Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BG3855

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
27-08-2008
Datum publicatie
10-11-2008
Zaaknummer
63807/KG ZA 08-145
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

'' (..)'' Partijen hebben geprocedeerd over de schade aan een door [gedaagden in conventie] van [eisers] gekochte woning te Goes. Deze rechtbank heeft bij vonnis d.d. 7 juli 2004 van de vordering van [gedaagden in conventie] een bedrag van € 107.000,-- toegewezen. In hoger beroep heeft het hof Den Haag bij arrest van 12 juni 2008 aanvullend een bedrag van € 71.656,74 toegewezen en [eisers] veroordeeld in de proceskosten ter hoogte van € 8.019,56. Daarnaast is door het Hof bepaald dat voornoemd bedrag van € 71.656,74 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2002 voor zover de schade voordien is geleden en voor het overige vanaf de dag dat de schade is geleden, beide tot de dag der algehele voldoening. ''(..)''

''(..)'' [gedaagden in conventie] heeft naast het bedrag van € 107.000,-- in 2003 diverse bedragen geïncasseerd van [eisers]. Voorts heeft hij conservatoir beslag doen leggen op de woning van [eisers]. ''(..)''

''(..)'' [eisers] vordert, kort samengevat, [gedaagden in conventie] te verbieden het arrest d.d. 12 juni 2008 te executeren totdat in de bodemprocedure met rolnummer 07/277 is beslist op hetgeen partijen per saldo van elkaar te vorderen hebben, een voorschot vast te stellen op de door hem geleden schade en subsidiair een bedrag vast te stellen waarvoor tenuitvoerlegging (voorlopig) wel mogelijk is. Hij stelt daartoe dat [gedaagden in conventie] inmiddels op grond van onrechtmatige executie van het kort geding vonnis d.d. 8 mei 2003 aanzienlijke bedragen onder zich heeft, die moeten worden verrekend met de door het hof op 12 juni 2008 vastgestelde vordering, waardoor hij per saldo geen vordering meer heeft. Daarbij zal executie volgens [eisers] leiden tot openbare verkoop van zijn woning, hetgeen de belangenafweging in zijn voordeel moet doen uitvallen. ''(..)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

63807 / KG ZA 08-145

Sector civiel recht,

voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 63807 / KG ZA 08-145

Vonnis van 27 augustus 2008

in de zaak van

1. [eiser 1]

wonende te Goes,

2. [eiser 2]

wonende te Goes,

eisers in conventie,

verweerders in (voorwaardelijke) reconventie,

procureur mr. J.B. de Meester,

tegen

1. [gedaagde in conventie]

wonende te Goes,

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

procureur mr. E.H.A. Schute,

advocaat mr. J.L.G.M. Verwiel te Breda,

2. [gedaagde in conventie 2]

wonende te Goes,

gedaagde in conventie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden in conventie] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding;

de brieven d.d. 13, 14 en 15 augustus 2008 met producties van mr. De Meester;

de faxen d.d. 18 en 19 augustus 2008 met producties van mr. Verwiel;

de pleitnota’s zijdens beide partijen, overgelegd ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 20 augustus 2008.

De feiten

Partijen hebben geprocedeerd over de schade aan een door [gedaagden in conventie] van [eisers] gekochte woning te Goes. Deze rechtbank heeft bij vonnis d.d. 7 juli 2004 van de vordering van [gedaagden in conventie] een bedrag van € 107.000,-- toegewezen. In hoger beroep heeft het hof Den Haag bij arrest van 12 juni 2008 aanvullend een bedrag van € 71.656,74 toegewezen en [eisers] veroordeeld in de proceskosten ter hoogte van € 8.019,56. Daarnaast is door het Hof bepaald dat voornoemd bedrag van € 71.656,74 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2002 voor zover de schade voordien is geleden en voor het overige vanaf de dag dat de schade is geleden, beide tot de dag der algehele voldoening.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis in kort geding tussen partijen d.d. 8 mei 2003 [eisers] onder meer veroordeeld tot het stellen van een bankgarantie op straffe van een dwangsom. [gedaagden in conventie] heeft naar aanleiding van dat vonnis dwangsommen geïnd. Het hof heeft bij arrest d.d. 10 maart 2005 voornoemd vonnis vernietigd voor zover [eisers] daarbij op straffe van een dwangsom is veroordeeld om een bankgarantie te stellen. Inmiddels is door [eisers] bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig gemaakt onder nummer HAZA 07-277 ter zake door hem geleden schade als gevolg van het onrechtmatig innen van dwangsommen door [gedaagden in conventie].

[gedaagden in conventie] heeft naast het bedrag van € 107.000,-- in 2003 diverse bedragen geïncasseerd van [eisers]. Voorts heeft hij conservatoir beslag doen leggen op de woning van [eisers].

Het geschil

in conventie

[eisers] vordert, kort samengevat, [gedaagden in conventie] te verbieden het arrest d.d. 12 juni 2008 te executeren totdat in de bodemprocedure met rolnummer 07/277 is beslist op hetgeen partijen per saldo van elkaar te vorderen hebben, een voorschot vast te stellen op de door hem geleden schade en subsidiair een bedrag vast te stellen waarvoor tenuitvoerlegging (voorlopig) wel mogelijk is. Hij stelt daartoe dat [gedaagden in conventie] inmiddels op grond van onrechtmatige executie van het kort geding vonnis d.d. 8 mei 2003 aanzienlijke bedragen onder zich heeft, die moeten worden verrekend met de door het hof op 12 juni 2008 vastgestelde vordering, waardoor hij per saldo geen vordering meer heeft. Daarbij zal executie volgens [eisers] leiden tot openbare verkoop van zijn woning, hetgeen de belangenafweging in zijn voordeel moet doen uitvallen.

Voorts geeft [eisers] aan dat, nu het door het hof toegewezen bedrag reeds op 15 november 2003 door [gedaagden in conventie] was ontvangen, daarover na die datum geen rente meer berekend mag worden. Tenslotte is [eisers] van mening dat zijn schade ten gevolge van de verkoop van zijn auto en het aandelenpakket op eenvoudige wijze kan worden begroot.

[gedaagden in conventie] voert verweer. Hij stelt dat er geen enkele reden is waarom hij niet tot executie zou kunnen overgaan, nu niet is voldaan aan de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria voor schorsing van executie. De door [eisers] gestelde tegenvordering, die door hem in de betreffende bodemprocedure gemotiveerd is betwist, kan volgens [gedaagden in conventie] de executie ook niet blokkeren.

[gedaagden in conventie] is van mening dat de rente over het door het hof toegewezen bedrag dient door te lopen en niet stopt na 15 november 2003, waardoor [eisers] ter zake inmiddels een bedrag van € 25.623,37 aan hem verschuldigd is.

Ten aanzien van het door [eisers] gevorderde voorschot op schadevergoeding betwist [gedaagden in conventie] het spoedeisend belang en stelt hij voorts dat in het kader van de onderhavige procedure geen ruimte is om de complexe problematiek van aansprakelijkheid en schade te kunnen beoordelen.

Indien enig executieverbod wordt toegewezen vordert [gedaagden in conventie] [eisers] (hoofdelijk) te veroordelen tot het stellen van een bankgarantie van € 40.000,-- op straffe van een dwangsom.

De beoordeling

[eisers] heeft zijn vordering tegen gedaagde sub 2 ingetrokken, zodat de vordering ten opzichte van die gedaagde geen beoordeling en beslissing behoeft.

Bij de beoordeling van een executiegeschil als het onderhavige is het uitgangspunt dat voor schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest slechts plaats is indien de executant door over te gaan tot tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid maakt. Dat zal het geval kunnen zijn als het te executeren vonnis klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag, of indien na het wijzen van het vonnis feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen die klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand doen ontstaan, waardoor onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

Gesteld noch gebleken is dat het arrest een dergelijke misslag bevat.

Door [eisers] is echter onweersproken gesteld dat per 15 november 2003 in ieder geval het door het hof toegewezen bedrag van € 71.656,74 was betaald aan c.q. geïnd door [gedaagden in conventie]. De voorzieningenrechter kan het exacte bedrag niet vaststellen aan de hand van de door partijen overgelegde stukken, maar de door partijen genoemde bedragen (respectievelijk € 71.770,21 en € 73.128,86) overstijgen in ieder geval het door het hof toegewezen bedrag. Nu door [eisers] onweersproken is gesteld dat de laatste van de betreffende betalingen is gedaan per 15 november 2003, kan mede gelet op hetgeen in het arrest van het hof is bepaald betreffende de verschuldigdheid van wettelijke rente, vooralsnog worden geconcludeerd dat de wettelijke rente over het door het hof toegewezen bedrag verschuldigd is van 6 juni 2002 tot 15 november 2003. De voorzieningenrechter gaat daarbij uit van een bedrag van € 3.254,85 zoals door [eisers] in de dagvaarding genoemd, nu de hoogte daarvan door [gedaagden in conventie] niet (gemotiveerd) is betwist. Daarnaast dient [eisers] op grond van het arrest nog een bedrag van € 8.019,56 aan proceskosten aan [gedaagden in conventie] te voldoen. Uitgaande van voornoemde bedragen wordt dan ook vooralsnog geconcludeerd dat per saldo een bedrag resteert van afgerond € 11.000,-- dat nog door [eisers] aan [gedaagden in conventie] moet worden voldaan. Voor dit resterende bedrag mag het arrest van het hof ten uitvoer worden gelegd.

Naar voorlopig oordeel maakt [gedaagden in conventie], voor zover hij executeert voor een bedrag boven de € 11.000,--, misbruik van zijn executiebevoegdheid, nu [eisers] voor het overige heeft voldaan aan de veroordeling uit voornoemd arrest.

Ten aanzien van het beroep op verrekening door [eisers] overweegt de voorzieningenrechter het volgende. [gedaagden in conventie] beschikt op grond van het arrest van het hof over een executoriale titel ten laste van [eisers], waarvan hij gelet op het vorenstaande nog gebruik kan maken tot voornoemd bedrag. Een eventuele tegenvordering van [eisers] op [gedaagden in conventie] kan die executie niet blokkeren. De vordering waar [eisers] op doelt betreft een ander onderwerp dat los staat van het onderhavige geschil. Bovendien loopt daaromtrent nog een bodemprocedure, waarin door [gedaagden in conventie] gemotiveerd verweer is gevoerd.

De voorzieningenrechter zal, gelet op het vorenstaande, de executie van het arrest schorsen voor zover het een bedrag van € 11.000,-- overstijgt.

[eisers] vordert voorts een voorschot te bepalen op zijn schade. Deze vordering strekt derhalve tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding dient er aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan. Zo dient het bestaan van de vordering van [eisers] op [gedaagden in conventie] voldoende aannemelijk te zijn, in die zin dat het in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk is dat de vordering wordt toegewezen. Daarnaast dient ook sprake te zijn van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl tevens beoordeeld dient te worden of er sprake is van een onaanvaardbaar restitutierisico.

Ter zake de waarschijnlijkheid dat de vordering in een bodemprocedure wordt toegewezen overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de vordering van [eisers] in de bodemprocedure, valt voorshands niet op eenvoudige wijze vast te stellen dat [eisers] een vordering heeft op [gedaagden in conventie] en wat de omvang van een dergelijke vordering zou zijn. Daartoe dient nader onderzoek en wellicht bewijslevering plaats te vinden, waarvoor echter in het kader van de onderhavige procedure geen plaats is. Vooralsnog is derhalve niet hoogstwaarschijnlijk dat de vordering van [eisers] in een bodemprocedure wordt toegewezen.

Derhalve is niet aan eerstgenoemde voorwaarde voldaan.

Voorts heeft [eisers], tegenover de betwisting door [gedaagden in conventie], niet (gemotiveerd) gesteld dat er sprake is van een spoedeisend belang. Tenslotte is door [eisers] niet gesteld dat er sprake is van een onaanvaardbaar restitutierisico, zodat er vooralsnog van uit wordt gegaan dat ook daaraan niet is voldaan. Nu aan geen van de voorwaarden is voldaan zal deze vordering worden afgewezen.

Nu partijen over en weer deels in het (on)gelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in (voorwaardelijke) reconventie

De vordering tot het stellen van een bankgarantie door [eisers] zal worden afgewezen, nu hij geacht wordt voldoende zekerheid voor zijn nog resterende vordering te hebben op grond van het door hem gelegde conservatoir beslag op de woning van [eisers].

De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

schorst de executie van het arrest van het hof Den Haag d.d. 12 juni 2008 voor zover het een bedrag van € 11.000,-- overstijgt;

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in (voorwaardelijke) reconventie

wijst het gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2008.