Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BG7901

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-12-2008
Datum publicatie
19-01-2009
Zaaknummer
12/700028-08 (PROMIS)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens mensensmokkel en bezit gestolen en valse of vervalste identiteitspapieren. Ontkennende verdachte. Poging tot vervalsen van een reisdocument.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/700028-08 (PROMIS)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 december 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1982],

wonende te [adres],

gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid-West,

huis van bewaring Torentijd te Middelburg,

raadsman mr. Van Zon, advocaat te Goes.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 december 2008, waarbij de officier van justitie mr. Bethlehem en de verdediging hun standpunten hebben kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is ter zitting van 11 december 2008 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 6 en/of 7 november 2006, althans in november 2006, in Goes en/of Kapelle en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

- [Irakees 1], geboren op [1989] (van Iraakse nationaliteit), en/of

- [Irakees 2], geboren op [1988] (van Iraakse nationaliteit),

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland en/of Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die [Irakees 1] en/of die [Irakees 2] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [Irakees 1] en/of die [Irakees 2] -die niet over een verblijfstitel voor Nederland beschikte(n)- opgewacht en/of ontmoet en/of opgevangen en/of informatie verstrekt en/of begeleid in hun/zijn reis en/of in een personenauto vervoerd, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige

redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis wederrechtelijk was;

art 197a lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 1], geboren op 16 juni 1959, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 2], geboren op 15 april 1973, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 3], geboren op 8 oktober 1945, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 4], geboren op 14 augustus 1956, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 5], geboren op 16 maart 1980,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van die/dat paspoort(en) en/of die identiteitskaart(en) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 2 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 1], geboren op 16 juni 1959, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 2], geboren op 15 april 1973, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 3], geboren op 8 oktober 1945, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 4], geboren op 14 augustus 1956, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 5], geboren op 16 maart 1980,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van die/dat paspoort(en) en/of die identiteitskaart(en)redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een Iraaks paspoort. op naam [benadeelde 6],

geboren op 1 februari 1984, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7], geboren op 23 juni 1975, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- Duitse reiseausweis, op naam gesteld van [benadeelde 9], geboren op 1 juni 1986,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het het voorhanden krijgen van die/dat paspoort en/of die identiteitskaart en/of die reiseausweis wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 3 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een Iraaks paspoort. op naam [benadeelde 6],

geboren op 1 februari 1984, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7], geboren op 23 juni 1975, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- Duitse reiseausweis, op naam gesteld van [benadeelde 9], geboren op 1 juni 1986,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het het voorhanden krijgen van die/dat paspoort en/of die identiteitskaart en/of die reiseausweis redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(ren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 3 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk:

- een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 6],

geboren op 1 februari 1984, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7], geboren op 23 juni 1975, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- Duitse reiseausweis, op naam gesteld van [benadeelde 9], geboren op 1 juni 1986,

geheel of ten dele toebehorende aan -respectievelijk- die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] en/of die [benadeelde 8] en/of die [benadeelde 9], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) paspoort(en) en/of identiteitskaart en/of reiseausweis verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, onder zich had(den), namelijk in zijn/hun hoedanigheid van vinder, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het bezit was van één of meer reisdocument(en), waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat reisdocument(en) en/of de daarin opgenomen visumsticker(s) vals of vervalst was/waren, namelijk:

- een Grieks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 10], waarbij de valsheid of vervalsing hieruit bestaat dat dat paspoort in zijn geheel vals is (origineel watermerk en/of overige echtheidskenmerken ontbreken), en/of

- een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 11], waarbij de valsheid of vervalsing hieruit bestaat dat de aangebrachte Schengen visumsticker volledig vals is, en/of

- een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 12], waarbij de valsheid of vervalsing hieruit bestaat dat de aangebrachte Schengen visumsticker volledig vals is, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 3], waarbij de valsheid of vervalsing hieruit bestaat dat (op de keerzijde van de personaliseringspagina) een valse pagina is aangebracht, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 4], waarbij de valsheid of vervalsing hieruit bestaat dat (op de keerzijde van de personaliseringspagina) een valse pagina is aangebracht, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 5], waarbij de valsheid of vervalsing hieruit bestaat dat (op de keerzijde van de personaliseringspagina) een valse pagina is aangebracht;

art 231 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het bezit was van een reisdocument, te weten een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7], waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat van die identiteitskaart de folie was losgesneden/losgemaakt en/of de pasfoto is verwijderd;

art 231 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 5 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 16 januari 2003 tot en met 17 september 2008, te Goes, althans in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een reisdocument, te weten een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7] te vervalsen, van die identiteitskaart de folie rondom de pasfoto heeft losgesneden/losgemaakt en/op (vervolgens) de pasfoto heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 17 september 2008, te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk twee bankbiljetten van 50 euro, waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij dat/die ontving, bekend was, met het oogmerk om dat/die als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad;

art 209 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1,

2 primair, 3 primair, 4, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat geen enkel feit bewezen kan worden. Hij heeft geconcludeerd tot vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten.

4.2 De bewijsoverwegingen1

I. Inleiding:

A.

Verdachte is geboren in [geboorteplaats]. Hij is ongeveer tien jaar geleden naar Nederland gevlucht vanwege de onveilige situatie in Irak. Hij is destijds vanaf Turkije per vrachtwagen naar Nederland gesmokkeld. Hij verblijft in Nederland sinds 21 december

1998 en woont nu ongeveer drie jaar op het adres te [adres]. 2

Verdachte komt in het politie suite handhaving vreemdelingen voor onder het vreemdelingenrechtelijke nummer v [nummer] en hij is in het bezit van een vreemdelingenpaspoort nummer [paspoortnummer]

B.

Verdachte heeft sinds een jaar geen andere vaste inkomsten dan een maandelijkse uitkering. Hij heeft ongeveer EUR 3.000,-- aan schulden. Verder heeft hij financiële verplichtingen jegens een Irakese jongen, aan wie hij 20.000 dollar verschuldigd is, op welke schuld hij maandelijks ongeveer EUR 50,-- aflost.5

Uit het historisch overzicht van de ten name van verdachte gestelde (post-)bankrekeningen blijkt dat verdachte van september 2006 tot en met november 2006 een netto salaris ontving van in totaal EUR 2.148,86 en dat hij sinds maart 2007 een bijstandsuitkering geniet van gemiddeld netto EUR 580,-- per maand. Hij heeft in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 28 oktober 2008 aan vaste lasten (energie, huur, telefoon, vervoerskosten) betaald (EUR 2.913,21 + EUR 2.754,65 + EUR 3.878,95 + EUR 2.557,12 = EUR 12.102,-- : 25 maanden) gemiddeld EUR 484,-- per maand. Van het verschil tussen de vaste inkomsten en uitgaven (EUR 580,-- - EUR 484,-- =) afgerond EUR 100,-- per maand moest verdachte al zijn overige uitgaven, zoals autokosten, bankkosten, belastingen, verzekeringen, voeding en kleding bekostigen. Verbalisanten hebben aan de hand van de mutaties op de

(post-)bankrekeningen van de verdachte berekend dat hij in de periode van 1 september 2006 tot en oktober 2006 minimaal EUR 27.312,12 meer heeft uitgegeven dan hij aan legaal inkomen beschikbaar had.

In genoemde periode zijn op die rekeningen ruim EUR 71.000,-- aan mutaties vermeld, waarvan ruim EUR 24.000,-- aan kasopnames. Aan de hand van in het buitenland gemaakte kosten (van kasopnames en treintickets) blijkt verder, dat verdachte gedurende die twee jaren minimaal zeventien keer in het buitenland is geweest, onder meer in België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en minimaal acht keer in Griekenland.6

C.

Op 30 september 2005 is verdachte in Duitsland aangehouden en in hechtenis genomen

ter zake van "medeplichtigheid bij illegale binnenkomst op grond van de Duitse wet op verblijfsvergunningen" van de Irakese staatsburger [Irakees 3], waarbij [Irakees 3] zich legitimeerde met een vervalst Nederlands reisdocument op naam van [naam] uit Afghanistan.7

Op 29 december 2006 is verdachte door de districtsrechtbank in Malmö veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens mensensmokkel, met name het op 9 december 2006 in zijn auto, met kenteken [kentekennummer], vervoeren van drie Irakese staatsburgers om hen illegaal in Zweden te laten binnen komen. Verdachte heeft het feit ontkend. Hij heeft verklaard dat hij op weg was naar een feest, dat één van de passagiers hem had gevraagd om mee te reizen en dat deze de twee andere passagiers mee nam.8

Op 6 februari 2007 is verdachte voorwaardelijk in vrijheid gesteld van genoemde straf,

met een openstaande straftijd van een maand. Op 6 mei 2007 is verdachte wederom aangehouden, nu wegens het in een auto vervoeren van twee Irakese staatsburgers om hen illegaal in Zweden binnen te laten komen. Op 29 mei 2007 heeft de districtsrechtbank in Malmö verdachte voor de tweede maal veroordeeld wegens mensensmokkel en de voorwaardelijk verleende vrijheid volledig nietig verklaard. Bij beslissing d.d. 19 juli 2007 heeft het gerechtshof van Skäne en Blekinge, in hoger beroep, de beslissing van de rechtbank Malmö bekrachtigd. Verdachte heeft het feit ontkend. Hij heeft verklaard dat hij de twee Irakezen bij een benzinestation op het Deense platteland heeft ontmoet en dat zij hem om een lift naar de stad vroegen.9

Op 25 september 2007 heeft verdachte aangifte gedaan van inbraak in zijn woning. Bij een in die woning ingesteld onderzoek heeft de politie onder meer een echt en onvervalst, niet als vermist of gestolen gesignaleerd, Pools paspoort aangetroffen. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij bemiddelt tussen mensen die een visum aan willen vragen om naar Iran op vakantie te gaan en dat hij tussenpersoon is voor een man uit Iran. De eigenaar van het Poolse paspoort was ook bij hem gekomen omdat hij naar Iran wilde gaan.10

Op 26 november 2007 is verdachte op het vliegveld van München gecontroleerd, na een vlucht vanuit Athene. In zijn koffer, tussen de bekleding, werden aangetroffen: een Nederlands paspoort ten name van [benadeelde 13], een Irakees paspoort met daarin een Griekse AE en meerdere pasfoto's (van volwassenen en kinderen). Verdachte heeft verklaard dat hij beide paspoorten in Griekenland heeft ontvangen, dat hij voor beide personen via de firma Roza in Den Haag Irakese visa moet verzorgen en daarna de paspoorten weer naar Griekenland moest brengen.11 [benadeelde 13] heeft verklaard dat hij denkt dat zijn paspoort is gestolen in zijn huis in Vlissingen. Hij (her-)kent verdachte niet (van een foto) en hij kent geen reisbureau met de naam Roza.12

Op 11 maart 2008 is verdachte in Italië aangehouden en in hechtenis genomen wegens "Gelegenheid geven tot het illegaal binnenkomen van twee illegale buitenlanders" en "gebruik van valse legitimatiebewijzen". Uit de daarvan opgemaakte stukken van de grenspolitie te Ancona blijkt dat verdachte met zijn personenauto, met kenteken [kentekennummer], vanuit Griekenland Italië is binnen gereisd met twee vrouwelijke personen, te weten een moeder van Irakese nationaliteit en haar dochter. Bij controle van de identiteitsdocumenten van beide vrouwen toonde verdachte kleurenscans van originele Nederlandse documenten, waarop de pasfoto's van de beide vrouwen waren aangebracht. Tijdens de fouillering van verdachte werden foto's aangetroffen die identiek waren aan de foto's die op de valse documenten waren aangebracht. Verdachte had tevens een enveloppe met twaalf pasfoto's bij zich. Verdachte heeft tegenover de Italiaanse autoriteiten aanvankelijk verklaard dat de vrouw zijn verloofde was, die hij in Griekenland had leren kennen, en later dat zij de vrouw was van een vriend, wiens naam hij niet kon noemen, terwijl de vrouw heeft verklaard dat verdachte een kennis van haar was met wie zij samen vanuit Nederland naar Griekenland was gereisd. Verdachte is op 13 maart 2008 in vrijheid gesteld.13

D.

Bij een op 17 september 2008 gehouden doorzoeking in het appartement van de verdachte zijn op verschillende (verstop-)plaatsen - zoals onder plastic zakken in een kartonnen doos in een keukenkastje en onder de vloerbedekking van een slaapkamer - meerdere Nederlandse en buitenlandse paspoorten en identiteitskaarten aangetroffen. Verder zijn

daar toen een hoeveelheid losse pasfoto's aangetroffen, alsmede een grote hoeveelheid cosmetica-artikelen en doosjes met kleurspoeling. Bij nader onderzoek van de paspoorten is gebleken dat de aangetroffen paspoorten en identiteitspapieren waren gestolen dan wel als vermist waren opgegeven en dat originele documenten waren vervalst.14

II Ten aanzien van feit 1:

A. De vaststaande feiten

Op 7 november 2006, omstreeks 06:15 uur, treft de surveillancedienst van de politie Zeeland te Kapelle in de berm van de weg de personenauto, kenteken [kentekennummer], aan met daarin drie personen te weten: verdachte (slapend op de passagiersstoel) en (slapend op de achterbank) naar later blijkt:

- [Irakees 1], geboren op [1989] (van Iraakse nationaliteit), en

- [Irakees 2], geboren op [1988] (van Iraakse nationaliteit),

verder: [Irakees 1] en [Irakees 2].

Verdachte verklaart dat de auto zonder benzine is komen stil te vallen en dat een bekende van hem benzine is gaan halen. Even later vervoegt een man, de Irakees [medeverdachte], met een jerrycan benzine zich bij de auto .

Als verbalisanten [Irakees 1] en [Irakees 2] vragen om hun legitimatiepapieren verklaart verdachte dat deze in zijn woning liggen. In de fouillering van [Irakees 2] wordt een papiertje aangetroffen met verschillende namen en het telefoonnummer van verdachte. [Irakees 1] of [Irakees 2] heeft twee dezelfde pasfoto's van zichzelf in zijn broekzak. Het valt verbalisanten op dat beide mannen stinken alsof ze zich al lang niet gewassen hebben.15 Uit onderzoek is gebleken dat [Irakees 1] en [Irakees 2] op 6 en7 november 2006 geen verblijfstitel hadden.16

B. De verklaringen van betrokkenen

[Irakees 1] heeft verklaard dat hij vanuit zijn vaderland Irak per vrachtwagen naar een ander land is gebracht en dat hij de twee mannen bij wie hij in de auto is aangetroffen, niet kent. Hij verklaart dat hij op een stoep in slaap is gevallen, daar toen de twee mannen ontmoette en dat deze hem vertelden dat ze hem en [Irakees 2] zouden helpen.17

[Irakees 2] heeft verklaard dat hij met de vanuit hetzelfde geboortegebied als hij afkomstige [Irakees 1], naar Nederland is gekomen, dat ze (daar) een lange afstand hebben gelopen tot hij niet meer verder kon, waarna ze op een gegeven moment de auto zagen staan en daar naartoe zijn gelopen. Zijn reisdoel was Zweden (en was dus op doorreis in Nederland). Hij verklaart dat hij de twee jongens van de auto niet kent en dat hij ze toevallig op die plaats heeft ontmoet. Hij heeft de jongen die in de auto zat, gevraagd of zij niet even in de auto konden zitten omdat hij last had van zijn nieren. De andere jongen was benzine gaan halen. Deze bestuurde ook de auto. Op de vraag hoe hij aan het papiertje met het telefoonnummer van verdachte kwam, heeft hij verklaard dat dit papiertje van [Irakees 1] was en dat hij dit voor hem moest bewaren.18 Later heeft [Irakees 2] verklaard dat hij vanuit Turkije naar Nederland is gereisd in verschillende vrachtauto's en dat op de plaats waar de laatste vrachtauto in Nederland stopte de personenauto stond waarin de verdachte zat. Verder heeft [Irakees 2] nader verklaard dat hij voor zijn reis EUR 6.000,-- heeft betaald aan zijn reisagent "Saman", die hem tot aan de laatste vrachtauto begeleidde.19

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij thuis werd gebeld door verdachte met het verzoek naar hem toe te komen (richting Kloetinge) met een jerrycan benzine, omdat verdachtes auto daar zonder benzine was komen te staan. Hij verklaart dat verdachte met de politie stond te praten toen hij bij de auto kwam. De twee andere personen die in de auto zaten, waren onbekenden voor hem. Hij heeft niet met hen gesproken. Hij hoorde van verdachte dat hij ze op het station te Bergen op Zoom had ontmoet.20

Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij de twee mannen op het station in Roosendaal heeft ontmoet. Eén van hen had familie in Goes en ze konden niet meer met de trein mee. Verdachte was die dag samen met [medeverdachte] in zijn auto naar Roosendaal gereden. Hij heeft de mannen een lift aangeboden. Toen de auto zonder benzine stil kwam te vallen is [medeverdachte] om een jerrycan benzine gegaan. Verdachte heeft aan de politie medegedeeld dat hij de identiteitspapieren van de beide personen thuis had liggen en aangeboden dat hij deze papieren zou gaan halen. Op de vraag hoe [Irakees 2] aan zijn telefoonnummer kwam heeft verdachte verklaard dat [Irakees 2] hierom had gevraagd.21 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de mannen bij een benzinestation heeft ontmoet en dat hij niet wist of de mannen hier illegaal waren. Hij heeft dat ook niet aan hen gevraagd en er niet bij nagedacht om dat te vragen.22

C. De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie acht het onder 1 ten laste legde bewezen, in dier voege dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Volgens de officier van justitie is het duidelijk dat door verdachte en de gehoorde andere personen niet de waarheid wordt gesproken en spreekt de verdachte zich tegen als hij enerzijds verklaart dat hij de identiteitsbewijzen van [Irakees 1] en [Irakees 2] thuis heeft liggen en anderzijds de genoemde personen kort daarvoor op het station in Roosendaal (of soms tóch op een benzinestation?) heeft ontmoet. Gelet op de vreemde situatie van het aantreffen van de twee Irakezen, bezien in het licht van de hoeveelheid gestolen en vermiste reisdocumenten en identiteitsbewijzen die in de woning van verdachte zijn gevonden, verdachtes eerdere aanhoudingen en veroordelingen wegens mensensmokkel en de vele reizen die verdachte de afgelopen twee jaren naar het buitenland heeft gemaakt, is duidelijk dat verdachte zich bezig hield met het smokkelen van mensen en zo thans van de twee bij hem aangetroffen illegaal in Nederland verblijvende Irakezen.

De raadsman van verdachte heeft tot vrijspraak gepleit omdat niet bewezen kan worden dat verdachte de wetenschap of het ernstige vermoeden had dat de toegang tot of doorreis door Nederland wederrechtelijk was. Evenmin is gebleken dat er een relatie tussen verdachte en de betrokken personen

D. Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de bevindingen van de politie, zoals hierboven onder II A aangegeven. Verdachte heeft blijkens de verklaring van de betrokken Irakezen en zijn eigen verklaring de beide personen geholpen op hun doorreis door Nederland van Bergen op Zoom naar Goes, althans de plaats waar zij door de politie zijn aangetroffen. Zij stelt voorop dat verdachte, die zelf als vluchteling Nederland binnen is gesmokkeld en die volgens zijn verklaring visa voor anderen regelt als geen ander moet weten dat hij officieel slechts met geldige papieren in een land mag verblijven. De rechtbank acht hetgeen verdachte over het ten laste gelegde verwijt heeft verklaard niet geloofwaardig. Om te beginnen blijkt uit de inleiding van deze bewijsoverwegingen dat verdachte zich meermalen eerder bezig heeft gehouden met het smokkelen van illegalen en dat hij tijdens zijn verhoren over die feiten wisselende verklaringen heeft afgelegd. Verder spreekt verdachte zich in deze zaak ook tegen, zoals de officier van justitie - terecht - heeft aangevoerd. Op grond daarvan en in samenhang met de overige door de officier genoemde omstandigheden concludeert de rechtbank dat verdachte over het ten laste gelegde niet de waarheid heeft gesproken. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte wist dat de toegang tot en de doorreis door Nederland van zijn twee landgenoten wederrechtelijk was en dat het hier niet om een toevallige ontmoeting met twee Irakese personen ging. De verweren van de raadsman worden verworpen.

III Ten aanzien van feiten 2 tot en met 5:

A. De vaststaande feiten

Op 17 september 2008 zijn in het appartement van verdachte, aan de [adres], de volgende documenten aangetroffen23:

(feit 2 eerste gedachtestreepje)

een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 1], geboren op 16 juni 1959, aangetroffen onder de vloerbedekking van een slaapkamer, samen met twee andere documenten. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort is, dat is gestolen bij een woninginbraak te Swifterband

op 7 oktober 2007.24

(feit 2 tweede gedachtestreepje)

een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 2], geboren op 15 april 1973, aangetroffen onder de vloerbedekking van een slaapkamer, met onder meer het bovengenoemde document. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort is, serienummer [paspoortnummer], dat is gestolen bij een woninginbraak te Steenwijk op 8 of 9 oktober 2007. De volgende afwijkende kenmerken zijn geconstateerd: lijmresten op de achterzijde van de personaliseringspagina, beschadiging van de kinderpagina en de jaartallen van in- en uitreis visumstempels zijn geradeerd. 25

Op 26 maart 2008 is gezien dat bij de woning van verdachte een sterk op de foto van verdachte gelijkende man met een vuilniszak liep in de richting van een vuilniswagen van de gemeente Goes. Bij nader onderzoek van de inhoud van deze vuilniszak worden snippers aangetroffen van de keerzijde van de houderpagina van het Nederlandse paspoort ten name van [benadeelde 2], met het serienummer [paspoortnummer] alsmede snippers van stickers bijschrijving kind. De verknipte delen van de houderpagina en de delen van de twee stickers bijschrijving kind hebben oorspronkelijk deel uitgemaakt van een valse houderpagina en valse stickers bijschrijving kind.26

(feit 2 derde gedachtestreepje en feit 4 vierde gedachtestreepje)

een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 3], geboren op 8 oktober 1945,

aangetroffen in een doos in een keukenkast, samen met twee andere documenten. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort is, dat is gestolen bij een auto-inbraak te Waarle op 20 of 21 januari 2008.

De volgende afwijkende kenmerken zijn geconstateerd: op de keerzijde van de personaliseringspagina is een valse pagina aangebracht.27

feit 2 vierde gedachtestreepje en feit 4 vijfde gedachtestreepje)

een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 4], geboren op 14 augustus 1956,

aangetroffen in een doos in een keukenkast, samen met twee andere documenten. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort is, dat is gestolen bij een woninginbraak te Voorburg op 28 januari 2008.

De volgende afwijkende kenmerken zijn geconstateerd: op de keerzijde van de personaliseringspagina is een valse pagina aangebracht.28

(feit 2 vijfde gedachtestreepje en feit 4 zesde gedachtestreepje)

een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 5], geboren op 16 maart 1980,

aangetroffen in een doos in een keukenkast, samen met twee andere documenten. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort is, dat is gestolen bij een woninginbraak te Utrecht op 29 januari 2008.

De volgende afwijkende kenmerken zijn geconstateerd: op de keerzijde van de personaliseringspagina is een valse pagina aangebracht.29

(feit 3 eerste gedachtestreepje)

een Iraaks paspoort. op naam gesteld van [benadeelde 6],

geboren op 1 februari 1984, aangetroffen in een slaapkamer. Uit onderzoek is gebleken

dat dit een echt en onvervalst door de Iraakse autoriteiten afgegeven paspoort is.30

(feit 3 tweede gedachtestreepje en feit 5)

een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7], geboren op 23 juni 1975, aangetroffen in een kast van een slaapkamer. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Nederlandse autoriteiten afgegeven identiteitskaart is, die door de houder [benadeelde 7] als vermist is opgegeven bij de gemeente Schouwen-Duiveland op 23 januari 2003. De volgende afwijkende kenmerken zijn geconstateerd: de pasfoto was verwijderd door de folie rondom de aangebrachte pasfoto los te snijden.31

(feit 3 derde en vierde gedachtestreepje)

een Nederlands paspoort en een Nederlandse identiteitskaart, beide op naam gesteld van

[benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, aangetroffen in de woonkamer, in een naad van de tweezitsbank. Uit onderzoek is gebleken dat dit echte en onvervalste documenten zijn, die door de houder [benadeelde 8] als vermist zijn opgegeven bij de politie te Oosterhout op 14 juli 2008.32

(feit 3 vijfde gedachtestreepje)

een Duitse Reiseausweis, op naam gesteld van [benadeelde 9], geboren op 1 juni 1986, aangetroffen in een slaapkamer, onder de voerbedekking. Uit onderzoek is gebleken dat dit een origineel door de Duitse autoriteiten document is en dat de met pen aangebrachte wijziging - van F(emale) in M(ale) - door de uitgevende ambtenaar is gedaan.33

(feit 4 eerste gedachtestreepje)

een Grieks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 10], aangetroffen in een slaapkamer, onder de vloerbedekking samen met twee andere documenten (paspoorten [benadeelden 1 en 2]). Uit onderzoek is gebleken dat dit paspoort volledig vals is. De volgende afwijkende kenmerken zijn geconstateerd: het originele watermerk ontbreekt, er is een onjuiste UV reactie, de retroflectie van het laminaat ontbreekt of is geïmiteerd en overige echtheidskenmerken ontbreken.34

(feit 4 tweede gedachtestreepje)

een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 11], aangetroffen op de kachel / schouw in de woonkamer. Uit onderzoek is gebleken dat het een echt en onvervalst door de Iraakse autoriteiten afgegeven paspoort is, waarvan de aangebrachte Schengen visumsticker volledig vals is.35

(feit 4 derde gedachtestreepje)

een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 12], aangetroffen op de kachel / schouw in de woonkamer. Uit onderzoek is gebleken dat het een echt en onvervalst door de Iraakse autoriteiten afgegeven paspoort is, waarvan de aangebrachte Schengen visumsticker volledig vals is.36

B. De verklaringen van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij slechts wetenschap had van de drie Irakese papoorten, die in de woonkamer zijn aangetroffen. Hij verklaart dat hij bemiddelt in het aanvragen van visa voor het land Iran. De paspoorten waren hem toegezonden door zijn contactpersoon uit Irak, genaamd Ibrahim, die hij eenmaal heeft ontmoet. Hij moest voor de houders van die paspoorten visa aanvragen bij de Iraanse ambassade in Den Haag. Zijn werkwijze was aldus, dat hij via zijn computer die visa aanvroeg, daarna belde met zijn contactpersoon in Iran, die vervolgens de uitnodiging voor de ambassade opstuurde. Met deze uitnodiging ging hij naar de ambassade in Den Haag en hij ontving daar de visa.

Verdachte ontkent iets te maken te hebben met de overige aantroffen documenten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er verschillende personen in zijn woning hebben gewoond en dat er op 25 september 2007 in zijn woning is ingebroken. Volgens verdachte heeft hij drie tot vier maanden na de inbraak niet in zijn woning gewoond. Verdachte stelt dat de documenten bij die gelegenheden (door anderen) in zijn woning kunnen zijn gebracht.37

C. De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie acht de feiten 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair bewezen, in dier voege dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan opzetheling en bezit van valse of vervalste reisdocumenten, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst waren. De officier van justitie

heeft daarbij gelet op de wijze van aantreffen van de documenten in combinatie met de bevindingen inzake de aanhoudingen van de verdachte in verschillende landen en de ongeloofwaardige verklaringen van verdachte over onder meer de visumaanvragen.

De raadsman van verdachte heeft tot vrijspraak gepleit. Hij stelt dat de enkele aanwezigheid van de paspoorten en identiteitskaarten in de woning van verdachte of een bloot feitelijke machtsverhouding onvoldoende is om van (schuld-)heling of verduistering te kunnen spreken. Er staat niet vast dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de documenten. Wegens het ontbreken van die wetenschap kon verdachte daarom ook niet weten dat enkele van die documenten vals of vervalst waren. De raadsman acht aannemelijk dat anderen de documenten in de woning hebben verborgen of verloren. Tijdens de observaties van de woning van verdachte is gezien dat er tijdens de afwezigheid van de verdachte veel personen de woning van verdachte hebben bezocht. De raadsman betwijfelt of de persoon die op 26 maart 2008 is gezien met een vuilniszak de verdachte was. Verdachte was immers voorafgaande aan 26 maart 2008 lange tijd niet in Nederland en hij was op 11 maart 2008 nog in Italië.

Voor wat betreft het paspoort en de identiteitskaart van [benadeelde 8] geldt, dat [benadeelde 8] een kennis is van verdachte en regelmatig bij hem in de woning kwam. Gezien de vindplaats

van de reisdocumenten van [benadeelde 8] - in een naad van de bank in de woonkamer - is aannemelijk dat deze documenten uit de zak van [benadeelde 8] zijn gevallen tijdens één van zijn bezoeken aan verdachte.

Verdachte had weliswaar wetenschap van de aangetroffen drie Iraakse paspoorten, van [benadeelde 6], [benadeelde 11] en [benadeelde 12], maar deze lagen in zijn woning in verband met een visumaanvraag voor deze personen. De door verdachte geschetste methode van visumaanvrage via de Iraakse ambassade is niet ongebruikelijk, aldus de raadsman.

Het onder 5 primair ten laste gelegde kan volgens de raadsman niet bewezen worden omdat er geen sprake is van een vals of vervalst reisdocument. Door het ontbreken van een pasfoto kon het reisdocument immers niet als echt en onvervalst worden gebruikt en is er geen voltooide valsheid. Verdachte dient van de subsidiair ten laste gelegde poging tot vervalsing te worden vrijgesproken omdat niet blijkt van enige betrokkenheid van verdachte bij het lossnijden van de folie. Van medeplegen is volgens de raadsman geen sprake omdat op geen enkele manier is gebleken van bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met anderen bij de feiten.

D. Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het onder 2 primair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen, die in de voetnoten onder de vaststaande feiten zijn aangegeven. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Over de verweren van de raadsman oordeelt de rechtbank als volgt.

De omstandigheid dat verdachte diverse paspoorten en andere reisdocumenten van andere personen voorhanden had, die niet geretourneerd zijn aan de houder c.q. de verstrekkende staat, ongeacht of deze paspoorten gestolen dan wel vermist zijn, brengt met zich dat deze niet anders dan door misdrijf verkregen kunnen zijn.

De verklaringen van verdachte over deze feiten zijn, bezien in samenhang met de bevindingen inzake de overige handelingen van verdachte, bepaald ongeloofwaardig.

Over de beweerdelijke visumaanvragen door verdachte bij de Iraanse ambassade is gehoord de heer [medewerker], die binnen het Iraanse consulaat in Den Haag is belast met visa aanvragen. De heer [medewerker] heeft verklaard dat de naam van verdachte in zijn systeem als aanvrager niet bekend is en dat de werkwijze zoals verdachte verklaart niet de juiste is. Personen die een visum voor Iran aanvragen dienen in persoon op het consulaat te verschijnen.38 Verdachte heeft desgevraagd geen e-mails kunnen tonen met betrekking tot de visum aanvragen. Hij zou deze uit zijn computer hebben verwijderd. In de Irakese paspoorten van [benadeelde 11] en [benadeelde 12] zijn visumstickers voor de Schengen-staten aangebracht met een stempel van de Duitse ambassade. Verdachte kan hierover niet anders verklaren dan dat hij niet weet hoe dat kan en dat hij voor die personen visa voor Iran moest aanvragen.39 In de woning van verdachte zijn evenwel vier A4 vellen aangetroffen met stempelafdrukken van de Duitse ambassade. Deze stempels zijn vergeleken met het stempel op de visumsticker in het paspoort van [benadeelde 11]. Na een onderzoek van die documenten is vastgesteld dat de stempelafdrukken op de A4 vellen en in het paspoort van [benadeelde 11] zijn aangebracht met een vals stempel (met een afwijkende beeltenis van de Duitse adelaar en zonder de naam van de ambassade).40

De rechtbank heeft geen twijfels over de bevindingen van de verbalisant tijdens de observatie van de woning van verdachte op 26 maart 2008. Zij heeft verdachte herkend van een aan haar beschikbaar gestelde foto.41 Verdachte is op 13 maart 2008 in Italië in vrijheid gesteld. Op grond daarvan stelt de rechtbank vast dat het verdachte was die de vuilniszak met daarin de snippers van de houderpagina van het paspoort van [benadeelde 2] bij de vuilniswagen bracht.

Met betrekking tot de reisdocumenten van [benadeelde 8] blijkt dat [benadeelde 8], die in 2007 zelf is aangehouden op verdenking van mensensmokkel, reeds op 14 juli 2008 aangifte van vermissing van die documenten heeft gedaan en daarbij aangaf dat hij zijn portemonnee (met die documenten) vermoedelijk in de trein was verloren.42

Ten aanzien van feit 5 primair deelt de rechtbank het standpunt van de raadsman. Een reisdocument zonder pasfoto kan niet als echt en onvervalst worden gebruikt, dus is er geen voltooide valsheid. Daarentegen acht de rechtbank wel bewezen dat verdachte heeft geprobeerd dat document te vervalsen.

IV Ten aanzien van feit 6:

A. De vaststaande feiten

Op 17 september 2008 zijn in het appartement van verdachte, in de vaste kast in de woonkamer, aan de [adres], twee bankbiljetten van EUR 50,--, modeljaar 2002, beide met serienummer P 1492064596 aangetroffen. Bij nader onderzoek is gebleken dat beide biljetten vals zijn.

Op 15 februari 2008 werd op de Grote Markt te Goes aangehouden [Irakees 4], geboren op 18 oktober 1986 te Irak, wonende te Manchester, die trachtte te betalen met eenzelfde vals biljet met hetzelfde serienummer.43

B. De verklaringen van verdachte

Verdachte ontkent dit feit. Hij verklaart dat hij goed bevriend is met genoemde [Irakees 4] en dat deze wel eens in zijn woning op bezoek kwam, maar dat hij niets van de bankbiljetten weet of daarmee te maken heeft gehad.

C. De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie acht dit feit bewezen, in dier voege dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van de valse bankbiljetten met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven

De raadsman van verdachte heeft tot vrijspraak gepleit. Hij stelt dat de biljetten zijn aangetroffen in een afgesloten kast en dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat verdachte zich met vervalst geld bezig hield. Volgens de raadsman is op geen enkele manier gebleken dat verdachte met [Irakees 4] samenwerkte.

D. Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de valse bankbiljetten in voorraad had met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. Voor het medeplegen van dit feit samen met [Irakees 4] bevat het dossier evenmin voldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

1.

hij op 6 en 7 november 2006, in Nederland, tezamen en in vereniging met één ander,

- [Irakees 1], geboren op [1989] (van Iraakse nationaliteit), en/of

- [Irakees 2], geboren op [1988] (van Iraakse nationaliteit),

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van doorreis door Nederland, immers hebben verdachte en zijn mededader die [Irakees 1] en/of die [Irakees 2] -die niet over een verblijfstitel voor Nederland beschikte(n)- ontmoet en in een personenauto vervoerd, terwijl verdachte en zijn mededader wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang en die doorreis wederrechtelijk was;

2 primair

hij op 17 september 2008, te Goes,

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 1], geboren op 16 juni 1959, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 2], geboren op 15 april 1973, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 3], geboren op 8 oktober 1945, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 4], geboren op 14 augustus 1956, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 5], geboren op 16 maart 1980,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die paspoorten wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.

hij op 17 september 2008, te Goes,

- een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 6],

geboren op 1 februari 1984, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7], geboren op 23 juni 1975, en/of

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 8], geboren op 28 juni 1983, en/of

- Duitse reiseausweis, op naam gesteld van [benadeelde 9], geboren op 1 juni 1986,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die paspoorten en die identiteitskaarten en die reiseausweis wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

hij op 17 september 2008, te Goes, in het bezit was van reisdocumenten, waarvan hij wisten of redelijkerwijs moest vermoeden dat die reisdocumenten en/of de daarin opgenomen visumstickers vals waren, namelijk:

- een Grieks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 10], waarbij de valsheid hieruit bestaat dat dat paspoort in zijn geheel vals is (origineel watermerk en overige echtheidskenmerken ontbreken), en

- een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 11], waarbij de verrvalsing hieruit bestaat dat de aangebrachte Schengen visumsticker volledig vals is, en

- een Iraaks paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 12], waarbij de vervalsing hieruit bestaat dat de aangebrachte Schengen visumsticker volledig vals is, en

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 3], waarbij de vervalsing hieruit bestaat dat (op de keerzijde van de personaliseringspagina) een valse pagina is aangebracht, en

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 4], waarbij de vervalsing hieruit bestaat dat (op de keerzijde van de personaliseringspagina) een valse pagina is aangebracht, en

- een Nederlands paspoort, op naam gesteld van [benadeelde 5], waarbij de vervalsing hieruit bestaat dat (op de keerzijde van de personaliseringspagina) een valse pagina is aangebracht;

5 subsidiair.

hij in de periode van 16 januari 2003 tot en met 17 september 2008 in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om een reisdocument, te weten een Nederlandse identiteitskaart, op naam gesteld van [benadeelde 7] te vervalsen, van die identiteitskaart de folie rondom de pasfoto heeft losgesneden en vervolgens de pasfoto heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest. Zij heeft haar strafeis gebaseerd op de ernst en het aantal van de stafbare feiten en daarbij rekening gehouden met de oriëntatiepunten straftoemeting van het LOVS voor bezit van een vals paspoort (twee maanden per vals paspoort), de grote hoeveelheid vermiste en gestolen identiteitsdocumenten die verdachte in zijn bezit had en de (buitenlandse) recidive van verdachte ter zake van mensensmokkel. In het voordeel van verdachte heeft zij rekening gehouden met de milde vorm van mensensmokkel en de samenloop van de feiten 2 primair en 4 ter zake van de paspoorten van [benadeelde 3,4 en 5] alsmede - naar de rechtbank begrijpt - de feiten 3 primair en 5 ter zake van de identiteitskaart van [benadeelde 7].

Ten slotte heeft de officier van justitie aangekondigd dat zij verdachte nog afzonderlijk zal vervolgen wegens het voeren van een dubbele boekhouding.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vanwege zijn standpunt over het bewijs van de feiten geen strafmaatverweer gevoerd. Hij heeft gesteld dat verdachte, die al negen jaar in Nederland woont, slechts een summier strafblad heeft en dat daarop andersoortige delicten staan vermeld dan de onderhavige feiten. Volgens de raadsman is het strafdossier te onduidelijk om verdachte op basis daarvan te kunnen veroordelen en het is niet de taak van verdachte op grond van dit dossier zijn onschuld te bewijzen. Hij heeft verzocht de verdachte op de datum van de uitspraak onmiddellijk in vrijheid te stellen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is een tweetal vanuit Turkije naar Nederland gesmokkelde Irakezen behulpzaam geweest bij het verder vervoer naar hun bestemming en hij heeft een aantal originele, gestolen of als vermist opgegeven (en vervalste) paspoorten, identiteitspapieren en reisdocumenten in zijn bezit gehad.

Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist en wordt ook bijgedragen aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de 'echte' asielzoeker daardoor kan worden geschaad. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij met zijn handelen hieraan heeft bijgedragen.

Door het voorhanden hebben en voor anderen beschikbaar maken van identiteitspapieren heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het illegale verkeer van personen tussen landen.

Door te frauderen met paspoorten en andere reisdocumenten wordt het vertrouwen dat in

het internationale personenverkeer in identiteitspapieren en reisdocumenten dient te kunnen worden gesteld ondermijnd.

Niettegenstaande het belastende bewijsmateriaal heeft verdachte steeds ontkend de onderhavige feiten te hebben gepleegd. Hij heeft zelfs ontkend in het buitenland voor mensensmokkel te zijn veroordeeld. Met deze proceshouding zal de rechtbank in het

nadeel van de verdachte rekening houden, omdat uit die proceshouding blijkt, enerzijds dat verdachte de laakbaarheid van zijn handelen niet wenst in te zien en anderzijds dat hij geen verantwoording wil nemen voor zijn daden.

Van eendaadse samenloop van de feiten 2 primair en 4 ter zake van de paspoorten van

[benadeelden 3,4 en 5] is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De strekking van de delictsomschrijving van artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht is immers een andere dan die van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht. Daarentegen is wel sprake van een voortgezette handelingen als bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht, omdat zowel onder 2 primair als 4 is bewezen verklaard dat de verdachte paspoorten van [benadeelden 3,4 en 5] voorhanden respectievelijk in bezit had, terwijl het in beide gevallen om dezelfde documenten gaat en die handelingen van de verdachte gelijksoortig van aard zijn.

De rechtbank heeft voor wat betreft de strafmaat voor feit 1 gelet op de criteria die de rechtbank Breda in haar vonnis van 10 september 2008 (LJN: BF3805) daarvoor heeft gegeven, dat wil zeggen - kort gezegd - bij mensensmokkel in mildere vorm drie maanden gevangenisstraf per gesmokkelde persoon.

Op grond van de ernst van de feiten, de persoon van de verdachte en de buitenlandse recidive wegens mensensmokkel, acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk passend en geboden. Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie

is gevorderd, worden volstaan.

7 Beslag

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat met betrekking tot de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen die op een lijst van 9 december 2008, welke lijst is aangehecht aan dit vonnis, zijn opgenomen de volgende beslissingen worden genomen:

de voorwerpen genummerd 1 t/m 3, 8 t/m 13, 18, 20 t/m 24 (valse bankbiljetten), 25 t/m 27, 30 t/m 41, 43, 44, 49 t/m 51, 56, 59, 61 t/m 63, 67 t/m 69, 73 en 75: onttrekking aan het verkeer;

de voorwerpen genummerd 4 t/m 7, 14 t/m 17, 19, 24 (administratieve bescheiden), 28, 29, t/m 27, 41, 42, 45 t/m 48, 52 t/m 55, 57, 58, 60, 64, 65, 66, 70 t/m 72 en 75: teruggave aan de verdachte.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen paspoorten, reisdocumenten, verblijfsvergunning, brieven met stempels van het Duitse Consulaat en groene kaart en valse bankbiljetten genummerd 1 t/m 3, 8, 9, 11 t/m 13, 18, 24 t/m 28, 38 t/m 40, 43, 44, 49 t/m 51, 56, 68, 69 en 73, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat met betrekking tot die voorwerpen de feiten 2 tot en met 5 zijn begaan dan wel deze voorwerpen, die bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten, bij verdachte zijn aangetroffen, kunnen dienen tot het begaan en/of de voorbereiding van soortgelijke feiten, als hierboven bewezen verklaard, en die voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de onder verdachte inbeslaggenomen bankbescheiden en -afschriften, overige administratieve bescheiden, diskettes, telefoontoestellen, genummerd 4 t/m 7, 14 t/m 17, 19, 24 (administratieve bescheiden), 29, 41, 42, 45 t/m 48, 52 t/m 55, 57, 58, 60, 62, 64, 65, 66, 70 t/m 72

en 75, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven.

Bewaring ten behoeve van rechthebbende

Ten aanzien van de in beslag genomen (pas-)foto's, genummerd 10, 20 t/m 23, 30 t/m 37, 59, 61, 63, 67 en 74, is thans niet duidelijk wie daarop rechthebbende is. Om die reden zal de rechtbank de bewaring daarvan ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 45, 47, 56, 57, 63, 197a, 231 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten opleveren:

1. Medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd;

2 primair: ten aanzien van de paspoorten van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]:

Opzetheling, meermalen gepleegd;

2 primair en 4: ten aanzien van de paspoorten van [benadeelde 3], [benadeelde 4] en

[benadeelde 5]

De voortgezette handeling van: "opzetheling, meermalen gepleegd" en "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet of

redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is, meermalen

gepleegd";

3 primair: Opzetheling, meermalen gepleegd;

4. ten aanzien van de paspoorten van [benadeelde 10], [benadeelde 11] en [benadeelde 12]

In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet of

redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is, meermalen

gepleegd;

5 subsidiair. poging tot een reisdocument vervalsen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Beslag

verklaart aan het verkeer onttrokken:

de voorwerpen genummerd 1 t/m 3, 8, 9 11 t/m 13, 18, 24 t/m 28, 38 t/m 40, 43, 44, 49 t/m 51, 56, 68, 69 en 73 genoemd op de lijst van in beslag genomen voorwerpen van 9 december 2008, die is aangehecht aan dit vonnis

gelast de teruggave van:

de voorwerpen genummerd 4 t/m 7, 14 t/m 17, 19, 24 (administratieve bescheiden), 29, 41, 42, 45 t/m 48, 52 t/m 55, 57, 58, 60, 62, 64, 65, 66, 70 t/m 72 en 75 genoemd op de lijst van in beslag genomen voorwerpen van 9 december 2008, die is aangehecht aan dit vonnis, aan: verdachte

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

de voorwerpen genummerd 10, 20 t/m 23, 30 t/m 37, 59, 61, 63, 67 en 74, genoemd op de lijst van in beslag genomen voorwerpen van 9 december 2008, die is aangehecht aan dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Gelderman, voorzitter, mr. De Jager en mr. Verboom, rechters, in tegenwoordigheid van Francke, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 december 2008.

Mr. Verboom is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een doorgenummerde dossierpagina (1 tot en met 1442)

wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld delen van in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakte processen verbaal, opgenomen in het dossier van de Politie Zeeland, Vreemdelingenpolitie, afdeling Executieve Ondersteuning, onderzoek "Hierden", nummer PL1936/08-901789, gedateerd 14 november 2008.

2 Verklaring verdachte (doorgenummerde dossierpagina's 305-306)

3 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 74-76)

4 Pv van identiteitsonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 302)

5 Verklaring verdachte (doorgenummerde dossierpagina 307)

6 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 1080-1083 en bijlage 1106-1108)

7 Nederlandse vertaling van stukken rechtshulpverzoek aan Staatsanwalt te Hannover (bijlage B,

pagina's 34-35)

8 Nederlandse vertaling van het vonnis van de Districtsrechtbank te Malmö (bijlage E,

pagina's 17-21, zie ook uiteenzetting op pagina's 25-26)

9 Nederlandse vertaling van het vonnis van de Districtsrechtbank te Malmö (bijlage F,

pagina's 9-10 en Nederlandse vertaling van de overwegingen van het gerechtshof van Skäne en Blekinge, bijlage F pagina's 15- 16)

10 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 963-965) en verklaringen verdachte (doorgenummerde dossierpagina's 991-994)

11 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 209-210) en Nederlandse vertaling van de Bondspolitie Inspectie luchthaven München (doorgenummerde dossierpagina's 245-249)

12 Verklaring [benadeelde 13] (doorgenummerde dossierpagina 257)

13 Nederlandse vertaling van stuiken van het bureau grenspolitie te Ancona en de rechtbank te Ancona en fotokopie fotoblad (bijlage I, pagina's 47, 51-52, 69 en 157)

14 Bevindingen politie onderzoek woning met plattegrond [adres] en diverse foto's van aangetroffen goederen (doorgenummerde dossierpagina's 423-445). Aangetroffen pasfoto's zie bevindingen politie en foto's van de aangetroffen pasfoto's (doorgenummerde dossierpagina's 536-556)

15 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 78-82)

16 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina 20 onderaan)

17 Verklaring A.A. [Irakees 1] (doorgenummerde dossierpagina 's 181-182)

18 Verklaringen S.M. [Irakees 2] (doorgenummerde dossierpagina 's 187-194)

19 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina 124)

20 Verklaring [medeverdachte] (doorgenummerde dossierpagina 143)

21 Verklaring verdachte (doorgenummerde dossierpagina's 346-347)

22 Verklaring verdachte ter terechtzitting op 11 december 2008

23 Proces-verbaal van onderzoek in een woning (doorgenummerde dossierpagina's 423-425), plattegrond appartement (doorgenummerde dossierpagina 426), definitieve lijst inbeslagname (doorgenummerde dossierpagina's 452-462) en foto's (doorgenummerde dossierpagina 's 427-445)

24 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 787) en proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde dossierpagina's 780-785), foto's op dossierpagina 428

25 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 806) en proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde dossierpagina's 800-802) en foto's op dossierpagina 428

26 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 263-264) en proces-verbaal van documentonderzoek met foto's (doorgenummerde dossierpagina's 284-289)

27 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 826) en proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde dossierpagina's 826-827), foto's op dossierpagina 427

28 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 857) en proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde dossierpagina's 851-854), foto's op dossierpagina 427

29 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 878) en proces-verbaal van aangifte (doorgenummerde dossierpagina's 865-868), foto's op dossierpagina 427

30 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 746) en bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina 454 en 731-733), foto's op dossierpagina's 443, 734

31 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 773), verklaring van vermissing (doorgenummerde dossierpagina's 770-772), bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 767-768) en foto op dossierpagina 769

32 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 906), proces-verbaal van vermissing (doorgenummerde dossierpagina's 898), bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 767-768) en foto's op dossierpagina's 444-445 en 900-901

33 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 889), proces-verbaal van bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 881-882) en foto's op dossierpagina's 429 -430 en 883-887)

34 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 729) bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 726-727), foto's op dossierpagina's 428 en 728

35 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 742) bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 731-733), foto's op dossierpagina's 443, 735-736

36 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 745) bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina's 731-733), foto's op dossierpagina's 443, 737-738

37 Verklaringen verdachte bij de politie (doorgenummerde dossierpagina's 315-316), verklaring tegenover de rechter-commissaris 19 september 20908 (map gvo) en verklaring ter terechtzitting

11 december 2008

38 Bevindingen politie woning (doorgenummerde dossierpagina 764)

39 Verklaring verdachte bij de politie (doorgenummerde dossierpagina 316), foto's visa in paspoorten (doorgenummerde dossierpagina's 326 en 328)

40 Proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina 762) foto's van valse stempels (doorgenummerde dossierpagina's 761c - 761g)

41 Bevindingen politie (doorgenummerde dossierpagina 263) en bijlage I, pagina 69

42 Proces-verbaal van aangifte vermissing (doorgenummerde dossierpagina 898) en bevindingen politie ((doorgenummerde dossierpagina 907 onderaan)

43 Proces-verbaal van onderzoek in een woning, bevindingen politie en proces-verbaal van documentonderzoek (doorgenummerde dossierpagina's 423-425, 722 en 724),