Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8781

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
10-06-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
66692/ HA ZA 09-108
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] vordert dat de onderhavige hoofdzaak op grond van artikel 222 Rv wegens verknochtheid wordt gevoegd met de bij de rechtbank Rotterdam aanhangige zaak met het zaaknummer 326974/ HA ZA 09/711.

[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] voert verweer. Zij stelt dat niet is voldaan aan het in artikel 222 Rv gestelde vereiste dat de zaken waarvan voeging wordt gevraagd voor dezelfde rechtbank en tussen dezelfde partijen aanhangig zijn. Daarnaast betwist [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] dat sprake is van connexiteit tussen de betreffende zaken.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. De incidentele vordering tot voeging is gegrond op artikel 222 Rv. Blijkens dit artikel kan, in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan de voeging worden gevorderd. In casu is echter sprake van twee zaken - waarvan overigens de verknochtheid door [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] wordt betwist - die aanhangig zijn voor twee verschillende rechters c.q. rechtbanken. In dat geval dient de weg van artikel 220 Rv te worden bewandeld en niet die van artikel 222 Rv; verwijzing als in artikel 220 Rv bedoeld is evenwel niet gevraagd.

[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

66692 / HA ZA 09-10810 juni 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66692 / HA ZA 09-108

Vonnis in incident van 10 juni 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap

[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident],

gevestigd te Rotterdam, zaakdoende te Rockanje, gemeente Westvoorne,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. L.C.M.C. Gels te Rijswijk,

tegen

[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident],

in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident],

wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. P-H. Boekel te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de incidentele conclusie tot voeging

de incidentele conclusie van antwoord.

De beoordeling in het incident

[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] vordert dat de onderhavige hoofdzaak op grond van artikel 222 Rv wegens verknochtheid wordt gevoegd met de bij de rechtbank Rotterdam aanhangige zaak met het zaaknummer 326974/ HA ZA 09/711.

[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] voert verweer. Zij stelt dat niet is voldaan aan het in artikel 222 Rv gestelde vereiste dat de zaken waarvan voeging wordt gevraagd voor dezelfde rechtbank en tussen dezelfde partijen aanhangig zijn. Daarnaast betwist [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] dat sprake is van connexiteit tussen de betreffende zaken.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. De incidentele vordering tot voeging is gegrond op artikel 222 Rv. Blijkens dit artikel kan, in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan de voeging worden gevorderd. In casu is echter sprake van twee zaken - waarvan overigens de verknochtheid door [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] wordt betwist - die aanhangig zijn voor twee verschillende rechters c.q. rechtbanken. In dat geval dient de weg van artikel 220 Rv te worden bewandeld en niet die van artikel 222 Rv; verwijzing als in artikel 220 Rv bedoeld is evenwel niet gevraagd.

[gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 juli 2009 voor conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident],

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2009.