Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BJ4000

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
28-07-2009
Zaaknummer
67239/ KG ZA 09-55
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde is eigenaar van een woning in Wemeldinge. Eiseres heeft in opdracht en voor rekening van gedaagde aan de bij gedaagde in eigendom toebehorende woning verbouwingswerkzaamheden verricht. Tussen partijen is een geschil ontstaan met betrekking tot de omvang van de door eiseres verrichte werkzaamheden en de wijze waarop deze zijn uitgevoerd. Gedaagde heeft de door eiseres ingediende facturen deels onbetaald gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

67239 / KG ZA 09-55

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 67239 / KG ZA 09-55

Vonnis van 28 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOOGESTEGER B.V.,

gevestigd te Wemeldinge,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.G.G. Wilgers,

tegen

[gedaagde in conventie],

wonende te Wemeldinge,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat F.R. Heijstek.

Partijen zullen hierna Hoogesteger B.V. en [gedaagde in conventie] genoemd worden.

De procedure

In conventie en in reconventie

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties

conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie met producties.

Partijen hebben gepleit overeenkomstig hun pleitnota’s die zij in het geding hebben gebracht, de pleitnota van Hoogesteger B.V. met producties.

Vonnis is bepaald op vandaag.

De feiten

In conventie en in reconventie

[gedaagde in conventie] is eigenaar van de woning aan de [adres] in Wemeldinge. Hoogesteger B.V. heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde in conventie] aan de bij [gedaagde in conventie] in eigendom toebehorende woning verbouwingswerkzaamheden verricht.

Tussen partijen is een geschil ontstaan met betrekking tot de omvang van de door Hoogesteger B.V. verrichte werkzaamheden en de wijze waarop deze zijn uitgevoerd.

[gedaagde in conventie] heeft de door Hoogesteger B.V. ingediende facturen deels onbetaald gelaten.

Hoogesteger B.V. vordert in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure in conventie [gedaagde in conventie] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag aan hoofdsom € 406.070,95, te vermeerderen met rente en kosten.

Hoogesteger B.V. heeft ter verzekering van haar vordering ten laste van [gedaagde in conventie] conservatoir (derden)beslag doen leggen op de volgende aan [gedaagde in conventie] toebehorende vermogensbestanddelen:

het woonhuis van [gedaagde in conventie] aan de [adres] te Wemeldinge;

vorderingen die [gedaagde in conventie] op de ABN-AMRO Bank heeft of mocht verkrijgen;

vorderingen die [gedaagde in conventie] op de Postbank N.V. (thans: ING N.V.) heeft, of mocht verkrijgen;

vorderingen die [gedaagde in conventie] op de maatschap [D], gevestigd en kantoorhoudende te Hendrik Ido Ambacht heeft of mocht verkrijgen;

vorderingen die [gedaagde in conventie] op Wasmaco b.V. te Zwijndrecht, heeft of mocht verkrijgen;

het stalen dubbelwandig motortankschip met de naam [D].

[gedaagde in conventie] is tezamen met Wasmaco B.V., van welke vennootschap de heer [A] directeur is, maat van de maatschap Maatschap [D] – verder de maatschap –. [gedaagde in conventie] en Wasmaco B.V. zijn, ieder voor de helft, eigenaar van het motortankschip [D].

[gedaagde in conventie] vordert in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure in reconventie Hoogesteger B.V. te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 122.506,23, te vermeerderen met rente en kosten, welk bedrag [gedaagde in conventie] te vorderen stelt te hebben op grond van onverschuldigde betaling ex artikel 7:667 BW, wanprestatie en onrechtmatig handelen ex artikel 6:74 en 6:162 BW.

[gedaagde in conventie] heeft ter verzekering van zijn vordering conservatoir derdenbeslag doen leggen op vorderingen die Hoogesteger B.V. heeft op één van haar opdrachtgevers, de heer [L] te Wemeldinge, welk beslag voor een bedrag van € 31.859,99 doel heeft getroffen.

Op 11 maart 2009 is in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure door de rechtbank een tussenvonnis gewezen. De rechtbank heeft het verzoek van [gedaagde in conventie] verlof te verlenen om van dat vonnis tussentijds hoger beroep in te stellen bij beschikking van 8 april 2009 afgewezen.

Het geschil

in conventie

Hoogesteger B.V. vordert het onder [L] gelegde conservatoire derdenbeslag op te heffen, althans [gedaagde in conventie] te veroordelen om het beslag op te heffen op straffe van een dwangsom met veroordeling van [gedaagde in conventie] in de kosten van deze procedure. Hoogesteger B.V. stelt daartoe het navolgende.

Volgens Hoogesteger B.V. heeft zij, gelet op het tussenvonnis van deze rechtbank van 11 maart 2009 in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure sowieso, ook indien Hoogesteger B.V. aan [gedaagde in conventie] een bedrag ter zake van herstelkosten dient te voldoen, vast komt te staan dat [gedaagde in conventie] een bedrag van € 62.000,-- contant aan Hoogesteger B.V. heeft betaald en Hoogesteger B.V. het door [gedaagde in conventie] ter zake van onverschuldigde betaling gevorderde bedrag verschuldigd zou zijn, hetgeen zij betwist, een bedrag van € 122.613,60 van [gedaagde in conventie] te vorderen.

Het door [gedaagde in conventie] gelegde beslag is dan ook gelegd voor een ondeugdelijke vordering, althans een vordering die verrekend dient te worden.

Hoogesteger B.V. stelt een spoedeisend belang bij haar vordering te hebben. Hoogesteger B.V. heeft inmiddels over het door [gedaagde in conventie] verschuldigde bedrag omzetbelasting afgedragen tot een totaalbedrag van € 57.109,14 en lijdt schade door de rentelast over dat bedrag en bedragen betaald voor de, ten behoeve van [gedaagde in conventie], aangekochte bouwmaterialen en gemaakte personeelskosten. Hoogesteger B.V. stelt door de houding van [gedaagde in conventie] in financiële moeilijkheden te komen.

[gedaagde in conventie] voert verweer. Hij betwist gemotiveerd dat Hoogesteger B.V. een opeisbare vordering op hem heeft. [gedaagde in conventie] stelt op grond van artikel 7:667 BW slechts gehouden te zijn het deel van de aanneemsom te betalen dat overeenstemt met de voortgang van de bouw. Gelet daarop en op het bedrag verbonden aan het opheffen van de tekortkomingen van de door Hoogesteger B.V. verrichte werkzaamheden stelt [gedaagde in conventie] een bedrag van € 122.506,23 onverschuldigd te hebben betaald.

Nog afgezien van het vorenstaande is volgens [gedaagde in conventie] zijn vordering op Hoogesteger B.V. opeisbaar en de vordering die Hoogesteger B.V. op hem stelt te hebben niet. Hoogesteger B.V. heeft het werk, voor zover verricht, niet opgeleverd, de gebreken niet hersteld en originele aankoopbewijzen, facturen en garantiebewijzen niet aan [gedaagde in conventie] ter hand gesteld. [gedaagde in conventie] beroept zich dan ook op zijn opschortingsrecht.

[gedaagde in conventie] betwist, gelet op de opdrachten die Hoogesteger B.V. heeft, en bij gebrek aan financiële bewijsstukken, dat Hoogesteger B.V. een spoedeisend belang heeft bij het incasseren van de vordering waarop door [gedaagde in conventie] conservatoir derdenbeslag is gelegd.

in reconventie

[gedaagde in conventie] vordert – samengevat - primair de door Hoogesteger B.V. ten laste van [gedaagde in conventie] gelegde conservatoire (derden)beslagen op het motorschip de [D], onder de maatschap, Wasmaco B.V. en de banken op te heffen en subsidiair Hoogesteger B.V., op straffe van een dwangsom, te gebieden deze conservatoire (derden)beslagen op te heffen en in de openbare registers te doen doorhalen en meer subsidiair Hoogesteger B.V. te gebieden de beslagen op te heffen en in de openbare registers te doen doorhalen tegen het stellen van een bankgarantie door [gedaagde in conventie] voor een bedrag van € 33.150,97, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, met veroordeling van Hoogesteger B.V. in de kosten.

[gedaagde in conventie] stelt een spoedeisend belang te hebben bij opheffing van het beslag op het schip en de vordering van [gedaagde in conventie] op de maatschap.

Volgens [gedaagde in conventie] is het op het schip gelegde beslag nietig omdat het voor de helft eigendom is van [gedaagde in conventie] en voor de helft van Wasmaco B.V.. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat Hoogesteger B.V. beslag had moeten leggen op het aandeel van [gedaagde in conventie] in de maatschap, waaronder diens aandeel in het schip, in plaats van op het schip zelf. Het aandeel van [gedaagde in conventie] in de maatschap is immers een vermogensrecht van andere aard dan de eigendom van de tot de gemeenschap behorende zaak. De voorzieningenrechter heeft ook alleen toestemming gegeven tot het leggen van beslag op het aandeel van [gedaagde in conventie] in het schip en niet op het gehele schip.

[gedaagde in conventie] heeft een spoedeisend belang bij opheffing van het conservatoire beslag op het schip en onder de maatschap omdat voor 1 juli 2009, in verband met de verlenging van het “Certificaat van onderzoek” dat bij het schip hoort, aanzienlijke investeringen in het schip gedaan moeten worden. Wasmaco B.V. is als gevolg van het gelegde beslag niet bereid om tot die noodzakelijke investering over te gaan.

Nog afgezien daarvan heeft [gedaagde in conventie] een spoedeisend belang omdat Wasmaco B.V. heeft gedreigd de maatschapsovereenkomst per 30 juni 2009 te ontbinden wegens toerekenbare tekortkoming van [gedaagde in conventie]. Deze tekortkoming bestaat daarin dat door het ten laste van [gedaagde in conventie] gelegde beslag het gevaar bestaat dat het schip stil komt te liggen en in verband daarmee de bevrachter meegedeeld heeft de bevrachtigingsovereenkomst met het schip te zullen beëindigen, zodat ten gevolge van aan [gedaagde in conventie] toe te rekenen omstandigheden het schip niet meer op verantwoorde wijze kan worden geëxploiteerd.

Bij opheffing van de maatschap valt te verwachten dat aan [gedaagde in conventie] een bedrag van € 32.465,-- toekomt. Het beslag dient mitsdien ook opgeheven te worden omdat het belang van [gedaagde in conventie] bij behoud van zijn werk zwaarder moet wegen dan het belang van Hoogesteger B.V. bij zekerheid voor voornoemd bedrag.

Door het beslag onder de maatschap is [gedaagde in conventie] voorts verstoken van inkomsten benodigd voor normaal levensonderhoud.

Hoogesteger B.V. betwist dat het beslag op het schip nietig is. Uit het openbaar register blijkt dat slechts op het aandeel van [gedaagde in conventie] beslag is gelegd omdat een afschrift van de beschikking waarbij de voorzieningenrechter verlof heeft verleend voor het leggen van beslag op het aan [gedaagde in conventie] toekomende aandeel in het schip mee is ingeschreven.

Hoogesteger B.V. betwist bij gebrek aan wetenschap dat de verlenging van het “Certificaat van onderzoek” aanzienlijke investeringen vergt. Indien en voor zover dat wel het geval zou zijn is de maatschap voldoende kapitaalkrachtig om die investering te doen.

Hoogesteger B.V. betwist gemotiveerd dat sprake zou zijn van ontbinding van de maatschapsovereenkomst door Wasmaco B.V.

Hoogesteger B.V. betwist de door de accountant van de maatschap opgestelde berekening waaruit zou blijken dat bij ontbinding van de maatschap aan [gedaagde in conventie] slechts een bedrag van € 32.465,-- toekomt.

Bij opheffing op het beslag op de diverse bankrekeningen heeft [gedaagde in conventie] volgens Hoogesteger B.V. geen belang nu hij die gewoon kan blijven gebruiken.

De beoordeling

in conventie

Hoogesteger B.V. heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij opheffing van het door [gedaagde in conventie] gelegde conservatoire (derden)beslag een spoedeisende belang heeft.

Opheffing van een conservatoir beslag wordt ondermeer uitgesproken indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt.

Met betrekking tot de vordering die [gedaagde in conventie] op Hoogesteger B.V. stelt te hebben overweegt de voorzieningenrechter het navolgende.

In de tussen partijen aanhangige bodemzaak is op 11 maart 2009 een tussenvonnis gewezen. Uit de overwegingen van de rechtbank in dat vonnis met betrekking tot de vordering die Hoogesteger B.V. op [gedaagde in conventie] stelt te hebben volgt dat de vordering van Hoogesteger B.V. op [gedaagde in conventie] ter zake van de door Hoogesteger B.V. verrichte werkzaamheden in totaal rond de € 600.000,-- bedraagt.

Gelet daarop is voorshands niet aannemelijk dat [gedaagde in conventie] op Hoogesteger B.V. een vordering heeft uit hoofde van onverschuldigde betaling. Immers, die vordering is gebaseerd op het standpunt van [gedaagde in conventie] dat hij niet gehouden zou zijn meer te betalen dan een bedrag van totaal € 289.493,77, het bedrag dat volgens [gedaagde in conventie] overeenstemt met de voortgang van de bouw nu de bouwwerkzaamheden zijn verricht op basis van twee oorspronkelijke offertes die leiden tot dat totaalbedrag, welk bedrag volgens [gedaagde in conventie] de vaste aanneemsom was.

Het feit dat [gedaagde in conventie] € 250.000,-- heeft betaald en mogelijk op het bedrag van € 600.000,-- nog een bedrag van € 62.000,--, hetgeen volgens [gedaagde in conventie] contant is betaald, en een bedrag van € 100.000,--, het bedrag dat volgens [gedaagde in conventie] met te verrichten herstelwerkzaamheden zou zijn gemoeid, in mindering moet worden gebracht leidt niet tot een ander oordeel. Immers ook in dat geval resteert nog een door [gedaagde in conventie] aan Hoogesteger B.V. te betalen bedrag van, inclusief rente en kosten, om en nabij € 200.000,--.

Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat summierlijk gebleken is van de ondeugdelijkheid van het door [gedaagde in conventie] ingeroepen recht. Bovendien is het aan Hoogesteger B.V. te betalen bedrag veel hoger dan het bedrag dat [gedaagde in conventie] claimt ten aanzien van herstelwerkzaamheden zodat ook bij een afweging van belangen het belang van Hoogesteger B.V. bij de opheffing van het beslag prevaleert.

De voorzieningenrechter zal mitsdien het door [gedaagde in conventie] ten laste van Hoogesteger B.V. onder [L] gelegde conservatoire derdenbeslag opheffen.

[gedaagde in conventie] zal als de in het ongelijk gesteld partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hoogesteger B.V. worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vast recht € 262,00

- salaris advocaat € 1.054,00

Totaal € 1.388,25.

in reconventie

Zoals de rechtbank in conventie heeft overwogen wordt opheffing van een conservatoir beslag ondermeer uitgesproken indien, onder andere, summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt.

In de tussen partijen aanhangige bodemzaak is op 11 maart 2009 een tussenvonnis gewezen. Zoals vorenstaand is overwogen volgt uit de overwegingen van de rechtbank in dat vonnis dat de vordering van Hoogesteger B.V. op [gedaagde in conventie] in totaal rond de € 600.000,-- bedraagt en resteert, indien hierop in mindering worden gebracht het door [gedaagde in conventie] betaalde bedrag, het bedrag dat [gedaagde in conventie] stelt contant voldaan te hebben en de door [gedaagde in conventie] opgevoerde herstelkosten een door [gedaagde in conventie] aan Hoogesteger B.V. te betalen bedrag van, inclusief rente en kosten, om en nabij € 200.000.

Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands niet gebleken dat de vordering waarvoor door Hoogesteger B.V. beslag heeft gelegd summierlijk ondeugdelijk is. De door Hoogesteger B.V. gelegde beslagen zullen mitsdien op die grond niet worden opgeheven.

Met betrekking tot het op het motorschip [D] gelegde conservatoire beslag overweegt de voorzieningenrechter het navolgende.

Blijkens het proces-verbaal van beslaglegging van 18 april 2008 is beslag gelegd op het schip [D], derhalve op de volle eigendom van het schip, en dus niet op een aan [gedaagde in conventie] toebehorend recht op het schip. [gedaagde in conventie] is mede-eigenaar van het schip, en zijn recht op het schip bestaat uit niet meer dan uit zijn aandeel in de gemeenschappelijke eigendom. Het aandeel van een deelgenoot in een gemeenschap is een vermogensrecht van andere aard dan de eigendom van de zaak.

Gelet op het vorenstaande is door Hoogesteger B.V. met het beslag op het motorschip [D] derhalve beslag gelegd op niet aan [gedaagde in conventie] toekomend vermogensrecht welk goed dan ook niet kan dienen tot verhaal van de vordering die Hoogesteger B.V. op [gedaagde in conventie] stelt te hebben. Gelet op het vorenstaande moet dus worden aangenomen dat het op het motorschip [D] gelegde beslag onrechtmatig is. De voorzieningenrechter zal dit beslag mitsdien opheffen.

Hieraan doet niet af dat, zoals door Hoogesteger B.V. is aangevoerd, het verzoekschrift waarop de voorzieningenrechter zijn verlof heeft verleend mee is ingeschreven in het register, en dat uit het register derhalve zou volgen dat slechts beslag is gelegd op het aandeel van [gedaagde in conventie]. Uitgangspunt is dat bij het leggen van het beslag wordt gespecificeerd op welk vermogensrecht het wordt gelegd. Bij de executie moet het daarbij te verkopen goed zijn gespecificeerd. Het proces-verbaal van beslaglegging dient er mede toe vast te leggen welk goed van de schuldenaar uiteindelijk zal worden verkocht. Het proces-verbaal van beslaglegging is derhalve bepalend voor de vaststelling op welk goed van de schuldenaar beslag is gelegd, en niet hetgeen in het register is ingeschreven.

Door [gedaagde in conventie] is nog aangevoerd dat het beslag onder de maatschap [D] opgeheven dient te worden gelet op de, ten gevolge van het beslag op het motorschip [D] en onder de maatschap gelegde beslag, dreigende ontbinding van de maatschap en het belang van [gedaagde in conventie] bij behoud van zijn werkzaamheden.

Door Hoogesteger B.V. is betwist dat Wasmaco B.V. bij gebreke bij de opheffing van het beslag op het schip en onder de maatschap Wasmaco tot ontbinding van de maatschap over zal gaan. Door Hoogesteger B.V. is daartoe aangevoerd dat de directeur van Wasmaco B.V., de heer Wassenaar, tevens directeur is van Maaskade Bevrachters B.V. en het dan ook niet voor de hand ligt dat Maaskade Bevrachters B.V. geen vracht meer zal gunnen aan de maatschap van een van zijn direkteuren. Gelet op het vorenstaande, hetgeen door [gedaagde in conventie] niet is bestreden, acht de voorzieningenrechter het voorshands niet aannemelijk dat de maatschap per 30 juni 2009 daadwerkelijk ontbonden zal worden.

Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het beslag op het motorschip de [D] bij dit vonnis zal worden opgeheven, en niet valt in te zien op welke wijze Wasmaco B.V. als maat in de maatschap [D] nadeel ondervindt van het door Hoogesteger B.V. ten laste van [gedaagde in conventie] onder de maatschap gelegde beslag.

Ook hetgeen overigens nog door [gedaagde in conventie] is aangevoerd is onvoldoende om aan te nemen dat het belang van [gedaagde in conventie] bij opheffing van de beslagen zwaarder moet wegen dan het belang van Hoogesteger B.V. bij zekerheid voor haar vordering op [gedaagde in conventie] en kan ook niet leiden tot opheffing van de beslagen onder de maatschap, Wasmaco B.V. en de banken.

Aangezien elk van partijen deels in het gelijk is gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd zodanig dat elke partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter

in coventie

heft het door [gedaagde in conventie] ten laste van Hoogesteger B.V. onder [L] gelegde conservatoire derdenbeslag op;

veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van Hoogesteger B.V. begroot op € 1.388,25;

in reconventie

heft het door Hoogesteger B.V. ten laste van [gedaagde in conventie] gelegde conservatoire beslag op het motorschip [D] op;

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2009