Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BI0474

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
08-04-2009
Zaaknummer
12/700213-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op juwelierszaak waarbij de dader op klaarlichte dag gemaskerd en gewapend de zaak is binnengelopen en onder bedreiging van het wapen trays met ringen, armbanden en kettingen heeft meegenomen.

De dader is enkele dagen tevoren door zijn mededader uit Rotterdam opgehaald en heeft van hem onderdak gekregen, evenals een wapen en maskering.

De mededader heeft de dader de weg naar de juwelierszaak gewezen, hem een fiets ter beschikking gesteld en hem na afloop opgewacht om vervolgens de sieraden in Antwerpen te verkopen en de opbrengst te delen.

De rechtbank acht afpersing in vereniging bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer(s): 12/700213-08 (P)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 april 2009.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1986],

niet als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven,

verblijvende te [voorlopig adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Torentijd te Middelburg,

raadsvrouw mr. Kouijzer, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 maart 2009, waarbij de officier van justitie, mr. De Kimpe, en de verdediging hun standpunten hebben kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zichen/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden (w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en/of een of meerdere tableaus met armbanden en/of kettingen), in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een bivakmuts, althans met gezichtsbedekking over zijn hoofd de juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelierszaak] aldaar heeft betreden, en/of - een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp heeft gepakt en/of op die [slachtoffer] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden, en/of (daarbij) heeft geroepen: "Overval, overval, geef me de ringen" en/of "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en/of "Geef me de armbanden" en/of "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel" en/of "Opschieten, anders schiet ik";

en/of

hij op of omstreeks 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (grote)

hoeveelheid sieraden(w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en/of een of meerdere tableaus met armbanden en/of kettingen), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een bivakmuts, althans met gezichtsbedekking over zijn hoofd de juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelierszaak] aldaar heeft betreden, en/of

- een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gepakt en/of op die [slachtoffer] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden, en/of (daarbij) heeft geroepen: "Overval, overval, geef me de ringen" en/of "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en/of "Geef me de armbanden" en/of "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel" en/of "Opschieten, anders schiet ik";

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het subsidiair tenlastegelegde feit, diefstal door twee of meer verenigde personen, bewezen. Zij acht voor het medeplegen de samenwerking tussen beide daders zodanig nauw en de rol van verdachte zodanig groot dat de rol van verdachte gelijkwaardig is aan die van zijn mededader. Verdachte heeft daadwerkelijk de overval uitgevoerd, waartoe hij door zijn mededader in staat werd gesteld.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft geen bewijsverweren gevoerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt de volgende feiten vast.

Op 4 juli 2008 kwam een man de juwelierszaak van mevrouw [slachtoffer] in de [adres juwelierszaak] te Vlissingen binnen. Hij richtte een pistool op de eigenaresse en zei: “Overval, overval, geef me de ringen, anders schiet ik je, geef me de ringen”. Nadat de eigenaresse de ringen gaf, zei hij “geef me de armbanden” en “ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel. Opschieten, opschieten, anders schiet ik” waarbij hij doorlopend zijn pistool op [slachtoffer] richtte. Hij stopte de ringen, trays met armbanden en kettingen in zijn rugzak en rende de winkel uit. Verdachte heeft bekend dat hij de juwelierszaak heeft overvallen en dat hij zelf over de toonbank heen de trays met armbanden en kettingen heeft gepakt, omdat [slachtoffer], naar zijn zeggen, als “bevroren” stond, en de sieraden in zijn rugzak stopte, waarna hij de winkel uitrende en met de fiets naar de [logeeradres] ging, alwaar verdachte [mededader] hem met diens auto opwachtte. Zij reden op voorstel van [mededader] naar Antwerpen waar zij de sieraden verkochten. De opbrengst deelden zij, ieder de helft, te weten per persoon € 2.500,--.

Beide verdachten hebben nog ieder een gouden ring voor zichzelf achtergehouden. Vast is komen te staan dat de dag voorafgaand aan deze overval twee personen in de juwelierszaak zijn geweest, te weten [mededader] en [verdachte].

Voorts is komen vast te staan dat [mededader] enkele dagen voor de overval op 1 juli 2008 [verdachte] in Rotterdam met de auto heeft opgehaald. [mededader] regelde in Vlissingen aan de [logeeradres] een slaapplaats voor [verdachte], liet hem onder meer de juwelierszaak zien, stelde hem op de ochtend van de overval een fiets ter beschikking, reed hem voor naar de juwelier, wachtte hem met de auto op, bracht hem naar Antwerpen om de buit te verkopen. De opbrengst werd in gelijke porties gedeeld. Het luchtdrukpistool dat [verdachte] bij de overval gebruikte was eveneens van [mededader]. [verdachte] droeg een panty over zijn hoofd, afkomstig uit het huis van [mededader]. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde –afpersing- bewezen, nu aangeefster onder bedreiging van het pistool gedwongen werd de ringen af te geven en zij heeft moeten gedogen dat verdachte zelf de armbanden en kettingen heeft weggenomen.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

hij op 04 juli 2008, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich

en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden (w.o. ringen (ongeveer 118 stuks) en tableaus met armbanden en kettingen), toebehorende aan [slachtoffer], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,verdachte :

- met gezichtsbedekking over zijn hoofd de juwelierszaak van die [slachtoffer] aan de [adres juwelierszaak] aldaar heeft betreden, en

- een pistool heeft gepakt en op die [slachtoffer] heeft gericht en gericht heeft gehouden, en daarbij heeft geroepen: "Overval, overval, geef me de ringen" en "Anders schiet ik je, geef me de ringen" en "Geef me de armbanden" en "Ook de kettingen, ook de kettingen, snel, snel, snel" en "Opschieten, anders schiet ik";.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen

een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest, met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot € 5.566,49 in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel, en teruggave van het beslag aan de eigenaar.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft, onder verwijzing naar de strafmaat in vergelijkbare zaken, een lagere straf bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte geen daadwerkelijk geweld tegen de eigenaresse heeft gebruikt of vernielingen heeft aangericht. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat verdachte als kind van verslaafde ouders een slechte start heeft gehad. Hij is door de kinderrechter veroordeeld voor strafbare feiten, maar is sedertdien niet meer met justitie in aanraking gekomen. De raadsvrouw acht een reclasseringscontact nuttig als hulp bij het opbouwen van een eerlijk bestaan.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte en zijn mededader zijn wel zeer gemakkelijk overgegaan tot de beroving van de juwelierszaak. Zij hebben daarbij alleen aan de oplossing van hun eigen financiële problemen gedacht en kennelijk in het geheel niet stilgestaan bij de gevolgen die een gewapende en gemaskerde overval, zoals hier aan de orde, heeft voor het slachtoffer. Het spreekt voor zich dat een dergelijke overval, mede gelet op de wijze waarop deze is uitgevoerd, voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring is geweest. Het slachtoffer, dat alleen in de winkel aanwezig was, zag zich op klaarlichte dag geconfronteerd met een gemaskerde man met een pistool, die er binnen enkele minuten met haar voorraad aan ringen, armbanden en kettingen vandoor is gegaan. Zij is blijkens haar op de zitting voorgelezen verklaring niet alleen materieel zeer benadeeld, maar zij is door de overval bang geworden om haar werk te doen en heeft professionele hulp nodig om te kunnen blijven functioneren. Het slachtoffer, van Hindoestaans-Surinaamse afkomst voelt zich extra gekwetst, omdat deze overval is uitgevoerd door iemand met een Surinaamse achtergrond. Zij kent bovendien medepleger [mededader] en diens familie. De rechtbank houdt ten nadele van verdachte ernstig rekening met deze gevolgen voor het slachtoffer.

Anderzijds houdt zij ten gunste van verdachte rekening met het feit dat verdachte als volwassene niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank zal aan verdachte een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met als bijzondere voorwaarde dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland. Zij acht met name de COVA-training, zoals in het Plan van Aanpak beschreven, van belang voor verdachte opdat zijn denkpatronen rondom crimineel gedrag zullen veranderen. Bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Zij is daarbij tot een lagere straf gekomen dan door de officier van justitie is geëist.

8 De benadeelde partij.

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 5.566,49 terzake van het feit.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde acht zij voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de hiervoor toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

9 Het beslag

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan [slachtoffer], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart dat het aldus bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een training cognitieve vaardigheden (COVA);

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten

1.00 STK Ring, Indiaan;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres slachtoffer] van de som van € 5.566,49, terzake van materiële schade en immateriële schade, te vermeerderen met de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door zijn mededader is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], [adres slachtoffer], een bedrag van € 5.566,49 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 57 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen. - verstaat dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Lameijer, voorzitter, mr. Ente en mr. Woltring, rechters,

in tegenwoordigheid van Heberlein-Guiran, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 april 2009.

Mr. Lameijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.