Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD5594

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
27-06-2008
Zaaknummer
AWB 08/532 VV
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

n.v.t.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 08/532 VV

Uitspraakdatum: 20 juni 2008

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter voor bestuursrechtelijke zaken

ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

inzake

[naam verzoeker] wonende te [plaats]

verzoeker,

gemachtigde mr. D. Wintraecken, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg, gevestigd te Middelburg

verweerder,

gemachtigde mr. J.J. Jacobse, advocaat te Middelburg.

Het bestreden besluit

Het besluit van verweerder van 15 april 2008, waarbij aan Heijmans Beton & Waterbouw te Rosmalen, een reguliere bouwvergunning is verleend voor het storten van onderwaterbeton, het stellen van prefab voorzetwanden en het droogpompen van de bouwput op het perceel, Zuidsingel 24, te Middelburg.

Zitting

Het verzoek is op 20 juni 2008 behandeld ter zitting. Verzoeker is in persoon ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, alsmede door R. Kwekkeboom, ing. P. Meulmeester en D.A. van de Vrie, allen gemeenteambtenaar. Tevens waren namens verweerder aanwezig de deskundigen ir. M. Korff en ir. J. Breedeveld, beiden adviseur bij Deltares (voorheen: GeoDelft) en ing. M. Binnendijk, constructeur bouwtechniek bij de Grontmij. Voor vergunninghouder Heijmans Beton & Waterbouw waren aanwezig gemachtigde mr. C.J. IJdema, advocaat te Middelburg, en G. van Kralingen, directeur, alsmede de deskundigen ir. L.D. Molenbroek, hoofdconstructeur ingenieursbureau Breijn, ing. M.D. Verhage, projectmanager Heijmans Beton & Waterbouw, ing. L. van Dorp, projectmanager/constructeur Ingenieursbureau Zonneveld en ir. T.K. Muller, adviseur/constructeur IFCO Funderingsexpertise.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.

1. Beslissing

De voorzieningenrechter

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

2. Overwegingen

Voorop staat dat de toetsing door de voorzieningenrechter naar zijn aard voorlopig is.

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten.

De bouwput op het perceel Zuidsingel 24 te Middelburg is ontstaan ten gevolge van werkzaamheden ter voorbereiding van de bouw van een theater met ondergrondse parkeerkelder ter plaatse. Deze werkzaamheden zijn gestaakt nadat gebleken was dat de palenwand van de bouwput ernstige lekkages vertoonde, waardoor aanmerkelijke verzakkingen (van de gebouwen) in de omgeving zijn opgetreden. Hierna is om verdere verzakkingen te voorkomen uiteindelijk de bouwput volgepompt met water. Van de bouw van het theater ter plaatse is verder afgezien.

Het voorliggende bouwplan betreft het gedeeltelijk veranderen van de bestaande bouwput. Het doel van het bouwplan is stabilisatie en duurzame reparatie van de bouwput.

Bij het bestreden besluit is reguliere bouwvergunning verleend voor het storten van onderwaterbeton, het stellen van prefab voorzetwanden en het droogpompen van de bouwput.

Ter plaatse is van kracht het bestemmingsplan Beschermd Stadsgezicht. De gronden, waarop de bouwput is gelegen, hebben de bestemming: terrein voor openbare en bijzondere doeleinden. Op die gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de bestemming openbare en bijzondere doeleinden. Voorts is sprake van een bouwvergunning voor een bouwwerk in de zin van artikel 1, onder 5, van de planvoorschriften.

De voorzieningenrechter overweegt met betrekking tot de inhoud van het verzoek als volgt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de spoedeisendheid van het verzoek gegeven is.

Datzelfde geldt voor het belang van verzoeker. Diens belang is gelegen in het behoud en de veiligheid van zijn woning. De woning grenst aan het bouwperceel en het gaat om omvangrijke werkzaamheden. Er wordt - onder meer - ruim 13.000 m³ onderwaterbeton gestort.

Nu het om een reguliere bouwvergunning gaat moet getoetst worden aan artikel 44 van de Woningwet. Dit artikel houdt in - voor zover van belang - :

De reguliere bouwvergunning mag slechts en moet worden geweigerd indien het bouwen in strijd is met het bestemmingsplan, de bouwverordening, het bouwbesluit, met redelijke eisen van welstand of indien voor het bouwen een monumentenvergunning is vereist en deze niet is verleend.

Verzoeker heeft gesteld dat de bouwvergunning in strijd met het bestemmingsplan is omdat het storten van beton gebeurt om de woningbouwplannen van de gemeente te realiseren en woningbouw ter plaatse in strijd is met de bestemming openbare en bijzondere doeleinden.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daar geen sprake van. Het gaat nu uitsluitend om de verleende bouwvergunning, waarbij uitsluitend activiteiten zijn vergund om de bouwput te repareren en stabiliseren. Deze werkzaamheden zijn niet in strijd met de bestemming, want er vindt geen wijziging van de bestemming van het betreffende perceel plaats. Het blijft nog steeds mogelijk dat de grond, na afloop van de werkzaamheden, overeenkomstig de huidige bestemming zal worden gebruikt.

Van strijd met het bouwbesluit of de bouwverordening is, gelet op de overgelegde rapporten, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Er zijn uitvoerige en talrijke rapportages aan de besluitvorming ten grondslag gelegd, onder andere met betrekking tot de veiligheid en bouwtechnische aspecten. Er is voor de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan de zorgvuldige wijze van totstandkoming of de inhoud van die rapportages te twijfelen. Daar komt bij dat, voor zover de bezwaargronden van verzoeker op genoemde aspecten betrekking hebben, deze niet zijn onderbouwd. Met deze stukken zijn de overige bezwaargronden van verzoeker dan ook genoegzaam weerlegd.

Strijd met redelijke eisen van welstand is niet in geding en datzelfde geldt voor het vereiste van een monumentenvergunning.

De conclusie is dat er geen sprake is van een in artikel 44 van de Woningwet genoemde grond om de bouwvergunning te weigeren. De verwachting bestaat dan ook dat de bouwvergunning bij de heroverweging in bezwaar in stand zal blijven. Dit betekent dat er geen reden is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier de voorzieningenrechter

mr. J.M. Bins-Scheffer mr. G.H. Nomes

Afschrift verzonden op: