Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BD2173

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
14-05-2008
Datum publicatie
21-05-2008
Zaaknummer
52339/HA ZA 06-194
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

'' (...)"Gedaagde sub 1 is Chief executive Officer en grootaandeelhouder van Private Media Group inc, een rechtspersoon naar het recht van de VS van Amerika. Gedaagde sub 1 houdt zijn aandelen in deze vennootschap onder meer door middel van oudstervennootschap Slingsby. "(...)"

"(...)"Op 11 juni 2002 hebben [vertegenwoordiger], in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van onder andere Consipio Holding B.V. (zijnde de vennootschap waarvan Consipio een 100%-dochtervennootschap is), als “Lender” enerzijds en [gedaagde sub 1] en Slingsby, naast andere rechtspersonen, als “Borrower” anderzijds een “Short Term Loan Agreement” (hierna: de overeenkomst) getekend. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

Amount and Term of Loan

the Lender hereby agrees to extend a loan to the Borrower in the sum of 4.498.077,35 euro (…), the “loan amount”, on the terms and conditions herein contained.

The loan has been granted for a period of one year as from the 1-1-2002 until 31-12-2002.

The loan shall be repaid by the Borrower on repayment date 31-12-2002 (…). "(..)"

"(..)" In de hoofdzaak vordert Consipio, samengevat, hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en Slingsby om aan haar de bedragen van € 1.320.804,82 ter zake van de lening,

$ 15.923.404,52 op grond van de optieovereenkomsten en € 21.410,67 ter zake van door Consipio gemaakte kosten, alle te vermeerderen met rente, te voldoen. "(..)"

"(..)"Consipio vordert in het incident, samengevat, bij wege van provisionele eis [gedaagde sub 1] en Slingsby hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 1.016.234,00, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente, subsidiair de contractuele rente en meer subsidiair de wettelijke rente, met hoofdelijk veroordeling van [gedaagde sub 1] en Slingsby in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en met waarmerking van de uitspraak als een Europese Executoriale Titel. "(..)"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

52339HA ZA 06-19452339HA ZA 06-19414 mei 2008

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 52339 / HA ZA 06-194

Vonnis van 14 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONSIPIO B.V.,

gevestigd te Warder, gemeente Zeevang,

eiseres in de hoofdzaak en in het incident,

procureur mr. R.R.E. Nobus,

advocaat mr. C.B.M. Scholten van Aschat te Amsterdam,

tegen

1. [gedaagde in hoofdzaak en incident],

wonende te Andorra,

2. de rechtspersoon naar het recht van Gibraltar

SLINGSBY ENTERPRISES LIMITED,

gevestigd te Gibraltar, Verenigd Koninkrijk,

gedaagden in de hoofdzaak en in het incident,

procureur mr. C.J. IJdema,

advocaat mr. M.J.J. de Bontridder te Amsterdam.

Partijen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

eiseres als Consipio;

gedaagde onder 1 als [gedaagde sub 1];

gedaagde onder 2 als Slingsby.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het vonnis in het incident van 7 maart 2007;

de conclusie van antwoord van 2 mei 2007;

de conclusie van repliek tevens houdende een provisionele eis tot betaling van 27 februari 2008;

de akte uitlating producties van de zijde van Consipio van 27 februari 2008;

de incidentele conclusie van antwoord met betrekking tot de provisionele eis van 26 maart 2008;

de akte van depot van de zijde van [gedaagde sub 1] en Slingsby van 9 april 2008.

De feiten in het incident

[gedaagde sub 1] is “Chief Executive Officer” en grootaandeelhouder van Private Media Group Inc., een rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika. [gedaagde sub 1] houdt zijn aandelen in deze vennootschap onder meer door middel van zijn houdstervennootschap Slingsby.

Op 11 juni 2002 hebben [vertegenwoordiger], in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van onder andere Consipio Holding B.V. (zijnde de vennootschap waarvan Consipio een 100%-dochtervennootschap is), als “Lender” enerzijds en [gedaagde sub 1] en Slingsby, naast andere rechtspersonen, als “Borrower” anderzijds een “Short Term Loan Agreement” (hierna: de overeenkomst) getekend. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

Amount and Term of Loan

the Lender hereby agrees to extend a loan to the Borrower in the sum of 4.498.077,35 euro (…), the “loan amount”, on the terms and conditions herein contained.

The loan has been granted for a period of one year as from the 1-1-2002 until 31-12-2002.

The loan shall be repaid by the Borrower on repayment date 31-12-2002 (…).

Interest rate

The Borrower shall owe interests on the amount of the loan outstanding at the rate of 8 % during the terms of this agreement so that the interest will remain 8 % during the agreed 1 year. Interests shall be due and payable each quarter.

In de hoofdzaak vordert Consipio, samengevat, hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en Slingsby om aan haar de bedragen van € 1.320.804,82 ter zake van de lening,

$ 15.923.404,52 op grond van de optieovereenkomsten en € 21.410,67 ter zake van door Consipio gemaakte kosten, alle te vermeerderen met rente, te voldoen.

Het geschil in het incident

Consipio vordert in het incident, samengevat, bij wege van provisionele eis [gedaagde sub 1] en Slingsby hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 1.016.234,00, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente, subsidiair de contractuele rente en meer subsidiair de wettelijke rente, met hoofdelijk veroordeling van [gedaagde sub 1] en Slingsby in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en met waarmerking van de uitspraak als een Europese Executoriale Titel.

Consipio stelt daartoe het volgende. [gedaagde sub 1] en Slingsby hebben de vordering ter zake van de lening erkend tot een bedrag van € 1.016.234,00 per 31 maart 2006. Zij hebben geen reden gegeven voor hun weigering om aan die verplichting te voldoen. Consipio heeft recht en belang bij een Europese executoriale titel voor dit bedrag, omdat de procedure waarschijnlijk nog enige tijd in beslag zal nemen. Het spoedeisend belang zit in het feit dat uit recente perspublicaties is gebleken dat [gedaagde sub 1] in Zweden is veroordeeld tot betaling van 65 miljoen euro aan achterstallige belastingen.

[gedaagde sub 1] en Slingsby erkennen dat zij aan Consipio een bedrag van € 1.016.234,00 naar de stand van 31 maart 2006 verschuldigd zijn. Zij betwisten dat Consipio recht heeft op rente anders dan de wettelijke rente over genoemd bedrag vanaf 31 maart 2006. Ook betwisten zij dat Consipio ten aanzien van [gedaagde sub 1], die ingezetene van Andorra is, een Europese executoriale titel kan verkrijgen. Niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 6, lid 1, onder d Verordening (EG) nr. 805/2004 (hierna: EET-Verordening) dat de beslissing moet zijn gegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar in de zin van artikel 69 van Verordening (EG) nr. 44/2001 (hierna: Vo 44/2001).

De beoordeling in het incident

Nu [gedaagde sub 1] en Slingsby hebben erkend het gevorderde bedrag verschuldigd te zijn, zal de rechtbank de vordering tot dat bedrag toewijzen.

De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW afwijzen. De wettelijke handelsrente is slechts toewijsbaar op handelsovereenkomsten die op of na 8 augustus 2002 zijn gesloten. De onderhavige overeenkomst is voor deze datum gesloten, te weten op 11 juni 2002.

De vordering tot vergoeding van de contractuele rente zal op grond van artikel 2.1 van de overeenkomst worden toegewezen. De enkele betwisting van [gedaagde sub 1] en Slingsby doet hieraan niet af, zeker nu [gedaagde sub 1] en Slingsby in de ‘incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid van de rechtbank Middelburg alsmede conclusie van antwoord’ van 28 juni 2006 onder punt 18 hebben erkend dat zij 8% per jaar over het geleende bedrag betalen.

Ten aanzien van de vordering tot waarmerking van het vonnis als een Europese executoriale titel overweegt de rechtbank als volgt.

Niet ter discussie staat dat aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, onder a, b en c EET-Verordening is voldaan. Daarnaast geldt dat – ingevolge lid 1, onder d van dit artikel – de beslissing moet zijn gegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar in de zin van artikel 59 Vo 44/2001, wanneer aan drie voorwaarden is voldaan:

de schuldvordering is niet-betwist in de zin van artikel 3, lid 1, onder b of c;

de schuldvordering heeft betrekking op een overeenkomst gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd;

de consument is de schuldenaar.

De vordering betreft een niet-betwiste schuldvordering in de zin van artikel 3, lid 1, onder b EET-Verordening, zodat ten aanzien van zowel [gedaagde sub 1] als Slingsby aan de eerste voorwaarde voor toepassing van de onder d vermelde voorwaarde is voldaan.

Ten aanzien van [gedaagde sub 1] geldt dat tevens is voldaan aan de overige twee voorwaarden voor toepassing van de onder d vermelde voorwaarde, zodat de rechtbank toekomt aan de toetsing daarvan. De beslissing moet zijn gegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar in de zin van artikel 59 Vo 44/2001. Aan die voorwaarde is niet voldaan. [gedaagde sub 1] is woonachtig in Andorra, zoals blijkt uit de door [gedaagde sub 1] en Slingsby ingediende akte van 9 april 2008. Andorra is geen lidstaat van de Europese Unie. De rechtbank zal daarom de vordering tot waarmerking van het vonnis jegens [gedaagde sub 1] als Europese executoriale titel afwijzen.

Ten aanzien van Slingsby geldt dat aan de tweede voorwaarde voor toepassing van de onder d vermelde voorwaarde niet is voldaan, aangezien Slingsby een rechtspersoon is. Nu de voorwaarde van artikel 6, lid 1, onder d EET-Verordening ten aanzien van Slingsby buiten beschouwing kan worden gelaten en aan de overige voorwaarden voor de waarmerking van het vonnis jegens Slingsby als een Europese executoriale titel is voldaan, zal de rechtbank de daartoe strekkende vordering toewijzen.

De rechtbank zal, gelet op de samenhang tussen de provisionele eis en de vorderingen in de hoofdzaak, de beslissing over de in het incident gevallen proceskosten aanhouden tot het in de hoofdzaak te wijzen eindvonnis.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

- veroordeelt [gedaagde sub 1] en Slingsby hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Consipio te betalen € 1.016.234,001.016.234,001.016.2341.016.234,001.016.234,11elf, vermeerderd met de contractuele rente van 8% per jaar vanaf 31 maart 2006, waarbij het bedrag waarover die rente is verschuldigd steeds na drie maanden wordt vermeerderd met de over die drie maanden verschuldigde rente;

waarmerkt dit vonnis jegens Slingsby als een Europese executoriale titel;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing ten aanzien van de proceskosten aan;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2008.

MR