Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BJ3349

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
61898/ HA ZA 08-119
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BP4008, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen zijn broers en zusters van elkaar. Na het overlijden van hun moeder hebben partijen en hun vader tijdens een familie bespreking afspraken gemaakt over de overdracht van het door vader gedreven landbouwbedrijf aan gedaagde. Het landbouwbedrijf maakte deel uit van de ontbonden huwelijkse goederen gemeenschap van vader en zijn overleden echtgenote, waarin ook eisers gerechtigd waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

61898 / HA ZA 08-119

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 61898 / HA ZA 08-119

Vonnis van 4 februari 2009

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te Herwijnen,

2. [eiser 2],

wonende te Goes,

3. [ eiser 3],

wonende te Wemeldinge,

eisers,

advocaat mr. K. van Overloop,

tegen

[ gedaagde],

wonende te Kapelle,

gedaagde,

advocaat mr. V. Jongepier.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 22 oktober 2008

het proces-verbaal van comparitie van 19 januari 2009.

De feiten

Partijen zijn broers en zusters van elkaar. Na het overlijden van hun moeder hebben partijen en hun vader, [L] sr., tijdens een familiebespreking afspraken gemaakt over de overdracht van het door [L] sr. gedreven landbouwbedrijf aan [de familie]. De landbouwbedrijf maakte deel uit van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van [L] en zijn overleden echtgenote, waarin ook eisers gerechtigd waren. Notaris mr. J. Gmelich Meijling heeft een akte van verdeling met een volmacht opgesteld en deze akte en volmacht aan alle partijen toegezonden. Eisers sub 1 heeft de akte met volmacht ondertekend en op 20 december1996 aan de notaris geretourneerd met een brief met de volgende inhoud:

Geachte Heer,

Ingesloten zend ik U de volmacht getekend en voorzien van een voorbehoud als omschreven retour.

Door mij zijn een aantal aanvullingen met pen aangegeven en geparafeerd.

T.a.v. het voorgenoemde voorbehoud, het volgende:

Tijdens de familie bespreking is overeengekomen dat indien mijn broer [gedaagde] de door hem via deze akte van mijn vader verkregen gronden verkoopt, de boekwinst over deze gronden gelijkelijk over de vier kinderen [gedaagde], [eisers], verdeeld wordt.

Dit is niet in de akte opgenomen

Ik verzoek U dit alsnog op te nemen, danwel in een aparte akte vast te leggen.

Ik zie uw verder berichten met belangstelling tegemoet en rest mij nog U een goede kerst en jaarwisseling toe te wensen.

Met vriendelijke groeten,

[eiser 1 met adres]

Kandidaat-notaris mr. G.L.F. Sarneel heeft vervolgens op 24 december 1996 aan [L] geschreven:

Naar aanleiding van een opmerking van uw dochter, [eiser 1], heb ik in de akte thans een verrekenbeding opgenomen voor het geval uw zoon de gronden zou vervreemden.

Uw zoon en aan de heer [V] heb ik ook een nieuw ontwerp gezonden.

Ik stel voor dat de akte getekend wordt op 31 december om 10.30 uur. Mocht deze tijd u niet schikken, dan verzoek ik u vriendelijk om vrijdag a.s. contact met mij op te nemen.

De akte van verdeling is verleden op 30 december 1996. In deze akte is het volgende beding opgenomen:

“voorts verklaarden de comparanten te zijn overeengekomen, dat indien de comparant sub 2 genoemd of diens rechtverkrijgenden onder algemene titel hierna te noemen: de eigenaar, binnen tien jaar na heden overgaat tot vrijwillige vervreemding waaronder begrepen uitgifte in erfpacht of opstal en overdracht in economische eigendom van het geheel of een gedeelte van de door hem bij deze verkregen registergoederen, dient de meerwaarde (zijnde het verschil tussen de huidige verkrijgingsprijs en de alsdan te ontvangen koopsom na aftrek van de thans en alsdan verschuldigde notariskosten en alle eventueel verschuldigde belastingen, hoe ook genaamd en om welke reden ook geheven) te worden uitbetaald aan de volmachtgevers sub 3a tot en met 3c (…)”

(…)

Ingeval van onteigening en van vervreemding al dan niet ter voorkoming van onteigening blijft de verrekening voorlopig achterwege, indien de eigenaar binnen drie jaar na vervreemding de opbrengst van het onteigende of vervreemde registergoed besteedt voor verkrijging van ander registergoed ten behoeve van zijn bedrijf, een en ander onder voorwaarde echter, dat hij zich verbindt tot nakoming van gelijke verplichtingen onder dezelfde bepalingen als hiervoor vermeld ten aanzien van het alsdan door hem verkregen registergoed.

(…)

[gedaagde] heeft twee percelen die onder de werking van de akte van verdeling vallen verkocht aan de gemeente Kapelle. Op 6 maart 2007 heeft de juridische levering plaatsgevonden.

H[eisers] vorderten samengevat – vernietiging van beding en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 136.100,44, danwel een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vaststellen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2007 tot de dag der voldoening, vermeerderd voorts met een boete van € 22.689,01, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2007 tot de dag der voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betekening van dit vonnis alsmede tot betaling van de nakosten die worden begroot op €[eisers] leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. Tijdens de familiebespreking op 29 september 1996 hebben vader en de kinderen afgesproken dat de bij vervreemding van gronden de boekwinst over de vier kinderen zou worden verdeeld. Bij deze bijeenkomst waren vader en alle kinderen aanwezig. Naar aanleiding van die afspraak heeft eiseres sub 1 bij het door haar ontvangen concept een voorbehou[eisers] hebben naar aanleiding van de brief van eiseres sub 1 nooit een aangepast concept ontvangen. Eerst op 16 november 2005 hebben zij een afschrift van die akte ontvangen. Die akte bevat een ander beding dan partijen waren overeengekomen. Het in de akte opgenomen vervreemdingswinstbeding is voor hen veel nadeliger. De door [gedaagde] verkochte percelen die onder het beding vielen hadden een oppervlakte van 12.693 m2. De verkoopprijs bedroeg € 15,00 per centiare. De totale opbrengst bedroeg € 190.395,00. De percelen zijn destijds aan [gedaagde] toebedeeld voor € 8.927,74. De door [gedaagde] gerealiseerde winst bedraagt derhalve € 181.467,26. Op grond van de akte van verdeling is [gedaagde] daarnaast een boete verschuldigd van € 22.689,01.

[gedaagde] voert verwe[eisers], [L] en hem is een akte van verdeling opgesteld. De door [L] aan hem over te dragen onroerende zaken maakten deel uit van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap w[eisers] gerechtigd waren. De notaris[eisers] een volmacht g[eisers] hebben deze volmacht ondertekend teruggezonden. Eiseres sub 1 heeft daarnaast nog een brief gezonden aan de notaris, waarin zij de notaris heeft verzocht een vervreemdingsbeding op te nemen, hetgeen ook is gebeurd. De notaris heeft aan het verzoek van eiseres sub 1 voldaan. Indien zij het met de gang van zaken niet eens was had zij de volmacht niet moeten ondertekenen. Het had op [eisers] gelegen om zelf contact op te nemen met de notaris. Zij hebben de akte op 16 november 2005 ontvangen. Zij hadden ook toen contact op kunnen nemen met hun broer. [gedaagde] betwist dat het opgenomen beding veel nadeliger is dan zou zijn overeengekomen. Partijen hebben steeds gesproken over een vervreemdingsbeding voor een periode van 10 jaar. [gedaagde] verwijst naar de als productie 1 overgelegde brief van eiseres sub 1 aan haar vader van 7 december 2005 waarin zij schrijft:

(…)

We hebben toen wel met z’n allen (dus ook [gedaagde]) afgesproken dat [gedaagde] niets meer van jou zou erven en als hij de grond zou verkopen binnen 10 jaar hij de winst met ons moest delen

(…).

De akte die de notaris heeft opgesteld komt overeen met hetgeen partijen hebben afgesproken. De akte vermeldt expliciet dat er sprake moet zijn van vrijwillige vervreemding. Hiervan was bij de verkoop van de twee percelen geen sprake. Hij heeft de percelen moeten verkopen om een onteigeningsprocedure te voorkomen. De akte van verdeling vermeldt voorts dat bij onteigening en vervreemding ter voorkoming van onteigening de verrekening voorlopig achterwege blijft indien de eigenaar binnen drie jaar na vervreemding de opbrengst besteed voor verkrijging van een ander registergoed ten behoeve van zijn bedrijf. De vraag of [gedaagde] enig [eisers] dient te voldoen kan eerst na drie jaren na verkoop van de percelen worden beantwoord. [gedaagde] was niet bekend met enige overschrijding van zijn bevoegdheid door de notaris. Er is geen sprake van bedrog, dwaling of misbruik van omstandigheden. Het recht om vernietiging te vorderen is in de akte uitgesloten. De akte levert dwingend bewijs op van wat partijen hebben verklaard. De in de akte opgenomen termijn is een gebruikelijke termijn. Vervreemding van de percelen heeft plaatsgevonden nadat de termijn van 10 jaar was v[eisers] hebben geen aanspraak op de boete. Er is geen sprake van niet-nakoming. Tenslotte is het [gedaagde] niet dui[eisers] de hoogte van hun vordering hebben vastgesteld. Uit niets blijkt dat hij een verkoopprijs van €15,00 per centiare heeft gerealiseerd. V[eisers] er aan voorbij dat de helft van het perceel reeds juridisch en economisch eigendom van [gedaagde] was.

De beoordeling

De st[eisers] komt er op neer dat de inhoud van de op 30 december 1996 verleden notariële akte niet overeenstemt met de afspraken die tijdens de familiebespreking op 29 september 1996, waarbij vader en de kinderen aanwezig waren, zijn gemaakt en dat bij die gelegenheid niet is gesproken over een termijn van 10 jaar, over een vrijwilige vervreemding, over een onteigening en evenmin over een verkrijging van een ander registergoed. Een notariële akte levert tussen partijen dwingend bewijs op.

Op 19 januari 2009 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Ter gelegenheid van de comparitie van pari[eisers] aangeboden tegenbewijs te leveren. Partijen zijn nog niet in de gelegenheid gesteld om op elkaars stellingen te reageren. Afgesproken is dat de[eisers] eerst tot het leveren van tegenbewijs zal toelaten en dat vervolgens de comparitie van partijen zal worden voortgezet en dat partijen bij die gelegenheid ook in de gelegenheid zullen worden gesteld op elkaars stellingen te reageren.

De beslissing

De recht[eisers] toe tot het tegenbewijs van de notariële akte voor zover daar in is opgenomen:

“voorts verklaarden de comparanten te zijn overeengekomen, dat indien de comparant sub 2 genoemd of diens rechtverkrijgenden onder algemene titel hierna te noemen: de eigenaar, binnen tien jaar na heden overgaat tot vrijwillige vervreemding waaronder begrepen uitgifte in erfpacht of opstal en overdracht in economische eigendom van het geheel of een gedeelte van de door hem bij deze verkregen registergoederen, dient de meerwaarde (zijnde het verschil tussen de huidige verkrijgingsprijs en de alsdan te ontvangen koopsom na aftrek van de thans en alsdan verschuldigde notariskosten en alle eventueel verschuldigde belastingen, hoe ook genaamd en om welke reden ook geheven) te worden uitbetaald aan de volmachtgevers sub 3a tot en met 3c (…)”

(…)

Ingeval van onteigening en van vervreemding al dan niet ter voorkoming van onteigening blijft de verrekening voorlopig achterwege, indien de eigenaar binnen drie jaar na vervreemding de opbrengst van het onteigende of vervreemde registergoed besteedt voor verkrijging van ander registergoed ten behoeve van zijn bedrijf, een en ander onder voorwaarde echter, dat hij zich verbindt tot nakoming van gelijke verplichtingen onder dezelfde bepalingen als hiervoor vermeld ten aanzien van het alsdan door hem verkregen registergoed.

bepaalt d[eisers] het tegenbewijs door middel van getuigen willen leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.C. de Regt in het gerechtsgebouw te Middelburg aan Kousteensedijk 2 op woensdag 25 maart 2009 van 09.00 uur tot 13.00 uur,

bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

b[eisers], indien zij het tegenbewijs niet door getuigen willen leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moeten opgeven,

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2009.