Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BH9137

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
31-03-2009
Datum publicatie
31-03-2009
Zaaknummer
12/715375-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst wederom tussenvonnis in de zaak tegen verdachte van moord danwel doodslag te Sas van gent.

De rechtbank heropent en schorst het onderzoek teneinde de deskundigen nader te laten rapporteren omtrent de geestesvermogens van verdachte ten tijde van het plegen van het feit en de mate van toerekenbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/715375-08

tussenvonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 maart 2009

in de strafzaak tegen de ter terechtzitting verschenen verdachte

[verdachte],

geboren op [1952]

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid West – HvB Torentijd te Middelburg.

raadsvrouw mr. Roodveldt, advocaat te Alkmaar.

1 Onderzoek van de zaak

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

23 maart 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Van der Hofstede, en de verdediging hun standpunten hebben kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, te weten dat:

hij op of omstreeks 09 september 2008, te Sas van Gent, in de gemeente

Terneuzen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven

heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met

een houten hamer, althans met een hard voorwerp, meermalen, althans éénmaal,

met kracht op/tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer]

geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 09 september 2008, te Sas van Gent, in de gemeente

Terneuzen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet meermalen, althans éénmaal, met kracht

met een houten hamer, althans met een hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of

het (boven)lichaam van die [slachtoffer] geslagen, tengevolge waarvan voornoemde

[slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4 De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank heeft de zaak voor het eerst behandeld op de zitting van 29 januari 2009. Na deze zitting is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis overwogen dat uit het proces-verbaal van bevindingen dat zich op pagina 30 van het proces-verbaal bevindt zou kunnen worden afgeleid - hoewel zij daar niet aanstonds van overtuigd is - dat verdachte zich tijdens een gesprek dat hij op 9 september 2008 omstreeks 09.30 uur had met brigadier [verbalisant 1] en rechercheur [verbalisant 2] nog kon herinneren, althans gedeeltelijk, wat hij heeft gedaan nadat hij de houten hamer van de werkbank heeft gepakt, terwijl hij daarna zowel tijdens zijn verhoren bij de politie als ook bij de deskundigen, en ter terechtzitting telkens consistent heeft verklaard dat hij zich enkel nog kan herinneren dat hij een houten hamer heeft gepakt, maar dat hij zich niet meer kan herinneren wat er daarna is gebeurd. De tijdens de zitting van 29 januari 2009 gehoorde getuige-deskundigen Marcos-Kingsdale en Lander hebben beiden verklaard dat zij het hiervoor genoemde proces-verbaal niet kennen en derhalve ook niet hebben meegenomen bij het opstellen van hun rapportages. Nadat zij tijdens de zitting kennis hadden genomen van de inhoud van het proces-verbaal hebben zij volhard bij de in hun rapporten neergelegde conclusie dat er bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde bij verdachte sprake was van een dissociatieve stoornis.

De rechtbank achtte het noodzakelijk dat in het belang van de waarheidsvinding [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ter terechtzitting zouden worden gehoord over de wijze waarop de verklaring van verdachte tot stand is gekomen, in het bijzonder zijn verklaring dat hij het slachtoffer overal heeft geslagen, niet alleen op zijn hoofd maar ook op de rest van het lichaam, omdat de onderzoeken van de deskundigen daardoor in een ander licht zouden kunnen komen te staan. De rechtbank heeft om die reden het onderzoek heropend en geschorst.

Ter terechtzitting van 23 maart 2009 zijn [verbalisant 1] en [verbalisant 2] als getuigen gehoord. Zij hebben beiden verklaard dat hetgeen vermeld staat in het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen ook zo gedetailleerd door verdachte tegenover hen is verklaard. Verdachte heeft zijn relaas spontaan gedaan, nadat hem was gevraagd wat er nu precies is gebeurd. Verder hebben zij verklaard dat zij de medische toestand van verdachte zeer zorgwekkend vonden op het moment dat zij met hem spraken. Verdachte trilde over heel zijn lichaam en was zeer geëmotioneerd. Hij wilde boete doen voor hetgeen hij het slachtoffer had aangedaan. [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij verdachte die dag kort tevoren ook al tweemaal had gezien en dat verdachte toen juist heel kalm en rustig was en niet in details trad.

De officier van justitie heeft de rechtbank na het horen van de getuigen verzocht de behandeling van de zaak aan te houden en nieuwe deskundigen te benoemen. De raadsvrouw van verdachte heeft zich hier tegen verzet.

Hoewel de rechtbank geen gedragsdeskundige is, kan zij zich voorstellen dat hier, gelet op de door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] afgelegde verklaringen, mogelijk sprake is van verdringing en niet van een dissociatieve stoornis. De rechtbank sluit dit laatste overigens niet uit. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het, in het belang van de waarheidsvinding, noodzakelijk is dat de deskundigen, te weten psycholoog Lander en psychiater Marcos-Kingsdale, de beschikking krijgen over het proces-verbaal van de zitting van 23 maart 2009 met daarin de verklaringen van de verbalisanten, en dat zij naar aanleiding daarvan nader rapporteren omtrent de geestvermogens van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde en de mate van toerekenbaarheid. De rechtbank acht zich op dit moment onvoldoende ingelicht om tot een beslissing te komen. Voorts zal zij de oproeping bevelen van voornoemde getuige-deskundigen tegen de volgende zitting, teneinde hen nogmaals als deskundigen te horen. De rechtbank acht het niet noodzakelijk om andere deskundigen te benoemen, zoals door de officier van justitie is verzocht. Zij gaat uit van de professionele houding van voornoemde getuige-deskundigen.

Gelet op vorenstaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen en schorsen tot een nader te bepalen datum. In de omstandigheid dat niet te verwachten is dat het zittingsrooster van deze rechtbank voortzetting van de behandeling binnen één maand toelaat, ziet de rechtbank een klemmende reden de termijn voor hervatting van het onderzoek ter zitting niet tot een maand te beperken.

5 De beslissing

De rechtbank:

- heropent en schorst het onderzoek;

- beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;

- stelt de stukken in handen van de officier van justitie zodat hij in de gelegenheid wordt gesteld te bewerkstellingen dat de hiervoor onder punt 4 omschreven rapportages omtrent de geestvermogens van verdachte worden opgemaakt door de deskundigen N.A. Marcos-Kingsale en W.J.L. Lander;

- verstaat dat de hiervoor genoemde deskundigen de beschikking zullen krijgen over het proces-verbaal van de zitting van 23 maart 2009, teneinde deze te betrekken bij hun nadere onderzoek de geestvermogens van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde en de mate van toerekenbaarheid;

- beveelt de oproeping van verdachte, zijn raadsvrouw, de deskundigen N.A. Marcos-Kingsale en W.J.L. Lander en de nabestaanden van het slachtoffer tegen het tijdstip waarop met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan;

- bepaalt dat het onderzoek in deze zaak zal worden hervat binnen een periode van drie maanden na heden.

Dit tussenvonnis is gewezen door mr. Hopmans, voorzitter, mr. Steenbeek en mr. Schröder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Philipsen, griffier, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting op 31 maart 2009.