Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BJ3804

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
27-07-2009
Datum publicatie
27-07-2009
Zaaknummer
12715450-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft het weinig weerbare slachtoffer geschopt en geslagen, waarna deze ook van de mededader van verdachte een paar flinke vuistslagen heeft gekregen.

Dit heftige, aanhoudende geweld heeft geleid tot de dood van het slachtoffer.

Kort daarvoor heeft verdachte de huisgenote van het dodelijk getroffen slachtoffer ernstig mishandeld door haar in het gezicht en op het lichaam te schoppen en te slaan.

De rechtbank acht medeplegen van doodslag en poging tot zware mishandeling bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/715450-08 (P)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 juli 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte 1],

geboren op [1975],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zuid West, Huis van Bewaring Torentijd, Torentijdweg 1 te Middelburg,

raadsman mr. M. Harte, advocaat te Terneuzen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is op tegenspraak inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 juli 2009, waarbij de officier van justitie mr. Bethlehem en de verdediging hun standpunten hebben kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 23 april 2009 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het wetboek van strafvordering.

Aan verdachte is ten laste gelegde dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met

dat opzet (telkens) die [slachtoffer 1] een of meerma(a)l(en) met kracht (met geschoeide

voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam geschopt en/of getrapt en/of

een of meerma(a)len met kracht op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam

gestompt en/of geslagen en/of (en in elk geval) (gewelddadige) (andere)

handeling(en) verricht en/of aangewend tegen die [slachtoffer 1],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1]

van het leven te beroven, met dat opzet met (een of meer van) zijn

mededader(s) en/althans alleen (telkens) die [slachtoffer 1] een of meerma(a)l(en) met

kracht (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam heeft

geschopt en/of getrapt en/of een of meerma(a)len met kracht op/tegen het hoofd

en/of (overig) lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of (en in elk geval)

(gewelddadige) (andere) handeling(en) heeft verricht en/of aangewend tegen die

[slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, en/althans alleen, aan [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel heeft toegebracht (te weten -onder meer- uitgebreide

inwendige bloeduitstortingen, met name onder het harde hersenvlies -een

zogenaamde subduraal hematoom-, waardoor een zeer enstige herseninklemming is

opgetreden),

door met (een of meer van) zijn mededader(s), en/althans alleen, (telkens)

opzettelijk die [slachtoffer 1] een of meerma(a)l(en) met kracht (met geschoeide voet)

op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam te schoppen en/of te trappen en/of

een of meerma(a)l(en) met kracht op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam te

stompen en/of te slaan en/of (en in elk geval) (gewelddadige) (andere)

handeling(en) te verrichten en/of aan te wenden tegen die [slachtoffer 1],

terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] tengevolge heeft gehad;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ook terzake het onder 1 meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, en/althans alleen, (telkens) opzettelijk mishandelend

[slachtoffer 1]

een of meerma(a)l(en) met kracht (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd

en/of (overig) lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of een of

meerma(a)l(en) met kracht op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam heeft

gestompt en/of geslagen en/of (en in elk geval) (gewelddadige) (andere)

handeling(en) heeft verricht en/of aangewend tegen die [slachtoffer 1],

waardoor die [slachtoffer 1] zodanig lichamelijk letsel bekwam (te weten -onder meer-

uitgebreide inwendige bloeduitstortingen, met name onder het harde hersenvlies

-een zogenaamde subduraal hematoom-, waardoor een zeer enstige

herseninklemming is opgetreden),

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ook terzake het onder 1 nog meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 8 november 2008 tot en met 9 november 2008

te Terneuzen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans

alleen,

(hoogst) roekeloos, in elk geval zeer onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl [slachtoffer 1], in een woning, in aanwezigheid van hem, verdachte, en/of

zijn mededader(s), (gedurende een langere tijd in die periode) door een of

meer ander(en) (telkens) (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of

(overig) lichaam werd geschopt en/of getrapt en/of (telkens) op/tegen het

hoofd en/of (overig) lichaam werd gestompt en/of geslagen, in elk geval door

die ander(en) een of meer gewelddadige handeling(en) werden verricht en/of

aangewend tegen die [slachtoffer 1],

daarbij aanwezig is gebleven, en/of heeft nagelaten een of meer handeling(en)

te ondernemen om dat geweld te (laten) stoppen en/of de hulpdiensten te

waarschuwen en/of

(terwijl die [slachtoffer 1] -door dat geweld- buiten bewustzijn was geraakt) een of

meer emmers (koud) water over die [slachtoffer 1] heeft uitgegoten, althans heeft laten

uitgieten en/of die [slachtoffer 1] in (kennelijk) zorgwekkende/bewusteloze toestand

(met natte kleding in een koude kamer) gedurende de nachtelijke uren (alleen,

in onbewaakte en/of hulploze toestand, in elk geval verstoken van -medische-

hulp) heeft achtergelaten,

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die [slachtoffer 1] zodanig letsel

heeft bekomen dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 307 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

(telkens) opzettelijk heeft deelgenomen aan een aanval, waarin (verder)

[mededader] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2], in elk

geval een of meer (andere) perso(o)n(en) gewikkeld waren,

welke aanval (onder meer) bestond uit het een of meerma(a)l(en) schoppen en/of

trappen en/of stompen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam

van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],

welke aanval de dood van die [slachtoffer 1] tengevolge heeft gehad;

art 306 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet (telkens) die [slachtoffer 2] een of meermalen met kracht (met geschoeide

voet) op/tegen het hoofd/in het gezicht en/of (overig) lichaam heeft getrapt

en/of geschopt en/of op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam heeft gestompt

en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en voor zover terzake het onder 3 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [slachtoffer 2], (telkens) een of

meermalen met kracht (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd/in het gezicht

en/of (overig) lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of op/tegen het hoofd

en/of (overig) lichaam heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte ] zich tezamen en in vereniging met zijn mededader [mededader] heeft schuldig gemaakt aan de hem onder 1 primair tenlastegelegde doodslag op het slachtoffer [slachtoffer 1].

Daarnaast acht zij bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deelneming van de onder 2 tenlastegelegde aanval op de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Ook het onder 3 primair tenlastegelegde, de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer [slachtoffer 2], kan haar inziens wettig en overtuigend worden bewezen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle onder 1 tenlastegelegde varianten, alsmede van de feiten 2 en 3 primair. Een veroordeling voor feit 3 subsidiair, de mishandeling van [slachtoffer 2] kan bewezen worden, aldus de raadsman.

Verdachte heeft verklaard het slachtoffer [slachtoffer 1] niet te hebben mishandeld. Wel was hij er bij aanwezig toen het slachtoffer [slachtoffer 1] door [mededader] werd mishandeld, waarbij dusdanig verwondingen zijn ontstaan dat het slachtoffer [slachtoffer 1] onder meer bloedde uit zijn mond. [verdachte ] heeft het slachtoffer rechtgezet op de bank omdat hij steeds omviel. Hierbij moet een druppel bloed uit de mond van [slachtoffer 1] op de schoenveter van [verdachte ] terechtgekomen zijn.

De voor [verdachte ] belastende verklaringen van [slachtoffer 2] kunnen wegens de onbetrouwbaarheid en het kennelijk leugenachtige karakter niet bijdragen aan het bewijs.

De verklaringen van [mededader] kunnen volgens de raadsman niet meewerken aan het bewijs omdat hij medeverdachte is in de zin van artikel 341 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

De verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] zijn eerder ontlastend dan belastend voor verdachte.

Verdachte heeft niet bijgedragen aan de dood van het slachtoffer [slachtoffer 1]. Er is evenmin sprake van een bewuste samenwerking van [verdachte ] met de andere dader.

4.3 Bewijsoverwegingen

De eerste vraag die moet worden beantwoord is welke getuigenverklaringen betrouwbaar te noemen zijn.

De rechtbank acht evenals de raadsman de verklaringen van [slachtoffer 2] onbetrouwbaar. De getuige heeft zeer draaiend verklaard, nu eens zeer gedetailleerd, dan weer heeft zij te kennen gegeven alles volkomen kwijt te zijn, mogelijk als gevolg van overmatig drankgebruik, angst en een black-out. Haar verklaringen zijn bovendien op diverse onderdelen tegenstrijdig.

De rechtbank zal haar verklaringen voor het bewijs buiten beschouwing laten.

Van alle getuigen is [getuige 1] het meest consistent in zijn verklaringen, zodat die als basis voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Ook de verklaringen van [getuige 2] zijn voldoende betrouwbaar.

De rechtbank overweegt vervolgens dat [mededader] in eerste instantie verklaringen heeft afgelegd die onwaarheden ten aanzien van zijn eigen rol bevatten. Zo heeft hij geprobeerd onder de feiten uit te komen en de schuld op verdachte [verdachte ] te schuiven door te stellen dat hij ten tijde van de feiten bij zijn vriendin [getuige 3] verbleef en later, toen die stelling niet hield, in Middelburg bij [getuige 1] en [getuige 2]. Zijn derde en latere verklaringen komen in hoofdlijnen en op verscheidene details overeen met de verklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en verdachte [verdachte ], alsmede met de letselbeschrijvingen en de bevindingen van de getuige-deskundige dr. Kubat. Het oordeel dat die verklaringen van [mededader] betrouwbaar zijn, leidt ertoe dat de rechtbank deze verklaringen voor het bewijs van de tenlastegelegde feiten kan, en ook zal, gebruiken.

De verklaring van [mededader] over het optreden van [verdachte ] ten opzichte van [slachtoffer 2] stemmen overeen met de medische bevindingen en zijn ook betrouwbaar.

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte] zal door de rechtbank wel worden gebruikt. De zaak tegen verdachte [verdachte ] is gelijktijdig, maar niet gevoegd met de zaak van [mededader] behandeld, hetgeen betekent dat de door hen tegenover de politie afgelegde verklaringen over en weer in elkaars zaak mogen worden gebruikt.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

Op 9 november 2008 om 12.40 uur werd door verbalisanten in de woning van [slachtoffer 2] aan de [adres] het levenloze lichaam van een man aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat het slachtoffer geïdentificeerd kon worden als [slachtoffer 1], geboren op [1964]. Het slachtoffer was op een niet natuurlijke wijze overleden. In het kader van het onderzoek dat is gevolgd naar de gebeurtenissen op 8 november 2008, is ook aangifte gedaan door [slachtoffer 2] van (zware) mishandeling.

Op die 8e november 2008 zijn in de woning van [slachtoffer 2] zes personen aanwezig geweest, te weten de bewoonster [slachtoffer 2], haar neef en huisgenoot verdachte [medeverdachte] en huisgenoot [slachtoffer 1] . Van ongeveer 13.00 uur tot ongeveer 18.00 uur is [verdachte] in de woning op bezoek geweest en van 16.00 uur tot 22.00 uur waren ook [getuige 2] en [getuige 1] op bezoek in de woning.

(Feit 3)

[verdachte ] heeft verklaard dat hij in de middag onenigheid had gekregen met [slachtoffer 2] over oorbellen en dat hij [slachtoffer 2] een aantal malen tegen haar benen heeft geschopt . [mededader] heeft verklaard dat [verdachte ] niet alleen tegen de benen van [slachtoffer 2] heeft geschopt maar dat [verdachte ], terwijl hij zijn schoenen aan had, haar ook in haar gezicht heeft geschopt en haar met gebalde vuisten in het gezicht heeft geslagen . Ook [getuige 1] heeft gezien dat [verdachte ] [slachtoffer 2] heeft toegetakeld, dat hij haar in haar gezicht sloeg . Uit de medische verklaring blijkt dat [slachtoffer 2] op 9 november 2008 bloeduitstortingen in het gezicht, rond de ogen, rechts naast de neus, rechterwang en rechts in de hals had en de foto’s van [slachtoffer 2], opgenomen in het losse proces-verbaal van technische ondersteuning, laten aan duidelijkheid weinig te wensen over. De rechtbank acht dan ook niet aannemelijk dat de verklaring van [verdachte ] op dit punt de volledige waarheid bevat. Op grond van de omvang en de aard van het letsel en de verklaring van [mededader] en die van [getuige 1] over de wijze van mishandelen komt de rechtbank tot het oordeel dat [verdachte ] willens en wetens de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen heeft dat hij [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarmee is het onder 3 primair ten laste gelegde bewezen.

(Feit 1)

[mededader] heeft verklaard dat [verdachte ] [slachtoffer 1] met zijn vuisten heeft geslagen, terwijl deze op de bank zat. Ook heeft [mededader] verklaard dat [verdachte ] [slachtoffer 1] van de bank op de grond heeft getrokken en hem heeft geschopt in zijn linkerzij, tegen zijn benen en tegen zijn hoofd, waarna [verdachte ] [slachtoffer 1] naar de keuken heeft gesleept. Op de schoenveter van verdachte [verdachte ] zijn bloedsporen aangetroffen die afkomstig zijn van het slachtoffer [slachtoffer 1].

[mededader] zegt dat hij zelf [slachtoffer 1] met zijn vuisten ook rake slagen heeft gegeven . [verdachte ] heeft verklaard dat hij dit ook gezien heeft .

Toen [getuige 1] en [getuige 2] om ongeveer 16.00 uur in de woning zijn gekomen, troffen zij [slachtoffer 1] op de keukenvloer aan met dikke wangen en bloed uit de mond. [getuige 1] verklaarde dat [verdachte] hem over de man op de grond gezegd heeft dat hij dat had gedaan en dat [medeverdachte] hem gezegd heeft: “Dat hebben wij ([medeverdachte] en [verdachte]) gedaan”.

Op een gegeven moment is [verdachte ] weggegaan. Volgens [getuige 1] en [getuige 2] was het toen ongeveer 18.00 uur .

Daarna heeft [mededader] [slachtoffer 1] twee vuistslagen op zijn gezicht gegeven en daarbij heeft hij tegen [slachtoffer 1] gezegd: morgen heb je een paar grote kijkers. Daarna gaf [mededader] weer een vuistslag op de neus van [slachtoffer 1] en die slag was harder dan normaal. Ook [getuige 1] zelf heeft met een van zijn vuisten een stoot tegen de kin van [slachtoffer 1] gegeven. [mededader] heeft dat gezien en ook [getuige 2] heeft hierover verklaard.

Om 22.00 uur zijn [getuige 1] en [getuige 2] weer naar Middelburg vertrokken. . [getuige 2] heeft verklaard dat het slachtoffer [slachtoffer 1] toen nog wel leefde. Hij was nog bij bewustzijn. Dat heeft ze afgeleid uit het feit dat hij, zij het moeizaam, nog een biertje dronk.

[slachtoffer 1] is overleden tussen 8 november 2008, 17.23 uur en 9 november 2008, 04.23 uur en de doodsoorzaak was een herseninklemming, (acuut subduraal hematoom) opgetreden ten gevolge van een heftig botsend geweld op het hoofd. De aanwezigheid van bloed in de hersenen buiten de bloedvaten veroorzaakt druk en dat leidt weer tot een oedeem en beide omstandigheden bij elkaar leiden tot een zeer grote inklemming van de hersenen. De centra voor ademhaling en hartslag, die allebei in de hersenstam zetelen, functioneerden daardoor niet. Dit heeft geleid tot het overlijden van [slachtoffer 1].

Het letsel dat tot de dood heeft geleid kan in verschillende tempi zijn ontstaan en daarmee wordt bedoeld dat het letsel op verschillende momenten, langer of korter na elkaar, is toegebracht. De dood kan bij een dergelijk letsel na enkele minuten intreden, maar ook na anderhalve dag. Niet is vast te stellen door welke geweldsinwerking precies de dood is ingetreden. In het rapport was vermeld dat niet kon worden uitgesloten dat het letsel door een val is opgetreden, maar ter zitting heeft de patholoog anatoom verklaard dat het geconstateerde letsel niet kan zijn ontstaan door een val van een bank of door struikelen, omdat de energie vrijkomend door het eigen lichaamsgewicht daarvoor niet groot genoeg is. Een deel van de letsels aan het hoofd was a-typisch voor vallen, zoals het brilhematoom. Ook het letsel aan de onderbuik waarbij letsel tot aan de achterwand is vastgesteld kan niet door een val of struikelen zijn veroorzaakt. De stelling dat de dood van [slachtoffer 1] is ingetreden doordat het slachtoffer is gestruikeld wordt dus geenszins gesteund door de getuige deskundige.

De rechtbank stelt op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat [mededader] en [verdachte ] beiden heftig geweld hebben gebruikt jegens [slachtoffer 1]. [verdachte ] heeft dit vooral gedaan vóór de komst van [getuige 1] en [getuige 2] en [mededader] grotendeels erna. Ieder van hen heeft door het heftige geweld dat hij zelf heeft gebruikt al willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij dodelijk letsel zou toebrengen. Nu [mededader] bovendien wist wat er aan zijn handelingen voorafgegaan was en nu [verdachte ] heeft gezien dat [mededader] verder ging met het gebruiken van geweld jegens [slachtoffer 1], hebben zij hun acties aan elkaar gekoppeld en hebben ze daardoor de nog grotere kans op het overlijden van het slachtoffer willens en wetens aanvaard. Hoewel ze geen uitgesproken gezamenlijk plan hebben gemaakt, zijn zij in de uitvoering van hun voornemen zo nauw en volledig gaan samenwerken dat er sprake is van medeplegen.

(Feit 2)

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat vastgesteld kan worden dat [verdachte ] op enig moment [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld en dat later [mededader] en [getuige 1] [slachtoffer 1] hebben mishandeld. Nu het gelijktijdig handelen van de deelnemers aan een aanval in de zin van art. 306 van het wetboek van strafrecht van essentieel belang is en dit artikel op dat punt meer eist dan bij medeplegen van geweldsdelicten het geval is, en nu hooguit bewezen kan worden dat een deel van het door ieder gebruikte geweld in aanwezigheid van de ander is gepleegd en niet dat zij tezamen een aanval op een derde hebben geopend, dient verdachte van feit 2 te worden vrijgesproken.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1 primair.

op 8 november 2008 te Terneuzen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of zijn mededader met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen met kracht (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam geschopt en/of getrapt en meermalen met kracht op/tegen het hoofd en overig lichaam gestompt en/of geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

3 primair

op 8 november 2008 te Terneuzen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] met kracht (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd/in het gezicht en/of (overig) lichaam heeft getrapt en/of geschopt en op/tegen het hoofd en overig lichaam heeft gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Omtrent verdachtes geestvermogens ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde zijn twee gedragsdeskundige rapportages opgemaakt.

Het betreft de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 21 januari 2009, opgemaakt door

Masthoff, psychiater, en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 2 februari 2009, opgemaakt door Neissen, psycholoog.

De conclusies van deze rapporten luiden, zakelijk weergegeven, dat ten aanzien van verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten geen sprake was van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over en is met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte van oordeel dat het bewezenverklaarde aan verdachte volledig kan worden toegerekend.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van voorarrest.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van alle feiten met uitzondering van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde feit.

Hij heeft in het verlengde van zijn bovenaangehaalde standpunt geconcludeerd tot het volstaan met een onvoorwaardelijke detentie die minder, dan wel gelijk moet zijn aan de door verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

Hij heeft tevens verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen met ingang van het tijdstip waarop de rechtbank uitspraak doet, te weten 27 juli 2009.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Mishandeling is een ernstig feit, terwijl doodslag in ons strafrechtstelsel wordt beschouwd als één van de ernstigste misdrijven. Voor nabestaanden en voor de samenleving in het algemeen is doodslag een schokkend en zeer ernstig feit.

Verdachte heeft geen enkel respect voor andermans leven getoond toen hij uit boosheid met geweld is tekeer gegaan tegen [slachtoffer 2], waarna de toch al weinig weerbare [slachtoffer 1] het heeft moeten ontgelden. Voor [slachtoffer 2] is het gebleven bij (ernstig) letsel. [slachtoffer 1] heeft het aanhoudend gewelddadig gedrag van verdachte en diens mededader echter met de dood moeten bekopen.

Het nemen van een leven van een ander is een zo ernstig strafbaar feit dat in beginsel alleen een langdurige gevangenisstraf in aanmerking komt.

Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, zoals hierboven beschreven, en met het feit dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Daarnaast heeft zij rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een zwaardere gevangenisstraf moet worden opgelegd dan de officier van justitie heeft geëist, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie en hoewel van feit 2 wordt vrijgesproken, geen ruimte voor een lichtere sanctie.

Hierbij hebben straffen die doorgaans voor levensdelicten worden opgelegd het uitgangspunt gevormd. Verder is geen speciale reden gebleken om daarvan ten voordele van verdachte af te wijken.

Het verzoek van de raadsman ten aanzien van de voorlopige hechtenis zal dan ook niet worden gehonoreerd.

De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

1 primair Medeplegen van doodslag;

3 primair Poging tot zware mishandeling.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Meeuwis, voorzitter, mr. De Jager en mr. Walther, rechters, in tegenwoordigheid van Heberlein-Guiran, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 juli 2009.

Mr. Walther is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.