Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BJ2861

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-04-2009
Datum publicatie
16-07-2009
Zaaknummer
67192/ KG ZA 09-49
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

H. C. F. koopt regelmatig producten van De Bat Oostdijk BV. H. C. F. betaalt de facturen aan het haar bekende rekeningnummer van De Bat. Er bestond een samenwerkingsverband tussen De Bat en gedaagde. Nadat de samenwerking was verbroken, is het bij H. F. C. bekende rekeningnummer gaan toebehoren aan gedaagde en heeft De Bat een andere rekeningnummer gekregen. H. C. F. heeft op 16 oktober 2008 en 7 november 2008 twee facturen voor door De Bat geleverde goederen per abuis het bij haar bekende rekeningnummer voor betaling gebruikt en daardoor de betalingen aan gedaagde gedaan in plaats van aan De Bat. Gedaagde weigert de door H. C. F. abusievelijk naar haar rekening overgemaakte bedragen terug te betalen aan H. C. F.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 67192 / KG ZA 09-49

Vonnis van 24 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap

HOLLAND CAMBRIDGE FARMS B.V.,

gevestigd te Vlijmen,

eiseres,

advocaat: mr. J.L. Stoevenbeld,

tegen

de besloten vennootschap

UIENHANDEL [H.] B.V.,

gevestigd te Kloetinge, gemeente Goes,

gedaagde,

advocaat: mr. J.C.M. Nuijten.

Partijen zullen hierna HCF en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4;

- de zijdens HCF per faxbericht d.d. 16 april 2009 in het geding gebrachte producties 5 tot en met 10;

- de door mr. Nuijten per faxbericht d.d. 20 april 2009 overgelegde producties a tot en met e;

- de mondelinge behandeling van 21 april 2009 ter gelegenheid waarvan namens HCF is verschenen de heer [N], bijgestaan door mr. Stoevenbeld voornoemd. Namens [gedaagde] is verschenen de heer [[gedaagde], bijgestaan door mr. Nuijten voornoemd;

- het op de mondelinge behandeling door mr. Nuijten overgelegde afschrift van het verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag met bijlagen;

- de pleitnotities van mrs. Stoevenbeld en Nuijten.

2. De feiten

2.1 HCF koopt regelmatig producten van De Bat Oostdijk B.V. (hierna: De Bat). HCF betaalt de facturen aan het haar bekende rekeningnummer van De Bat.

2.2 Er bestond een samenwerkingsverband tussen De Bat en [gedaagde]. Nadat de samenwerking was verbroken, is het bij HFC bekende rekeningnummer gaan toebehoren aan [gedaagde] en heeft De Bat een ander rekeningnummer gekregen.

2.3 HCF heeft op 16 oktober 2008 en op 7 november 2008 twee facturen voor de door De Bat geleverde goederen willen voldoen aan De Bat. Het betreffen betalingen van respectievelijk € 23.139,80 en € 4.372,50, totaal € 27.512,30. Per abuis heeft HCF het bij haar bekende rekeningnummer daarvoor gebruikt en de betalingen aan [gedaagde] gedaan in plaats van aan De Bat. Bij de betalingen heeft HCF als geadresseerde De Bat vermeld. [gedaagde] heeft de betalingen van HCF ontvangen.

2.4 [gedaagde] weigert de door HCF abusievelijk naar haar rekening overgemaakte bedragen terug te betalen aan HCF.

2.5 Op 26 februari 2009 heeft [gedaagde] conservatoir beslag gelegd onder zichzelf, in het bijzonder op de vordering uit hoofde van een onverschuldigde betaling ad. € 27.512,30, welk bedrag [gedaagde] verschuldigd is aan HCF en welke onverschuldigde betaling bestemd is voor De Bat.

2.6 Op 15 april 2009 heeft [gedaagde] conservatoir derdenbeslag gelegd onder HCF op al hetgeen HCF verschuldigd mocht zijn, dan wel zal worden aan De Bat.

3. Het geschil

3.1 HCF vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. te bepalen dat [gedaagde] het aan haar onverschuldigd betaalde bedrag van € 27.512,30 binnen 48 uur na dagtekening van dit vonnis aan HCF dient te voldoen, te vermeerderen met de handelsrente met ingang van de dag van ontvangst door [gedaagde] tot aan de dag van algehele voldoening van voornoemd bedrag;

b. het door [gedaagde] gelegde beslag d.d. 26 februari 2009 onder zichzelf binnen 24 uur na dagtekening van het vonnis op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag of gedeelte daarvan dat het beslag nog niet is opgeheven;

c. [gedaagde] te verbieden opnieuw beslag te leggen onder zichzelf op de aan haar door HCF verrichte betaling, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag of gedeelte vanaf het moment dat het beslag wordt gelegd en zolang als het niet wordt opgeheven;

d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, onder meer bestaande uit de werkelijk gemaakte proceskosten beraamd op € 3.150,-- te vermeerderen met 6% kantoorkosten, dan wel [gedaagde] te veroordelen in de kosten conform het liquidatietarief;

e. zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter vermeent te behoren.

3.2 Ter onderbouwing van haar vorderingen heeft HCF, beknopt en zakelijk weergegeven, het navolgende aangevoerd. De betalingen aan [gedaagde] zijn onverschuldigd gedaan en moeten daarom geretourneerd worden. Het door [gedaagde] onder zichzelf gelegde beslag is niet rechtsgeldig. Tussen HCF en [gedaagde] bestaat geen overeenkomst. De betaling is onverschuldigd gedaan en uit hoofde daarvan heeft HCF wel een vordering op [gedaagde], doch deze staat los van de vordering die [gedaagde] op De Bat meent te hebben. Aangezien [gedaagde] geen vordering heeft op HCF, kon [gedaagde] geen beslag leggen op hetgeen zij aan HCF verschuldigd is. Het bedrag dat [gedaagde] ten onrechte onder zich houdt kon niet worden beslagen. Het foutief gelegde beslag ontslaat [gedaagde] niet van haar verplichting het onverschuldigd betaalde bedrag te retourneren. De Bat kan hetgeen HCF haar verschuldigd is succesvol vorderen van HCF, zonder dat HCF daarmee een titel heeft gekregen om het bedrag van [gedaagde] terug te krijgen. Zij heeft een spoedeisend belang bij het terug ontvangen van het onverschuldigd betaalde bedrag. Daarnaast heeft zij onnodig hoge kosten moeten maken vanwege een beslag dat aantoonbaar niet kleeft, doch dat niet vrijwillig wordt opgeheven.

3.3. [gedaagde] voert verweer tegen de vorderingen van HCF. Dit verweer strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van HCF in haar vorderingen, althans tot afwijzing van de vorderingen, zulks met veroordeling van HCF in de kosten van de procedure. Zij stelt allereerst dat HCF geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Aan de sommaties van De Bat dient weinig waarde te worden gehecht, aangezien De Bat zich op geen enkele wijze heeft verzet tegen het gelegde beslag op de gelden die bestemd waren voor de betaling van de vorderingen die De Bat op HCF heeft. Nu er op 15 april 2009 conservatoir derdenbeslag onder HCF is gelegd, weet De Bat bovendien dat HCF niet kan betalen.

Betwist wordt voorts dat het beslag op het bedrag dat HCF van haar tegoed heeft, foutief is gelegd. De voorzieningenrechter heeft immers, na het wettelijk voorgeschreven summiere onderzoek, rechterlijk verlof verleend tot het leggen van het beslag. Vast staat dat zij een vordering heeft op De Bat. Gelet op het op 15 april 2009 door haar onder HCF laten leggen derdenbeslag, heeft HCF geen belang meer bij onderhavige procedure.

Niet dient te worden afgeweken van het systeem van de geliquideerde kosten, aangezien er geen sprake is van onrechtmatig handelen.

4. De beoordeling

4.1 HCF heeft een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Zij heeft eind oktober en begin november 2008 twee bedragen naar het rekeningnummer van [gedaagde] overgemaakt, terwijl zij deze bedragen verschuldigd was aan De Bat. Aan [gedaagde] had zij geen schuld. [gedaagde] heeft ook erkend dat HCF een totaalbedrag van € 27.512,30 onverschuldigd aan haar heeft voldaan. HCF heeft dus recht op directe terugbetaling van de gevorderde bedragen. HCF is dan ook ontvankelijk in haar vorderingen en de vordering tot terugbetaling is eveneens toewijsbaar.

4.2 Hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd over de betrokkenheid van De Bat levert onvoldoende grond op om het onverschuldigd betaalde onder zich te houden. Zij heeft wel met verlof van de voorzieningenrechter beslag onder zichzelf gelegd voor het nu gevorderde bedrag. Het is echter duidelijk dat er gelet op wat nu bekend is, onvoldoende grond is voor dit beslag. HCF heeft in dit verband summierlijk aangetoond dat de door [gedaagde] jegens haar gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. Daarin is een reden gelegen het door [gedaagde] onder zichzelf gelegde beslag op te heffen.

4.3 Een belangenafweging maakt dit niet anders. Van HCF kan niet verlangd worden en aan De Bat en aan [gedaagde] te betalen.

4.4 Gelet op het vorenoverwogene liggen de vorderingen van HCF te bepalen dat [gedaagde] het aan haar onverschuldigd betaalde bedrag aan HCF dient te voldoen en dat [gedaagde] het onder zichzelf gelegde beslag dient op te heffen, voor toewijzing gereed. De gevorderde dwangsom zal aan een maximum worden verbonden.

4.5 De vordering van HCF [gedaagde] op straffe van een dwangsom te verbieden opnieuw beslag te leggen onder zichzelf op de door HCF verrichte betaling, zal worden afgewezen aangezien deze vordering betrekking heeft op een toekomstige onzekere gebeurtenis waarop thans niet vooruitgelopen kan worden.

4.6 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Aangezien HCF naar het oordeel van de voorzieningenrechter onnodig hoge kosten heeft moeten maken, wordt het salaris van de advocaat vastgesteld op € 1.632,00

De totale kosten van HCF worden vastgesteld op:

- dagvaardingskosten 85,98

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 1.632,00

Totaal € 1.979,98

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan HCF van € 27.512,30 binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de handelsrente hierover met ingang van de dag van ontvangst door [gedaagde] tot aan de dag van algehele voldoening;

bepaalt dat [gedaagde] het d.d. 26 februari 2009 onder zichzelf gelegde beslag binnen 24 uur na betekening van dit vonnis dient op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom van

€ 250,-- per dag of gedeelte daarvan dat het beslag nog niet is opgeheven, zulks tot een maximum van € 50.000,--;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van HCF begroot op € 1.979,98;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2009.