Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK3750

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
12-01-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
185632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kosten voor onderhoud van de cv installatie zijn voor rekening van de verhuurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

zaak/rolnr.: 185632 / 09-2836 blad 2

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

[Zaaknummer] [Rolnummer]

Locatie [adres]

zaak/rolnr.: 185632 / 09-2836

vonnis van de kantonrechter d.d. 12 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap

[eiseres],

gevestigd te [adres],

eisende partij,

verder te noemen: [eiseres],

gemachtigde: Van de Pas & Partners gerechtsdeurwaarders,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

eerst: gemachtigde mw. Van Dongen, thans: in persoon.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 28 april 2009,

- mondeling antwoord,

- conclusie van repliek,

- schriftelijke toelichting.

de beoordeling van de zaak

[gedaagde] huurt vanaf 1 februari 1972 van ( de rechtsvoorgangster van) [eiseres] [een woning]. [gedaagde] heeft een bezwaar ingediend bij de huurcommissie met betrekking tot de in de afrekening servicekosten opgenomen post ‘onderhoud cv installatie’ over de jaren 2006 en 2007. Op 9 maart 2009 heeft de huurcommissie uitspraak gedaan. De huurcommissie heeft bepaald dat de betalingsverplichting voor de huurder met betrekking tot de servicekosten, post onderhoud cv-installatie op nihil wordt gesteld. De huurcommissie heeft overwogen dat het in rekening brengen van de kosten voor het jaarlijks onderhoud aan de cv-ketel in het licht van de historie en het ontbreken van een eerdere betalingsverplichting aan de zijde van huurder, beschouwd dient te worden als een wijziging in het servicekostenpakket. Daarom had de verhuurder een dergelijke wijziging aan de huurder moeten voorstellen, hetgeen de verhuurder heeft nagelaten.

[eiseres] vordert de uitspraak van de huurcommissie van 9 maart 2009 te vernietigen met de bepaling dat [gedaagde] tevens servicekosten verschuldigd is voor het onderhoud aan de cv-installatie. [eiseres] stelt dat de huurcommissie ten onrechte heeft overwogen dat het onderhoud van de cv-installatie niet contractueel overeen is gekomen. [eiseres] wijst daarbij op artikel 3d van de algemene bepalingen behorende bij de huurovereenkomst. Tevens stelt [eiseres] dat de overweging van de huurcommissie dat eerdere eigenaren van de woning ook geen onderhoudskosten voor de cv-installatie in rekening hebben gebracht onjuist is. Hij heeft daartoe brieven uit 1986 tot en met 1990 overgelegd van de toenmalige verhuurder [x], waaruit blijkt dat in die jaren de kosten van het onderhoud aan de cv-installatie als servicekosten in rekening zijn gebracht bij [gedaagde].

[gedaagde] heeft de vordering betwist. Hij stelt dat hij zich kan vinden in de uitspraak van de huurcommissie. Volgens hem is het onderhoud van technische installaties alleen voor de huurder als het om kleine en eenvoudige dingen gaat. Voor het jaarlijkse onderhoud is technische kennis vereist en volgens het Besluit kleine herstellingen komt dat voor rekening van de verhuurder. Over artikel 3 van de algemene voorwaarden heeft [gedaagde] opgemerkt dat die bepaling in de praktijk niet verwezenlijkt is. Voorts stelt hij dat een cv-installatie bij de woning behoort en onroerend is. De kosten voor het onderhoud van onroerende zaken komen voor de verhuurder, aldus [gedaagde].

De kantonrechter overweegt als volgt. Indien de huurder en de verhuurder geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over een betalingsverplichting met betrekking tot servicekosten, kan de huurder of verhuurder de huurcommissie verzoeken uitspraak daarover te doen. In dit geval heeft [gedaagde] naar aanleiding van het hem verstrekte servicekostenoverzicht over de jaren 2006 en 2007 bezwaar gemaakt tegen de kosten die in rekening zijn gebracht voor de onderhoudskosten van de cv-installatie. De huurcommissie heeft de betalingsverplichting met betrekking tot de onderhoudskosten voor de cv-installatie op nihil gesteld.

De vraag die beantwoord moet worden is of de huurcommissie terecht de betalingsverplichting met betrekking tot de onderhoudskosten voor de cv-installatie op nihil heeft gesteld. Blijkens artikel 7:217 van het Burgerlijk Wetboek komen kleine herstellingen (onder welk begrip ook onderhoud van technische installaties valt) voor rekening van de huurder. Het Besluit kleine herstellingen, waar beide partijen naar verwijzen noemt niet het onderhoud aan de cv-installatie, maar wel bijvoorbeeld het bijvullen van de cv-ketel en het ontluchten van de verwarmingsinstallatie. Van deze lijst kan bij woonruimte niet ten nadele van de huurder worden afgeweken. De opsomming is echter niet limitatief. Behalve de genoemde kleine herstellingen, komen ook andere herstellingen die nodig plegen te zijn als gevolg van wat zich gewoonlijk bij normaal gebruik van woonruimte door huurder voordoet. De kantonrechter is van oordeel dat onderhoud van de cv-installatie hier niet onder valt. Voor het onderhoud wordt immers gewoonlijk een cv-monteur ingeschakeld, zodat niet gezegd kan worden dat de werkzaamheden onderhoudstechnisch eenvoudig zijn en geen specialistische kennis vereisen. Het onderhoud van de cv-installatie staat dus niet op de lijst met kleine herstellingen en hoort daar ook niet onder te vallen. De kosten van het onderhoud van de cv-installatie komen daaarom voor rekening van de verhuurder. De vraag of partijen wel of niet iets anders bij het aangaan van de huurovereenkomst in 1972 zijn overeengekomen en de vraag of vorige verhuurders die kosten wel of niet in rekening hebben gebracht zijn niet relevant, omdat niet ten nadele van de huurder van de lijst met kleine herstellingen mag worden afgeweken. Dit leidt tot de conclusie dat de huurcommissie terecht de betalingsverplichting met betrekking tot de onderhoudskosten voor de cv-installatie over de jaren 2006 en 2007 op nihil heeft gesteld.

Gelet op het bovenstaande zal de vordering van [eiseres] worden afgewezen. [eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

de beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.J.C. van Spronssen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.