Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BI2589

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
04-03-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
50507/ ha za 05-604
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde stelt dat er geen sprake is van een recht van erfpacht en van een recht van opstal, zoals door de rechtbank bij haar vonnis van 9 mei 2007 is overwogen, maar dat slechts sprake is van het zakelijk recht van erfpacht. Gedaagde verwijst naar de akte van levering en registratie in het kadaster. Eiseres heeft zich bij dagvaarding ook op het recht van erfpacht beroepen. Indien en voorzover eiseres jegens gedaagde al op een erfpachtrecht aanspraak zou kunnen maken dan heeft zij geen recht op vergoeding. Zij heeft dan slechts een wegnemingsrecht omdat in het onderhavige geval geen contractueel vergoedingsrecht is toegekend. De rechtbank verwijst naar en houdt zich aan hetgeen zij in haar tussenvonnissen van 9 mei en 7 november 2007 heeft overwogen en beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

50507 / HA ZA 05-604

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 50507 / HA ZA 05-604

Vonnis van 7 november 2007

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Bergen op Zoom,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J. Boogaard,

advocaat mr. E.R. Knoester te Steenbergen,

tegen

[gedaagde],

wonende te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. K.P.T.G. Flos,

advocaat mr. Chr.P. van Eeghen te Amsterdam.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 9 mei 2007;

de akte na tussenvonnis aan de zijde van [gedaagde] van 4 juli 2007;

de antwoordakte na tussenvonnis aan de zijde van [eiseres] van 1 augustus 2007;

de akte uitlating producties aan de zijde van [gedaagde] van 12 september 2007.

De verdere beoordeling

Bij tussenvonnis van deze rechtbank van 9 mei 2007 zijn partijen in de gelegenheid gesteld tot overeenstemming te komen over de waarde van de opstal. Indien de overeenstemming niet zou worden bereikt, heeft de rechtbank bepaald dat zij één of drie deskundige(n) zal benoemen om de waarde van de opstal te bepalen. In dat geval heeft [gedaagde] de gelegenheid gekregen zich uit te laten over het aantal deskundigen, de persoon van de te benoemen deskundige(n) en de vraagstelling(en) aan de deskundige(n). [eiseres] zou vervolgens in de gelegenheid worden gesteld hierop te reageren.

2.2. [gedaagde] heeft te kennen gegeven dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de waarde van de opstal. [gedaagde] heeft zich bereid verklaard tot betaling van

€ 20.000,00 plus 6% overdrachtsbelasting, zijnde de reële kosten van verwerving. Hij heeft de waarde-inschatting door [eiseres] betwist. [eiseres] heeft volgens [gedaagde] onvoldoende gesteld en aannemelijk gemaakt dat de restwaarde meer bedraagt dan de waarde c.q. kosten bij afbraak dan wel de aankoopsom van € 20.000,00.

[gedaagde] heeft de rechtbank verzocht één deskundige te benoemen. Primair heeft hij te kennen gegeven akkoord te gaan met een door de rechtbank aan te wijzen deskundige die geen banden met een van de partijen heeft. Subsidiair heeft hij verzocht een door de voorzitter van de NVM aan te wijzen onafhankelijke makelaar/taxateur te benoemen.

2.3. [eiseres] heeft de waarde-inschatting door [gedaagde] betwist. Zij heeft de waarde van de opstal, inclusief de grondwaarde van € 34.807,00, ingeschat op minimaal € 130.000,00 en zich hiervoor gebaseerd op een taxatierapport, een uitspraak van de rechtbank Middelburg, sector bestuursrecht, in een WOZ-procedure en een gestelde waardevermeerdering door opknapwerkzaamheden en de prijsstijging op de huizenmarkt.

[eiseres] heeft voorts te kennen gegeven dat met één deskundige kan worden volstaan, dat zij geen voorkeur voor een bepaalde persoon heeft en dat de deskundige, indachtig het tussenvonnis, de waarde van de opstal dient te bepalen.

2.4. De rechtbank stelt vast dat partijen niet tot overeenstemming over de waarde van de opstal zijn gekomen. Zij zal daarom, zoals aangekondigd in het tussenvonnis van 9 mei 2007 en rekening houdend met de voorstellen van partijen, overgaan tot de benoeming van één deskundige.

2.5. De heer A. Josiasse van Taxatie- & Adviesbureau Geschiere-Josiasse te Middelburg heeft telefonisch verklaard dat het hem vrijstaat om in onderhavige zaak tot deskundige te worden benoemd en daartoe ook bereid te zijn. De rechtbank zal hem dan ook tot deskundige benoemen.

2.6. Partijen hebben zich bij akte kunnen uitlaten over de vragen die aan de deskundige moeten worden voorgelegd. De rechtbank zal de hierna te formuleren vragen aan de deskundige ter beantwoording voorleggen.

2.7. De rechtbank zal bepalen dat de aan het deskundigenonderzoek verbonden kosten, in afwachting van een beslissing over de proceskosten, door [gedaagde] als meest gerede partij worden voorgeschoten.

2.8. De rechtbank brengt onder de aandacht van de deskundige dat hij bij zijn onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit het schriftelijke rapport moet blijken dat hij dat heeft gedaan. Ook dient de inhoud van de eventuele opmerkingen en verzoeken in het rapport te worden weergegeven.

De beslissing

De rechtbank

in conventie

- houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

- bepaalt dat een deskundigenonderzoek door één deskundige zal worden uitgevoerd en verzoekt de deskundige de volgende vragen te beantwoorden:

1. Wat is de waarde van de opstal, zijnde een woning, op het perceel grond, gelegen aan de [adres] Sint Philipsland?

2. Zijn er nog andere opmerkingen die u van belang acht voor deze zaak vanuit uw deskundigheid?

- benoemt tot deskundige:

de heer A. Josiasse

Taxatie- & Adviesbureau Geschiere-Josiasse

Penninghoeksingel 69

4331 PT Middelburg

T (0118) 627936

- verzoekt de deskundige een begroting van zijn kosten te maken en in te zenden aan de griffier van deze rechtbank;

- bepaalt dat, in afwachting van een beslissing over de proceskosten, door [gedaagde] een door de rechtbank, op basis van de door de deskundige aan de griffier van deze rechtbank ingezonden begroting, te bepalen voorschot ter griffie dient te worden gedeponeerd en dat het onderzoek niet zal aanvangen voordat dit is geschied;

- bepaalt dat de procureur van [gedaagde] zal zorgdragen voor spoedige toezending van (afschriften van) de processtukken aan de deskundige;

- verzoekt de deskundige een schriftelijk rapport van zijn bevindingen ter griffie te deponeren, zo mogelijk binnen tien weken na mededeling van de griffier dat het voorschot is ontvangen;

- verwijst de zaak naar de rol van 6 februari 2008 voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [gedaagde];

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2007