Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD2345

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
23-05-2008
Zaaknummer
60671/KG ZA 07-216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"(..)"Eiseres is met gedaagden en nog een drietal anderen deelgenoot in de nalatenschap van wijlen (naam overledene), welke nalatenschap nog niet verdeeld is. "(...)"

"(..)"Van de nalatenschap maakt deel uit de onroerende zaak gelegen aan de (adres), kadastraal bekend gemeente Terneuzen, sectie (Sectienummer), groot 1 are 90 centiare, hierna te noemen: de woning. De woning is reeds 11 jaar onbewoond en daardoor in verval geraakt. " (..)"

"(..)"Eiseres heeft in september 2007 aan alle deelgenoten in de nalatenschap een volmacht gevraagd om over te gaan tot verkoop van de onroerende zaak voor een bedrag van tenminste € 15.000,--. Alle deelgenoten, met uitzondering van gedaagden, hebben deze volmacht verleend. "(..)"

"(..)"Inmiddels heeft zich een koper voor de woning gemeld die bereid is daarvoor een bedrag van € 30.000,-- te betalen, welk bod geldig is tot uiterlijk 1 februari 2008. "(...)"

"(..)"Eiseres vordert aan haar machtiging te verlenen tot het te gelde maken van de woning. Zij stelt daartoe dat er sprake is van een gewichtige reden om de woning te gelde te maken nu geen van de deelgenoten deze toegedeeld wenst te krijgen en de leegstaande woning alleen maar nadeel oplevert voor de boedel vanwege de slechte onderhoudstoestand. "(...)"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

60671KG ZA 07-21660671KG ZA 07-2169 januari 2008

Sector civiel recht,

voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 60671 / KG ZA 07-216

Vonnis van 15 januari 2008

in de zaak van

[eiseres]

wonende te Terneuzen,

eiseres,

procureur mr. M.W. Dieleman,

tegen

1. [gedaagde sub 1]

wonende te [adres]

gedaagde,

verschenen in persoon,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [adres]

gedaagde,

niet verschenen.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding.

Gedaagde sub 2 is niet verschenen en tegen hem is verstek verleend.

De feiten

Eiseres is met gedaagden en nog een drietal anderen deelgenoot in de nalatenschap van wijlen [naam overledene], welke nalatenschap nog niet verdeeld is.

Van de nalatenschap maakt deel uit de onroerende zaak gelegen aan de [adres], kadastraal bekend gemeente Terneuzen, sectie [sectienummer], groot 1 are 90 centiare, hierna te noemen: de woning. De woning is reeds 11 jaar onbewoond en daardoor in verval geraakt.

Eiseres heeft in september 2007 aan alle deelgenoten in de nalatenschap een volmacht gevraagd om over te gaan tot verkoop van de onroerende zaak voor een bedrag van tenminste € 15.000,--. Alle deelgenoten, met uitzondering van gedaagden, hebben deze volmacht verleend.

Inmiddels heeft zich een koper voor de woning gemeld die bereid is daarvoor een bedrag van € 30.000,-- te betalen, welk bod geldig is tot uiterlijk 1 februari 2008.

Het geschil

Eiseres vordert aan haar machtiging te verlenen tot het te gelde maken van de woning. Zij stelt daartoe dat er sprake is van een gewichtige reden om de woning te gelde te maken nu geen van de deelgenoten deze toegedeeld wenst te krijgen en de leegstaande woning alleen maar nadeel oplevert voor de boedel vanwege de slechte onderhoudstoestand.

Gedaagde sub 1 heeft verweer gevoerd. Hij stelt de woning zelf te willen kopen en daarover enkele jaren geleden overeenstemming te hebben bereikt met eiseres. De koop is destijds niet doorgegaan omdat een van de overige erfgenamen haar daarvoor benodigde toestemming niet heeft gegeven.

De beoordeling

Voor toewijzing van de onderhavige vordering is vereist dat sprake is van een gewichtige reden in de zin van artikel 3:174 lid 1 BW. Eiseres heeft daartoe aangevoerd het in waarde verminderen van de woning als gevolg van het ontbreken van onderhoud en langdurige leegstand en het nodeloos ten koste van de boedel komen van belastingen welke voor de woning dienen te worden voldaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van gewichtige redenen in de zin van voornoemd artikel, welke, indien zich geen redelijk te achten mogelijkheden voordoen om de woning op korte termijn aan gedaagde sub 1 toe te scheiden, het verlenen van de verzochte machtiging rechtvaardigen.

In het verleden is sprake geweest van een eventuele toescheiding van de woning aan gedaagde sub 1. Nu echter een van de erfgenamen haar daarvoor benodigde toestemming heeft onthouden, is aan die toescheiding geen uitvoering gegeven. Ook in het kader van de onderhavige procedure is tussen partijen geen overeenstemming bereikt over een voor ieder van hen aanvaardbare wijze van toescheiding van de woning aan gedaagde sub 1. Gedaagde sub 1 heeft niet aangetoond of aannemelijk gemaakt over de financiële middelen te (kunnen) beschikken om de woning op korte termijn aan zich te doen toescheiden.

Niet weersproken is dat de onderhoudstoestand van de woning wegens de jarenlange leegstand slecht is. Het risico van schade aan de woning en van waardevermindering daarvan is gegeven die feitelijke situatie dermate groot dat in redelijkheid van eiseres, als vertegenwoordigster van de deelgenoten in de nalatenschap, niet gevergd kan worden dat risico langer te dragen.

Onder die omstandigheden heeft eiseres recht op het verlenen van de machtiging aan haar tot het te gelde maken van de woning. Haar vordering zal dan ook worden toegewezen.

Gedaagden zullen worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De voorzieningenrechter

verleent aan eiseres machtiging tot het te gelde maken van de onroerende zaak, gelegen aan de [adres], kadastraal bekend gemeente Terneuzen, sectie [sectienummer], groot 1 are 90 centiare;

veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding aan de zijde van eiseres tot aan deze uitspraak begroot op € 251,-- wegens griffierecht, € 1.054,-- wegens procureurssalaris en

€ 84,31 wegens dagvaardingskosten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2008.