Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK8245

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
03-06-2009
Datum publicatie
05-01-2010
Zaaknummer
59467/ HA ZA 07-423
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

geschil met betrekking tot foutieve montage van kunststof kozijnen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

59467 / HA ZA 07-42329 april 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 59467 / HA ZA 07-423

Vonnis van 3 juni 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te Graauw, gemeente Hulst,

eiser,

advocaat mr. E.H.A. Schute,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALKOZON B.V.,

gevestigd te Terneuzen,

gedaagde,

advocaat mr. S.B.A. Lhachmi, die heeft gedesisteerd bij brief van 5 januari 2009.

Partijen zullen hierna [eiser] en Alkozon genoemd worden.

De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 7 mei 2008,

het deskundigenbericht,

de conclusie na deskundigenbericht van [eiser].

De advocaat van Alkozon heeft zich onttrokken. Er heeft zich geen nieuwe advocaat namens Alkozon gesteld.

De verdere beoordeling

Bij tussenvonnis van 7 mei 2008 heeft de rechtbank S. de Nooijer, werkzaam voor Bouwkundig Expertise / Adviesbureau en Makelaarskantoor De Nooijer te Arnemuiden, benoemd tot deskundige. Aan hem zijn de volgende door de rechtbank opgestelde vragen voorgelegd:

Is het kunststof kozijn inclusief deur op deugdelijke wijze gemonteerd?

Zijn de aangebrachte panelen geschikt in de betreffende situatie, zowel wat betreft materiaal als kleur?

Zijn de dakranden op deugdelijke wijze aangebracht?

Als u een of meer van bovenstaande vragen negatief beantwoordt, wat zijn dan de kosten van herstel voor het desbetreffende gebrek?

Zijn er nog andere opmerkingen die u van belang acht voor deze zaak vanuit uw deskundigheid?

De deskundige beschikte voorafgaande aan zijn onderzoek over de

processtukken. Bij de opname van het door Alkozon uitgevoerde werk aan de woning van [eiser] waren beide partijen aanwezig, althans deugdelijk vertegenwoordigd. Zij zijn blijkens de inhoud van het rapport ook in de gelegenheid geweest vragen te stellen en opmerkingen te maken.

De rechtbank constateert dat het deskundigenrapport daarmee voldoet aan de daaraan op grond van de wet te stellen eisen.

Bij de vraag of Alkozon al dan niet is tekortgeschoten in de nakoming van de met

[eiser] gesloten overeenkomst, spitst de discussie tussen partijen zich toe op een tweetal onderwerpen, te weten op: (1) de kunststof (voor)deur met het daarbij behorende kozijn en (2) de dakranden van de woning van [eiser].

De deskundige concludeert in zijn rapport dat Alkozon het werk met betrekking tot

de kunststof voordeur en het daarbij behorende kozijn niet deugdelijk heeft uitgevoerd. De deskundige meldt in dat verband dat de aanslag ontbreekt achter de rubbers en dat het kozijn daardoor slap is en de deur schrankt (blijkens Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal wil dit zeggen: uit de haakse stand zakt en daardoor – naar de rechtbank begrijpt – klemt en moeilijk open gaat). Bovendien ontbreekt zowel aan de boven- als aan de onderzijde lood of D.P.C.-folie. Wat betreft de gebruikte panelen is de deskundige van oordeel dat het daarbij gebruikte materiaal op zich genomen wel geschikt is, maar dat dit afwijkt van de offerte aangezien in die offerte vermeld was dat aan de binnenzijde van het pand crèmewitte panelen zouden worden gebruikt, terwijl er een wit paneel is aangebracht. De kleur aan de buitenzijde van het pand acht hij iets minder geschikt. Antraciet houdt namelijk meer hitte vast dan wit.

Wat betreft het herstel van de kozijnpui adviseert de deskundige het kozijn, het paneel en de betimmering boven het voordeurkozijn te demonteren en om een stelkozijn te plaatsen. Hij verwacht daarbij dat bij demontage weinig over zal blijven van het ‘oude’ kozijn. Direct vervangen van het kozijn zal zijns inziens goedkoper en verstandiger zijn dan het huidige kozijn aanpassen en terugplaatsen. De deskundige begroot de met het herstel gemoeide kosten in totaal op een bedrag van € 3.650,00.

De rechtbank neemt de bevindingen van de deskundige wat betreft dit onderdeel

van het geschil tussen partijen over en maakt deze tot de hare. Dit betekent dat van de vordering van [eiser] een bedrag van € 3.650,-- voor toewijzing gereed ligt. Nu dit bedrag is gebaseerd op het volledig ongedaan maken van het door Alkozon verrichte werk en het opnieuw laten verrichten daarvan door een derde, kan de kritiek van [eiser] op het rapport van de deskundige wat betreft kleur- en patroonafwijkingen hier verder onbesproken blijven.

In zijn rapport heeft de deskundige, in antwoord op de vraag of de dakranden

op deugdelijke wijze zijn aangebracht (vraag 3 van het vonnis), het volgende medegedeeld:

“De heer [werknemer] heeft mij uitgelegd hoe de dakranden zijn aangebracht en ervan uitgaande dat de uitvoering gelijk is aan de uitleg, zijn de dakranden deugdelijk aangebracht. Wel is het boegselstuk aan de rechterzijde van de woning aan de voorzijde uitgezakt. Door uitzettings- en krimpingcoëfficiënt zijn de eindstukken los geraakt en werkt het boegsel aan de voorzijde zich in de nok los”.

De deskundige adviseert het boegsel aan de rechter gevel (aan de voorzijde van de woning) te demonteren en achter de nokplaat weer te monteren. Hij begroot de met dat herstel gemoeide kosten op € 300,00.

2.7. De rechtbank leidt uit het rapport af dat de deskundige in het onderhavige geval het

antwoord op de vraag of de dakranden op deugdelijke wijze zijn aangebracht niet heeft gebaseerd op eigen waarnemingen maar dat hij zich daarbij uitsluitend heeft gebaseerd op de verklaring van werknemer [werknemer] van Alkozon en de aanname dat het werk is uitgevoerd conform de door [werknemer] gegeven beschrijving.

2.8. Voorop moet worden gesteld dat aan een deskundige de nodige vrijheid en zelfstandigheid moet worden gelaten om het onderzoek op de hem best voorkomende wijze te verrichten (Hoge Raad 20 september 1996, NJ 1997,328). Daarbij mag hij in bepaalde gevallen uitgaan van zekere veronderstellingen en feiten van algemene bekendheid, mits hij duidelijk aangeeft in welke gevallen hij dit doet. Voorts geldt dat indien de deskundige in zijn rapport een zekere waarschijnlijkheidsmarge aanhoudt bij de beantwoording van vragen, dit in beginsel in overeenstemming kan zijn met de op hem rustende verplichting zijn taak ‘naar zijn beste weten’ uit te voeren, indien - mede gelet op de vraagstelling - niet kan worden verlangd dat de deskundige absolute zekerheid verschaft over de antwoorden op de aan hem gestelde vragen.

2.9. Alvorens nader te beslissen op de vraag of de rapportage van de deskundige met betrekking tot zijn oordeel over de montage van de dakranden voldoet aan de daaraan te stellen eisen (zie overweging 2.8), heeft de rechtbank behoefte aan een nadere toelichting door de deskundige op zijn rapport. Zij wil van hem vernemen waarom hij het niet nodig achtte om persoonlijk de dakranden te inspecteren en waarom hij meende op basis van de eenzijdige informatie van (de werknemer van) Alkozon tot beantwoording van de onder c. gestelde vraag te kunnen komen. Voorts wenst de rechtbank een nadere toelichting op de hoogte van het door de deskundige geschatte bedrag dat met de reparatie van de dakranden gemoeid zal zijn. Uit het rapport blijkt namelijk dat de deskundige – naar de rechtbank begrijpt “vanaf de begane grond” – heeft vastgesteld dat het boegselstuk aan de rechter(voor)zijde van de woning is uitgezakt en dat als gevolg daarvan het boegsel aan de voorzijde zich in de nok los werkt. Niet duidelijk is echter of de deskundige bij de begroting van het door hem genoemde schadebedrag van € 300,-- heeft gelet op het feit dat Alkozon al eerder een vruchteloze poging heeft ondernomen tot reparatie en of die reparatiepoging eventueel heeft geleid tot onherstelbare schade.

Indien de deskundige het naar aanleiding van de hiervoor vermelde vragen nodig mocht oordelen de dakranden alsnog aan een persoonlijke inspectie te onderwerpen, dan geldt dat dit nadere onderzoek dient plaats te vinden in aanwezigheid (althans, na deugdelijke oproeping daartoe) – van partijen.

Het vorenstaande zou er normaal gesproken toe leiden dat de rechtbank de zaak

terugverwijst naar de deskundige voor de gewenste toelichting op het rapport, en dat zij de zaak voorts op een rol plaatst voor een schriftelijke reactie van partijen op dat nadere bericht van de deskundige (met de kanttekening dat Alkozon alleen tot het indienen van een nadere reactie in staat is indien zij alsnog een advocaat opdracht geeft zich namens haar te stellen). In het onderhavige geval echter ziet de rechtbank aanleiding anders te beslissen. Daartoe overweegt zij het navolgende.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat Alkozon bij vonnis van deze rechtbank

van 7 april 2009 (zijnde een datum gelegen na het moment waarop in deze zaak een datum voor het wijzen van vonnis was bepaald) failliet is verklaard, met benoeming van mr. F.K. Wieland tot curator. De vordering van [eiser] heeft betrekking op voldoening van een verbintenis uit de boedel. Nu de rechtbank, zoals hiervoor overwogen, geen eindvonnis wijst, volgt uit het bepaalde in artikel 30 lid 2 Faillissementswet dat de procedure (alsnog, van rechtswege) wordt geschorst. De rechtbank zal de zaak daarom op de parkeerrol plaatsen.

2.12. Tot slot geeft de rechtbank [eiser] en de curator van Alkozon nog het advies te onderzoeken of zij bij gelegenheid van de verificatie van de door [eiser] in het faillissement in te dienen vordering ter besparing van verdere (proces-)kosten – en tegen de achtergrond van de inhoud van dit vonnis - alsnog tot overeenstemming kunnen komen.

De beslissing

De rechtbank

3.1. verstaat dat de procedure ingevolge artikel 29 Fw per heden is geschorst;

3.2. verwijst de zaak naar de parkeerrol van 7 oktober 2009;

3.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit, mr. B.J.R.P. Verhoeven, en mr. J.A.J. van den Boom, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2009.

Mr. Van der Lende-Mulder Smit buiten staat om deze uitspraak te ondertekenen.