Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BH9876

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
58160/ HA ZA 07-289
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Justion heeft met gedaagden een overeenkomst gesloten voor het opstellen van een strategisch plan, zoals vastgelegd in de door gedaagden ondertekende offerte en zij heeft gedaagden bij de strategisch oriëntatie en ontwikkeling begeleidt. Zij heeft er voor de in de dagvaarding vermelde facturen gezonden. Op de overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van justion van toepassing. Deze voorwaarden zijn bij de offerte ter hand gesteld. Op grond van deze voorwaarden zijn gedaagden bij overschrijding van de betalingstermijn van 14 dagen de wettelijke handelsagenten verschuldigd.

in conventie

Justion vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

[bakker] te veroordelen tot betaling van € 14.696,33 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een bedrag van € 2.204,45 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 5.844,30 wegens contractuele rente tot en met 20 april 2007;

[gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van € 1.954,36 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 846,31 wegens contractuele rente tot en met 20 april 2007;

[ gedaagde 3] te veroordelen tot betaling van € 2.100,24 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 722,47 wegens contractuele rente tot en met 20 april 2007;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

58160 / HA ZA 07-289

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 58160 / HA ZA 07-289

Vonnis van 14 januari 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JUSTION B.V.,

gevestigd te Middelburg,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.M. Koeveringe-van Dekker,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bakkerij (gedaagde 1)]

gevestigd te Bruinisse,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2].,

gevestigd te Bruinisse,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ gedaagde 3].,

gevestigd te Bruinisse,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. C.J. IJdema.

Partijen zullen hierna Justion, [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 10 oktober 2007

de conclusie van antwoord in reconventie

het proces-verbaal van comparitie van 23 januari 2008

de akte houdende overlegging van producties van de zijde van Justion

de akte na comparitie van [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3].

De feiten

Justion heeft met [bakker] een overeenkomst gesloten voor het opstellen van een strategisch plan, zoals vastgelegd in de door [bakker] ondertekende offerte en zij heeft [bakker] bij de strategische oriëntatie en ontwikkeling begeleid. Zij heeft daarvoor de in de dagvaarding vermelde facturen gezonden. Zij heeft met [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] een overeenkomst gesloten voor het aanvragen van de WBSO-afdrachtvermindering over 2003 en 2004. Justion heeft met [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] afgesproken dat zij15% van de toegekende subsidie in rekening zou brengen. Nadat de subsidie was toegekend heeft zij de in de dagvaarding vermelde facturen aan [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] gezonden. Op de overeenkomsten zijn de Algemene Voorwaarden van Justion van toepassing. Deze voorwaarden zijn bij de offerte ter hand gesteld. Op grond van deze voorwaarden zijn [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] bij overschrijding van de betalingstermijn van 14 dagen de wettelijke handelsrente verschuldigd.

Het geschil

in conventie

Justion vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

[bakker] te veroordelen tot betaling van € 14.696,33 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een bedrag van € 2.204,45 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 5.844,30 wegens contractuele rente tot en met 20 april 2007;

[gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van € 1.954,36 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 846,31 wegens contractuele rente tot en met 20 april 2007;

[ gedaagde 3] te veroordelen tot betaling van € 2.100,24 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 722,47 wegens contractuele rente tot en met 20 april 2007;

Justion legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] hebben de facturen zonder protest behouden. Omdat [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] niet betaalden was Justion gehouden haar vordering ter incasso in handen te geven van haar raadsvrouw.

[bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] voeren verweer. [bakker] erkent dat zij met Justion de door haar gestelde overeenkomst heeft gesloten. Justion is echter tekort geschoten bij de aanvraag van een subsidie, als gevolg waarvan de subsidie niet is verstrekt. Volgens Senter, destijds een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, voldeed de subsidieaanvraag niet aan de daaraan te stellen eisen. Elementen die wel in de offerte van Justion waren opgenomen ontbraken in de subsidieaanvraag. Een van de doelen van het strategisch plan was voorts het verkrijgen van een nieuwe financiering ten behoeve van het realiseren van strategische plannen. Het rapport is als onderdeel van een financieringsaanvraag aan meerdere banken voorgelegd. Alle banken beschouwden het rapport van Justion als niet afdoende c.q. onvolledig. In opdracht van [bakker] heeft NBC Kennis- en Adviescentrum voor [bakker] het rapport van Justion aangevuld. Op basis van het rapport van NBC heeft [bakker] wel een financiering gekregen. De facturen van NBC hebben € 8.292,75 bedragen. Naar het oordeel van [bakker] vormen deze facturen de schade die zij door toedoen van Justion heeft geleden. [bakker] heeft teveel betaald. De overeenkomst vermeldt een vaste prijs. Zij heeft het tussen partijen overeengekomen bedrag van € 23.800,00 op 28 april 2008 betaald. Daarnaast heeft zij nog voor een totaal van € 16.502,53 aan betalingen verricht voor meerwerk waarvoor zij geen opdracht had gegeven. Op 12 mei 2003 heeft Justion € 15.184,70 als zijnde ten onrechte gefactureerd terugbetaald. [bakker] heeft door toedoen van Justion een bedrag van € 11.344,50 aan subsidie misgelopen. [bakker] heeft na verrekening van Justion te vorderen € 22.421,41. Zij zal voor dit bedrag een vordering in reconventie instellen.

Justion is ook in gebreke gebleven bij het aanvragen van WBSO ten behoeve van [gedaagde 2] en [ gedaagde 3]. [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] hebben ieder door toedoen van Justion een verzuimboete opgelegd gekregen van € 1.466,33.

in reconventie

[bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] vorderen samengevat - veroordeling van Justion tot betaling van

€ 22.421,41 aan [bakker]

€ 1.466,33 aan [gedaagde 2]

€ 1.466,33 aan [ gedaagde 3]

vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de conclusie van antwoord in reconventie en met veroordeling in de kosten van de procedure. [bakker] heeft haar de vordering tot betaling van € 22.421,70 gespecificeerd als volgt:

kosten aanvullende rapportage NBC: € 8.292,75

misgelopen subsidie € 11.344,50

ten onrechte betaalde facturen € 16.502,53

opgelegde naheffing € 1.466,33

af: door Justion terugbetaald € 15.184,41 -/-

Justion voert verweer. Zij betwist dat zij tekort is geschoten. Zij heeft in de aan [bakker] uitgebrachte offerte de opdracht duidelijk omschreven. [bakker] heeft de opdracht niet gegeven onder de voorwaarde dat de kosten van het ondernemingsplan gedeeltelijk zouden worden gesubsidieerd. Het ondernemingsplan heeft ook gediend om de financiering rond te krijgen. Verschillende banken hebben de financiering afgewezen op grond van slechte resultaten en een gebrek aan zekerheden. De ABN Amrobank heeft een aanvullend onderzoek gevraagd naar de haalbaarheid van de bedrijfsvoering, met name de verkoop van appelbeignets op de nieuwe locatie door NBC Kennis-en Adviescentrum voor de [bakker]. Op basis van de rapporten heeft ABN Amro de financiering verstrekt. Justion heeft een subsidieaanvraag in het kader van de SKO-regeling ingediend bij Senter. Het is onjuist dat Justion een ondernemingsplan moest opstellen dat moest voldoen aan de eisen van de SKO. Overigens staat niet vast dat de subsidie wel was verstrekt indien het rapport had voldaan aan de eisen van de SKO-regeling. Zij betwist voorts dat de subsidie € 11.344,50 zou hebben bedragen. [bakker] had liquiditeitsproblemen. Zij kon de facturen niet betalen. Bij de subsidieaanvraag moest een betalingsbewijs worden overgelegd. Justion heeft met [bakker] afgesproken dat [bakker] de facturen zou voldoen en dat Justion het door [bakker] te betalen bedrag van € 15.184,70 vervolgens weer zou terugstorten. Zij betwist dat zij aansprakelijk is voor de door de Belastingdienst opgelegde naheffingen. Justion draagt geen verantwoordelijkheid voor de boekhouding van [gedaagde 2] en [ gedaagde 3]. Zij is niet aansprakelijk voor de verzuimboetes.

De beoordeling

in conventie

Tussen partijen staat als onweersproken vast dat [bakker] de als productie 1 aan de dagvaarding gehechte offerte van Justion om de in die offerte nader omschreven werkzaamheden uit te voeren voor € 20.000,00 heeft aanvaard, dat Justion die werkzaamheden heeft gefactureerd (productie 6) en dat [bakker] die factuur ook heeft betaald. De rechtbank zal deze facturen nader bespreken.

Factuur van 31 mei 2003 met factuurnummer [ factuurnummer] ten bedrage van € 7.772,19 (incl. BTW) Factuur van 13 juni 2003 met factuurnummer 20030221 ten bedrage van € 3.915,10 (incl. BTW)

Volgens Justion heeft de eerste factuur betrekking op de begeleiding/overleg met de ABN AMRO, overleg met Arcus Projectontwikkeling, overleg met Sagro Projectontwikkeling, correspondentie met de ABN AMRO Bank en Fortis, het uitwerken van een liquiditeitsbegroting en overleg met de heren [S]. De tweede factuur betreft volgens Justion begeleiding/adviseren bedrijfsverplaatsing /opstellen ondernemingsplan, overleg met Fortis Bank, ING Bank, Rabobank, ABN AMRO Bank, het corrigeren van het ondernemingsplan, het toezenden jaarcijfers van diverse ondernemingen behorende tot de [S] Groep, overleg met de accountant Rijkse en Partners en diverse telefoongesprekken met banken. [bakker] betwist de facturen en stelt dat uit de omschrijving van de facturen volgt dat de werkzaamheden onderdeel vormden van het strategisch plan waarvoor zij een bedrag van € 20.000,00 heeft betaald. Justion heeft met betrekking tot deze facturen het volgende gesteld: (Akte houdende overlegging producties onder 2): “De door [bakker] betaalde en bij de conclusie van antwoord overgelegde facturen betreffen andere werkzaamheden dan de hiervoor genoemde facturen en waren dus niet bij de vaste prijs inbegrepen”. Volgens deze stelling waren de bij conclusie van antwoord overgelegde facturen, die ondermeer betrekking hebben op begeleiding strategie ontwikkelingsproject bedrijfsverplaatsing, businessplan, algemene voorwaarden, niet in de vaste prijs begrepen en waren de facturen waar het hier om gaat, dat wil zeggen de factuur van 31 mei 2003 met factuurnummer [ factuurnummer] ten bedrage van € 7.772,19 en de factuur van 13 juni 2003 met factuurnummer 20030221 ten bedrage van € 3.915,10 wel begrepen in de vaste prijs voor het ondernemingsplan. Nu onweersproken vaststaat dat [bakker] de tussen partijen overeengekomen vaste prijs heeft betaald, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt - omdat de rechtbank ook uit het door Justion als productie 18 overgelegde overzicht niet kan afleiden dat de op dat overzicht vermelde werkzaamheden betrekking hebben op andere werkzaamheden dan de werkzaamheden die onderdeel vormden van het strategisch plan waarvoor [bakker] een bedrag van € 20.000,00 heeft betaald - niet in te zien op grond waarvan Justion alsnog aanspraak heeft op betaling van deze facturen. Justion heeft aldus deze vorderingen onvoldoende onderbouwd en de rechtbank zal de vorderingen daarom afwijzen.

De facturen van 10 juli 2003, factuurnummer [factuurnummer], 10 oktober 2003, factuurnummer [factuurnummer twee], 16 januari 2004, factuurnummer [factuurnummer drie], 29 juli 2004, factuurnummer [facturen vier], 22 oktober 2004, factuurnummer [factuurnummer vijf], 27 januari 2005, factuurnummer [factuurnummer zes] en de creditnota’s van 21 april 2005 en 11 juli 2005.

Deze facturen zijn gericht aan [bakker]. Justion legt aan dit onderdeel van haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde 2] een overeenkomst heeft gesloten voor het aanvragen van WBSO–afdrachtvermindering over 2003 en 2004 ten behoeve van [bakker].

De facturen van 10 juli 2003, factuurnummer [factuurnummer zeven], 10 oktober 2003, factuurnummer [factuurnummer acht], 16 januari 2004, factuurnummer [factuurnummer negen], 25 mei 2004, factuurnummer [factuurnummer 10] en de creditnota van 21 april 2005.

Deze facturen zijn gericht aan [gedaagde 2]. Justion legt aan dit onderdeel van haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde 2] een overeenkomst heeft gesloten voor het aanvragen van WBSO–afdrachtvermindering over 2003 en 2004 ten behoeve van [gedaagde 2].

De facturen van 10 juli 2003, factuurnummer [facturen 11], 10 oktober 2003, factuurnummer [factuurnummer 12], 16 januari 2004, factuurnummer [factuurnummer 13], 29, 22 oktober 2004, factuurnummer [facturen 14], 27 januari 2005, factuurnummer [facteur 15] en de creditnota van 21 april 2005.

Deze facturen zijn gericht aan [ gedaagde 3]. Justion legt aan dit onderdeel van haar vordering ten grondslag dat zij met [ gedaagde 3] een overeenkomst heeft gesloten voor het aanvragen van WBSO–afdrachtvermindering over 2003 en 2004 ten behoeve van [ gedaagde 3].

Tussen partijen staat vast dat Justion de aanvragen WBSO heeft verzorgd. De rechtbank passeert het verweer dat [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] dat zij de daarop betrekking hebbende facturen niet verschuldigd zijn omdat zij een boete opgelegd hebben gekregen van € 4.399,00. Uit het overgelegde rapport van de Belastingdienst blijkt weliswaar dat de Belastingdienst een naheffing heeft opgelegd van € 4.399,00 omdat dit bedrag ten onrechte is geclaimd, maar [bakker], [gedaagde 2], noch [ gedaagde 3] hebben iets gesteld waaruit kan volgen dat de boete het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming van de kant van Justion. De rechtbank zal de vorderingen wegens de werkzaamheden inzake WBSO-afdracht vermindering derhalve toewijzen.

[bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] hebben niet betwist dat op de overeenkomsten tussen partijen de door Justion gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing zijn. De rechtbank zal derhalve de gevorderde contractuele rente toewijzen. Nu Justion niet gespecificeerd heeft aangegeven dat de buitengerechtelijke kosten -niet zijnde de kosten ter voorbereiding en instructie van de zaak - zijn gemaakt, zal de rechtbank overeenkomstig het Rapport van de Werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak inzake de buitengerechtelijke kosten van november 2000 (Rapport Voorwerk II), het ter zake gevorderde bedrag afwijzen.

Nu ieder van partijen voor een deel in het ongelijk wordt gesteld zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in reconventie

De rechtbank komt vervolgens toe aan de beoordeling van de door [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] ingestelde vorderingen. [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] zijn niet meer teruggekomen op de stellingen van Justion dat verschillende banken de financiering hebben afgewezen op grond van de bedrijfsresultaten en het gebrek aan zekerheden en dat de ABN AMRO Bank aan de bereidheid om een financiering te verstrekken de voorwaarde verbod dat NBC Kennis- en Adviescentrum het door Justion opgestelde ondernemingsplan aanvullend zou toetsen op de haalbaarheid van de verkoop van appelbeignets op de nieuwe locatie. De rechtbank is van oordeel dat [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] aldus hun stelling dat Justion toerekenbaar tekort is geschoten, onvoldoende hebben onderbouwd. Hetzelfde lot treft de stelling dat [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] door toedoen van Justion een subsidie zijn misgelopen. Ook hier geldt immers dat Justion onweersproken heeft gesteld, dat zij zich heeft ingespannen om de subsidie te verkrijgen, maar dat de subsidiepot op was en dat om die reden voor de afloop van de SKO-regeling geen subsidie meer werd verleend. Hetzelfde geldt ten aanzien van de post ten onrechte betaalde facturen. De rechtbank verwijst naar hetgeen Justion heeft gesteld onder de nummer 17, 18 en 19 van haar conclusie van antwoord in reconventie. Met betrekking tot de door de Belastingdienst opgelegde naheffing verwijst de rechtbank naar hetgeen zij daarover hiervoor in conventie heeft opgemerkt. Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank de vorderingen van [bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] zal afwijzen.

[bakker], [gedaagde 2] en [ gedaagde 3] dienen als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De rechtbank

In conventie

veroordeelt [bakker] B.V. om aan Justion B.V. tegen kwijting te betalen de som van € 3.009,04, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over respectievelijk € 624,57 met ingang van 25 juli 2003, over € 624,57 met ingang van 25 oktober 2003, over € 624,57 met ingang van 31 januari 2004, over € 728,64 met ingang van 13 augustus 2004, over € 728,64 met ingang van 6 november 2004, over € 728,64 met ingang van 11 februari 2005, telkens tot de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagde 2] Holding B.V. om aan Justion B.V. tegen kwijting te betalen de som van € 2.800,67 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 1.954,36 met ingang van de dag der dagvaarding, 13 juni 2007, tot die der voldoening;

veroordeelt [ gedaagde 3] Holding B.V. om aan Justion B.V. tegen kwijting te betalen de som van € 2.822,71 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 2.100,24 met ingang van de dag der dagvaarding, 13 juni 2007, tot de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert tussen partijen de proceskosten, zo, dat iedere partij de eigen kosten

draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vorderingen van [bakker] B.V., [gedaagde 2] Holding B.V. en [ gedaagde 3] Holding B.V. af;

veroordeelt [bakker] B.V., [gedaagde 2] Holding B.V. en [ gedaagde 3] Holding B.V. gezamenlijk in de kosten van het geding welke aan de zijde van Justion tot aan dit moment worden begroot op € 960,00 wegens procureurssalaris;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009