Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BG4161

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
03-09-2008
Datum publicatie
13-11-2008
Zaaknummer
12/700128-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal van buitenboordmotoren door middel van braak door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer(s): 12/700128-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 september 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1989, geboorteplaats],

Gedetineerd in p.i. Zuid West – De Dordtse Poorten te Dordrecht,

raadsman mr. Goedegebure, advocaat te Zierikzee.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is, op tegenspraak, inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 augustus 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Smeenk, en de verdediging hun standpunten hebben kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging luidt als volgt:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks na te noemen

datum/data/periode te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit de jachthaven van Wolphaartsdijk heeft

weggenomen

a) in of omstreeks de nacht van 4 op 5 mei 2008 een motorcruiser (merk Kanic

blue) en/of en buitenboordmotor (merk Suzuki, model DF 140 TL) en/of een

afstandsbediening voor die buitenboordmotor en/of een autoradio met

cd-speler (merk Pioneer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(aangifte p.v.: blz.133 t/m 137)

en/of

b) in of omstreeks de periode van 27 april 2008 tot en met 5 mei 2008 een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F4), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(aangifte p.v.: blz. 104 t/m 107)

en/of

c) in of omstreeks de periode van 28 april 2008 tot en met 5 mei 2008 een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F8 CMHL), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s)

(aangifte p.v.: blz. 109 t/m 113)

waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

[mededader 1] en/of [[mededader 2]] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks

na te noemen datum/data/periode te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de jachthaven van

Wolphaartsdijk heeft weggenomen

a) in of omstreeks de nacht van 4 op 5 mei 2008 een motorcruiser (merk Kanic

blue) en/of en buitenboordmotor (merk Suzuki, model DF 140 TL) en/of een

afstandsbediening voor die buitenboordmotor en/of een autoradio met

cd-speler (merk Pioneer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan hem,

verdachte,

(aangifte p.v.: blz.133 t/m 137)

en/of

b) in of omstreeks de periode van 27 april 2008 tot en met 5 mei 2008 een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F4), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of zijn/hun mededader(s)

en/of aan hem, verdachte,

(aangifte p.v.: blz. 104 t/m 107)

en/of

c) in of omstreeks de periode van 28 april 2008 tot en met 5 mei 2008 een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F8 CMHL), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of zijn/hun

mededader(s) en/of aan hem, verdachte,

(aangifte p.v.: blz. 109 t/m 113)

waarbij die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of zijn/hun

mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen en aldaar,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

(telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door (telkens) in de nabijheid van

de plaats van dat/die misdrijf/ven opzettelijk op de uitkijk te gaan staan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de nacht van 4 op 5 mei 2008, in elk geval in of

omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 5 mei 2008, te Wolphaartsdijk,

gemeente Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een haven van

Wolphaartsdijk heeft weggenomen een boot (voorzien van registratienummer

34-00-YL), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

(aangifte p.v.: blz. 257 t/m 259)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 2 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

[mededader 1] en/of [[mededader 2]] in of omstreeks de nacht van 4 op 5 mei

2008, in elk geval in of omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 5 mei

2008 te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een haven van Wolphaartsdijk heeft weggenomen een boot (voorzien van

registratienummer 34-00-YL), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of zijn mededader(s) en/of aan

verdachte, waarbij die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of zijn mededader(s) zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg

te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk

misdrijf verdachte toen en daar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door in

de nabijheid van de plaats van dat misdrijf opzettelijk op de uitkijk te gaan

staan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 2 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de nacht van 4 op 5 mei 2008, in elk geval in of

omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 5 mei 2008, te Wolphaartsdijk,

gemeente Goes, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een haven van Wolphaartsdijk

heeft weggenomen een boot (voorzien van registratienummer 34-00-YL) in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en

zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een of meer touw(en)

(waarmee die boot aan de wal was vastgemaakt) heeft verwijderd, in elk geval

los gemaakt en/of een eind met die boot is/zijn weggevaren, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(aangifte p.v.: blz. 257 t/m 259)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ook terzake het onder 2 meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

[mededader 1] en/of [[mededader 2]] in of omstreeks de nacht van 4 op 5 mei

2008, in elk geval in of omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 5 mei

2008, te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, ter uitvoering van het door die

[[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een haven van Wolphaartsdijk weg te nemen een boot, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [[mededader 1]] en/of die [[mededader 2]] en/of

zijn mededader(s) en/of aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking,

met een of meer van zijn/hun mededader(s), althans alleen een of meer

touw(en) (waarmee die boot aan de wal was vastgemaakt) heeft/hebben

verwijderd, in elk geval los gemaakt en/of een eind met die boot is/zijn

weggevaren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk(e) (poging tot dat) misdrijf verdachte toen

en daar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door in de nabijheid van de plaats van

dat misdrijf opzettelijk op de uitkijk te gaan staan;;

(aangifte p.v.: blz. 257 t/m 259)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de nacht van 1 op 2 mei 2008 te Ouddorp, gemeente

Goedereede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een loods op een

terrein van Marina Port Zeelande heeft weggenomen een buitenboordmotor (merk

Yamaha, type F60cet1), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

(aangifte p.v.: blz.279 t/m 284)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 27 april 2008 tot en met 5 mei 2008 te

Stavenisse, gemeente Tholen, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een kajuitzeilboot, liggende in de haven, heeft weggenomen een

benzinetank met benzine en/of een jerrycan met benzine, in elk geval een

hoeveelheid benzine, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

(aangifte p.v.: blz. 242 t/m 251)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 april 2008 te Kats, gemeente

Noord-Beveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

kajuitzeiljacht, liggende in de Veerhaven heeft weggenomen een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F4 AMHL), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

(aangifte p.v.: blz. 98 t/m 102)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2008 tot en met 5 mei 2008 te

Ouddorp, gemeente Goedereede, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een haven van Port Zeelande heeft weggenomen een buitenboordmotor (merk

Honda, type 2PK 4 stroke), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(aangifte p.v.: blz.286 t/m 289)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2008 tot en met 5 mei 2008 te

Scharendijke, gemeente Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen in/uit een zeilboot, gelegen in de haven, een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F8 CMHL), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(aangifte p.v.: blz. 264 t/m 269)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 april 2008 te Herkingen, gemeente

Dirksland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een boot, liggende in

de jachthaven, heeft weggenomen (langstaart-)buitenboordmotor (merk Honda,

type Bf50 ax) en/of een buitenlamp en/of een (GPS)antenne en/of een

bedieningspaneel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(aangifte p.v.: blz. 271 t/m 275)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

hij op of omstreeks 17 april 2008 te Stellendam, gemeente Goedereede, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (speed)boot en/of een (vis)boot,

liggende/bevindende op een terrein van de Deltahaven, heeft weggenomen twee,

in elk geval één buitenboordmotor(en) (merk Suzuki, type DF40 TL), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(aangifte p.v.: blz. 291 t/m 297)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

10.

hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2008 tot en met 12 april 2008 te

Scharendijke, gemeente Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een zeil- kajuitboot, liggende in de jachthaven, heeft

weggenomen een buitenboordmotor (merk Yamaha, type F6BMH), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(aangifte p.v.: blz. 87 t/m 92)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

11.

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2008 tot en met 5 mei 2008 in de

gemeente(n) Goes en/of Noord-Beveland en/of Reimerswaal en/of Tholen en/of

Schouwen-Duiveland en/of Goedereede en/of Dirksland, in elk geval in de/het

arrondissement(en) Middelburg en/of Rotterdam, althans (elders) in Nederland

en/of in België (te Antwerpen), heeft deelgenomen aan een organisatie, te

weten een samenwerkingsverband van hem, verdachte, met [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of een of meer

andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had

het plegen van misdrijven, namelijk diefstallen van buitenboordmotoren en/of

(andere) goederen op of vanaf vaartuigen, dit in vereniging doormiddel van

braak, verbreking en/of inklimming en/of de heling van die buitenboordmotoren

en/of (andere) goederen;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan –kort gezegd- de onder 1 primair tenlastegelegde diefstal in vereniging van een drietal buitenboordmotoren door middel van braak en het onder 2 meer subsidiair tenlastegelegde feit van poging tot diefstal in vereniging. Zij baseert zich daarbij op de diverse aangiftes, de bekennende verklaring van verdachte met betrekking tot feit 1a, de processen-verbaal van bevindingen, en de verklaringen van de mededaders [mededader 3] en [mededader 2].

De officier van justitie acht tevens de onder 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigen bewezen. Zij baseert zich hiervoor op de aangiften en de verklaringen van de mededaders [mededader 3] en [mededader 2].

4.3 Het standpunt van de verdediging

Verdachte erkent feit 1a te hebben medegepleegd. Verdachte heeft verklaard door [mededader 3] te zijn gevraagd om mee te gaan om buitenboordmotoren te stelen in de nacht van 4 op 5 mei 2008. Verdachte zou een deel van de opbrengst krijgen.

Met betrekking tot de onder 1b, 1c, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, en 11 ten laste gelegde feiten voert de raadsman van verdachte aan dat verdachte, nu hij genoemde feiten ontkent, dient te worden vrijgesproken. De medeverdachten [mededader 3] en [mededader 2] verklaren belastend over verdachte, doch hun verklaren zijn niet eenduidig.

Er blijkt van onvoldoende overtuigend bewijs ten aanzien van de feiten 1b en 1c. [mededader 3] verklaart dat verdachte erbij aanwezig was, terwijl [mededader 2] verklaart dat verdachte er niet bij aanwezig was.

Ditzelfde geldt voor feit 2.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 is slechts één enkele verklaring van [mededader 3] in het dossier aanwezig. Deze verklaring wordt niet ondersteund door eventuele andere verklaringen of technische bewijsmiddelen, hetgeen betekent dat er onvoldoende bewijs aanwezig is.

Met betrekking tot de onder 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde feiten wordt de naam van verdachte genoemd, doch zijn de verklaringen omtrent zijn deelname niet eenduidig. Er bestaat voor bewezenverklaring van deze feiten te weinig overtuiging.

Met betrekking tot feit 9 is niet duidelijk of verdachte te zien is op de videobeelden welke ten tijde van het plegen van dat feit gemaakt zijn. Dit betekent dat er evenmin voldoende overtuigend bewijs is om dit feit bewezen te verklaren.

Ook voor het onder feit 10 tenlastegelegde vindt de raadsman te weinig overtuigend bewijs om vast te stellen dat verdachte dit feit heeft medepleegd. Daarbij komt dat het onmogelijk is gebleken dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan het onder feit 10 genoemde feit, omdat verdachte toen nog in de gevangenis in Ierland verbleef of onderweg was naar België, maar zeker niet in Nederland is geweest.

Uit het dossier blijkt dat er meerdere keren Roemenen zijn opgepakt, die buitenboordmotoren bij zich hadden welke van diefstallen uit Zeeland afkomstig waren. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er meerdere groepen in Zeeland actief zijn met het wegnemen van buitenboordmotoren.

Het kan niet zo zijn dat, door de enkele aanhouding van verdachte in Wolphaartsdijk en zijn bekennende verklaring, alle feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Er is in deze zaak geen sprake van deelname aan een criminele organisatie, omdat er geen gestructureerde samenwerking was binnen de groep. Er was meer sprake van een wisselende samenwerking. Er zijn evenmin grote geldbedragen aangetroffen bij een van de verdachten of, bijvoorbeeld, in de woning van [mededader 1] te Antwerpen.

Om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken van het onder feit 11 ten laste gelegde feit.

Als er al sprake zou zijn van deelname aan een criminele organisatie, is de rol van verdachte niet noemenswaardig.

4.4 De bewijsoverwegingen

De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard, aangezien niet bewezen is dat het oogmerk was gericht op de wegneming van de boot, terwijl voor zover het de buitenboordmotor betreft de diefstal niet is voltooid. Ten aanzien van het onder feit 2 meer subsidiair tenlastegelegde, de poging tot diefstal, zal verdachte worden vrijgesproken voor zover de tenlastelegging betrekking heeft op de boot nu er niet bewezen is dat het oogmerk tot wegneming daarop gericht was. Wel is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn mededaders een poging hebben gedaan om enig goed, zijnde een buitenboordmotor, weg te nemen, hetgeen kennelijk hun doel was, zodat ter zake poging tot diefstal in vereniging bewezen kan worden verklaard.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 7 tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard, omdat daarvoor onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden zijn. Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd en uit de verklaringen van de mededaders blijkt evenmin stellig dat verdachte dit feit heeft (mede)gepleegd.

De verdachte dient daarvan vrijgesproken te worden.

De rechtbank is ook van oordeel dat het onder feit 10 niet bewezen kan worden verklaard, omdat de verdachte ten tijde van het plegen van het misdrijf, niet in Nederland was. Uit de aangifte blijkt dat de buitenboordmotor tussen 30 maart en 12 april 2008 is weggenomen. Verdachte verbleef in die periode in een gevangenis in Ierland. Hij heeft verklaard dat hij pas op 11 april 2008 vanuit Ierland in België is aangekomen.

De verdachte dient van dit tenlastegelegde feit te worden vrijgesproken.

Om dezelfde reden zal de rechtbank ook de periode van het plegen van het onder feit 11 tenlastegelegde feit beperken tot de periode van 12 april 2008 tot en met 5 mei 2008.

Gedurende deze periode heeft hij deelgenomen aan een organisatie welke tot doel had het plegen van strafbare feiten. Verdachte heeft door zijn handelen een duidelijke rol gespeeld binnen de organisatie.

Uit de stukken blijkt dat er binnen deze organisatie een duurzaam organisatorisch verband bestond. Alle leden van deze organisatie waren bekend met het doel van de organisatie - het wegnemen van buitenboordmotoren- en waren op een of andere manier betrokken bij het plegen van deze misdrijven. Ieder lid had een eigen rol in het geheel. Met name waren [mededader 3] en verdachte degene die de strafbare feiten uitvoerden. [mededader 3] was tevens chauffeur en bracht de daders naar de plaats van het misdrijf. Daarnaast regelde hij de financiën. [[mededader 2]] was de bestuurder van de Chrysler Voyager en bracht, tegen betaling, de buitenboordmotoren naar Roemenië. [[mededader 2]] heeft verklaard dat hij vijf of zes keer naar Roemenië is gereden en dat hij twintig tot vijfentwintig buitenboordmotoren heeft vervoerd. De organisatie opereerde vanuit de woning van [[mededader 1]] aan de [adres]. [[mededader 1]] en [mededader 3] ronselden mensen in Roemenië om voor hen of samen met hen,

diefstallen te plegen. [[mededader 1]] regelde de diefstallen, zocht adressen op, maakte valse facturen, deed de administratie en gaf onderdak aan een aantal van zijn mededaders.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat er sprake was van een criminele organisatie waarbinnen enige hiërarchische structuur bestond.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

1.

hij op tijdstippen in na te noemen

periode te Wolphaartsdijk, gemeente Goes, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit de jachthaven van Wolphaartsdijk heeft

weggenomen

a) in de nacht van 4 op 5 mei 2008 een buitenboordmotor (merk Suzuki, model DF 140 TL) en een

afstandsbediening voor die buitenboordmotor en een autoradio met

cd-speler (merk Pioneer),

toebehorende aan [slachtoffer 1],

en

b) in de periode van 27 april 2008 tot en met 5 mei 2008 een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F4), toebehorende aan [slachtoffer 2],

en

c) in de periode van 28 april 2008 tot en met 5 mei 2008 een

buitenboordmotor (merk Yamaha, type F8 CMHL), toebehorende aan [slachtoffer 3],

waarbij hij, verdachte, en zijn mededaders weg te nemen

goederen telkens onder hun bereik hebben gebracht door middel

van braak;

2.

hij in de nacht van 4 op 5 mei 2008, te Wolphaartsdijk,

gemeente Goes, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met anderen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een haven van Wolphaartsdijk

heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 4], terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de nacht van 1 op 2 mei 2008 te Ouddorp, gemeente

Goedereede, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een loods op een

terrein van Marina Port Zeelande heeft weggenomen een buitenboordmotor merk

Yamaha, type F60cet1 toebehorende aan [slachtoffer5], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en het weg te

nemen goed onder zijn bereik hebben gebracht door middel van

braak;

4.

hij in de periode van 27 april 2008 tot en met 5 mei 2008 te

Stavenisse, gemeente Tholen, tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een kajuitzeilboot, liggende in de haven, heeft weggenomen een

benzinetank met benzine en een jerrycan met benzine, toebehorende aan [slachtoffer 6],

waarbij hij, verdachte, en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen

onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

5.

hij in de nacht van 16 op 17 april 2008 te Kats, gemeente

Noord-Beveland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

kajuitzeiljacht, liggende in de Veerhaven heeft weggenomen een

buitenboordmotor merk Yamaha, type F4 AMHL , toebehorende aan [slachtoffer 7],

waarbij hij, verdachte, en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en het weg te nemen goed

onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

6.

hij in de periode van 30 maart 2008 tot en met 5 mei 2008 te

Ouddorp, gemeente Goedereede, tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een haven van Port Zeelande heeft weggenomen een buitenboordmotor merk

Honda, type 2PK 4 stroke,

toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte en zijn mededaders

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft enf

het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht

door middel van braak;

7.

8.

hij de nacht van 26 op 27 april 2008 te Herkingen, gemeente

Dirksland, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een boot, liggende in

de jachthaven, heeft weggenomen langstaart-buitenboordmotor merk Honda,

type Bf50 ax en een buitenlamp en een GPSantenne en een

bedieningspaneel, toebehorende aan

[slachtoffer 10], waarbij verdachte enzijn mededader(s)de weg te nemen

goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

9.

hij op 17 april 2008 te Stellendam, gemeente Goedereede, tezamen

en in vereniging met anderen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (speed)boot en/of een (vis)boot,

liggende/bevindende op een terrein van de Deltahaven, heeft weggenomen twee,

buitenboordmotoren merk Suzuki, type DF40 TL, toebehorende aan [slachtoffer 11],

10.

11.

hij in de periode van 12 april 2008 tot en met 5 mei 2008 in de

gemeenten Goes en Noord-Beveland en Reimerswaal en Tholen en

Schouwen-Duiveland en Goedereede en Dirksland,

en in België (te Antwerpen), heeft deelgenomen aan een organisatie, te

weten een samenwerkingsverband van hem, verdachte, met [[mededader 1]] en/of [[mededader 2]] en/of [mededader 3] en andere (onbekend gebleven) personen, welke organisatie tot oogmerk

had het plegen van misdrijven, namelijk diefstallen van buitenboordmotoren

en andere goederen op of vanaf vaartuigen, dit in vereniging door middel

van braak;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest en

-toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] -hoofdelijk- tot een bedrag van € 281,00 en -in combinatie daarmee- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 281,00, subsidiair hechtenis voor de duur van 5 dagen, met niet-ontvankelijk verklaring van die benadeelde partij in het overige van zijn vordering,

-toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] -hoofdelijk- tot een bedrag van € 2.444,00 en -in combinatie daarmee- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 2.444,00, subsidiair hechtenis voor de duur van 42 dagen,

-toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] -hoofdelijk- tot een bedrag van € 557,80 en -in combinatie daarmee- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 557,80, subsidiair hechtenis voor de duur van 11 dagen, met niet-ontvankelijk verklaring van die benadeelde partij in het overige van zijn vordering,

-niet-ontvankelijk verklaring in zijn vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6 ].

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten, behoudens 1a.

De raadsman heeft daarbij bepleit dat voor deze diefstal, een gevangenisstraf welke gelijk is aan het voorarrest een redelijke straf is.

De raadsman verzoekt de rechtbank, mocht er een veroordeling volgen, rekening te houden met de ondergeschikte rol van verdachte en dat verdachte niet heeft meegedaan uit geldelijk gewin.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft deel uitgemaakt van een groepering die zich bezig hield met de diefstal van buitenboordmotoren. Deze werden na de diefstal snel naar het buitenland vervoerd en aldaar verkocht. Verdachte heeft binnen deze criminele organisatie een duidelijke rol gespeeld door het tezamen met anderen feitelijk wegnemen van een groot aantal buitenboordmotoren. Dergelijke feiten veroorzaken overlast en onrustgevoelens en brengen voor de slachtoffers financiële schade met zich.

De officier van justitie is bij haar eis uitgegaan van een bewezenverklaring van dertien buitenboordmotoren en deelname aan een criminele organisatie.

Nu de rechtbank slechts bewezen acht dat verdachte schuldig is aan negen strafbare feiten, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op de ernst van de feiten, een gevangenisstraf van na te noemen duur op zijn plaats is. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank mede rekening gehouden met de rol die de veroordeelde vervulde en dat verdachte, ondanks zijn jeugdige leeftijd, reeds is veroordeeld in Ierland tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en dat hij direct na zijn vrijlating en aankomst in België, strafbare feiten is gaan plegen.

7 De benadeelde partijen.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 866,23 terzake van feit 1a.

De raadsman van verdachte heeft deze vordering betwist, in die zin dat de vordering slechts tot een bedrag van € 125,00, zijnde de inbouwkosten van de radio/cd-speler, kan worden toegewezen. Voor wat betreft de kosten voor het liggeld van de boot, is de raadsman van oordeel dat deze kosten evenwel toch betaald moeten worden, ongeacht of de buitenboordmotor op of aan de boot aanwezig is. De overige posten zijn onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank is van oordeel dat de schade, althans ten dele, een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering -hoofdelijk- zal worden toegewezen tot een bedrag van € 125,00, zijnde de kosten voor het terug inbouwen van de radio.

Met betrekking tot de hiervoor toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu dit deel van de vordering niet voldoende is onderbouwd. De benadeelde partij kan zich, voor dit deel van de vordering, wenden tot de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 2.444,00 terzake van feit 2.

De raadsman van verdachte betwist deze vordering. Hij heeft vrijspraak bepleit voor verdachte, zodat de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering. Mocht de rechtbank een veroordeling voor dit feit uitspraken dan dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering omdat de vordering slechts gebaseerd is op een offerte, en kan dus niet vastgesteld worden of de reparaties ook daadwerkelijk zijn verricht. Het gaat in deze om een aanzienlijke vordering. Deze vordering is niet voldoende onderbouwd of gespecificeerd.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering -hoofdelijk- zal worden toegewezen, in die zin dat de vordering, nu deze gebaseerd is op een offerte, naar redelijkheid en billijkheid, zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 als voorschot.

Met betrekking tot de hiervoor toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu dit deel van de vordering niet voldoende is onderbouwd. De benadeelde partij kan zich, voor dit deel van de vordering, wenden tot de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een zogenaamd voegingsformulier benadeelde partij ingediend ter zake van feit 3. De benadeelde partij heeft echter in zijn voegingsformulier geen schadebedrag aangegeven, zodat deze benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 6 ] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 500,00 terzake van feit 4.

De raadsman van verdachte betwist deze vordering. Hij heeft vrijspraak bepleit voor verdachte, zodat de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering. Mocht de rechtbank een veroordeling voor dit feit uitspreken dan dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering –hoofdelijk- zal worden toegewezen tot een bedrag van € 78,27, zijnde de kosten voor de benzinetank en de jerrycan.

Met betrekking tot de hiervoor toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu dit deel van de vordering niet voldoende is onderbouwd. De benadeelde partij kan zich, voor dit deel van de vordering, wenden tot de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij [slachtoffer 9] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 3.367,80 terzake van feit 7.

De raadsman van verdachte betwist deze vordering. Hij heeft vrijspraak bepleit voor verdachte, zodat de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering. Mocht de rechtbank een veroordeling voor dit feit uitspraken dan dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering omdat de vordering niet voldoende onderbouwd is.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, nu de verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een zogenaamd voegingsformulier benadeelde partij ingediend. De benadeelde partij heeft echter in zijn voegingsformulier geen schadebedrag aangegeven. Daar komt nog bij dat het feit waarop dit voegingsformulier betrekking zou hebben niet aan verdachte is ten laste gelegd, zodat deze benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 57, 140, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2 primair en subsidiair, 7, en 10 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten opleveren:

1. primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd,

2. meer subsidiair: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen,

3. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

4. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

5. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

6. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

8. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

9. Diefstal door twee of meer verenigde personen,

11. Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van

€ 125,00, te vermeerderen met de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil; Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag van € 125,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- verstaat dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

-verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk voor het overige van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

- veroordeelt de verdachte bij wijze van voorschot tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van de som van € 1.000,00, te vermeerderen met de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil; Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], een bedrag van € 1.000,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- verstaat dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

-verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk voor het overige van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk is in zijn vordering;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6 ] van de som van

€ 78,27, te vermeerderen met de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6 ], een bedrag van € 78,27 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

Indien dit bedrag geheel of gedeeltelijk door één of meer mededaders is betaald, is de verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te voldoen.

- verstaat dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

-verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6 ] niet-ontvankelijk voor het overige van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 9] niet-ontvankelijk is in zijn vordering;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk is in zijn vordering;

Dit vonnis is gewezen door mr. Lameijer, voorzitter, mr. De Jager en Kuypers, rechters, in tegenwoordigheid van Polderdijk, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 september 2008.

Mr. Lameijer is buiten staat te tekenen.