Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD2494

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
60407/HA ZA 07-564
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"(...)"1.1. Op 22 augustus 2003 heeft eiser van Auto Sturm een Nissan King Cab gekocht voor een bedrag van € 23.850,--, inclusief BTW. "(...)"

"(..)"1.2. Op deze overeenkomst zijn de BOVAG-standaardbepalingen 2002 van toepassing. "(...)"

"(...)"1.3. In deze bepalingen is in artikel 20 een bemiddelings- en geschillenregeling opgenomen.

Lid 3 van voornoemd artikel luidt, voorzover hier van belang:

“3. Geschillenregeling

a. Is de in het vorige lid genoemde bemiddelingspoging niet geslaagd of geeft de koper/opdrachtgever niet de voorkeur aan een bemiddeling, dan kan de koper/opdrachtgever het geschil schriftelijk aanhangig maken bij de Geschillencommissie Auto van de Stichting Geschillencommissies (…).” "(...)"

"(..)"Lid 4 luidt:

“4. Een plaatsgevonden bemiddeling staat de keuze van de koper/opdrachtgever om het geschil door de gewone rechter te laten beslechten niet in de weg. Een eenmaal op de Geschillencommissie Auto gedaan beroep staat die keuze echter niet meer toe.” "(...)"

"(...)"2. Het geschil in het incident

2.1. Auto Sturm vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij stelt dat tussen partijen een - andersluidende - geschillenregeling is overeengekomen, die deel uitmaakt van de BOVAG-standaardbepalingen (artikel 20) die op de tussen partijen gesloten koopovereenkomst van toepassing zijn. Gelet hierop en met inachtneming van het bepaalde in artikel 1022 Rv is de rechtbank niet bevoegd om van de vordering van eiser kennis te nemen."(...)"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 60407 / HA ZA 07-564

Vonnis in incident van 9 april 2008

in de zaak van

[eiser in hoofdzaak],

wonende te Ede,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

procureur mr. J. Boogaard,

advocaat mr. S.G. Volbeda te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTO STURM B.V.,

gevestigd te Middelburg,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. J.W. Koeveringe.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring

- de incidentele conclusie van antwoord.

2. De feiten in het incident

2.1. Op 22 augustus 2003 heeft [eiser in hoofdzaak] van Auto Sturm een Nissan King Cab gekocht voor een bedrag van € 23.850,--, inclusief BTW.

2.2. Op deze overeenkomst zijn de BOVAG-standaardbepalingen 2002 van toepassing.

2.3. In deze bepalingen is in artikel 20 een bemiddelings- en geschillenregeling opgenomen.

Lid 3 van voornoemd artikel luidt, voorzover hier van belang:

“3. Geschillenregeling

a. Is de in het vorige lid genoemde bemiddelingspoging niet geslaagd of geeft de koper/opdrachtgever niet de voorkeur aan een bemiddeling, dan kan de koper/opdrachtgever het geschil schriftelijk aanhangig maken bij de Geschillencommissie Auto van de Stichting Geschillencommissies (…).”

Lid 4 luidt:

“4. Een plaatsgevonden bemiddeling staat de keuze van de koper/opdrachtgever om het geschil door de gewone rechter te laten beslechten niet in de weg. Een eenmaal op de Geschillencommissie Auto gedaan beroep staat die keuze echter niet meer toe.”

3. Het geschil in het incident

3.1. Auto Sturm vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij stelt dat tussen partijen een - andersluidende - geschillenregeling is overeengekomen, die deel uitmaakt van de BOVAG-standaardbepalingen (artikel 20) die op de tussen partijen gesloten koopovereenkomst van toepassing zijn. Gelet hierop en met inachtneming van het bepaalde in artikel 1022 Rv is de rechtbank niet bevoegd om van de vordering van [eiser in hoofdzaak] kennis te nemen.

3.2. [eiser in hoofdzaak] voert verweer. Hij voert aan dat de in de BOVAG-standaardbepalingen opgenomen geschillenregeling de koper de vrijheid laat om het geschil voor te leggen aan de gewone rechter. In artikel 20 lid 3 sub a is bepaald dat indien de in het vorige lid genoemde bemiddelingspoging niet is geslaagd of indien de koper/opdrachtgever niet de voorkeur geeft aan bemiddeling, de koper/opdrachtgever het geschil schriftelijk aanhangig kan maken bij de Geschillencommissie Auto van de Stichting Geschillencommissies. De koper kan er, met andere woorden, ook voor kiezen het geschil voor te leggen aan de gewone rechter, zoals [eiser in hoofdzaak] in casu heeft gedaan. [eiser in hoofdzaak] stelt verder gemotiveerd dat artikel 1022 Rv in onderhavig geval niet van toepassing is

4. De beoordeling in het incident

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat op de tussen hen gesloten overeenkomst de BOVAG-standaardbepalingen van toepassing zijn. De rechtbank gaat hier dan ook van uit. In deze standaardbepalingen is in artikel 20 een bemiddelings- en geschillenregeling opgenomen. Op grond van deze regeling kan de koper, indien de in lid 2 van artikel 20 genoemde bemiddelingspoging niet is geslaagd of indien de koper/opdrachtgever niet de voorkeur geeft aan bemiddeling, het geschil schriftelijk aanhangig maken bij de Geschillencommissie Auto van de Stichting Geschillencommissies. Partijen verschillen van mening over de strekking van het woord “kan”. Naar het oordeel van de rechtbank moet de geschillenregeling, mede gelet op hetgeen in lid 4 van artikel 20 is verwoord, zo worden uitgelegd dat het aan de vrije keuze van de koper/opdrachtgever wordt overgelaten om het geschil aan de geschillencommissie dan wel aan de gewone rechter voor te leggen. Het feit dat de mogelijkheid bestaat om het geschil aan de geschillencommissie voor te leggen belet de koper/opdrachtgever niet om het geschil voor te leggen aan de gewone rechter. Pas wanneer de koper/opdrachtgever de weg van beoordeling door de geschillencommissie is ingeslagen staat het hem niet meer vrij het geschil door de gewone rechter te laten beslechten.

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank bevoegd is om van de vordering van [eiser in hoofdzaak] kennis te nemen. De incidentele vordering van Auto Sturm zal worden afgewezen.

4.2. Auto Sturm zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. veroordeelt Auto Sturm in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser in hoofdzaak] tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

5.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol van 28 mei 2008 voor conclusie van antwoord,

5.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2008.?