Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BI1608

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
17-12-2008
Datum publicatie
20-04-2009
Zaaknummer
59878 / HA ZA 07-490
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres exploiteert een formeel geaccrediteerd patent attorneys kantoor. Zij ontwerpt en begeleidt desgevraagd octrooiaanvragen. Gedaagde is patentaanvrager. Gedaagde heeft eiseres gevraagd hem te begeleiden bij zijn aanvraag voor het verkrijgen van octrooi voor (een bepaalde verbetering aan) een Barronex-motor. Het bestaande octrooirecht van deze motor rust bij een andere man. Op 23 september 2005 heeft de gedaagde bij het Europese octrooi Bureau zijn octrooiaanvraag ingediend. Eiseres heeft twee facturen verstuurd, een van 9844,60,- en een van 288,75,-. Gedaagde heeft deze facturen niet betaald.

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van € 10. 133, 25, te vermeerderen met de overeengekomen rente subsidiair de wettelijke rente, te rekenen vanaf 30 dagen na factuurdatum tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

59878 / HA ZA 07-490

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 59878 / HA ZA 07-490

Vonnis van 17 december 2008

in de zaak van

de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht

DE CLERQ, BRANTS & PARTNERS,

gevestigd te Sint-Martens-Latem, België,

eiseres,

advocaat mr. H.A.C. Klein Hesselink te Terneuzen,

tegen

[gedaagde],

wonende te Westdorpe, gemeente Terneuzen,

gedaagde,

advocaat mr. A.H. Rijkse te Clinge.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 19 december 2007;

het proces-verbaal van comparitie van 3 maart 2008;

de conclusie van repliek na gehouden comparitie van de zijde van De Clerq, Brants & Partners;

de conclusie van dupliek na gehouden comparitie van de zijde van [gedaagde];

de akte van de zijde van De Clerq, Brants & Partners.

De feiten

De Clerq, Brants & Partners exploiteert een formeel geaccrediteerd patent attorneys kantoor. Zij ontwerpt en begeleidt desgevraagd octrooiaanvragen. [gedaagde] is patentaanvrager.

[gedaagde] heeft De Clerq, Brants & Partners gevraagd hem te begeleiden bij zijn aanvraag voor het verkrijgen van octrooi voor (een bepaalde verbetering aan) een Barronex-motor. Het bestaande octrooirecht van de Barronex-motor rust bij [G].

Op 16 september 2005 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden op het kantoor van De Clerq, Brants & Partners, waarbij [gedaagde] aanwezig is geweest. Op 23 september 2005 heeft [gedaagde] bij het Europese Octrooi Bureau zijn octrooiaanvraag ingediend.

De Clerq, Brants & Partners heeft twee facturen gestuurd: op 15 september 2005 (€ 9.844,60) en op 19 januari 2006 (€ 288,75). [gedaagde] heeft deze facturen niet betaald.

Het geschil

De Clerq, Brants & Partners vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 10.133,25, te vermeerderen met de overeengekomen rente subsidiair de wettelijke rente, te rekenen vanaf 30 dagen na factuurdatum tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen overeengekomen zijn dat De Clerq, Brants & Partners [gedaagde] zou helpen bij de octrooiaanvraag voor een uurprijs van € 200,--. Er zijn geen afspraken gemaakt over een maximale tijdsbesteding. Alle noodzakelijke werkzaamheden zijn verricht. Bovendien is de door [gedaagde] ingediende octrooiaanvraag een kopie van het ontwerp dat De Clerq, Brants & Partners heeft opgesteld. [gedaagde] dient dan ook deze werkzaamheden te betalen.

[gedaagde] voert verweer. Hij stelt dat De Clerq, Brants & Partners er slechts voor hoefde te zorgen dat er een geringe wijziging op een bestaand patent zou worden doorgevoerd. De uurprijs is vastgesteld op € 150,--. De Clerq, Brants & Partners heeft hem verzekerd dat de werkzaamheden niet meer dan 10 uur in beslag zouden nemen. De gezonden facturen staan in geen verhouding tot de gevraagde werkzaamheden. De door hem ingediende aanvraag is door hemzelf opgesteld.

De beoordeling

Rechtsmacht

Nu De Clerq, Brants & Partners een rechtspersoon naar vreemd recht is en haar vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 2, eerste lid van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EG) nr. 44/2001 "Brussel I" , nu [gedaagde] zijn woonplaats heeft in Nederland. Gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] woonachtig is in Westdorpe, gemeente Terneuzen, is de rechtbank Middelburg bevoegd.

Toepasselijk recht

Ten aanzien van het op de onderhavige vordering toepasselijke recht overweegt de rechtbank als volgt.

De Clerq, Brants & Partners baseert haar vordering op niet nakoming van een overeenkomst. De bepaling van het toepasselijke recht dient derhalve plaats te vinden aan de hand van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (het EVO-Verdrag). Nu niet is gesteld, noch is gebleken uit de proceshouding van partijen dat door hen een keuze is gedaan voor het toepasselijke recht, is ingevolge artikel 4 lid 2 van dit verdrag het recht van toepassing van het land waar de partij die de meest kenmerkende prestatie moet verrichten op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats heeft. De meest kenmerkende prestatie, te weten het verrichten van de werkzaamheden, wordt in het onderhavige geval door De Clerq, Brants & Partners verricht, terwijl [gedaagde] daartegenover de prijs dient te voldoen. De vordering dient daarom naar Belgisch recht te worden beoordeeld. Partijen hebben echter ter onderbouwing van hun stellingen voornamelijk verwezen naar Nederlands recht en zich niet, althans niet gemotiveerd, over de consequenties van de toepasselijkheid van Belgisch recht uitgelaten. De vraag naar het toepasselijke recht is ook pas in een laat stadium van de procedure naar voren gebracht. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij nadere conclusie over de gevolgen van de toepasselijkheid van het Belgisch recht uit te laten, met name wat voor consequenties dit heeft voor de bewijslast die op partijen rust.

De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 28 januari 2009 voor nadere conclusie aan de zijde van De Clerq, Brants & Partners met betrekking tot de gevolg van de toepasselijkheid van Belgisch recht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kuypers en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2008