Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD2979

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
03-06-2008
Zaaknummer
51488/HA ZA 06-83
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"(..)"Bij vonnis van 24 januari 2007 heeft de rechtbank eiseres toegelaten te bewijzen dat gedaagden ZDH hebben “leeggehaald” en voor de aandelenoverdracht zodanige vermogensbestanddelen aan de vennootschap hebben onttrokken dat ZDH daardoor niet meer in staat was om aan het vonnis van 28 november 2005 te voldoen. "(..)"

"(..)"2.3. Uit de verklaring van getuige D.M. en de overgelegde stukken kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat er in de periode voor de aandelenoverdracht betalingen vanuit ZDH aan gedaagden zijn verricht waar geen titel aan ten grondslag lag. Dat getuige D.M. de desbetreffende facturen niet allemaal in de administratie heeft aangetroffen, betekent nog niet dat de betreffende werkzaamheden of leveringen en de facturatie daarvoor niet hebben plaatsgevonden. "(..)"

"(..)"Gedaagden zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres. Daaronder zijn tevens de beslagkosten begrepen, nu uit het voorgaande volgt dat er terecht beslag is gelegd. De door getuige D.M. opgegeven kosten zullen integraal worden toegewezen. Getuige D.M. kan zijn kosten niet op de boedel van ZDH verhalen, nu dit geen procedure in het faillissement betreft. Het op het uurtarief van getuige D.M. gebaseerde bedrag van € 500,-- is naar het oordeel van de rechtbank een redelijke vergoeding voor de aan het getuigenverhoor bestede tijd. "(..)"

"(..)"De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat gedaagden als bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens eiseres en de daaruit voortvloeiende schade dienen te vergoeden; "(..)"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

51488 / HA ZA 06-837 mei 2008

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 51488 / HA ZA 06-83

Vonnis van 7 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEUS VLOT DIESEL MARINE B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

eiseres,

procureur mr. C.J. IJdema,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN OEVEREN AGRO B.V.,

gevestigd te Yerseke, gemeente Reimerswaal,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Yerseke, gemeente Reimerswaal,

gedaagden,

procureur mr. R.A.A. Maat.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] c.s. genoemd worden.

De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 24 januari 2007

het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 april 2007

het proces-verbaal van getuigenverhoor van 21 augustus 2007

de akte overlegging producties van [gedaagden] c.s.

de akte van [eiseres]

het proces-verbaal van getuigenverhoor van 22 oktober 2007

de conclusie na enquête

de antwoordconclusie na enquête.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De verdere beoordeling

Bij vonnis van 24 januari 2007 heeft de rechtbank [eiseres] toegelaten te bewijzen dat [gedaagden] c.s. ZDH hebben “leeggehaald” en voor de aandelenoverdracht zodanige vermogensbestanddelen aan de vennootschap hebben onttrokken dat ZDH daardoor niet meer in staat was om aan het vonnis van 28 november 2005 te voldoen. [eiseres] heeft één getuige doen horen, mr. J.B. de Meester, curator in het faillissement van ZDH. Daarnaast heeft zij diverse stukken overgelegd. 2.2. Getuige [D.M.] verwijst in zijn verklaring naar een overzicht van het banksaldoverloop van ZDH dat als bijlage 6 bij akte van 5 september 2007 door [eiseres] in het geding is gebracht. [D.M.] verklaart onder meer dat hij dat overzicht heeft opgesteld en daaruit afleidt dat er in de periode 2004 / 2005 vrij veel geld op de rekening van ZDH binnenkwam en dat het vaak voorkwam dat dat geld kort na binnenkomst werd overgeboekt op een rekening van [gedaagden]. Als titel voor de overschrijvingen aan v.o.f. van Oeveren vermeldt het overzicht telkens “factuur”. [D.M.] verklaart dat hij niet alle facturen van [gedaagden] in de stukken heeft aangetroffen en de betalingen dus niet volledig vanuit de administratie van ZDH kan thuis brengen. Verder verklaart hij dat er eind 2004 onder nummer 87 op het overzicht een bedrag is betaald (aan [gedaagden] Grondverzet B.V.) met als omschrijving “Saldoregulatie”. [D.M.] kan die betaling niet plaatsen maar ziet wel dat in januari 2005 in twee termijnen voor omstreeks hetzelfde bedrag is teruggeboekt door [gedaagden] Grondverzet B.V. Ook verklaart hij dat hij niet heeft kunnen vaststellen dat er overeenkomsten van geldlening zijn gesloten tussen [gedaagden] VOF en ZDH. Uit het overzicht blijkt dat er wel diverse bedragen onder die titel zijn overgemaakt. Ten slotte verklaart [D.M.] – voor zover van belang – dat er na de aandelenoverdracht nog diverse bedragen op de bankrekening van ZDH zijn binnengekomen, maar dat die materieel niet ten goede zijn gekomen aan de B.V. omdat [gedaagden] de beschikking heeft gehouden over de bankrekening. Met betrekking tot een van die betalingen (van Cosun) heeft [D.M.] een regeling met [gedaagden] getroffen op grond waarvan [gedaagden] € 45.000,-- aan de boedel heeft betaald. Daarnaast maakt [D.M.] namens de boedel nog aanspraak op een bedrag van € 24.000,--.

2.3. Uit de verklaring van [D.M.] en de overgelegde stukken kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat er in de periode voor de aandelenoverdracht betalingen vanuit ZDH aan [gedaagden] c.s. zijn verricht waar geen titel aan ten grondslag lag. Dat [D.M.] de desbetreffende facturen niet allemaal in de administratie heeft aangetroffen, betekent nog niet dat de betreffende werkzaamheden of leveringen en de facturatie daarvoor niet hebben plaatsgevonden. Daarbij komt dat in contra-enquête getuige[Getuige F.S.T.] heeft verklaard dat hij op verzoek van [gedaagden] de bij alle bankafschriften behorende facturen heeft verzameld die deels verspreid in diens administratie en deels nog bij de voormalig boekhouder aanwezig waren. [Getuige F.S.T.] heeft daaruit geconcludeerd dat alle betalingen klopten met de ontvangen en verzonden facturen. Daarnaast verklaren ook van Oeveren en [getuige 2] in contra-enquête dat de bedragen die aan [gedaagden] Vof werden overgemaakt betrekking hadden de verhuur van machines en het uitlenen van personeel. 2.4. Uit de verklaring van [D.M.] en de overgelegde stukken kan echter wel worden afgeleid dat de verkoop en overdracht van ZDH aan [de heer G] op een zodanig wijze heeft plaatsgevonden dat er na de overname feitelijk voor schuldeisers geen verhaalsmogelijkheden meer aanwezig waren. [D.M.] verklaart dat hij geen actief heeft aangetroffen, ook de genoemde zandseparator niet. Het saldo van de bankrekening was ten tijde van de overname negatief en er waren nauwelijks bedrijfsmiddelen. Uit de verklaring van [de heer G] blijkt dat die post bestond uit een niet verplaatsbare keet en een kapotte computer. Verder verklaart [D.M.] dat [gedaagden] na de aandelenoverdracht de beschikking heeft gehouden over de bankrekening van ZDH, waardoor diverse betalingen van debiteuren van ZDH die daarna daarop zijn ontvangen materieel niet ten goede zijn gekomen aan de B.V. [gedaagden] en [de heer G] verklaren hierover dat zij onderling zijn overeengekomen dat de bankrekening bij [gedaagden] zou blijven. Dit wordt bevestigd door [getuige 2]. Van enige rechtsgrond voor het incasseren van betalingen door debiteuren van ZDH door [gedaagden] is echter niet gebleken. De vorderingen zijn niet rechtgeldig – door middel van cessie - aan [gedaagden] overgedragen. Klaarblijkelijk heeft [gedaagden] op deze wijze getracht om met de overname zijn openstaande vordering op ZDH te verrekenen. Hierdoor heeft hij echter de verhaalsmogelijkheden van andere schuldeisers, waaronder [eiseres], gefrustreerd. De B.V. is immers feitelijk verkocht met enkel negatieve vermogensbestanddelen en de niet op enige overeenkomst gebaseerde verwachting dat de Suikerunie/ Sensus in de toekomst opdrachten aan ZDH zou blijven verstrekken, welke verwachting niet is uitkomen.

2.5. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] geslaagd is in de aan haar verstrekte bewijsopdracht. De vorderingen zullen dan ook worden toegewezen op de hierna te vermelde wijze. Voor toewijzing van de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119 a BW is geen plaats, nu de vordering niet voortvloeit uit een handelsovereenkomst als bedoeld in dat artikel, maar uit onrechtmatige daad. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen zoals gevorderd worden toegewezen. [eiseres] heeft na de betwisting van deze kosten door [gedaagden] bij repliek een uiteenzetting gegeven van de verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. Anders dan [gedaagden] bij dupliek heeft gesteld, is de rechtbank van oordeel dat niet al deze werkzaamheden vallen onder de werkzaamheden ter instructie van de zaak.

2.6. [gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [eiseres]. Daaronder zijn tevens de beslagkosten begrepen, nu uit het voorgaande volgt dat er terecht beslag is gelegd. De door getuige [D.M.] opgegeven kosten zullen integraal worden toegewezen. [D.M.] kan zijn kosten niet op de boedel van ZDH verhalen, nu dit geen procedure in het faillissement betreft. Het op het uurtarief van [D.M.] gebaseerde bedrag van € 500,-- is naar het oordeel van de rechtbank een redelijke vergoeding voor de aan het getuigenverhoor bestede tijd.

De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat gedaagden als bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens eiseres en de daaruit voortvloeiende schade dienen te vergoeden;

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat indien de een betaalt, de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 39.501,32, de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 januari 2006 tot aan de dag der algehele voldoening en een bedrag van € 1.158,-- exclusief BTW voor buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding welke, inclusief de beslagkosten, aan de zijde van eiseres tot aan dit moment worden begroot op € 895,-- wegens griffierecht, € 902,94 wegens overige verschotten en € 4.470,-- wegens procureurssalaris;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2008