Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BI3843

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
14-05-2009
Datum publicatie
14-05-2009
Zaaknummer
Awb 08/394
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Halfwezenuitkering. Begrip ouder in de ANW. Afstammingsrecht levert geen discriminatie op ten aanzien van kinderen geboren uit een homohuwelijk. Rechtsontwikkeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 08/394

uitspraak van de meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

(Naam),

wonende te (woonplaats), gemeente (gemeente),

eiseres,

gemachtigde (naam),

tegen

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank,

verweerder.

I. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit op bezwaar van verweerder van 10 april 2008 (hierna: het bestreden besluit).

Het beroep is op 9 april 2009 behandeld ter zitting. Eiseres is verschenen bij haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.

Ter zitting is het onderzoek gesloten.

II. Overwegingen

1. Op 6 juli 2007 heeft gemachtigde van eiseres geïnformeerd of eiseres in aanmerking komt voor een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (hierna: de ANW). Bij besluit van 12 juli 2007 heeft verweerder medegedeeld dat de dochter van eiseres (hierna: [dochter]) niet als halfwees in de zin van de ANW kan worden aangemerkt. Gelet op het verhandelde ter zitting beschouwt de rechtbank dit besluit als ingetrokken.

2. Bij besluit van 17 januari 2008 heeft verweerder eiseres bericht dat zij op de in het besluit van 12 juli 2007 vermelde grond geen recht op halfwezenuitkering heeft. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

3. Eiseres stelt dat verweerder een ongerechtvaardigd onderscheid maakt ten aanzien van kinderen geboren binnen een huwelijk. Zij verwijst naar een rapport van de commissie Kalsbeek. Het bestreden besluit is in strijd met het recht op family life, het recht op gelijke behandeling van homo- en heteroseksuelen en het belang van het kind. Voorts had verweerder volgens eiseres rekening moeten houden met ontwikkelingen in het afstammingsrecht.

De rechtbank overweegt als volgt.

4. Ingevolge artikel 22, eerste lid, van de ANW heeft recht op halfwezenuitkering de nabestaande die een halfwees heeft, jonger dan 18 jaar, die niet tot het huishouden van een ander behoort.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder e, van de ANW wordt onder halfwees verstaan: een ongehuwd kind, van wie één van beide ouders is overleden en van wie die ouder op de dag van overlijden verzekerd was op grond van deze wet en dat als gevolg van dat overlijden nog een overlevende ouder heeft.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van Protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het Twaalfde Protocol) moet het genot van elk in de wet neergelegd recht worden verzekerd zonder enige discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.

Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Twaalfde Protocol mag niemand worden gediscrimineerd door enig openbaar gezag op met name een van de in het eerste lid vermelde gronden.

5. Een halfwees is een kind van wie één van beide ouders is overleden. Het begrip ouder (vader of moeder) dient te worden uitgelegd aan de hand van de bepalingen van het afstammingsrecht. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 mei 2005, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJN: AT7628. Ingevolge artikel 1:198 van het Burgerlijk Wetboek is moeder van een kind de vrouw uit wie het kind is geboren of die het kind heeft geadopteerd. Vast staat dat de overleden echtgenote van eiseres niet op een van deze wijzen moeder van (dochter) is geworden. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat (dochter) niet als halfwees in de zin van de ANW kan worden aangemerkt. In beginsel heeft eiseres daarom geen recht op halfwezenuitkering.

6. Verweerder maakt, zoals eiseres terecht heeft gesteld, aldus – al dan niet impliciet – onderscheid tussen kinderen die worden geboren uit een huwelijk van een paar van verschillend geslacht en kinderen die worden geboren uit een huwelijk van een paar van gelijk geslacht. Als (dochter) was geboren uit een huwelijk tussen een man en een vrouw, was zij onder dezelfde omstandigheden wel als halfwees in de zin van de ANW aangemerkt, terwijl nu zij is geboren uit een huwelijk tussen twee vrouwen dat niet het geval is. In geschil is de vraag of verweerder hiermee in strijd met het verbod op discriminatie heeft gehandeld.

7. Een onderscheid naar persoonlijke kenmerken, zoals gezinssituatie, levert alleen dan discriminatie op en is alleen dan verboden indien en voor zover dit onderscheid niet door redelijke en objectieve gronden wordt gerechtvaardigd. Daarbij moet sprake zijn van een legitiem doel en moeten de gekozen middelen om dit doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 augustus 2007 (LJN: BB1528).

8. Verweerder heeft bij het bestreden besluit aansluiting gezocht bij het afstammingsrecht, waarop de ANW is gebaseerd. De vrouwelijke partner van de moeder met wie de moeder is gehuwd (hierna: de duomoeder) kan alleen door middel van adoptie een afstammingsrelatie vestigen. Het afstammingsrecht voorziet voor een duomoeder niet in ouderschap van rechtswege en ook niet in de mogelijkheid van erkenning. Het (vermoeden van) biologisch ouderschap geldt als uitgangspunt. Deze keuze van de wetgever berust naar het oordeel van de rechtbank op redelijke en objectieve gronden. Anders dan bij een heterohuwelijk kan het ontstaan van enige vorm van ouderschap binnen een homohuwelijk niet anders plaatshebben dan door tussenkomst van een derde. Adoptie maakt het mogelijk met de belangen van deze derde rekening te houden. Verweerder heeft daarom geen ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt, zodat van discriminatie geen sprake is.

9. Dat verweerder geen ongerechtvaardigd onderscheid heeft gemaakt, betekent dat het bestreden besluit evenmin in strijd met andere mensenrechten of met het belang van het kind is. Voor zover door de toepassing van het afstammingsrecht bepaalde rechten of belangen niet ten volle zijn gehonoreerd, zijn deze beperkingen toegestaan, nu de keuze van de wetgever voor het geldende afstammingsrecht op redelijke en objectieve gronden berust.

10. Het beroep van eiseres op de rechtsontwikkeling treft geen doel. Het enkele feit dat een discussie over het afstammingsrecht gaande is, maakt het door verweerder gemaakte onderscheid niet ongerechtvaardigd. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het rapport van de commissie Kalsbeek, waarnaar eiseres heeft verwezen, (nog) niet ertoe heeft geleid dat het afstammingsrecht op voor de onderhavige zaak relevante punten is gewijzigd. Voor een duomoeder is adoptie tot op de dag van deze uitspraak de enige mogelijkheid om juridisch ouder te worden.

11. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

12. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. W.M.P. van Alphen en

mr. I. Dijkman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Ruiter, griffier, en op 14 mei 2009 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: 14 mei 2009