Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BC8806

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
07-04-2008
Zaaknummer
53785/HA ZA 06-374
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"(...)"Op 9 november 2001 heeft het motorvaartuig (schip) schade toegebracht aan de Concordiabrug te Gorinchem, eigendom van de provincie Zuid Holland. Dit motorvaartuig was eigendom van gedaagden. "(...)"

"(..)"Provincie vordert samengevat - veroordeling van gedaagden tot betaling van EUR 406.376,57, vermeerderd met rente en kosten. Ter onderbouwing van haar vordering stelt zij het volgende.

Het motorvaartuig (schip), toebehorend aan Lindhout, heeft op 9 november 2001 schade toegebracht aan de aan de Provincie toebehorende Concordiabrug. De Provincie heeft gedaagden aansprakelijk gesteld voor de schade op 19 november 2001. Vervolgens heeft haar verzekeringsmakelaar Aon de behandeling overgenomen en verwezen naar de door haar ingeschakelde expert De Beijer B.V.. Verdere contacten hebben plaatsgevonden tussen die expert en de Provincie."(..)"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/2

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 53785 / HA ZA 06-374

Vonnis van 2 april 2008

in de zaak van

PROVINCIE ZUID-HOLLAND,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

procureur mr. C.J. IJdema,

advocaat mr. drs. I.B.Th. van Groningen te 's-Gravenhage,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1],

gevestigd te Sint Annaland,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Sint Annaland,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Sint Annaland,

gedaagden,

procureur mr. N.H. van Everdingen,

advocaat mr. J. Blussé van Oud-Alblas te Rotterdam.

Partijen zullen hierna de Provincie en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- akte uitlaten producties

- akteverzoek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 9 november 2001 heeft het motorvaartuig [naam schip] schade toegebracht aan de Concordiabrug te Gorinchem, eigendom van de provincie Zuid Holland. Dit motorvaartuig was eigendom van gedaagden.

2.2. De volgende brieven zijn gewisseld.

- 12 november 2001: [gedaagde sub 2] deelt [medewerker Provincie] van de Provincie schriftelijk mee dat hij als schipper/eigenaar verzekerd is bij Aon.

- 19 november 2001: De Provincie stelt [ged[gedaagden]b 1] schriftelijk aansprakelijk.

- 4 december 2001: Aon schrijft de Provincie dat zij als makelaars in assurantiën namens belanghebbenden van de [naam schip] optreden. Zij vervolgt: “Gaarne verzoeken wij u ons in kennis te stellen van de geschatte omvang van de schade, zodat wij eventueel alsnog geheel sans prejudice, een expert in deze kunnen benoemen.”

- 22 februari 2002: de Provincie antwoordt dat aan een gespecialiseerd bedrijf de opdracht is gegeven de beredderingswerkzaamheden uit te voeren en dat de rekeningen hiervan worden doorgestuurd.

- 28 februari 2002: Aon reageert naar de Provincie als volgt: “Daar door dezerzijdse belanghebbenden expertise- en ingenieursbureau De Beijer B.V. werd ingeschakeld teneinde de schade aan de Concordiabrug op te nemen, verzoeken wij u vriendelijk hen op de hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen.”

- 15 april 2002 en 13 augustus 2002: De Beijer B.V. vraagt de Provincie informatie.

- 28 januari 2003: de Provincie deelt aan De Beijer B.V. mee dat de reparatie projectmatig zal worden aangepakt en dat er contact met De Beijer B.V. wordt opgenomen zodra er meer bekend is.

- 20 november 2003: De Beijer B.V. deelt de Provincie mee dat zij het plan van aanpak van de Provincie heeft ontvangen. De Beijer B.V. schrijft: “Wij nemen aan dat met de kosten genoemd in het overzicht, waarbij de hoofdligger wordt vervangen ten bedrage van EUR.235.000,00 de toegebrachte schade kan worden hersteld. Voorts nemen wij aan dat voor het uitvoeren van de reparaties diverse daarvoor in aanmerking komende aannemers zullen worden uitgenodigd om een offerte voor het repareren van voornoemde brug uit te brengen.”

Een kopie is aan Aon gestuurd.

- 4 december 2003: de gemeente Rotterdam reageert naar De Beijer B.V.

- 18 juni 2004: Aon schrijft aan de Provincie dat de rechtsvordering tot vergoeding van schade toegebracht door aanvaring verjaart na twee jaar. Omdat de verjaring niet is gestuit of uitstel ervan werd gevraagd, acht zij zich niet meer gehouden de schade te vergoeden.

- 16 augustus 2004: De Beijer B.V. schrijft aan de Provincie dat zij, met referte aan het onderhoud van 10 juni 2004, kan meedelen dat zij zonder enige verbintenis wat de schuldvraag en of de aansprakelijkheid betreft, voorlopig akkoord gaat met de kostenverdeling wat betreft de reparatie aan de Concordiabrug.

3. Het geschil

3.1. Provincie vordert samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van EUR 406.376,57, vermeerderd met rente en kosten. Ter onderbouwing van haar vordering stelt zij het volgende.

Het motorvaartuig [naam schip], toebehorend aan [gedaagden], heeft op 9 november 2001 schade toegebracht aan de aan de Provincie toebehorende Concordiabrug. De Provincie heeft [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor de schade op 19 november 2001. Vervolgens heeft haar verzekeringsmakelaar Aon de behandeling overgenomen en verwezen naar de door haar ingeschakelde expert De Beijer B.V.. Verdere contacten hebben plaatsgevonden tussen die expert en de Provincie.

De Provincie stelt dat de aansprakelijkheid van [gedaagden] voor de schade aan de brug nimmer is betwist, niet door de schipper, niet door Aon. De schipper zelf heeft gezegd dat hij het logisch vindt dat hij aansprakelijk wordt gesteld en dat de schade vergoed wordt. De Beijer B.V. heeft altijd de indruk gewekt dat aansprakelijkheid geen punt van discussie was.

3.2. De Provincie stelt dat de verjaring is gestuit. Zij verwijst daarbij met name naar haar “Plan van aanpak” uit oktober 2003 waarin staat dat de Provincie haar recht op schadevergoeding handhaaft en naar de diverse contacten tussen haar en De Beijer B.V..

Verder beroept zij zich op de redelijkheid en billijkheid. Daarbij stelt zij dat het vanaf het begin duidelijk was dat [gedaagden] aansprakelijk was voor de schade aan de brug. Die aansprakelijkheid is nooit betwist.

Tot slot stelt de Provincie dat niet alleen de korte verjaringstermijn van aanvaring van toepassing is, maar subsidiair een beroep kan worden gedaan op onrechtmatige daad met een verjaringstermijn van vijf jaar.

3.3. [gedaagden] voert verweer. Zij stelt dat de korte verjaringstermijn van twee jaar geldt omdat hier de bepalingen van aanvaring van toepassing zijn.

Zij betwist dat de vordering erkend is. Als [gedaagden] zich na de aanvaring heeft uitgelaten zoals de Provincie stelt, dan kan dat niet gelden als een erkenning van aansprakelijkheid. De verzekeringsmakelaar van [gedaagden], Aon, heeft geschreven dat zij sans prejudice een expert zal benoemen. Ook zij heeft nimmer de aansprakelijkheid erkend.

De ingeschakelde expert had alleen de taak de schade te begroten en heeft zich niet beziggehouden met de aansprakelijkheid. De Beijer B.V. heeft dit de Provincie ook geschreven.

De eenzijdige mededeling van de Provincie over de aansprakelijkheid in het “Plan van Aanpak” van augustus 2003 kan niet worden opgevat als erkenning van aansprakelijkheid door Aon.

De verjaring is niet gestuit door de brieven van de Provincie omdat die daarover niets zeggen.

[gedaagden] bestrijdt ook dat haar beroep op verjaring in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Zij heeft nimmer aansprakelijkheid erkend of zich als zodanig gedragen. Ook de expert De Beijer B.V. heeft dat niet gedaan. Ook is er geen sprake geweest van een intensieve briefwisseling.

4. De beoordeling

4.1. Op het toebrengen van schade aan de Concordiabrug door het motorschip de [naam schip] zijn de bepalingen van artikel 8:1001 BW e.v. van toepassing. Er is sprake van een aanvaring met de daarbij behorende korte verjaringstermijn van twee jaar van artikel 8:1793 BW.

De omstandigheid dat voor een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad een langere verjaringstermijn geldt dan voor een vordering tot schadevergoeding uit aanvaring brengt mee dat de korte verjaringstermijn die strekt tot bescherming van de aansprakelijk gestelde persoon, niet kan worden ontlopen door de vordering te baseren op onrechtmatige daad.

4.2. De rechtbank laat buiten beschouwing of sprake is geweest van een erkenning door [gedaagden]. Het beroep op verjaring is door Aon gedaan bij brief van 18 juni 2004. Dit is ruim twee en een half jaar na de gestelde erkenning en dus ruimschoots buiten de verjaringstermijn. De erkenning direct na de aanvaring is dan niet van invloed op de verjaring.

4.3. De mededeling in het “Plan van aanpak” van de Provincie dat de veroorzaker van de schade ook schuld erkent, is geen erkenning door of namens [gedaagden] omdat de mededeling alleen van de Provincie afkomstig is.

Die instemming kan ook niet worden afgeleid uit het niet protesteren door De Beijer B.V. tegen de opname van deze zin in het “Plan van aanpak”. Dat is onvoldoende voor een erkenning. Bovendien wist de Provincie dat De Beijer B.V. door Aon als expert was ingeschakeld om de schade op te nemen en niet meer dan dat.

4.4. Nadat de Provincie [gedaagden] op 19 november 2001 schriftelijk aansprakelijk had gesteld voor de schade is er tussen de Provincie en [gedaagden] geen contact meer geweest. Aon heeft de behandeling na de aansprakelijkstelling overgenomen en dit bij brief van 4 december 2001 aan de Provincie meegedeeld. Na de brief van Aon aan de Provincie van 22 februari 2002, heeft Aon binnen de verjaringstermijn van twee jaar – na het voorval of na de gestelde erkenning door [gedaagden] - geen contact meer met de Provincie gehad. Aon heeft aansprakelijkheid nimmer uitdrukkelijk aanvaard.

Aon heeft richting de Provincie ook geen handelingen verricht waaruit deze laatste in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat Aon aansprakelijkheid erkende. De aanstelling van de expert geschiedde sans prejudice. De Provincie heeft verder contact gehad met deze expert en zij heeft in redelijkheid niet kunnen denken dat deze expert op welke manier dan ook, bevoegd was zich uit te laten over de aansprakelijkheidsvraag of dat contacten met hem stuiting van de verjaring tot gevolg zouden hebben.

Dat het voor de Provincie van het begin af aan duidelijk was dat [gedaagden] aansprakelijk was voor de schade heeft niet tot gevolg dat de rechtsvordering niet kan verjaren of dat een beroep op die verjaring in strijd met de redelijkheid en billijkheid is.

4.5. Tussen de aanvaring en/of de gestelde erkenning en het beroep op verjaring is meer dan twee jaren verstreken zonder verdere erkenning door of namens [gedaagden] en zonder stuitinghandelingen van de kant van de Provincie.

De rechtbank concludeert dan ook dat het vorderingsrecht van de Provincie verjaard is. Dit heeft tot gevolg dat haar vorderingen moeten worden afgewezen.

4.6. De Provincie zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure die aan de zijde van [gedaagden] zijn gevallen.

Het griffierecht bedraagt EUR 4.670,00 en het procureurssalaris twee punten à EUR 2.580,00 is EUR 5.160,00.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt de Provincie in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van [gedaagden] begroot op EUR 9.830,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2008.?