Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BH9059

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-03-2009
Datum publicatie
31-03-2009
Zaaknummer
Awb 09/204 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: BH4220; voorlopige voorziening; kapvergunning; wijziging kapverordening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 09/204 VV

uitspraak van de voorzieningenrechter voor bestuursrechtelijke zaken

met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

inzake

(naam),

wonende te (woonplaats),

verzoeker,

gemachtigde dr. mr. H.J. Hoegen Dijkhof, advocaat te Amsterdam,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes,

verweerder,

gemachtigde mr. A.C. van Langen, advocaat te Middelburg.

I. Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2008 heeft verweerder aan de besloten vennootschap (naam) B.V. (hierna: vergunninghoudster) een kapvergunning verleend voor het vellen van 119 bomen ter plaatse van het voormalig AKF-gebouw aan de Houtkade 60 te Goes.

Bij besluit van 9 mei heeft verweerder aan vergunninghoudster een kapvergunning verleend voor het vellen van 229 bomen ter plaatse van het Goese Diep te Goes.

Tegen beide besluiten heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 26 februari 2009 heeft de voorzieningenrechter de besluiten van 9 mei 2008 tot verlening van kapvergunning geschorst. De voorzieningenrechter heeft daarbij bepaald dat tot acht dagen nadat verweerder zijn beslissing op het bezwaarschrift en/of zijn aanvulling daarop aan verzoeker heeft bekend gemaakt, door vergunninghouderster geen kap- of andere werkzaamheden worden verricht ter plaatse van het voormalig AKF-gebouw aan Houtkade 60 te Goes en ter plaatse van Goese Diep te Goes.

Bij besluit van 17 maart 2009 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar primair niet-ontvankelijk en subsidiair ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

II. Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder voorafgaande zitting indien partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.

2. In de uitspraak van 26 februari 2009 heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat niet op overtuigende wijze is aangetoond dat de besluitvorming omtrent de gewijzigde Kapverordening zodanig heeft plaatsgevonden dat ondubbelzinnig vaststaat dat de onderhavige bomen buiten de vergunningplicht van de nieuwe Kapverordening zijn komen te vallen.

In dat kader heeft de voorzieningenrechter in evengenoemde uitspraak overwogen dat het voor de te nemen beslissing op verzoekers bezwaarschrift van doorslaggevend belang is dat hier volstrekte duidelijkheid over bestaat.

3. Bij het bestreden besluit, waarvan gelet op de uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 februari 2009 deel uitmaakt bijlage 3 (verweerders brief van 5 maart 2009 met bijlagen), heeft verweerder verzoeker geïnformeerd over de besluitvorming met betrekking tot de wijziging van de Kapverordening Goes. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet op grond van deze informatie worden geconcludeerd dat de gemeenteraad op 12 februari 2009 ermee heeft ingestemd dat de kapvergunningplicht uitsluitend nog geldt voor bomen die zijn opgenomen op lijsten van monumentale en waardevolle bomen en dat niet meer bepalend is of bomen deel uitmaken van de gemeentelijke hoofdgroenstructuur. Het voorstel hiertoe is aangenomen met één stem tegen. Uit het verslag blijkt dat de tegenstemmer heeft verwezen naar de lopende bezwarenprocedure en tegen die achtergrond het tijdstip van de wijziging onjuist acht. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat de gemeenteraad welbewust in zijn besluitvorming heeft betrokken dat door deze wijziging van de Kapverordening de vergunningplicht voor de bomen waarvoor verweerder op 9 mei 2008 kapvergunningen heeft verleend is komen te vervallen.

4. De voorzieningenrechter ziet geen reden om de gewijzigde bepalingen van de Kapverordening onverbindend te achten. Het staat de gemeenteraad vrij om binnen de wet naar eigen inzicht van zijn verordenende bevoegdheid gebruik te maken. Het staat de gemeenteraad evenzeer vrij om daarbij bestaand beleid te wijzigen, zoals in casu is gebeurd met de Nota Groenstructuur. Het is niet aan de bestuursrechter om te treden in de intrinsieke waarde van dat beleid, noch in de wijze waarop de interne besluitvorming is verlopen. Het is aan de gemeenteraad om dat te beoordelen.

5. Het staat nu vast dat de kapvergunningplicht voor de onderhavige gebieden is komen te vervallen. Verweerder heeft overigens in het bestreden besluit, zoals dat door de bezwaarschrifencommissie was geadviseerd, nog een belangenafweging gemaakt op basis van het toetsingskader van de Kapverordening van vóór 12 februari 2009.

De uitkomst daarvan, namelijk dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied niet opwegen tegen de belangen van de ontwikkeling van het woongebied De Goese Schans, kan niet op voorhand als kennelijk onredelijk worden aangemerkt.

6. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om opnieuw een voorziening te treffen tot staking van de kap- en aanverwante werkzaamheden. Evenmin ziet de voorzieningenrechter aanleiding tot het treffen van andere voorzieningen. In dat verband is van belang dat de bestemmingsplanprocedure waar verzoeker naar verwijst buiten het verband van dit verzoek valt. De kwesties van herplantplicht en het eventueel verbeurd zijn van dwangsommen zijn niet spoedeisend van aard.

7. De voorzieningenrechter is, mede gelet op de uitgebreide behandeling van het eerdere verzoek ter zitting van 24 februari 2009, van oordeel dat een verdere behandeling ter zitting niet zal kunnen bijdragen aan de beoordeling van het verzoek.

8. Voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

III. Uitspraak

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Middelburg

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2009 door mr. R.C.M. Reinarz als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van W.J. Steenbergen als griffier.

Griffier, Voorzieningenrechter,

Afschrift verzonden op: 30 maart 2009