Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8529

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
25-02-2009
Datum publicatie
07-01-2010
Zaaknummer
64281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De feiten

In augustus 2007 heeft [gedaagde sub. 1] ten behoeve van haar onderneming een jacuzzi bij Consultra besteld.

[gedaagde sub. 1] heeft op 15 augustus 2007 een voorschot van € 2.000,-- contant aan Consultra betaald.

Op 24 oktober 2007 heeft Consultra de jacuzzi aan [gedaagde sub. 1] geleverd. De jacuzzi vertoonde toen geen gebreken.

Bij brief van 8 januari 2008 heeft de advocaat van [gedaagde sub. 1] geschreven – in antwoord op een ingebrekestelling door Consultra op 14 december 2007 – dat [gedaagde sub. 1] de factuur nog niet had voldaan, omdat zij van Consultra nog geen factuur had ontvangen met vermelding van haar BTW-nummer. Daarbij werd vermeld dat na ontvangst daarvan onmiddellijk overgegaan zou worden tot betaling van het openstaande bedrag.

[gedaagde sub. 1] heeft op 17 maart 2008 een brief verzonden aan Consultra met het bericht dat de jacuzzi drie gebreken had: waterlekkage, een defecte radio en verspreiding van vet uit de waterjets.

[gedaagde sub. 1] heeft daarna een derde opdracht gegeven de waterlekkage te repareren.

[gedaagde sub. 1] heeft het openstaande bedrag van € 5.158,15 in hoofdsom niet aan Consultra betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

64281 / HA ZA 08-40825 februari 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 64281 / HA ZA 08-408

Vonnis van 25 februari 2009

in de zaak van

[eiser sub. 1], H.O.D.N. CONSULTRA,

wonende te Stekene (België),

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. E.F. Sandijck te Middelburg,

tegen

[gedaagde sub. 1], H.O.D.N. MAISON NATURELLE,

wonende te Stekene (België), kantoorhoudende te Heikant, gemeente Hulst,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.G. Hage te Terneuzen.

Partijen worden hierna aangeduid als “Consultra” en “[gedaagde sub. 1]”.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 29 oktober 2008;

het proces-verbaal van comparitie van 13 januari 2009;

de conclusie van antwoord in reconventie.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

In augustus 2007 heeft [gedaagde sub. 1] ten behoeve van haar onderneming een jacuzzi bij Consultra besteld.

[gedaagde sub. 1] heeft op 15 augustus 2007 een voorschot van € 2.000,-- contant aan Consultra betaald.

Op 24 oktober 2007 heeft Consultra de jacuzzi aan [gedaagde sub. 1] geleverd. De jacuzzi vertoonde toen geen gebreken.

Bij brief van 8 januari 2008 heeft de advocaat van [gedaagde sub. 1] geschreven – in antwoord op een ingebrekestelling door Consultra op 14 december 2007 – dat [gedaagde sub. 1] de factuur nog niet had voldaan, omdat zij van Consultra nog geen factuur had ontvangen met vermelding van haar BTW-nummer. Daarbij werd vermeld dat na ontvangst daarvan onmiddellijk overgegaan zou worden tot betaling van het openstaande bedrag.

[gedaagde sub. 1] heeft op 17 maart 2008 een brief verzonden aan Consultra met het bericht dat de jacuzzi drie gebreken had: waterlekkage, een defecte radio en verspreiding van vet uit de waterjets.

[gedaagde sub. 1] heeft daarna een derde opdracht gegeven de waterlekkage te repareren.

[gedaagde sub. 1] heeft het openstaande bedrag van € 5.158,15 in hoofdsom niet aan Consultra betaald.

Het geschil

in conventie

Consultra vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde sub. 1], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 5.158,15, vermeerderd met incassokosten van € 768,--, wettelijke rente en de kosten van het geding.

Consultra stelt daartoe dat hij een jacuzzi aan [gedaagde sub. 1] heeft verkocht en geleverd. [gedaagde sub. 1] heeft het restant van de koopprijs niet voldaan. De vordering is opeisbaar en [gedaagde sub. 1] is in verzuim.

3.3. [gedaagde sub. 1] voert verweer. Zij stelt dat de jacuzzi drie gebreken heeft die niet door Consultra werden verholpen. [gedaagde sub. 1] heeft haar verplichtingen opgeschort. Voorts betwist [gedaagde sub. 1] de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

in reconventie

[gedaagde sub. 1] vordert samengevat - veroordeling van Consultra tot het verhelpen van de gebreken aan de jacuzzi binnen één maand na het wijzen van het vonnis op straffe van een dwangsom, het vergoeden van de geleden schade veroorzaakt door omzetderving op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de kosten van de procedure onder de bepaling dat over de proceskosten de wettelijke rente van artikel 6:119 BW verschuldigd is en Consultra te veroordelen in de nakosten.

[gedaagde sub. 1] stelt daartoe dat de jacuzzi een aantal gebreken heeft die niet door Consultra werden verholpen. Het betreft: waterlekkage, een defecte radio en verspreiding van vet uit de waterjets. Verder lijdt [gedaagde sub. 1] schade voortvloeiende uit de omzetderving veroorzaakt door de gebreken aan de jacuzzi.

3.5. Consultra voert onder meer het volgende verweer. Consultra betwist een gebrekkige jacuzzi te hebben geleverd. Pas maanden na levering en na discussie over de inhoud van de factuur heeft [gedaagde sub. 1] aangevoerd dat de jacuzzi niet in orde zou zijn. [gedaagde sub. 1] had al lang moeten betalen. Consultra stelt dat geen sprake kan zijn van waterlekkage en in elk geval niet in de omvang die door [gedaagde sub. 1] is aangegeven. De radio doet het goed en vervanging van de radio is niet nodig. Vervanging van de radio kost bovendien veel minder dan € 500,-. Het vet waarover [gedaagde sub. 1] spreekt, is te wijten aan het niet goed schoonhouden van de jets in het bad.

Consultra is niet in gebreke gesteld tot herstel van de gebreken. Zij is ook niet in verzuim. Het recht op garantie is vervallen, omdat derden aan de jacuzzi hebben gewerkt.

Consultra betwist de juistheid van de reparatiefactuur die door een vriend/kennis van [gedaagde sub. 1] is opgesteld. Consultra betwist dat deze factuur is betaald. Tevens betwist Consultra dat de reparatie werkzaamheden betreft als gevolg van tekortkomingen aan de zijde van Consultra. De schade vanwege omzetverlies wordt betwist. Verder heeft [gedaagde sub. 1] een schadebeperkingsplicht. [gedaagde sub. 1] schort in elk geval een bovenmatig en onredelijk hoog bedrag op. [gedaagde sub. 1] levert geen bewijs van haar beweringen.

De beoordeling

in conventie en reconventie

Partijen hebben een rechtskeuze gemaakt voor toepassing van Nederlands recht tijdens de zitting van 13 januari 2009. De rechtbank legt deze rechtskeuze zo uit dat partijen hiermee tevens de bepalingen hebben willen uitsluiten van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (ook wel genoemd: het Weens Koopverdrag 1980). De rechtbank zal de zaak beoordelen aan de hand van de bepalingen van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.

4.2. Voorts kwam tijdens voormelde zitting naar voren dat Consultra in het dagvaardingsexploot werd aangeduid als “de rechtspersoon naar Belgisch recht” zonder nadere benoeming van de soort rechtspersoon. Ter zitting bleek dat Consultra geen rechtspersoon is. Het gaat om de eenmanszaak naar Belgisch recht van de [[eiser sub. 1]. De vraag in welke hoedanigheid een eisende partij optreedt, vergt uitleg van het dagvaardingsexploot. Hierbij is van belang dat de [[eiser sub. 1] in persoon verscheen ter zitting en hij handelt onder de naam Consultra. Verder is aanvankelijk geen verweer ten aanzien van de hoedanigheid van Consultra gevoerd. [gedaagde sub. 1] heeft bovendien een reconventionele vordering tegen Consultra ingesteld. Ten slotte toonde [gedaagde sub. 1] ter zitting de bestelbon waarmee zij haar bestelling van de jacuzzi heeft gedaan en waarop de naam Consultra zonder nadere aanduiding stond met direct daaronder de naam “[eiser sub. 1]” (tevens overgelegd door Consultra als productie 20). De rechtbank leidt daaruit af dat [gedaagde sub. 1] kennelijk niet in verwarring was over de hoedanigheid van haar wederpartij en dat zij begreep dat ondanks de onjuiste partijaanduiding de dagvaarding afkomstig was van een andere dan haar formele wederpartij in het exploot. Zij is ook niet in haar verdediging geschaad door de kennelijke verschrijving in het dagvaardingsexploot. Uitleg van het exploot brengt mee dat [eiser sub. 1], handelende onder de naam Consultra, de eisende partij is. [gedaagde sub. 1] heeft bovendien geen in rechte te respecteren belang bij een beroep op de onjuiste partijaanduiding. [gedaagde sub. 1] komt derhalve geen beroep toe op niet ontvankelijkheid van Consultra.

verder in conventie

4.3 Vast staat dat Consultra op 24 oktober 2007 de jacuzzi zonder gebreken aan [gedaagde sub. 1] heeft geleverd. Consultra is op dat moment dus zijn verplichtingen uit de overeenkomst nagekomen. [gedaagde sub. 1] is dan verplicht de prijs te betalen. Nadat [gedaagde sub. 1] niet tijdig had betaald, heeft Consultra haar op 14 december 2007 in gebreke gesteld en een redelijke termijn voor nakoming van haar verplichting tot betaling van de koopprijs gesteld. [gedaagde sub. 1] heeft ook niet binnen die termijn betaald en is dus in verzuim geraakt. Voor zover er gebreken zijn die door Consultra verholpen moeten worden, dan mag Consultra die verplichtingen opschorten vanwege de niet betaling van [gedaagde sub. 1]. [gedaagde sub. 1] was op dat moment dus niet bevoegd zich op opschorting te beroepen, omdat zij zelf al in verzuim was. De rechtbank passeert het verweer van [gedaagde sub. 1] dat zij haar betaling mocht opschorten. De vordering tot betaling van het restant van de hoofdsom ad € 5.158,15 zal worden toegewezen.

4.4. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II - worden afgewezen. Consultra heeft niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan herhaalde aanmaningen, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Consultra vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.5. Uit het bovenstaande vloeit voort dat de rechtbank de vorderingen van Consultra als volgt zal toewijzen. [gedaagde sub. 1] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Consultra tot op heden op:

- dagvaardingskosten 82,80

- vast recht 303,--

- salaris advocaat 768,-- (2 punten × tarief € 384,--)

Totaal € 1.153,80

verder in reconventie

4.6. Vast staat dat de jacuzzi op 24 oktober 2007 zonder gebreken aan [gedaagde sub. 1] is geleverd. [gedaagde sub. 1] heeft niet gesteld waarom Consultra gehouden is om na die correcte levering gebreken te verhelpen die vijf maanden nadien zouden zijn gebleken. Nu er geen grondslag voor die vordering is, kan ook de vordering tot schadevergoeding niet worden toegewezen. De rechtbank zal de vorderingen in reconventie afwijzen.

4.7. [gedaagde sub. 1] zal als de in het ongelijk gesteld partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op heden begroot op € 384,-- aan salaris advocaat (2 punten × tarief € 384,- gedeeld door twee vanwege het voortvloeien uit verweer in conventie).

De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt [gedaagde sub. 1] om aan Consultra te betalen een bedrag van € 5.158,15, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde sub. 1] in de proceskosten, aan de zijde van Consultra tot op heden begroot op € 1.153,80,

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt [gedaagde sub. 1] in de proceskosten, aan de zijde van Consultra tot op heden begroot op € 384,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.K.N. Vos en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2009.?