Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BJ4932

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-07-2009
Datum publicatie
11-08-2009
Zaaknummer
68098/ KG ZA 09- 103
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een affectieve relatie gehad welke reeds geruime tijd geleden is beeindigd. Partijen woonden samen met de kinderen van de vrouw uit een eerdere relatie in de woning te Vlissingen. Ook na de relatie van partijen in zijn zij daar blijven wonen. De huurovereenkomst voor de woning staat op naam van beide partijen. De vrouw heeft tevergeefs getracht urgentie te krijgen om via de woningbouwvereniging sneller in aanmerking te komen voor een andere woning. De vrouw stelt dat de situatie in huis onhoudbaar is geworden en dat de kinderen ook last hebben van de spanningen. Bovendien heeft de man volgens de vrouw voldoende mogelijkheden elders te gaan wonen, terwijl dat voor haar gelet op het feit dat zij twee schoolgaande kinderen heeft en haar familie in de randstad woont, veel lastiger is. De man betwist dat er sprake is van een onhoudbare situatie geeft aan in de woning te willen blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

2

68098 / KG ZA 09-103

1 juli 2009

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

68098 / KG ZA 09-1031 juli 2009

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 68098 / KG ZA 09-103

Vonnis van 1 juli 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Vlissingen,

eiseres,

advocaat mr. H. Mink,

tegen

[gedaagde],

won[adres],

gedaagde,

in persoon verschenen.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de brief d.d. 21 juni 2009 met bijlagen van de man.

Op 24 juni 2009 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden, ter gelegenheid waarvan beide partijen en mr. Mink zijn verschenen.

De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, welke reeds geruime tijd geleden is beëindigd.

Partijen woonden samen met de kinderen van de vrouw uit een eerdere relatie in de woning aan het [adres] te Vlissingen. Ook na beëindiging van de relatie zijn zij daar blijven wonen.

De huurovereenkomst voor deze woning staat op naam van beide partijen.

De vrouw heeft tevergeefs getracht urgentie te verkrijgen om via de woningbouwvereniging sneller in aanmerking te komen voor een andere woning.

Het geschil

De vrouw vordert, samengevat en na wijziging van eis, te bepalen dat de man binnen 3 weken na het te wijzen vonnis de woning zal moeten hebben verlaten en dat hij dient mee te werken aan de wijziging van de tenaamstelling van de huurovereenkomst, zulks op straffe van een dwangsom en met machtiging de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie. Zij stelt daartoe dat de situatie in huis inmiddels onhoudbaar is geworden en dat de kinderen ook last hebben van de spanningen. Bovendien heeft de man volgens de vrouw voldoende mogelijkheden elders te gaan wonen, terwijl dat voor haar gelet op het feit dat zij twee schoolgaande kinderen heeft en haar familie in de randstad woont, veel lastiger is.

De man voert verweer. Hij betwist dat er sprake is van een onhoudbare situatie. Hij geeft aan in de woning te willen blijven en stelt geen bruikbare alternatieven te hebben voor huisvesting op korte termijn. Als de vordering van de vrouw wordt afgewezen krijgt zij volgens de man alsnog de benodigde urgentieverklaring.

De beoordeling

De voorzieningenrechter overweegt dat de onderhavige situatie vergelijkbaar is met een echtscheidingssituatie waarin één van partijen het voortgezet gebruik van de echtelijke woning verzoekt. De mate waarin de situatie bij partijen thuis onhoudbaar is kan de voorzieningenrechter uiteraard niet objectief beoordelen. Echter, zodra één van partijen de situatie als onprettig ervaart is dat voldoende om hieromtrent een beslissing te nemen.

De belangenafweging die de voorzieningenrechter daartoe dient te maken valt in casu uit in het voordeel van de vrouw. Zij heeft, gelet op haar gezinssamenstelling, het meeste belang om in de woning te kunnen blijven wonen. De kinderen van de vrouw gaan naar school in Vlissingen en het wordt in hun belang geacht dat zij op die school kunnen blijven. Indien de vrouw gedwongen wordt te verhuizen is de kans groot dat zij niet in dezelfde buurt of stad terecht komt, waardoor de kinderen van school zullen moeten veranderen. Voor de man, die alleenstaand is, heeft een gedwongen verhuizing minder ingrijpende gevolgen. Nu de stelling van de man betreffende de urgentie die de vrouw zal verkrijgen bij afwijzing van haar vordering niet nader onderbouwd is, staat zulks onvoldoende vast en gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij.

Gelet op de stellingen van partijen is voorshands komen vast te staan dat de spanningen tussen hen niet zodanig zijn dat er sprake is van een onhoudbare situatie. De voorzieningenrechter zal de man dan ook een termijn van 6 weken na betekening van dit vonnis gunnen om de woning te verlaten.

De mede gevorderde dwangsom zal worden gematigd en aan een maximum gebonden.

Nu de dwangsom wordt toegewezen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding daarnaast een machtiging af te geven om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie.

Gelet op het vorenstaande zal de vordering op na te melden wijze worden toegewezen.

Vanwege de relatie tussen partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter

bepaalt dat de man binnen 6 weken na betekening van dit vonnis de woning zal moeten hebben verlaten waarbij hij deze correct, dat wil zeggen zonder vernielingen en schoon, moet achterlaten,

bepaalt dat de man binnen 6 weken na betekening van dit vonnis moet meewerken aan de wijziging van de tenaamstelling van de huurovereenkomst,

bepaalt dat de man voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij in strijd handelt met het onder 5.1. en 5.2. bepaalde, aan de vrouw een dwangsom verbeurt van € 250,-- tot een maximum van € 10.000,--,

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2009