Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BJ2136

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
21-04-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
67230/ KG ZA 09-54
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

[eiseres in conventie] is voor 50% aandeelhoudster in Oestercultuur Maatschappij “Samenwerking B.V.”. Tevens houdt [eiseres in conventie] 48% van de aandelen in “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” Van deze vennootschap houdt [gedaagde in conventie] 52% van de aandelen.

Partijen proberen reeds geruime tijd de aandeelhoudersrelaties te beëindigen, in die zin dat [eiseres in conventie] haar aandelen in beide vennootschappen wenst over te dragen aan [gedaagde in conventie]. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt. Vervolgens is er een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank.

PricewaterhouseCoopers heeft eind november 2008 de waardebepaling van de aandelen vastgesteld. De berekening is, zo blijkt uit de brief van 13 november 2008 van PWC, conform het vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2008. De waardebepaling geeft (na correctie) een bedrag aan van € 402.446,00.

De aandelenoverdracht tussen partijen heeft nog steeds niet plaatsgevonden.

[eiseres in conventie] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

[gedaagde in conventie] te bevelen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een deugdelijke berekening te (laten) maken van de waarde van de aandelen van de “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” en de “Samenwerking B.V.”, rekening houdende met de resultaten van de ondernemingen over de jaren 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009 tot de datum van afrekening/levering, een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;

[gedaagde in conventie] te veroordelen aan [eiseres in conventie] te betalen € 402.446,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2006 tot de dag der algehele voldoening;

[gedaagde in conventie] te veroordelen in de kosten van dit geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

67230 / KG ZA 09-54

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 67230 / KG ZA 09-54

Vonnis van 21 april 2009

in de zaak van

[eiseres in conventie],

wonende te Yerseke, gemeente Reimerswaal,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. J.C. van der Tak,

tegen

[gedaagde in conventie],

wonende te Yerseke, gemeente Reimerswaal,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. J.W. van Koeveringe.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie] en [gedaagde in conventie] genoemd worden.

De procedure.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 6 april 2009 met producties;

- de bij brief van 8 april 2009 van de zijde van [gedaagde in conventie] overgelegde producties;

- de conclusie van eis in reconventie;

- de mondelinge behandeling op 14 april 2009;

- de akte tot rectificatie d.d. 14 april 2009;

- de pleitnotities van mr. Van Koeveringe voornoemd.

De feiten.

[eiseres in conventie] is voor 50% aandeelhoudster in Oestercultuur Maatschappij “Samenwerking B.V.”. Tevens houdt [eiseres in conventie] 48% van de aandelen in “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” Van deze vennootschap houdt [gedaagde in conventie] 52% van de aandelen.

Partijen proberen reeds geruime tijd de aandeelhoudersrelaties te beëindigen, in die zin dat [eiseres in conventie] haar aandelen in beide vennootschappen wenst over te dragen aan [gedaagde in conventie]. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt. Vervolgens is er een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank.

Ter comparitie van 27 januari 2004 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Zakelijk weergegeven komt de inhoud van de vaststellingsovereenkomst erop neer dat [eiseres in conventie] aandelen aan [gedaagde in conventie] zal leveren en dat [gedaagde in conventie] aan [eiseres in conventie] daarvoor een door een, door de rechtbank te benoemen, deskundige vast te stellen koopprijs zal betalen.

Verder is in artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst overeengekomen:

“[eiseres in conventie] zal geen voorstel doen tot het doen uitkeren van dividend aan haar als aandeelhouder zolang de overdracht niet heeft plaatsgevonden.”

Op 13 augustus 2008 heeft de rechtbank vonnis gewezen. In dit vonnis heeft de rechtbank overwogen:

“2.1. Ter comparitie van 27 januari 2004 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin staat: “de prijs van de aandelen zal worden bepaald door één deskundige, te benoemen door de rechtbank, die zelf de waarderingsgrondslag zal bepalen.”

De deskundige heeft in zijn eindrapporten aan die opdracht voldaan en de intrinsieke waarde van de Maatschappij voor Oestercultuur “Samenwerking B.V.” per 31 december 2003 vastgesteld op € 25.659,00. De deskundige merkt op dat het resultaat over 2004, 2005 en het lopend jaar nog verrekend moet worden conform de aandelenverhouding. De waarde van 12 aandelen “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” volgens de verbeterde rentabiliteitswaarde bedraagt € 329.826,00. Ook hier geldt dat de resultaten van de daarna nog lopende jaren verrekend moeten worden conform de aandelenverhoudingen.”

Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 13 augustus 2008 zijn partijen veroordeeld tot het verrichten van alle noodzakelijke handelingen ter uitvoering van de vaststellings-overeenkomst van 27 januari 2004.

PricewaterhouseCoopers heeft eind november 2008 de waardebepaling van de aandelen vastgesteld. De berekening is, zo blijkt uit de brief van 13 november 2008 van PWC, conform het vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2008. De waardebepaling geeft (na correctie) een bedrag aan van € 402.446,00.

De aandelenoverdracht tussen partijen heeft nog steeds niet plaatsgevonden.

Het geschil in conventie.

[eiseres in conventie] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

[gedaagde in conventie] te bevelen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een deugdelijke berekening te (laten) maken van de waarde van de aandelen van de “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” en de “Samenwerking B.V.”, rekening houdende met de resultaten van de ondernemingen over de jaren 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009 tot de datum van afrekening/levering, een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;

[gedaagde in conventie] te veroordelen aan [eiseres in conventie] te betalen € 402.446,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2006 tot de dag der algehele voldoening;

[gedaagde in conventie] te veroordelen in de kosten van dit geding.

Aan haar primaire vordering legt [eiseres in conventie] het navolgende ten grondslag. Uit het deskundigenrapport blijkt dat over de jaren na de peildatum waardebepaling het resultaat moet worden verrekend in verhouding van de aandelen die partijen bezitten. Hoewel het deskundigenrapport spreekt over de jaren 2004, 2005 en 2006 brengt volgens [eiseres in conventie] de redelijkheid met zich mee dat ook de resultaten over de boekjaren vanaf 2006 in de afwikkeling worden betrokken. Het deskundigenrapport dateert van 2006. De laksheid van de deskundige heeft ertoe geleid dat eerst medio 2008 vonnis is gewezen. Gelet hierop en omdat de onderneming vanaf het moment dat partijen een peildatum hebben gekozen op basis waarvan de berekening plaatsvond, substantieel winst heeft gemaakt, is het redelijk dat [eiseres in conventie] daarin deelt.

[gedaagde in conventie] voert verweer. [gedaagde in conventie] stelt zich op het standpunt dat het resultaat vanaf 2006 overeenkomstig de onherroepelijke uitspraak van deze rechtbank d.d. 13 augustus 2008 en de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst buiten beschouwing dient te blijven.

Het geschil in reconventie.

[gedaagde in conventie] vordert in reconventie bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [eiseres in conventie] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, uitvoering te geven aan haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst d.d. 27 januari 2004 zoals vastgelegd in het vonnis d.d. 13 augustus 2008, in het kader daarvan de aandelen aan [gedaagde in conventie] te leveren tegen betaling door [gedaagde in conventie] aan [eiseres in conventie] van de koopprijs van € 402.446,00, en ter zake de levering van de aandelen al datgene te doen dat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat binnen de hiervoor genoemde termijn, [gedaagde in conventie] de eigendom van de aandelen zal verwerven, een en ander op verbeurte van een dwangsom en met de bepaling dat, indien [eiseres in conventie] binnen de hiervoor genoemde termijn geen uitvoering heeft gegeven aan het hiervoor gestelde, één der notarissen van het kantoor Frantzen en Van Sisseren te Goes de noodzakelijke handelingen zal verrichten. Voorts vordert [gedaagde in conventie] veroordeling van [eiseres in conventie] in de kosten van het geding in reconventie.

Bij de beoordeling van het geschil zal op de reconventionele vordering, en op het door [eiseres in conventie] daartegen gevoerde verweer, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

De beoordeling.

Gelet op de samenhang van de vordering in reconventie met de vordering in conventie, zullen de geschillen tezamen worden beoordeeld.

De primaire vordering van [eiseres in conventie] strekt er feitelijk toe dat de aandelenwaardering opnieuw wordt vastgesteld. Hiervoor ontbreekt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een grondslag.

Uitgangspunt bij de afwikkeling van de aandelenoverdracht zijn het vonnis van deze rechtbank d.d. 13 augustus 2008 en het daaraan ten grondslag liggende deskundigenrapport, waaraan partijen, gelet op de tussen hen op 27 januari 2004 overeengekomen vaststellingsovereenkomst, gebonden zijn. Het vonnis en het deskundigenrapport zijn duidelijk en laten geen ruimte om thans in kort geding de aandelenwaardering opnieuw vast te stellen. Bovendien staat de tussen partijen overeengekomen vaststellingsovereenkomst eraan in de weg dat de resultaten over de boekjaren na 2006 in de afwikkeling betrokken worden. Uit de opstelling van [eiseres in conventie] blijkt dat zij van mening is dat zij aanspraak heeft op mogelijk dividend, terwijl partijen dit in artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst nu juist hebben uitgesloten zolang de overdracht niet heeft plaatsgevonden. Op grond van het vorenstaande zal de primaire vordering van [eiseres in conventie] worden afgewezen.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat de standpunten van partijen minder ver uiteen liggen dan zich in eerste instantie laat aanzien. Ter zitting heeft [eiseres in conventie] verklaard bereid te zijn de aandelen aan [gedaagde in conventie] over te dragen tegen betaling van de door de deskundige vastgestelde koopprijs van € 402.446,00, met dien verstande dat [eiseres in conventie] zich het recht voorbehoudt voor het meerdere (het resultaat vanaf het jaar 2006) een gerechtelijke procedure te entameren. Vervolgens heeft [eiseres in conventie] haar eis dienovereenkomstig verminderd. Deze meer subsidiaire vordering van [eiseres in conventie], zo hebben partijen ter zitting vastgesteld, komt inhoudelijk overeen met de vordering in reconventie van [gedaagde in conventie].

Tegen de meer subsidiaire vordering van [eiseres in conventie] heeft [gedaagde in conventie] nog wel als bezwaar aangevoerd dat toewijzing daarvan niet zal leiden tot finale kwijting over en weer.

Aan dit bezwaar gaat de voorzieningenrechter voorbij. Gelet op het declaratoire karakter daarvan leent onderhavige kort geding procedure zich niet voor het verlenen van finale kwijting.

In verband met het vorenstaande zal de subsidiaire vordering van [eiseres in conventie] tot betaling van € 402.446,00 worden afgewezen, nu hiertegenover niet de verplichting tot levering van de aandelen staat die [eiseres in conventie] houdt, terwijl partijen dit, zo is ter zitting gebleken, wel voor ogen staat.

De meer subsidiaire vordering van [eiseres in conventie] en de vordering van [gedaagde in conventie] in reconventie leiden wel tot het door partijen op dit moment gewenste resultaat, namelijk levering van de aandelen tegen betaling van de door de deskundige vastgestelde koopprijs, zodat deze voor toewijzing gereed liggen. In de omstandigheden van het geval ziet de voorzieningenrechter aanleiding partijen over en weer te veroordelen tot het verrichten van alle daarvoor noodzakelijke handelingen, een en ander in overeenstemming met het vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2008. Het vorenstaande betekent dat [eiseres in conventie] veroordeeld zal worden om de aandelen die zij houdt in “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” en de “Samenwerking B.V.” aan [gedaagde in conventie] te leveren en dat [gedaagde in conventie] veroordeeld zal worden om de koopprijs van € 402.446,00 aan [eiseres in conventie] te voldoen. Dit laat onverlet het recht van [eiseres in conventie] in een gerechtelijke procedure het meerdere te vorderen.

Het meer of anders gevorderde in conventie en in reconventie zal worden afgewezen.

Gelet op het verloop van de procedure is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren op de hierna te vermelden wijze.

De beslissing.

De voorzieningenrechter:

In conventie en in reconventie:

veroordeelt partijen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis uitvoering te geven aan hun verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst d.d. 27 januari 2004 zoals vastgelegd in het vonnis d.d. 13 augustus 2008, meer speciaal:

veroordeelt [eiseres in conventie] om aan [gedaagde in conventie] te leveren de aandelen die zij houdt in “Eensgezindheid Beheermaatschappij B.V.” en de “Samenwerking B.V.” tegen de hierna te noemen koopprijs,

veroordeelt [gedaagde in conventie] om aan [eiseres in conventie] te betalen de koopprijs van € 402.446,--,

veroordeelt partijen tot het verrichten van alle noodzakelijk handelingen ter uitvoering van het onder 6.1. bepaalde,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2009