Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD2485

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
56779/HA ZA 07-120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"(..)"Op 23 mei 2002 heeft een gesprek tussen de heren (naam) en de wethouders Van der Wouden en Van Felius plaatsgevonden. In het kader van dat gesprek is door de heren (naam) aangegeven dat zij belangstelling hadden voor de renovatie van “Mondragon” als (kleinschalige) theatervoorziening, gekoppeld aan een horecavoorziening. Zij hebben verzocht om een haalbaarheidsonderzoek te mogen uitvoeren naar de mogelijkheden voor een theater in “Mondragon”."(..)"

"(..)"1.1. Bij brief van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente van 30 mei 2002 is aan de heren Van Dijk meegedeeld dat B&W, na bespreking in de raadsvergadering van 28 mei 2002, besloten hebben in te stemmen met het voornemen van de heren (naam) waarbij door B&W een drietal uitdrukkelijke randvoorwaarden zijn geformuleerd:

- Het haalbaarheidsonderzoek wordt binnen een tijdsbestek van ongeveer één maand afgerond;

- Door de gemeente wordt medewerking verleend door het ter beschikking stellen van alle relevante openbare informatie, voor zover de gemeente daarover beschikt;

- Aan de instemming tot het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek kunnen geen rechten worden ontleend voor wat betreft de bestuurlijke keuze inzake een theatervoorziening in de gemeente.

Voorts is door B&W bij datzelfde schrijven meegedeeld dat in de bestuurlijke meningsvorming inzake een theatervoorziening in de gemeente gedacht wordt aan een minimaal – eventueel deelbare – zaalcapaciteit van ongeveer 350 zitplaatsen.

Op 31 mei en 4 juni 2002 hebben vervolgbesprekingen tussen partijen plaatsgevonden en is het complex bezichtigd."(...)"

"(...)"1.2. In de brief van 10 juni 2002 van de heer (naam) van Drevast aan de gemeente, als reactie op de brief van de gemeente van 30 mei 2002, heeft Drevast, ondermeer, het navolgende opgenomen: …” - Indien, nadat wij onze werkzaamheden hebben afgerond, een andere partij de uitwerking op de locatie Mondragon zou overnemen op basis van de uitkomsten van ons haalbaarheidsonderzoek, zal de Gemeente Schouwen-Duiveland ervoor zorg dragen dat onze inspanningen voor het uitvoeren van het haalbaarheidsonderzoek zullen worden vergoed.”…. .

De brief is afgesloten met de mededeling dat de bevestiging in deze brief wordt gezien als onderdeel van de afspraken en dat, indien binnen 10 werkdagen geen bericht van de gemeente is ontvangen, ervan uit wordt gegaan dat de bevestiging akkoord is.

De gemeente heeft op deze brief niet gereageerd.

Op 4 juli 2002 heeft Drevast haar voorlopige conclusies in een voortgangsnotitie samengevat.

1.1. Naar aanleiding van het advies van de advocaat van de gemeente hebben B&W bij raadsvoorstel van 21 juni 2003 aan de gemeenteraad voorgesteld om niet in te gaan op het contract van de heren (naam) vanwege de wettelijke bepalingen en richtlijnen tot aanbesteding van de verdere werkzaamheden."(...)"

"(...)"1.1. Astoc B.V. vordert samengevat - veroordeling van de gemeente tot betaling aan haar van een bedrag van € 692.904,82 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2003 en een bedrag van € 4.238,31 ter zake van buitengerechtelijke kosten.

Astoc B.V. stelt daartoe het navolgende."(..)"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2008/45

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 56779 / HA ZA 07-120

Vonnis van 5 maart 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASTOC B.V.,

gevestigd te Burgh-Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland,

eiseres,

procureur mr. M.L. Huisman,

advocaat mr. M.P.Ph.M. Weerts te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND,

zetelend te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

gedaagde,

procureur mr. U.T. Hoekstra.

Partijen zullen hierna Astoc B.V. en de gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de pleidooien.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Medio mei 2002 hebben de heren [naam] en [naam ] zich bij de gemeente gemeld voor een gesprek met de wethouder van cultuur van de gemeente de heer A. van der Wouden.

Dhr. [naam ] drijft de onderneming Drevast Bouw en Waarderingen

– verder Drevast -.

Op 23 mei 2002 heeft een gesprek tussen de heren [namen] en de wethouders Van der Wouden en Van Felius plaatsgevonden. In het kader van dat gesprek is door de heren [namen] aangegeven dat zij belangstelling hadden voor de renovatie van “Mondragon” als (kleinschalige) theatervoorziening, gekoppeld aan een horecavoorziening. Zij hebben verzocht om een haalbaarheidsonderzoek te mogen uitvoeren naar de mogelijkheden voor een theater in “Mondragon”.

2.2. Bij brief van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente van 30 mei 2002 is aan de heren [namen] meegedeeld dat B&W, na bespreking in de raadsvergadering van 28 mei 2002, besloten hebben in te stemmen met het voornemen van de heren [namen] waarbij door B&W een drietal uitdrukkelijke randvoorwaarden zijn geformuleerd:

- Het haalbaarheidsonderzoek wordt binnen een tijdsbestek van ongeveer één maand afgerond;

- Door de gemeente wordt medewerking verleend door het ter beschikking stellen van alle relevante openbare informatie, voor zover de gemeente daarover beschikt;

- Aan de instemming tot het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek kunnen geen rechten worden ontleend voor wat betreft de bestuurlijke keuze inzake een theatervoorziening in de gemeente.

Voorts is door B&W bij datzelfde schrijven meegedeeld dat in de bestuurlijke meningsvorming inzake een theatervoorziening in de gemeente gedacht wordt aan een minimaal – eventueel deelbare – zaalcapaciteit van ongeveer 350 zitplaatsen.

Op 31 mei en 4 juni 2002 hebben vervolgbesprekingen tussen partijen plaatsgevonden en is het complex bezichtigd.

2.3. In de brief van 10 juni 2002 van de heer [naam ] van Drevast aan de gemeente, als reactie op de brief van de gemeente van 30 mei 2002, heeft Drevast, ondermeer, het navolgende opgenomen: …” - Indien, nadat wij onze werkzaamheden hebben afgerond, een andere partij de uitwerking op de locatie Mondragon zou overnemen op basis van de uitkomsten van ons haalbaarheidsonderzoek, zal de Gemeente Schouwen-Duiveland ervoor zorg dragen dat onze inspanningen voor het uitvoeren van het haalbaarheidsonderzoek zullen worden vergoed.”…. .

De brief is afgesloten met de mededeling dat de bevestiging in deze brief wordt gezien als onderdeel van de afspraken en dat, indien binnen 10 werkdagen geen bericht van de gemeente is ontvangen, ervan uit wordt gegaan dat de bevestiging akkoord is.

De gemeente heeft op deze brief niet gereageerd.

Op 4 juli 2002 heeft Drevast haar voorlopige conclusies in een voortgangsnotitie samengevat.

2.4. In de tweede helft van 2002 zijn door de heren [namen] algemene rapportages verstrekt met betrekking tot de voortgang van de werkzaamheden en heeft informatieverstrekking vanuit de gemeente aan de heren [namen] plaatsgevonden op deelterreinen die voor de plannen van belang waren.

In november 2002 is de afspraak gemaakt dat het uiteindelijke voortstel van Drevast zou worden voorgelegd aan een ambtelijke projectgroep “Mondragon”

- de projectgroep - waarin alle betrokken disciplines van de gemeente zouden zijn vertegenwoordigd.

2.5. Drevast heeft op 17 december 2002 bij de gemeente een “Voorstel ontwikkeling theatercomplex Mondragon” ingediend – verder het voorstel -.

Dit voorstel is in een besloten raadsvergadering van 27 januari 2003 gepresenteerd.

Het voorstel is vervolgens in de projectgroep bestudeerd. De heren van Dijk waren bij de beraadslagingen van de projectgroep aanwezig.

Op 1 april hebben B&W, in afwijking van het advies van de projectgroep om niet in te stemmen met de door de heren [namen] voorgestelde aanpak, besloten dat de portefeuillehouder nader overleg zou plegen met de projectgroep. Door de projectgroep zijn nadere gesprekken gevoerd met de heren [namen].

De heren [namen] werd voorts gevraagd aan te geven op basis waarvan zij van mening waren dat Europese aanbesteding bij de door hun voorgestelde “turn key-constructie” niet nodig was. Naar aanleiding van het door de heren [namen] overgelegde advies en concept-contract van 15 mei 2003 heeft de advocaat van de gemeente zich op het standpunt gesteld dat de door de heren [namen] voorgestelde trajecten op grond van Europese aanbestedingsrichtlijnen aanbestedingsplichtig waren.

2.6. Naar aanleiding van het advies van de advocaat van de gemeente hebben B&W bij raadsvoorstel van 21 juni 2003 aan de gemeenteraad voorgesteld om niet in te gaan op het contract van de heren [namen] vanwege de wettelijke bepalingen en richtlijnen tot aanbesteding van de verdere werkzaamheden.

Bij brief van 4 oktober 2003 hebben B&W van de gemeente aan de heren [namen] meegedeeld dat in de raadsvergadering van 17 juli 2003 besloten is om niet in te stemmen met het aangeboden contract inzake de ontwikkeling van het theatercomplex Mondragon.

De gemeente geeft als reden dat de door Drevast voorgestelde aanpak strijdig is met de Europese aanbestedingsrichtlijnen en de gemeente op grond van deze wettelijke bepalingen de voorgestelde aanpak verwoord in het toegezonden contract niet kan onderschrijven.

Daarnaast deelt de gemeente mee van mening te zijn dat de inhoud van het contract onvoldoende blijk geeft van evenwicht in rechten, plichten, verantwoordelijkheden en garanties bij beide partijen.

2.7. De raad heeft B&W op 17 juli 2003 opdracht gegeven om met een plan van aanpak voor het complex “Mondragon” te komen.

Op grond van de inhoud van dat plan van aanpak van september 2003 en nadere uitwerking heeft de gemeenteraad op 28 april 2005 besloten om het complex “Mondragon” te verkopen.

In januari 2006 is de inschrijving op de opdracht om het pand op de wijze zoals aangegeven in het plan van aanpak te renoveren opengesteld.

Er heeft geen aanbesteding plaatsgevonden. De heren [namen] hebben zich in de officiële aanbestedingsprocedure niet gemeld.

2.8. Tussen Astoc B.V. en Drevast is op 31 december 2005 een overeenkomst van cessie gesloten. Bij deze overeenkomst cedeert Drevast haar vordering op de gemeente tot een bedrag van € 692.904,82 aan Astoc B.V.

3. Het geschil

3.1. Astoc B.V. vordert samengevat - veroordeling van de gemeente tot betaling aan haar van een bedrag van € 692.904,82 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2003 en een bedrag van € 4.238,31 ter zake van buitengerechtelijke kosten.

Astoc B.V. stelt daartoe het navolgende.

3.2. Tussen Astoc B.V., althans haar rechtsvoorgangster Drevast, en de gemeente is overeengekomen dat haar kosten verbonden aan de planontwikkeling zouden worden vergoed indien het plan niet door haar gerealiseerd zou kunnen worden. Astoc B.V. verwijst daartoe naar haar brief, althans die van haar rechtsvoorgangster, aan de gemeente van 10 juni 2002. Realisering door de gemeente zelf is volgens Astoc B.V. in dat opzicht gelijk te stellen met realisering door een derde.

3.3. Astoc B.V. grondt haar vordering voorts op het door de gemeente schenden van de precontractuele goede trouw en het vertrouwensbeginsel. Drevast mocht erop vertrouwen dat, gelet op de duur van de onderhandelingen en nu zij door de gemeente naar buiten toe als ontwikkelaar werd gepresenteerd, een overeenkomst met de gemeente tot stand zou komen.

De gemeente heeft ook te lang, onder onjuiste voorwendselen, met Drevast door onderhandeld nu zij kennelijk van begin af aan al wist dat Drevast niet aan haar vereisten voldeed. Gelet op het stadium waarin de onderhandelingen zich bevonden stond het de gemeente niet meer vrij zich uit het overleg c.q. de onderhandelingen terug te trekken en met andere gegadigden in onderhandeling te gaan, zonder de door Drevast gemaakte kosten ter zake van de ontwikkeling van het plan te vergoeden. Gelet op het stadium waarin de onderhandelingen zich bevonden dient de gemeente ook de door Drevast gederfde winst te vergoeden.

3.4. De gemeente voert verweer.

3.4.1. Primair stelt de gemeente dat haar niet duidelijk is met welke partij(en) zij in deze procedure van doen heeft. Gelet op de correspondentie en het voorstel lijkt het er op dat de uitvoering van het project onder leiding en verantwoordelijkheid van Maxburg Service N.V. van [naam] en Drevast van [naam ] zou komen te staan.

Eiseres is echter Astoc B.V. gevestigd te Burgh-Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland aan wie Drevast haar vordering op de gemeente gecedeerd zou hebben. Echter de overeenkomst van cessie vermeldt als verkrijgende partij Astoc B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Meer. Astoc B.V. dient dan ook niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Indien en voor zover de rechtbank Astoc B.V. wel in haar vordering ontvangt gaat de gemeente ervan uit dat alleen de betrokkenheid van Drevast in het geding is.

Niet is gesteld dat Maxburg Service N.V. haar vordering aan Astoc B.V. heeft gecedeerd.

3.4.2. De gemeente bestrijdt gemotiveerd dat er tussen haar en Drevast een overeenkomst tot stand gekomen is over de vergoeding van de kosten van het haalbaarheidsonderzoek.

Volgens de gemeente volgt uit de brief van Drevast van 10 juni 2002 niet meer dan dat vergoeding voor het haalbaarheidsonderzoek slechts aan de orde is indien sprake is van uitvoering van het door Drevast opgestelde plan op basis van het door Drevast opgestelde haalbaarheidsonderzoek door een andere projectontwikkelaar dan Drevast. Van die situatie is geen sprake.

3.4.3. De gemeente bestrijdt eveneens gemotiveerd dat er sprake is van schending van de precontractuele goede trouw. De heren [namen] hebben op eigen initiatief de gemeente benaderd met de vraag of zij een haalbaarheidsonderzoek uit mochten voeren.

De gemeente heeft het op basis van het haalbaarheidsonderzoek door Drevast gedane voorstel direkt van de hand gewezen zonder een tegenvoorstel te doen. Er hebben nooit onderhandelingen plaatsgevonden. Er is nooit sprake geweest van een gezamenlijk project met overeenstemming over de doelstelling. De gemeente heeft nooit een besluit genomen over het aangaan van samenwerking met Drevast.

Indien en voor zover de rechtbank ervan uitgaat dat er wel sprake is geweest van onderhandelingen bestrijdt de gemeente gemotiveerd dat de onderhandelingen in een zodanig stadium waren dat het haar niet langer vrijstond de onderhandelingen af te breken zonder daardoor jegens Drevast schadeplichtig te worden.

De gemeente bestrijdt voorts gemotiveerd dat er sprake zou zijn van andere omstandigheden die tot schadeplichtigheid van de gemeente zouden leiden.

Ook de hoogte van het door Drevast gevorderde bedrag wordt door de gemeente gemotiveerd bestreden.

4. De beoordeling

4.1. Met betrekking tot het beroep op niet-ontvankelijkheid door de gemeente overweegt de rechtbank het navolgende.

Ondanks de omstandigheid dat de vestigingsplaats van de verkrijgende vennootschap Astoc B.V. in de overeenkomst van cessie van 31 december 2005 niet correspondeert met de vestigingsplaats van de vennootschap Astoc B.V. die de gemeente nu heeft gedagvaard moet het voor de gemeente duidelijk zijn dat het dezelfde vennootschap betreft.

Immers, uit het door de gemeente ter gelegenheid van het pleidooi in het geding gebrachte uittreksel uit het handelsregister dat aan de pleitnota is gehecht, blijkt dat ir. [naam], die de overeenkomst van cessie namens Astoc B.V. heeft ondertekend, (mede) bestuurder van Astoc B.V., woonachtig is in Meer, Hoogstraten, België.

Gelet op het vorenstaande en nu de gemeente niet betwist dat de vordering van Drevast aan Astoc B.V. gecedeerd is zal de rechtbank het beroep op niet-ontvankelijkheid door de gemeente passeren.

4.2. Ter onderbouwing van haar stelling dat zij met de gemeente overeengekomen is dat de gemeente de voor haar aan het haalbaarheidsonderzoek verbonden kosten zou vergoeden verwijst Astoc B.V. naar haar brief aan de gemeente van 10 juni 2002 en dan meer expliciet naar de passage uit de brief zoals vorenstaand opgenomen onder punt 2.3.

Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank niet meer dan dat, indien niet Drevast maar een derde de ontwikkeling van “Mondragon” ter hand neemt op basis van de daarvoor door Drevast ontwikkelde plannen, de gemeente ervoor zorg zal dragen dat Drevast de kosten verbonden aan het ontwikkelen van die plannen vergoed krijgt.

Door Drevast is niet gesteld dat er thans een derde bezig is met de ontwikkeling van “Mondragon”. Er is weliswaar sprake geweest van een Europese aanbestedingsprocedure in het kader van door de gemeente ontwikkelde plannen, die volgens de gemeente overigens op essentiële punten afwijken van het plan zoals dat door Drevast is ontwikkeld, maar daarop zijn geen inschrijvingen gevolgd.

Niet is sprake van omstandigheden waarop de passage in de brief van Drevast van 10 juni 2002 ziet. De vordering van Astoc B.V. kan dus niet worden toegewezen voor zover die gebaseerd is op de stelling van Astoc B.V. dat zij met de gemeente overeengekomen zou zijn dat de gemeente de aan het haalbaarheidsonderzoek verbonden kosten zou vergoeden.

4.3. Onbestreden is dat de heren [naam] en [naam ], die op zoek waren naar locaties in Nederland voor de ontwikkeling van horeca- en theaterprojecten, zich op eigen initiatief tot de gemeente hebben gewend met het verzoek een haalbaarheidsonderzoek te mogen verrichten naar de mogelijkheid om in “Mondragon” een theater te vestigen.

Dit is door het college van B&W toegestaan onder de voorwaarden zoals opgenomen in haar brief aan Drevast van 30 mei 2002.

De gemeente heeft vervolgens aan Drevast de haar ter beschikking staande informatie, die Drevast nodig had voor een gedegen ontwikkeling van haar plannen, verschaft. Niet valt immers in te zien dat Drevast zonder die informatie tot een haalbaarheidsonderzoek en plan had kunnen komen dat aan de gemeenteraad voorgelegd zou kunnen worden. De toestemming voor het haalbaarheidsonderzoek zou dan zinledig zijn geweest. Tot de informatie nodig voor de ontwikkeling behoorde ook de wensen en ideeën die bij de gemeente leefden met betrekking tot de aan de panden te geven bestemming en niet slechts feitelijke informatie.

Het op deze wijze medewerking verlenen aan de planontwikkeling van Drevast door de gemeente en dan meer specifiek door de betrokken wethouders Van der Wouden en Van der Salm kan niet aangemerkt worden als het onderhandelen om te komen tot een overeenkomst.

Uiteindelijk heeft Drevast op 15 mei 2003 aan de gemeente een “Overeenkomst Voorbereidingstraject Ontwikkeling Theatercomplex Mondragon” doen toekomen.

Voor de daaraan voorafgaande gang van zaken verwijst de rechtbank naar de in dit vonnis onder punt 2.2., 2.4. en 2.5. opgenomen feiten.

Deze overeenkomst is naar het oordeel van de rechtbank, gelet daarop, dan ook aan te merken als het aanbod van Drevast aan de gemeente om te komen tot een overeenkomst welk aanbod door Drevast is gebaseerd op het daaraan voorafgaand door Drevast gedane onderzoek.

Het aanbod van Drevast is door de gemeente direct van de hand gewezen zonder dat de gemeente daarover met Drevast in onderhandeling is getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake geweest van onderhandelingen, laat staan van onderhandelingen die zich in een zodanig stadium bevonden dat het de gemeente niet vrij stond deze af te breken zonder schadeplichtig te worden jegens Drevast.

De vordering dient derhalve te worden afgewezen.

4.4. De rechtbank zal Astoc B.V. als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op een bedrag van

€ 4.735,- ter zake van griffierecht en een bedrag van € 10.320,-- ter zake van procureurssalaris.

5. De beslissing

De rechtbank

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Astoc B.V. in de kosten aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op een bedrag van € 4.735,-- ter zake van griffierecht en een bedrag van € 10.320,-- ter zake van procureurssalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2008.