Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BH4940

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
05-03-2009
Zaaknummer
AWb 08/319
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende. Zendmast. Ruimtelijke uitstraling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 08/319

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

(namen),

beiden wonende te Biervliet, gemeente Terneuzen,

eisers,

gemachtigde mr. M.J. Smaling, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. te Amsterdam,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen,

verweerder.

I. Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen een besluit op bezwaar van verweerder van 17 december 2007 (hierna: het bestreden besluit).

Het beroep is op 29 januari 2009 behandeld ter zitting. Eisers zijn verschenen bij hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door N. van Hurck. Namens de derde belanghebbende Broadcast Newco Two B.V.(handelsnaam Broadcast Partners, hierna: BNT) zijn verschenen (naam) en (naam), bijgestaan door de gemachtigde mr. P. Burger, advocaat te Amsterdam. Ter zitting is het onderzoek geschorst. Op dezelfde dag heeft een onderzoek ter plaatse plaatsgevonden. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

II. Overwegingen

1. Op 13 december 2004 heeft BNT een bouwaanvraag gedaan voor het plaatsen van een antennemast (hierna: zendmast) op het perceel Driewegenweg 9 te Biervliet.

2. Bij besluiten van 10 april 2007 heeft verweerder BNT vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en een bouwvergunning voor het plaatsen van een zendmast verleend.

3. Tegen deze besluiten hebben eisers bezwaar gemaakt. Verweerder heeft met het bestreden besluit het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat eisers niet als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen worden aangemerkt.

4. Eisers stellen dat het trekken van de grens bij 400 meter aan de (te) krappe kant is. Het betreft een zendmast die 65 meter hoog zal worden en daarom boven de bebouwing en begroeiing aan de Driewegenweg zal uittorenen.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat degenen die op meer dan 400 meter van de zendmast woonachtig zijn, geen specifiek persoonlijk belang hebben in die zin dat de zendmast van directe invloed op hun woon- en leefomgeving zal zijn.

De rechtbank overweegt als volgt.

6. Uit de bijlagen bij de bouwaanvraag en de verwijzing daarnaar in de besluiten van 10 april 2007 volgt dat de bouwvergunning van meet af niet alleen is verleend voor het plaatsen van een zendmast, maar ook voor een bijbehorend zendergebouw. In het bestreden besluit is dit expliciet opgenomen.

7. De te bouwen zendmast betreft een zogeheten vakwerkmast van 65 meter hoog met een open en transparante constructie. De kleur van de zendmast is matgrijs. De zendmast en het zendergebouw zullen op ongeveer 13 meter van de Driewegenweg worden geplaatst. De beoogde locatie is in lijn met de bebouwing en begroeiing van de Driewegenweg.

8. Eisers zijn woonachtig aan (adres). De afstand tot de zendmast bedraagt meer dan 400 meter. Tussen de woning van eisers en de te bouwen zendmast liggen woningen en staan bomen. De zendmast zal gezien de toegestane hoogte boven de bebouwing en de begroeiing uitkomen.

9. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

De wetgever heeft deze eis gesteld teneinde te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

10. Tijdens het onderzoek ter plaatse heeft de rechtbank geconstateerd dat de te bouwen zendmast niet vanuit de woning van eisers te zien zal zijn, maar wel vanuit een gedeelte van de tuin. Niet in geding is dat eisers geen zicht op het zendergebouw zullen hebben.

11. Dat eisers vanuit een gedeelte van de tuin zicht op de te bouwen zendmast zullen hebben, betekent niet dat reeds hierom hun belang rechtstreeks wordt geraakt door de besluiten van 10 april 2007. Het zichtcriterium is niet absoluut; het gaat om de ruimtelijke uitstraling van de te bouwen zendmast. Naar het oordeel van de rechtbank moet de ruimtelijke uitstraling bij de woning van eisers beperkt worden geacht. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van de aard van de te bouwen zendmast en op grond van het feit dat de zendmast alleen vanuit een beperkt gedeelte van de tuin en slechts gedeeltelijk te zien zal zijn. Gelet hierop is de afstand van ruim 400 meter in dit geval te groot om een bij de besluiten van 10 april 2007 betrokken belang te kunnen aannemen. Voorts hebben eisers geen feiten en omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand door deze besluiten een objectief en persoonlijk belang van hen rechtstreeks wordt geraakt.

12. De conclusie is dat verweerder terecht het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eisers geen belanghebbenden bij de besluiten van 10 april 2007 zijn. Het beroep is daarom ongegrond.

13. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. Nomes, in tegenwoordigheid van M. Schouw, griffier,

en op 5 maart 2009 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: 5 maart 2009.