Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BG6357

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
09-12-2008
Zaaknummer
65460
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

n.v.t

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 65460 / KG ZA 08-222

Vonnis van 9 december 2008

in de zaak van

1. Eiser 1,

2. Eiser 2 en

3. Eiser 3,

allen wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat: mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VLISSINGEN,

zetelende te Vlissingen,

gedaagde,

advocaat: mr.drs. B.F.Th. de Moor.

Partijen zullen hierna eisers en de gemeente genoemd worden.

1. De procedure.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9;

- de brief van 5 december 2008 van de zijde van de gemeente en de daarbij gevoegde producties 1 tot en met 15;

- de mondelinge behandeling op 8 december 2008 ter gelegenheid waarvan zijn verschenen eisers, bijgestaan door mr. Swaneveld-Bakelaar voornoemd en de gemeente, vertegenwoordigd door de heer mr. J. Piersma, bijgestaan door mr. De Moor voornoemd;

- de pleitnota van de gemeente.

2. De feiten.

2.1. Eisers zijn eigenaren van de woonruimten, gelegen te [woonplaats] aan respectievelijk [adres 1], [adres 2] en [adres 3].

2.2. Het Huiskamerproject voor Drugsgebruikers (hierna: HKPD) is een voorziening voor langdurig drugsgebruikers voor wie stoppen met het gebruik van drugs te hoog gegrepen is. Het project bestaat uit een huiskameropvang met sociale en maatschappelijke zorg, methadonverstrekking en een gebruikersruimte.

2.3. In 1979 is het HKPD in Vlissingen geopend aan de Coosje Buskenstraat 93-99. De vestiging van het HKPD op deze locatie is in strijd met het bestemmingsplan. Het HKPD dient vóór 12 december 2008 van deze locatie te vertrekken.

2.4. In 2007 is het HKPD onderdeel geworden van de Stichting Emergis.

2.5. Emergis heeft bij de gemeente de dr. Stavermanstraat 59 voorgedragen als nieuwe locatie voor het HKPD. Dit pand werd tot 1 januari 2006 gebruikt door de Kredietbank.

2.6. Op 13 en 14 mei 2008 heeft Emergis, door een brief gedateerd 8 mei 2008 aan de omwonenden te overhandigen, haar voornemen om het pand aan de dr. Stavermanstraat 59 in gebruik te nemen voor het HKPD ook bekend gemaakt aan de omwonenden.

2.7. In verband met de komst van het HKPD is een BuurtBeheerPlan opgesteld. Daarin staat vermeld welke zaken geregeld moeten worden om de veiligheid van de omwonenden zo veel mogelijk te waarborgen.

2.8. In de “Nota criteria voor huisvesting van instellingen die werken voor kwetsbare mensen in Vlissingen” van 2 juni 2004 stelt de gemeente dat drie zaken belangrijk zijn: “Spreiding van organisaties over de hele stad……”.

In de startnotitie voor de ”huisvesting van een nieuw centrum voor sociale verslavingszorg Vlissingen” van 28 december 2004 van B en W staat over de spreiding vermeld: “….Dit betekent dat er een onevenredig grote druk op een gebied in Vlissingen wordt uitgeoefend. De concentratie van instellingen hoeft niet altijd tot problemen te leiden, wel is het zo dat verkeer tussen de verschillende cliëntengroepen niet altijd gewenst is. Om de onevenwichtige druk op een gebied te doorbreken dient te worden besloten dat bij (her)huisvesting van instellingen die werken met kwetsbare mensen er nadrukkelijk wordt gesproken over huisvesting in andere delen van de stad. Uitgangspunt hierbij is dat elke wijk recht heeft op de aanwezigheid van algemene voorzieningen. Dit beleidsuitgangspunt is niet te omschrijven in concrete maatstaven, immers de instellingen waarover wordt gesproken hebben ondanks de noemer werken met kwetsbare mensen soms een verschillend plubliek dat naast de betrokken instelling ook afhankelijk is van andere voorzieningen die dan gevestigd moeten zijn in de omgeving….. Daarom moet bij spreiding gelet worden op de aard van de voorziening en de gewenste aansluiting met nadere organisaties. Enz.”

3. Het geschil.

3.1. Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

I. de gemeente zal gebieden om te voorkomen dat op het adres dr. Stavermanstraat 59 te Vlissingen door Emergis een HKPD wordt gevestigd c.q. uitgeoefend, zulks op straffe van een dwangsom jegens ieder van eisers afzonderlijk van € 100.000,--, te verbeuren ineens of per dag dat de overtreding voortduurt;

II. de gemeente zal gebieden te voorkomen dat op het adres dr. Stavermanstraat 59 te Vlissingen door Emergis een HKPD wordt uitgeoefend voordat uitvoering is gegeven aan al hetgeen in de veiligheidsschouw bij het BuurtBeheerPlan is opgenomen, zulks op straffe van een dwangsom jegens ieder van eisers afzonderlijk van € 100.000,--, te verbeuren ineens of per dag dat de overtreding voortduurt;

III. de gemeente zal veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. Eisers wonen allemaal in of in de buurt van dr. Stavermanstraat 59 te Vlissingen, op welk adres op korte termijn door Emergis een HKPD zal worden gevestigd. Eisers hebben ernstige bezwaren tegen de komst van het HKPD op dit adres. In de wijk waarin eisers wonen is namelijk al een groot aantal voorzieningen voor sociaal zwakkeren gevestigd. Met de komst van een HKPD worden de bewoners van de wijk nog zwaarder belast. Eisers zijn van oordeel dat de gemeente jegens hen verplicht is om te voorkomen dat het HKPD op de dr. Stavermanstraat 59 zal worden gevestigd. Door dat niet te doen is er sprake van een onrechtmatige (overheids)daad jegens eisers. De gemeente handelt namelijk in strijd met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel (omdat voor eisers niet duidelijk is waarom juist voor deze locatie is gekozen en niet voor een van de drie locaties waarnaar onderzoek is gedaan), het rechtszekerheidsbeginsel (omdat volgens het eigen beleid van de gemeente de voorzieningen voor sociaal zwakkeren zo veel mogelijk over de stad verspreid moeten worden) en het evenredigheidsbeginsel (omdat eisers en hun wijkgenoten veel zwaarder worden getroffen dan andere bewoners van de stad omdat alle voorzieningen in deze wijk worden gevestigd). Eisers hebben vernomen dat Emergis op 9 december 2008 de dr. Stavermanstraat 59 wil gaan betrekken. Zij hebben daarom een spoedeisend belang.

3.3. De gemeente voert verweer strekkende tot afwijzing van de vorderingen van eisers. De gemeente is van mening dat zij zorgvuldig te werk is gegaan ten aanzien van de verhuizing van het HKPD van de Coosje Buskenstraat 93-99 naar de dr. Stavermanstraat 59. Het pand aan de dr. Stavermanstraat 59 in Vlissingen is niet ongeschikt voor het huisvesten van een HKPD. De inrichting van het pand als HKPD is niet in strijd met het bestemmingsplan. Ook vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid bestaan geen bezwaren tegen verhuizing van het HKPD naar de dr. Stavermanstraat 59. De omwonenden, waaronder eisers, zijn bang voor overlast door het HKPD, maar de gemeente neemt maatregelen om toename van de overlast zoveel mogelijk te voorkomen. In het kader van het BuurtBeheerPlan, bedoeld om (mogelijke) overlast slagvaardig aan te kunnen pakken, vindt overleg plaats met de omwonenden over de invulling van dit plan. De gemeente betwist dat de vestiging van het HKPD aan de dr. Stavermanstraat 59 in strijd zou zijn met het spreidingsbeleid van de gemeente.

4. De beoordeling.

4.1. Omdat er geen besluit van de gemeente voorligt, staat het eisers vrij zich op grond van een onrechtmatige daad tot de civiele rechter te wenden, zodat de civiele rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.

4.2. De vordering van eisers strekt ertoe dat de gemeente dient te voorkomen dat op het adres dr. Stavermanstraat 59 te Vlissingen door Emergis een HKPD zal worden gevestigd of uitgeoefend.

Voorop gesteld wordt dat niet de gemeente een HKPD op vorengenoemd adres realiseert, maar Emergis. Dit is een private partij over wie de gemeente - behalve uit hoofde van haar publiekrechtelijke bevoegdheden - geen zeggenschap heeft.

De gemeente heeft met Emergis de afspraak gemaakt dat Emergis een nieuwe locatie voor het HKPD zou zoeken en dat zij deze bij de gemeente zou aandragen. De gemeente zou zich daarbij beperken tot het faciliteren van deze zoektocht vanuit haar publiekrechtelijke rol. Meer concreet betekent dit dat een door Emergis voorgedragen locatie door de gemeente zou worden getoetst aan de criteria verenigbaarheid met het bestemmingsplan, handhaving van openbare orde en veiligheid en spreiding. Deze beperkte rol van de gemeente wordt door eisers niet betwist.

4.3. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de gemeente door te oordelen dat er geen bezwaren zijn tegen de vestiging van het HKPD aan de dr. Stavermanstraat 59 in strijd handelt met haar eigen spreidingsbeleid. Eisers stellen dat zij op grond van dit beleid erop hebben mogen vertrouwen dat het HKPD in een andere wijk dan die van eisers zou worden gevestigd. Door anders te oordelen handelt de gemeente in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en daarmee onrechtmatig jegens eisers.

4.4. Bij beantwoording van de vraag of de gemeente in strijd handelt met haar eigen beleid is de rol van de civiele rechter beperkt tot een marginale toetsing. Deze toetsing beperkt zich tot de vraag of de gemeente in redelijkheid heeft kunnen komen tot haar oordeel dat er vanuit het spreidingsbeleid geen bezwaren zijn voor de vestiging van het HKPD in de dr. Stavermanstraat 59.

4.5. Het spreidingsbeleid van de gemeente is neergelegd in de Nota criteria voor huisvesting van instellingen die werken voor kwetsbare mensen in Vlissingen (2 juni 2004) en de hierboven genoemde startnotitie. De in de nota en startnotitie genoemde criteria zijn evenwel algemeen geformuleerd, bevatten geen concrete regels en laten zich niet in concrete maatstaven omschrijven. De gemeente heeft daarmee een ruime marge van vrijheid bij de uitvoering van het beleid. Voorshands kan niet gezegd worden dat de gemeente – marginaal toetsend – die ruime mate van vrijheid heeft overschreden. Eisers kan worden toegegeven dat in de binnenstad van Vlissingen vrij veel voorzieningen zijn gevestigd die zich richten op de sociaal zwakkeren. Met deze constatering is niet gezegd dat de gemeente de voor de voorzieningenrechter toetsbare grenzen heeft overschreden. Daarbij komt dat een gemeente ook een beleid mag aanpassen als blijkt dat een eerder ingezette koers niet haalbaar is. De gemeente doelt daar kennelijk op als zij stelt dat voor de dr. Stavermanstraat is gekozen na een jarenlange zoektocht.

Aannemelijk is ook dat het spreidingsbeleid van de gemeente niet los kan worden gezien van de algemene aanpak van verslavingszorg. Op dat punt heeft de gemeente onweersproken aangevoerd dat vanaf 2006 door de gemeente een andere aanpak van verslavingszorg is gekozen, die ook van invloed is geweest op de keuze voor de locatie van het HKPD.

In het geval als het onderhavige kan de gemeente, als er geen bezwaren zijn uit hoofde van ruimtelijke ordening en de openbare orde en veiligheid, niet meer doen dan haar politiek/bestuurlijke intenties te uiten. Dat was wellicht anders geweest als de gemeente zelf een HKPD zou hebben willen realiseren in een eigen pand, maar dat speelt hier niet.

De door eisers geponeerde stelling dat de gemeente zich schuldig maakt aan een onrechtmatig handelen jegens eisers kan de voorzieningenrechter gelet op het vorenoverwogene niet onderschrijven. Op grond van het vorenstaande zullen de vorderingen van eisers worden afgewezen.

4.6. Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- salaris advocaat EUR 1.054,00

Totaal EUR 1.308,00

5. De beslissing.

De voorzieningenrechter:

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op EUR 1.308,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op

9 december 2008.?