Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD9049

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
13-06-2008
Datum publicatie
31-07-2008
Zaaknummer
06/858
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAO. Deskundige. Specifieke karakter aandoening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 06/858

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

[C]

wonende te [adres],

eiseres,

gemachtigde mr. E.H.M. Graafmans,

tegen

Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

gevestigd te Breda,

verweerder.

I. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit van 30 juni 2006 van verweerder (het bestreden besluit).

Het beroep is op 23 november 2006 ter zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.J.M. van Eijk. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Bij beslissing van 6 december 2006 is het onderzoek in de zaak heropend waarna dr. E.A.C.M. Sanders, neuroloog te Breda, als deskundige is benoemd.

Dr. Sanders heeft bij rapportage van 5 april 2007 verslag gedaan van zijn bevindingen. Partijen hebben naar aanleiding van de rapportage gereageerd en deze reacties zijn voorgelegd aan dr. Sanders. Deze heeft bij brief van 28 augustus 2007 gereageerd. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld een reactie op genoemde brief kenbaar te maken.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

II. Overwegingen

1. Eiseres is op 4 december 2000 als werknemer uitgevallen wegens pijnklachten aan nek, hoofd en rechterarm. Bij besluit van 25 februari 2002 is aan eiseres per 3 december 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsonderschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. In de daaropvolgende jaren zijn verschillende besluiten over de WAO-uitkering van eiseres genomen.

2. Bij besluit van 25 januari 2006 is met ingang van 5 mei 2003 een WAO-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

3. Bij besluit van 26 januari 2006 is de WAO-uitkering van eiseres met ingang van 17 oktober 2005 ingetrokken aangezien de mate van arbeidsongeschiktheid per genoemde datum was afgenomen naar minder dan 15%. Het bezwaar van eiseres tegen dit besluit is met het bestreden besluit ongegrond verklaard.

4. De WAO gaat ervan uit dat iemand niet arbeidsongeschikt is, indien er andere functies voor haar zijn aan te wijzen waarmee zij hetzelfde dan wel bijna hetzelfde kan verdienen als in haar vroegere functie, waarvoor zij medisch gezien niet meer geschikt is.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres per 17 oktober 2005 geen recht heeft op uitkering, omdat er nog voldoende functies voor haar zijn aan te wijzen waarmee zij ongeveer hetzelfde kan verdienen als in haar vroegere functie. Het gebruik van de rechterarm is beperkt maar enig gebruik is nog wel mogelijk. Voorts is rekening gehouden met de kans op overbelasting links. Dat is in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) tot uitdrukking gebracht. Eiseres moet in staat worden geacht de geduide functies te kunnen vervullen. De bevindingen van de deskundige Sanders geven geen aanleiding tot een standpuntwijziging aangezien er tussen verweerder en Sanders geen essentieel verschil van mening bestaat over de belastbaarheid van eiseres.

6. Eiseres heeft, samengevat, gesteld dat haar beperkingen en belastbaarheid niet juist zijn vastgesteld. Het gebruik van de rechterarm is ernstig beperkt, zij kan er in feite nauwelijks iets mee doen. De geduide functies zijn niet geschikt om met één arm uit te voeren.

De rechtbank overweegt het volgende.

7. Het bestreden besluit is wat de medische grondslag betreft onder meer gebaseerd op een rapportage van 7 juni 2005 van verzekeringsarts M. Herweijer, een FML van 3 juni 2005 en een rapportage van 29 mei 2006 van bezwaarverzekeringsarts T.J.A. Boel. In de FML zijn diverse beperkingen vermeld op de onderdelen aanpassing aan fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische handelingen.

8. Dr. Sanders heeft in zijn rapportage geconcludeerd dat er bij eiseres sprake is van een costoclaviculair compressiesyndroom met een compressie van de wortel C8 rechts en de arteria brachialis rechts. Eiseres heeft beperkingen bij het gebruik van de rechter arm vanwege het feit dat er krachtsvermindering optreedt als ze de arm veelvuldig gebruikt. Deze krachtsvermindering heeft te maken met een vermindering van de doorbloeding van de rechter arm, zo gauw met de arm bewegingen worden gemaakt. De beperkingen voor het gebruik van de rechter arm liggen hoger dan in de FML is aangegeven. Voor de rechter arm zijn er voor bovenhands werken en reiken geen functionele mogelijkheden. Op onderdelen is de FML incompleet en niet afgestemd op het klachtenpatroon van eiseres. Met name het reiken en het totale gebruik van de rechter arm is niet als zodanig beoordeeld. De belastbaarheid bij tillen, dragen, duwen, trekken, torderen en frequent buigen tijdens werk is ernstig beperkt en zelfs in bepaalde opzichten geheel niet mogelijk dan wel niet mogelijk bij repetitieve handelingen. Eiseres is niet in staat om repetitieve bewegingen met de rechter arm te maken. Dit heeft te maken met het feit dat de doorbloeding van de rechter arm verminderd zo gauw er meer arbeid wordt verricht. Dit is onderdeel van het genoemde syndroom. Niet alle functies komen in aanmerking. Bij iedere functie waarbij eiseres gebruik moet maken van regelmatige repetitieve bewegingen van de rechter arm zal ze belemmeringen ondervinden.

9. In lijn met de in de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) neergelegde hoofdregel over het belang dat in het algemeen dient te worden gehecht aan de bevindingen en conclusies van een door de rechter geraadpleegde onafhankelijke deskundige, kent de rechtbank ook in het onderhavige geval doorslaggevende betekenis toe aan de conclusies van de deskundige Sanders. De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat het onderzoek van de deskundige als voldoende zorgvuldig en diepgaand is aan te merken en dat de conclusies aan de hand van relevante medische inzichten op overtuigende wijze zijn onderbouwd. Hetgeen van de zijde van verweerder in reactie op de bevindingen en conclusies van dr. Sanders is aangevoerd, heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten gegeven voor een andersluidend oordeel. Ook de door dr. Sanders gegeven nadere reactie bij brief van 28 augustus 2007 acht de rechtbank voldoende zorgvuldig en diepgaand.

10. De rechtbank heeft op basis van het rapport van dr. Sanders, en dan met name op basis van de bevindingen en conclusies van dr. Sanders, zoals hiervoor onder overweging 8 vermeld, gerede twijfel of de beperkingen van eiseres per 17 oktober 2005 in de FML van 3 juni 2005 juist zijn weergegeven. Bij haar oordeelsvorming heeft de rechtbank belangrijke betekenis toegekend aan het feit dat dr. Sanders, gegeven het specifieke karakter van de aandoening van eiseres, vanuit zijn deskundigheid als neuroloog geacht mag worden een afgewogen standpunt te kunnen innemen over de gevolgen van het belasten van de rechterarm. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet tot de conclusie kan komen dat het bestreden besluit op een juiste grondslag berust. Het beroep is dan ook gegrond en het bestreden besluit zal wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht worden vernietigd.

11. In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 805,-, uitgaande van een zaak van gemiddelde zwaarte en van tweeënhalve proceshandeling (beroepschrift, verschijnen ter zitting en schriftelijke zienswijze na verslag deskundigenonderzoek).

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de inhoud van deze uitspraak;

bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 38,- (achtendertig euro) vergoedt;

veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op € 805,- (achthonderdenvijf euro), te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2008

door mr. G.H. Nomes, in tegenwoordigheid van P.C.M. van Leeuwen, griffier.