’l niet (volledig) aan haar schadebeperkingplicht voldaan door niet onmiddellijk een nieuwe trekker te kopen.

De beoordeling

Uit de vrachtbrief blijkt dat Dow Europe als afzender dient te worden aangemerkt. Zoals Dow Benelux terecht heeft opgemerkt betekent de (Engelstalige) afkorting C/O op de vrachtbrief “per adres”. Dow Benelux is dus geen partij bij de vervoersovereenkomst. De vordering op haar zal reeds om deze reden worden afgewezen. 4.2. Nu Dow Europe is verschenen zonder de bevoegdheid van deze rechtbank te betwisten, is deze rechtbank bevoegd.

4.3. Op het geschil is Nederlands recht van toepassing. Voor zover de vordering is gebaseerd op een overeenkomst tot het vervoer van goederen, volgt dit uit artikel 4 lid 1 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (verdrag van 19 juni 1980, Trb. 1980, 156, hierna: EVO). Naar het oordeel van de rechtbank is de overeenkomst gelet op de plaats van inlading het nauwst verbonden met Nederland. De afzender en de vervoerder zijn beiden in andere lidstaten gevestigd, zodat de plaats van vestiging onvoldoende aanknopingspunten biedt. Voor zover de vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad volgt uit artikel 3 lid 1 van de Wet conflictenrecht onrechtmatig daad dat Nederlands recht van toepassing is. Vaststaat immers dat de schadeveroorzakende gebeurtenis op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden.

4.4. Voor Nederland is op 2 juli 1961 het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) in werking getreden. Tracol’l heeft haar vordering (primair) gebaseerd op artikel 10 van dat verdrag. Op grond van dat artikel is de afzender jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten welke voortspruiten uit de gebrekkige verpakking van de goederen. Dit is echter niet het geval indien de gebrekkigheid zichtbaar of aan de vervoerder bekend was op het ogenblik van de inontvangstneming en de vervoerder te dien aanzien geen voorbehouden heeft gemaakt.

4.5. De eerste vraag die beantwoord moet worden is of sprake is van een gebrekkige verpakking indien de zakken Dowlex – zoals Tracol’l stelt – na het inladen zodanig in omvang zijn afgenomen dat daardoor de banden waarmee de lading was vastgesjord, te los kwamen te zitten. Naar het oordeel van de rechtbank kan in zo’n geval inderdaad van een gebrekkige verpakking worden gespoken. Dow Europe diende er als verzender voor te zorgen dat de zakken Dowlex zich in een zodanige eindtoestand bevonden dat zich hierin geen - voor de veiligheid van het vervoer - relevante veranderingen meer zouden voordoen. Indien de zakken zijn gaan krimpen door hetzij afkoeling van de korrels hetzij het ontsnappen van lucht, en de lading daardoor is gaan schuiven, is de (wijze van) verpakking klaarblijkelijk ondeugdelijk geweest. 4.6. Vervolgens komt de vraag aan de orde of de lading daadwerkelijk is gaan schuiven, doordat de zakken in omvang zijn afgenomen na het inladen. Voor wat betreft de stelling van Tracol’l dat de inhoud van de zakken is gaan krimpen omdat de korrels Dowlex nog warm waren bij het inladen en daarna zijn afgekoeld, is de rechtbank van oordeel dat Tracol’l onvoldoende heeft gesteld om tot bewijslevering van haar stelling te kunnen worden toegelaten. Dow Europe heeft bij conclusie van antwoord gesteld dat - ook indien het product tijdens het vastsjorren nog warm was geweest - dit gelet op de thermische uitzettingscoëfficiënt van polyethyleen niet tot een relevante inkrimping kan hebben geleid. Gelet op dit verweer had het op de weg van Tracol’l gelegen haar stelling op dit punt nader te onderbouwen. Zij heeft echter in het geheel niet op dit verweer gereageerd. De rechtbank gaat daarom aan haar stelling op dit punt voorbij.

4.7. Voor wat betreft de stelling van Tracol’l dat de inhoud van de zakken is gaan krimpen omdat zich nog lucht in de zakken bevond toen deze werden geladen, overweegt de rechtbank dat deze stelling gelet op hetgeen Tracol’l verder heeft gesteld, niet tot aansprakelijkheid van Dow Europe kan leiden. Tracol’l heeft namelijk bij conclusie van repliek ook gesteld dat er verschillende hoogtes in de geladen pallets waren ontstaan, vermoedelijk omdat er nog lucht in de zakken zat. Een gedeelte had volgens haar de normale omvang maar het gedeelte dat was afgezakt in de tijd dat de chauffeur stond te wachten, was hoger. Dit betekent dat het voor de chauffeur visueel waarneembaar was dat de zakken Dowlex die - volgens Tracol’l - kort daarvoor waren afgezakt, zich nog niet in een eindtoestand bevonden. Hij had daaruit kunnen afleiden dat dit gevolgen zou kunnen hebben voor de stabiliteit van de lading tijdens het transport. De chauffeur heeft voor de eventueel daaruit voortvloeiende gevolgen bij de inontvangstneming geen voorbehouden gemaakt. Indien zou komen vast te staan dat de lading inderdaad is gaan schuiven door het ontsnappen van lucht uit zakken, brengt het voorgaande met zich dat het gebrek in de verpakking alsdan zichtbaar of aan de vervoerder bekend was, zodat Dow Europe niet op grond van artikel 10 CMR aansprakelijk is voor de door Tracol’l gestelde schade.

4.8. Evenmin is Dow Europe aansprakelijk op grond van onrechtmatig handelen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de chauffeur van Tracol’l heeft kunnen zien dat er verschil was in de omvang van de op pallets gestapelde zakken. Nu hij zelf verantwoordelijk is voor het vastsjorren van de lading had het op zijn weg gelegen om na te gaan in hoeverre het verschil in omvang de stabiliteit van de lading tijdens het transport zou kunnen beïnvloeden. Mede gelet op de in artikel 10 CRM neergelegde norm, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat het in dit geval op de weg van Dow Europe lag om (de chauffeur van) Tracol’l te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van de aanwezigheid van lucht in de zakken Dowlex, gesteld dat hiervan sprake was.

4.9. De vordering op Dow Europe wordt om deze redenen afgewezen. 4.10. Tracol’l zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, nu zij in het ongelijk is gesteld. De kostenveroordeling zal – zoals verzocht – uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Aangezien Dow Europe en Dow Benelux gezamenlijk verweer hebben gevoerd, zullen hun kosten slechts eenmaal voor de berekening in aanmerking worden genomen. De kosten aan de zijde van Dow Europe en Dow Benelux worden begroot op:

- vastrecht € 570,--

- salaris advocaat € 1.158,-- (2 x tarief € 579,--)

Totaal € 1.728,--

De beslissing

De rechtbank:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Tracol'l in de kosten van het geding welke aan de zijde van Dow Benelux en Dow Europe tot aan dit moment worden begroot op € 1.728,--;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2009.?