Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BE0091

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
23-07-2008
Datum publicatie
14-08-2008
Zaaknummer
62077/HA ZA 08-141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(..)'' Tussen partijen is een overeenkomst gesloten, op grond waarvan [gedaagden] vanaf april 2007 drie paarden bij [eiser 1] heeft gestald. De overeenkomst is door [eiser 1] bij fax van

7 augustus 2007 tegen 1 september 2007 opgezegd. ''(..)''

''(.. )'' Bij het door de voorzieningenrechter van deze rechtbank (onder nummer 58879/KG ZA 07-140) gewezen vonnis van 14 augustus 2007 (hierna: het vonnis), is [eiser 1] c.s. veroordeeld om - onder meer - binnen 24 uur na datum van dat vonnis te voldoen aan hetgeen onder 5.1 a t/m e in dat vonnis onder de beslissing is genoemd, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere overtreding, met een maximum van € 5.000,-. ''(..)''

''(..)'' De onder 2.2 bedoelde beslissing in het vonnis luidt

onder 5.1: “Veroordeelt gedaagden, om binnen 24 uur van dit vonnis:

dagelijks zorg te dragen voor het voeren van de drie paarden van eiseres ’s morgens;

aan eiseres ter beschikking te stellen een sleutel van het slot op de deur van de schuur waarin voer, vlas en trailer van eiseres staan;

dagelijks zorg te dragen voor het dichtmaken van de poort die toegang geeft tot de paardenboxen, zadelkamer etc. met aansluiting van de alarminstallatie;

dagelijks toe te staan dat de paarden 5 á 10 uur per etmaal in de weide staan;

om dagelijks leveranciers van voer en vlas voor de paarden van eiseres toe te laten tot de boxen en de schuur voor het lossen van genoemde waren;”

onder 5.2: “bepaalt dat gedaagden, ingeval zij niet of niet volledig voldoen aan het onder a tot en met e bepaalde aan eiseres een dwangsom betalen van € 250,- voor iedere overtreding met een maximum van € 5.000,-.” ''(..)''

''(..)'' [eiser 1] vordert - zakelijk weergegeven - bij wege van provisionele eis (voor de duur van de hoofdzaak en het hoger beroep tegen het kort gedingvonnis d.d. 14 augustus 2007),

de executie van het vonnis d.d. 14 augustus 2007 als bedoeld onder 3 en 14 in het lichaam van de dagvaarding (dwangsommen) te schorsen;

[gedaagden] te veroordelen tot opheffing van de eventueel inmiddels gelegde beslagen,

op straffe van een dwangsom van € 100.000,-. ''(..)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

62077 / HA ZA 08-14125 juni 2008

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 62077 / HA ZA 08-141

Vonnis in incident van 23 juli 2008

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te Colijnsplaat,

2. [eiser 2],

wonende te Colijnsplaat,

eisers in het incident,

eisers in de hoofdzaak,

procureur mr. R.A.A. Maat,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1].,

gevestigd te Vlissingen,

2. [gedaagde 2],

wonende te Vlissingen,

3. [gedaagde 3],

wonende te Vlissingen,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

procureur mr. E.H.A. Schute.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als [eiser 1] en [eiser 2], tezamen als [eisers]., respectievelijk [gedaagde 1]., [gedaagde 2] en [gedaagde 3], tezamen als [gedaagden]

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening,

de incidentele conclusie van antwoord.

De feiten in het incident

Tussen partijen is een overeenkomst gesloten, op grond waarvan [gedaagden] vanaf april 2007 drie paarden bij [eiser 1] heeft gestald. De overeenkomst is door [eiser 1] bij fax van

7 augustus 2007 tegen 1 september 2007 opgezegd.

Bij het door de voorzieningenrechter van deze rechtbank (onder nummer 58879/KG ZA 07-140) gewezen vonnis van 14 augustus 2007 (hierna: het vonnis), is [eiser 1] c.s. veroordeeld om - onder meer - binnen 24 uur na datum van dat vonnis te voldoen aan hetgeen onder 5.1 a t/m e in dat vonnis onder de beslissing is genoemd, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere overtreding, met een maximum van € 5.000,-.

De onder 2.2 bedoelde beslissing in het vonnis luidt

onder 5.1: “Veroordeelt gedaagden, om binnen 24 uur van dit vonnis:

dagelijks zorg te dragen voor het voeren van de drie paarden van eiseres ’s morgens;

aan eiseres ter beschikking te stellen een sleutel van het slot op de deur van de schuur waarin voer, vlas en trailer van eiseres staan;

dagelijks zorg te dragen voor het dichtmaken van de poort die toegang geeft tot de paardenboxen, zadelkamer etc. met aansluiting van de alarminstallatie;

dagelijks toe te staan dat de paarden 5 á 10 uur per etmaal in de weide staan;

om dagelijks leveranciers van voer en vlas voor de paarden van eiseres toe te laten tot de boxen en de schuur voor het lossen van genoemde waren;”

onder 5.2: “bepaalt dat gedaagden, ingeval zij niet of niet volledig voldoen aan het onder a tot en met e bepaalde aan eiseres een dwangsom betalen van € 250,- voor iedere overtreding met een maximum van € 5.000,-.”

[eiser 1] heeft tegen het vonnis beroep in gesteld op 11 september 2007.

Het vonnis is op 14 september 2007 aan [eiser 1] betekend. In het exploit van betekening is - voor zover thans van belang - vermeld: “aanzegging dat op 4, 10 en 11 september 2007 is geconstateerd dat door gedaagden het gestelde in punt 5.1c is overtreden zodat er thans 3 dwangsommen á € 250,00 in rekening zullen worden gebracht/verbeurd. (…) bevel gedaan om binnen 2 dagen na heden (…) te betalen (…) voor dwangsommen: € 750,- (…) voor de bij gemelde titel tot aan de uitspraak begrote proceskosten, onverminderd alle daarna reeds gevallen en nog te vallen kosten € 1.375,85. (…)”

Op 29 september 2007 heeft [eiser 1] c.s. de paarden van [gedaagden] van haar terrein verwijderd en in Wissenkerke ondergebracht.

In een brief van 23 oktober 2007 van de gemachtigde van [gedaagden] aan [eiser 1] c.s. is onder meer het volgende vermeld: “Inmiddels gaf ik de deurwaarder opdracht executiemaatregelen te nemen, omdat uw cliënten inmiddels terzake dwangsommen het maximum van € 5.000,- hebben verbeurd, zulks te rekenen vanaf zaterdag 29 september 2007 (…)”.

Op 25 februari 2008 heeft [gedaagden] executoriaal beslag op de woning van [eiser 1] c.s. gelegd.

In de hoofdzaak vordert [eiser 1] c.s., samengevat, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de in het lichaam van de dagvaarding bedoelde executies te verbieden, althans te schorsen, de gelegde beslagen op te heffen op straffe van een dwangsom van € 100.000,-, te verklaren voor recht dat [gedaagde 3] en [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld door [eiser 1] en [eiser 2] te mishandelen en dat [gedaagden] de dientengevolge geleden schade hoofdelijk dient te vergoeden. Daarnaast wordt een voorschot op die schadevergoeding ad € 5.000,- en betaling van € 1.136,45 gevorderd, alles met rente en kosten.

Het geschil in het incident

[eiser 1] vordert - zakelijk weergegeven - bij wege van provisionele eis (voor de duur van de hoofdzaak en het hoger beroep tegen het kort gedingvonnis d.d. 14 augustus 2007),

de executie van het vonnis d.d. 14 augustus 2007 als bedoeld onder 3 en 14 in het lichaam van de dagvaarding (dwangsommen) te schorsen;

[gedaagden] te veroordelen tot opheffing van de eventueel inmiddels gelegde beslagen,

op straffe van een dwangsom van € 100.000,-.

Aan de vordering ligt - samengevat - het volgende ten grondslag. [eiser 1] c.s. heeft steeds voldaan aan de in het vonnis van de voorzieningenrechter opgelegde geboden, ook na

29 september 2007. Op of omstreeks 29 september 2007 heeft [gedaagden] de paarden bij

[eiser 1] c.s. weggehaald, zodat [eiser 1] c.s. vanaf dat moment niet meer aan de geboden van de voorzieningenrechter kon voldoen, door toedoen van [gedaagden] zelf. Daarnaast is - in strijd met artikel 611a lid 3 Rv - aanspraak gemaakt op de onder 2.5 bedoelde dwangsommen vóór betekening van de uitspraak waarbij ze zijn vastgesteld.

[gedaagden] voert verweer. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 611d Rv exclusief bevoegd, zodat [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering.

[eiser 1] c.s. handelde in strijd met het vonnis door de paarden van haar terrein te verwijderen, zodat [eiser 1] c.s. vanaf die datum een dwangsom van € 250,- per dag verbeurde. Er is geen reden de executie van het vonnis te schorsen nu geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag of feiten in het vonnis of na het vonnis gebleken omstandigheden die aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan.

De beoordeling in het incident

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagden] dat de rechtbank op grond van artikel 611d Rv onbevoegd is, wordt verworpen. Artikel 611d Rv is slechts van toepassing indien de veroordeelde in de onmogelijkheid verkeert om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Gelet op hetgeen [eiser 1] c.s. (primair) aan de vordering ten grondslag legt, is daarvan geen sprake. De rechtbank is op grond van artikel 438 lid 1 Rv bevoegd van de incidentele vordering kennis te nemen.

Terecht stelt [eiser 1] c.s. dat ingevolge artikel 611a lid 3 Rv dwangsommen niet kunnen worden verbeurd vóór betekening van de uitspraak waarbij zij zijn vastgesteld. Nu [gedaagden] echter - onder overlegging van de onder 2.7 bedoelde brief - stelt aanspraak te maken op de verbeurde dwangsommen vanaf 29 september 2007 - dat is na betekening van het vonnis - zal de rechtbank er vanuit gaan dat het in deze procedure om die dwangsommen gaat.

[eiser 1] c.s. heeft onweersproken gesteld dat [gedaagden] de paarden op of omstreeks 29 september 2007 bij de nieuwe stalling te Wissenkerke heeft weggehaald. [eiser 1] c.s. was daardoor niet in staat aan de veroordeling in het vonnis te voldoen. Er bestaat dan ook een gerede kans dat de bodemrechter zal oordelen dat de dwangsommen niet verbeurd zijn. De vordering tot schorsing van de executie van het vonnis zal daarom worden toegewezen.

De vordering tot opheffing van het executoriale beslag wordt afgewezen. Nu de vordering tot schorsing van de executie van het vonnis wordt toegewezen, is de voor tenuitvoerlegging vatbare titel geschorst, zodat (gedurende die schorsing) niet kan worden overgegaan tot executoriale maatregelen tegen de onroerende za(a)k(en) van [eiser 1] c.s.

De rechtbank zal, gelet op de samenhang tussen de provisionele eis en de vordering in de hoofdzaak, de beslissing over de in het incident gevallen proceskosten aanhouden tot het in de hoofdzaak te wijzen eindvonnis.

De beslissing

De rechtbank,

in het incident:

schorst de executie van het tussen partijen (onder zaaknummer 58879 KG ZA 07-140) gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank d.d. 14 augustus 2007 totdat het Gerechtshof te ’s-Gravenhage eindarrest heeft gewezen in het aldaar door [eiser 1] c.s. tegen voornoemd vonnis ingestelde hoger beroep en totdat in de onderhavige zaak in de hoofdzaak vonnis is gewezen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt aan de beslissing over de kosten van dit incident tot in de hoofdzaak is beslist;

- wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak:

- verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 september 2008 voor een conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op

23 juli 2008