Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BF0061

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
13-08-2008
Datum publicatie
09-09-2008
Zaaknummer
57882/HA ZA 07-254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(..)'' Bij vonnis van 18 juni 2003 heeft de Rechtbank van Koophandel van Luik [gedaagde] [bedrijf] veroordeeld om aan [eiseres] te betalen een schadevergoeding van € 91.127,99, vermeerderd met de wettelijke rente, een bijkomende schadevergoeding van € 10.147,30 vermeerderd met de wettelijke rente en een kostenvergoeding van € 11.522,76. [gedaagde] [bedrijf] heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Het Beroepshof van Luik heeft bij arrest van 27 januari 2006 het vonnis van Rechtbank van Koophandel van Luik bevestigd. [gedaagde] is bestuurder van [gedaagde] [bedrijf]. ''(..)''

Het geschil

''(..)'' [eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

voor recht verklaart dat [gedaagde] persoonlijk aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad voor de vorderingen die [eiseres] op [gedaagde] [bedrijf] heeft uit hoofde van de in België gewezen vonnissen, meer in het bijzonder uit hoofde van het arrest d.d. 27 januari 2006 van het Beroepshof van Luik, [arrestnr], onder repertorium nr. 672 en ordenummer 214;

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 244.099,49, vermeerderd met rente en kosten conform de in België gewezen vonnissen vanaf 5 september 2006 althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen schadevergoeding;

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 4.000,00;

[gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure vonnis waaronder de kosten van het door [eiseres] gelegde beslag, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis en met veroordeling van [gedaagde] in de nakosten. ''(..)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

57882 / HA ZA 07-25413 augustus 2008

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 57882 / HA ZA 07-254

Vonnis van 13 augustus 2008

in de zaak van

naar buitenlands recht

[eiseres]

gevestigd te Luik, België,

eiseres,

procureur mr. C.J. IJdema,

advocaat mr. M. Teekens,

tegen

[gedaagde],

wonende te Breskens,

gedaagde,

procureur mr. J.P. Quist

advocaat mr. J.M. van der Wulp.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 1 augustus 2007;

het proces-verbaal van comparitie van 26 november 2007;

de akte na comparitie van [gedaagde];

de antwoordakte van [eiseres];

de nadere akte van [gedaagde];

de conclusie van repliek;

de conclusie van dupliek.

De feiten

Bij vonnis van 18 juni 2003 heeft de Rechtbank van Koophandel van Luik [gedaagde] [bedrijf] veroordeeld om aan [eiseres] te betalen een schadevergoeding van € 91.127,99, vermeerderd met de wettelijke rente, een bijkomende schadevergoeding van € 10.147,30 vermeerderd met de wettelijke rente en een kostenvergoeding van € 11.522,76. [gedaagde] [bedrijf] heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Het Beroepshof van Luik heeft bij arrest van 27 januari 2006 het vonnis van Rechtbank van Koophandel van Luik bevestigd. [gedaagde] is bestuurder van [gedaagde] [bedrijf].

Het geschil

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

voor recht verklaart dat [gedaagde] persoonlijk aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad voor de vorderingen die [eiseres] op [gedaagde] [bedrijf] heeft uit hoofde van de in België gewezen vonnissen, meer in het bijzonder uit hoofde van het arrest d.d. 27 januari 2006 van het Beroepshof van Luik, [arrestnr], onder repertorium nr. 672 en ordenummer 214;

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 244.099,49, vermeerderd met rente en kosten conform de in België gewezen vonnissen vanaf 5 september 2006 althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen schadevergoeding;

[gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 4.000,00;

[gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure vonnis waaronder de kosten van het door [eiseres] gelegde beslag, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis en met veroordeling van [gedaagde] in de nakosten.

[eiseres] legt, samengevat, het volgende aan haar vordering ten grondslag. Zij heeft aan de deurwaarder opdracht gegeven om de Belgische vonnis te executeren. De deurwaarder heeft op 2 januari 2007 bericht dat er sprake zou van een lege vennootschap. Uit de jaarrekeningen van [gedaagde] [bedrijf] blijkt dat de vennootschap tussen 2002 en 2005 is “uitgekleed”. In 2004 zijn verschillende vennootschappen opgericht die een rol hebben gespeeld bij de ontmanteling van [gedaagde] [bedrijf]. Vanaf 29 maart 1999 tot 22 juni 2004 is de heer [L] als gevolmachtigde betrokken geweest bij [gedaagde] [bedrijf]. Op 29 juni 2004 is [De heer L bedrijf] opgericht. Op dezelfde datum zijn voorts opgericht: [bedrijf 2]., [bedrijf 3]. en [bedrijf 4]. De eerste drie genoemde vennootschappen zijn de bestuurders van [bedrijf 4]. Alle vennootschappen zijn betrokken geweest bij de overname van [gedaagde] [bedrijf] en zijn specifiek voor dat doel opgericht. Met deze constructie heeft [gedaagde] de gezonde en levensvatbare onderdelen van [gedaagde] [bedrijf] los willen koppelen van de vorderingen van [eiseres]. De vorderingen van [eiseres] zijn achtergebleven in een lege vennootschap. Het was voor [gedaagde] duidelijk dat de vorderingen van [eiseres] toegewezen zouden worden. [eiseres] is van oordeel dat [gedaagde] bewust de verhaalbaarheid van deze vorderingen heeft willen uitsluiten. Hij had bij de financiële afwikkeling van zijn vennootschap rekening moeten houden met de vordering van [eiseres]. Op grond van de bevindingen in de Belgische procedures was het voor [gedaagde] [bedrijf] al vanaf 3 december 1997 duidelijk dat zij aansprakelijk was voor de door [eiseres] geleden schade. Vanaf 2002 heeft [gedaagde] [bedrijf] nagenoeg alle schuldeisers voldaan met uitzondering van [eiseres]. [gedaagde] is persoonlijk aansprakelijk. [eiseres] verwijst in dit verband ook naar de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 29 november 2000.

[gedaagde] voert, samengevat, het volgende verweer. [gedaagde] [bedrijf] draaide tot en met 2002 redelijk moeizaam. Het eigen vermogen was per ultimo 2001 € 31.577 negatief. [gedaagde] [bedrijf] werd gefinancierd door de ABN. Tot meerdere zekerheid voor de verleende kredietfaciliteiten had de ABN een recht van hypotheek gevestigd op het pand aan de [adres] te Breskens en ook pandrechten op voorraden, bedrijfsinventaris, debiteuren en overeenkomsten van aanneming van werk. [gedaagde] [bedrijf] heeft op 30 juni 2004 de machines, inventarissen, vervoermiddelen, voorraden en onderhandenwerk verkocht voor € 400.000,00. De kooprijs is voornamelijk gebruikt voor de afbouw van de kredietfaciliteit van ABN. Van de koopsom heeft [gedaagde] [bedrijf] € 265.709,17 voldaan aan de ABN en € 137.290,83 aan gewone crediteuren. Er is geen sprake geweest van “uitkleden”; De activa zijn voor een normale prijs verkocht en de opbrengst is in de kas van [gedaagde] [bedrijf] gevloeid. [eiseres] maakte geen aanspraak op betaling. Zij beschikte over een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis maar heeft nooit een verzoek gedaan om het vonnis ten uitvoer te mogen leggen. [eiseres] heeft niets gedaan en het hoger beroep afgewacht. Zij heeft evenmin gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bewarende maatregelen te treffen.

De beoordeling

[eiseres] legt aan haar vordering een onrechtmatige daad ten grondslag. Nu een vordering uit onrechtmatige daad wordt beheerst door het recht van het land waar de onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden, tenzij partijen een rechtskeuze hebben gemaakt, hetgeen hier niet het geval is, is Nederlands recht van toepassing. Op grond van artikel 2 van de EEX-Verordening is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vordering kennis te nemen.

Benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald blijven van diens vordering kan naast de aansprakelijkheid van de vennootschap ook grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld indien hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Volgens vaste jurisprudentie geldt als maatstaf of het handelen of nalaten van de betrokken bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is daar in dit geval geen sprake van. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat de activa voor een normale prijs zijn verkocht en de opbrengst in de kas van [gedaagde] [bedrijf] is gevloeid, dat de kooprijs voornamelijk is gebruikt voor de afbouw van de kredietfaciliteit van ABN, die beschikte over pandrechten op voorraden, bedrijfsinventaris en debiteuren en betaling aan crediteuren. Naar het oordeel van de rechtbank doet zich hier niet de situatie voor dat [gedaagde] heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakwam. Zij neemt daarbij in aanmerking [eiseres] geen aanspraak op betaling heeft gemaakt, ondanks het feit dat zij beschikte over een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, dat zij nooit een verzoek heeft gedaan om het vonnis ten uitvoer te mogen leggen, dat zij evenmin gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bewarende maatregelen te treffen en er kennelijk ook zelf voor heeft gekozen om de uitkomst van het door [gedaagde] ingestelde hoger beroep af te wachten. Tenslotte is de rechtbank van oordeel dat [eiseres], gelet op de toelichting van [gedaagde] op de gang van zaken, haar stelling dat [gedaagde] de gezonde en levensvatbare onderdelen van [gedaagde] [bedrijf] los heeft willen koppelen van de vorderingen van [eiseres] en welbewust heeft bewerkstelligd dat [eiseres] onbetaald is gebleven, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vorderingen van [eiseres] derhalve afwijzen.

[eiseres] dient als de in het ongelijk te stellen partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Het door [eiseres] aan [gedaagde] te vergoeden griffierecht bedraagt € 1.1.36,00 en het salaris van de procureur 3.5 punten á € 2.000,00 (tarief VI) € 7.000,00.

De beslissing

De rechtbank

weigert de gevraagde verklaring voor recht en wijst de vorderingen van [eiseres] af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding welke aan de zijde van [gedaagde] tot aan dit moment worden begroot op € 1.1.36,00 wegens griffierecht en € 7.000,00 wegens procureurssalaris;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2008