Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD3304

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
AWB 07/257
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

n.v.t.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 07/257

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

Vereniging van Eigenaren Appartementen Zuiderstrand en de te onderscheiden appartementseigenaren

en

Vereniging ter Behartiging van de Belangen van de Huiseigenaren aan de Joossesweg,

eisers,

gemachtigde mr. A.R.M. van der Pluijm,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere,

verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2006 heeft verweerder op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vrijstelling verleend voor het verplaatsen van camping Moens van de K. de Vosweg te Westkapelle naar de hoek van de Joossesweg/Grindweg te Westkapelle.

Tegen dit besluit (het bestreden besluit) hebben eisers bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft het bezwaarschrift doorgezonden naar de rechtbank om als beroepschrift te behandelen aangezien het besluit van 12 december 2006 met toepassing van afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voorbereid.

Het beroep is op 28 januari 2008 behandeld ter zitting, gezamenlijk met de beroepen met nummers 07/256, 07/259 en 07/260. De Vereniging van eigenaren Appartementen Zuiderstrand, alsmede de onderscheiden appartementseigenaren zijn daar vertegenwoordigd door [naam voorzitter], voorzitter. De Vereniging ter Behartiging van de Belangen van de Huiseigenaren aan de Joossesweg is vertegenwoordigd door [naam penningmeester], penningmeester. Zij zijn bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde M. Jonker. Van de zijde van het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland is verschenen L. Caljouw. Camping Moens heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr. J. Ossewaarde. Ter zitting is het onderzoek geschorst. Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten en het onderzoek is gesloten.

II. Overwegingen

1. Camping Moens is momenteel gevestigd aan de K. de Vosweg te Westkapelle. De oppervlakte van de standplaatsen en het voorzieningenniveau voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd en modernisering is nodig. Hiervoor is uitbreiding van het terrein noodzakelijk. De camping is echter omsloten door een natuurontwikkelingsgebied dat in het kader van de ruilverkaveling Walcheren zal worden ingericht als natuurgebied.

2. Het bestreden besluit voorziet in het verplaatsen van de camping naar de hoek van de Joossesweg/Grindweg. Ingevolge het bestemmingsplan Buitengebied Veere, zoals dit op 22 april 1999 door de gemeenteraad van de gemeente Veere is vastgesteld, rust op deze gronden de bestemming Agrarische doeleinden, met subbestemming landschappelijke (Al) en/of natuurhistorische waarden en agrarische randzone (Alr), agrarische doeleinden met de subbestemming landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurwetenschappelijke waarden respectievelijk bufferfunctie ten opzichte van een aangrenzend natuurgebied en agrarische randzone (Alnr). Een camping past niet in deze bestemming.

3. In het bestreden besluit heeft verweerder vrijstelling verleend van het bestemmingsplan teneinde de verplaatsing van camping Moens mogelijk te maken.

4. Eisers hebben hiertegen – voor zover van belang en samengevat – aangevoerd dat het vrijstellingsbesluit slechts zin heeft in samenhang met een aanvraag tot bouwvergunning. Deze is niet aangevraagd. Het vrijstellingsbesluit heeft geen zelfstandige betekenis.

Voorts hebben eisers betoogd dat het verplaatsen van de camping in strijd is met het Streekplan 1997 en het Omgevingsplan Zeeland 2006 – 2012 (Omgevingsplan). Het Omgevingsplan biedt bovendien ruimte voor uitbreiding/ kwaliteitsverbetering op de oude locatie, waardoor verplaatsing niet noodzakelijk is. Hierbij wijzen eisers er op dat de huidige locatie van de camping weliswaar is bestemd tot natuurontwikkeling, maar de status van beschermd natuurgebied nog niet heeft. Voorts hebben eisers aangevoerd dat de opdracht van verweerder in het kader van het project Zwakke Schakels met als randvoorwaarde dat de vestiging van Camping Moens een gegeven is, in strijd is met het Omgevingsplan. Het gaat immers om een planstudie op basis van de huidige situatie, terwijl de resultaten daarvan de grondslag zijn voor een mogelijke herstructurering van het gebied. Eisers hebben voorts betoogd dat de verplaatsing van de camping in strijd is met de Regiovisie Walcheren 2000+. Verder zijn eisers van mening dat er geen goede ruimtelijke onderbouwing is.

De rechtbank overweegt het volgende.

5. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep overweegt de rechtbank het volgende. De aard en inhoud van de vrijstelling en van de achterliggende stukken zijn mede bepalend voor de reikwijdte van het vrijstellingsbesluit. De verleende vrijstelling heeft betrekking op de realisering van een camping op de hoek van de Joossesweg/Grindweg te Westkapelle. Er is geen vrijstelling gevraagd voor het oprichten van bouwvergunningplichtige bouwwerken en de verleende vrijstelling heeft hier ook geen betrekking op. Daar komt bij dat de beroepsgronden zich niet op bouwvergunningplichtige activiteiten richten. Gelet op het voorgaande is concentratie van rechtsbescherming als bedoeld in artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet, niet aan de orde. Dat in de toekomst mogelijk bouwvergunning zal worden aangevraagd om ten behoeve van de camping gebouwen op te richten, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep is ontvankelijk.

6. Het verlenen van vrijstelling is een bevoegdheid van verweerder. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet de rechtbank een vrijstellingsbesluit terughoudend toetsen. Ter beoordeling is of verweerder in redelijkheid, bij afweging van de betrokken belangen, tot vrijstelling heeft kunnen besluiten.

7. Op grond van het bepaalde in artikel 19, tweede lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders in door Gedeputeerde Staten (GS), in overeenstemming met de inspecteur, aangewezen categorieën van gevallen vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan. GS kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een verklaring van GS dat zij tegen het verlenen van de vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist. Het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot een goede ruimtelijke onderbouwing is van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge het eerste lid van artikel 19 van de WRO wordt onder een goede ruimtelijke onderbouwing bij voorkeur een gemeentelijk of intergemeentelijk structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt er gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstige bestemming van het betreffende gebied.

8. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 19 van de WRO (Tweede Kamer, 1996-1997, 25311, nr. 3, blz. 6 e.v.) blijkt dat vereist is dat het vrijstellingsbesluit een visie bevat op de toekomstige ontwikkeling van het betrokken gebied, in welke visie het project moet passen, en op de ruimtelijke effecten van het project op de omgeving. De ruimtelijke onderbouwing kan haar grondslag vinden in door de gemeenteraad vastgesteld beleid, bijvoorbeeld een structuurschets, een structuurplan of een ontwerpbestemmingsplan.

9. Het project valt binnen een door GS vastgestelde categorie van gevallen, waarvoor met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO vrijstelling kan worden verleend.

10. Verweerder heeft het voorontwerp bestemmingsplan Camping Moens als ruimtelijke onderbouwing bij het vrijstellingsbesluit gebruikt. Het voorontwerp voldoet aan de eisen die de wet aan een ruimtelijke onderbouwing stelt aangezien met het voorontwerp gemotiveerd is aangegeven waarom het project past binnen de toekomstige bestemming van het gebied. In het voorontwerp wordt echter verwezen naar het oude en inmiddels per 1 oktober 2006 vervallen Streekplan 1997 van de Provincie Zeeland. Dit betekent dat beoordeeld dient te worden of verplaatsing naar de hoek van de Joossesweg/Grindweg in overeenstemming is met het Omgevingsplan Zeeland 2006 – 2012 (Omgevingsplan) dat sinds 1 oktober 2006 van kracht is. In het Omgevingsplan is de concentratie van verblijfsrecreatie als uitgangspunt genomen. Hiertoe zijn zogenaamde recreatieconcentratiegebieden aangewezen. De locatie aan de Joossesweg/Grindweg te Westkapelle valt binnen de recreatieconcentratiegebieden zoals uitgebeeld op kaart 5.6 (p. 128 van het Omgevingsplan) en past dan ook in het Omgevingsplan. Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit van een voldoende ruimtelijke onderbouwing voorzien.

11. Voor zover van de zijde van eisers is betoogd dat het Omgevingsplan ruimte biedt voor uitbreiding/ kwaliteitsverbetering op de huidige locatie overweegt de rechtbank het volgende. Weliswaar biedt het Omgevingsplan in het algemeen ruimte om tot uitbreiding/ kwaliteitsverbetering over te gaan, maar deze activiteiten stuiten in de onderhavige situatie af op het gegeven dat de camping op de huidige locatie is omsloten door een natuurontwikkelingsgebied. In het Omgevingsplan is een paragraaf gewijd aan de zogenaamde complexe gebieden. Dit heeft betrekking op bedrijven die niet verder kunnen ontwikkelen. Camping Moens is een dergelijk bedrijf. Voor deze bedrijven moet een totaaloplossing worden gevonden en bij camping Moens is voor verplaatsing gekozen naar een van de aangewezen recreatieconcentratiegebieden. Het betoog faalt.

12. De stelling dat de opdracht van verweerder in het kader van het project Zwakke Schakels in strijd is met het Omgevingsplan, mist naar het oordeel van de rechtbank in deze procedure relevantie. Het gaat immers om beoordeling of verplaatsing van de camping in overeenstemming is met gemeentelijk en provinciaal beleid, waaronder het Omgevingsplan. Zoals hiervoor is overwogen, is dat naar het oordeel van de rechtbank het geval. Genoemde stelling treft dan ook geen doel.

13. Voor zover van de zijde van eisers is aangevoerd dat het project in strijd is met de Regiovisie Walcheren 2000+, overweegt de rechtbank het volgende. Het project is in overeenstemming met de uitgangspunten van het Omgevingsplan. Deze uitgangspunten komen overeen met de uitgangspunten zoals neergelegd in de Regiovisie Walcheren 2000+, te weten: zorg dragen voor een kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie in de recreatieve sector, teneinde het economisch belang van deze sector te behouden en te versterken. Het enkele feit dat de locatie waar de camping is voorzien, niet overeenkomt met de in de Regiovisie aangewezen locaties kan naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie dragen dat het project in strijd is met de Regiovisie. Hierbij komt naar het oordeel van de rechtbank betekenis toe aan het feit dat het bos, dat op de betreffende locatie was voorzien, op een plaats in de directe nabijheid van de camping zal worden gerealiseerd waardoor geen afbreuk zal worden gedaan aan de waarde van het bos voor de natuurwaarden. Het betoog faalt.

14. De conclusie van het voorgaande is dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid tot vrijstelling heeft kunnen besluiten. Het beroep is dan ook ongegrond.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op

door mr. G.H. Nomes, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Bos, griffier.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: