Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2008:BC6591

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
12/700024-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mensenhandel niet bewezen, nu van het oogmerk tot uitbuiting niet is gebleken. De rechtbank acht het aannemelijk dat de vrouwen naar Nederland zijn gekomen (mede) om te zien of een relatie met verdachte kon worden opgebouwd. Als binnen het kader van een kennismaking met hem seksuele handelingen verricht zijn, kan dat naar het oordeel van de rechtbank niet op voorhand worden aangeduid als uitbuiting. Voorts is onvoldoende vast komen te staan dat verdachte (en de medeverdachte) van meet af aan de bedoeling had(den) om de vrouwen in Nederland (voortdurend) seksuele handelingen te laten verrichten met andere mannen, met andere woorden om hen in te zetten in de prostitutie. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor verkrachtingen. Poging tot verkrachting/aanranding niet bewezen, want niet gebleken van een begin van uitvoering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

meervoudige kamer

Parketnummer: 12/700024-06

Datum uitspraak: 12 maart 2008

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: 6 april 2007

Datum voorlopige hechtenis: 7 april 2007

Schorsing voorlopige hechtenis: 16 april 2008

Feitelijke vrijlating: 18 april 2008

------------------------------------------------

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1947 en [geboorteplaats]

wonende te [adres]

ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. R. Hörchner, advocaat te Breda.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Zondervan en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging luidt als volgt.

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

1.

hij, als Nederlander, één of meerma(a)l(en) in of omstreeks de periode van 1augustus 2005 tot en met 31 december 2005 te Middelburg en/of Vlissingen en/of (elders) in het arrondissement Middelburg en/of te Rucphen, in elk geval

(elders) in Nederland en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

- [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 2]

(telkens) door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest

en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die bovengenoemde perso(o)n(en),

en/of

die bovengenoemde perso(o)n(en) (telkens) heeft aangeworven en/of medegenomenmet het oogmerk die perso(o)n(en) in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer

seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) tegen betaling en/of die bovengenoemde perso(o)n(en) (telkens) met één of meer van de van de onder lid 1, sub 1 van artikel 273a Wetboek van Strafrecht (thans artikel 273f Wetboek van Strafrecht) genoemde middel(en) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

(telkens) onder één of meer van de onder lid 1, sub 1 van voornoemd artikel genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die

bovengenoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die bovengenoemde perso(o)n(en), immers heeft hij, verdachte, toen en daar, samen met zijn mededader(s),en/althans alleen, (telkens) opzettelijk

- in Bulgarije aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gevraagd of zij in Nederland als serveerster in een bar/café (van [medeverdachte 1]) wilde(n) gaan werken en/of

- gezegd dat zij (die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) op de vorenstaande vraag direct moest(en) beslissen en/of

- gezegd dat hij en/of diens mededader(s) niet wist(en) wat zij daarmee ging(en) verdienen en/of

- voorgesteld dat zij (die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) vanuit Nederland geld op kon(den) sturen voor haar/hun ouders en/of haar/hun kind(eren) en/of

- in Bulgarije (een) paspoort(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aangevraagd, althans laten aanvragen en verkregen en/of voor dat/die paspoort(en) betaald en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in Bulgarije opgehaald en/of naar Nederland overgebracht en/of

- de kosten van die reis naar Nederland betaald en/of

- dat/die paspoort(en) en/of (een) identiteitskaart(en) van die [slachtoffer 1]en/of [slachtoffer 2] (tijdens de reis naar Nederland) onder zich gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] in Nederland in de woning van [medeverdachte 1] te Middelburg ondergebracht en/of haar/hun paspoort(en) onder zich gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verboden die woning van die [medeverdachte 1] (zonder zijn toestemming) te verlaten en/of

- voortdurend toezicht op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gehouden tijdens het verblijf in de woning van die [medeverdachte 1] en/of

- een boekje (met namen/telefoonnummers van familieleden van die [slachtoffer 1] in Bulgarije) vernietigd en/of

- voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] nieuwe kleding en/of cosmetica uitgezocht en betaald en/of

- (tegen elk afzonderlijk) gezegd dat hij, verdachte, een rijk persoon was

en/of dat hij, verdachte, een relatie met haar/hun aan wilde gaan en/of dat zij alles moest(en) doen wat hij, verdachte, wilde en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (daarna) één of meerma(a)l(en) naar (de woning van) hem, verdachte, gebracht en/of laten toekomen voor het plegen van seksuele handelingen,aldus en in elk geval die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door één of meer van bovengenoemde handelingen en/of door het (gedwongen) verblijf in een voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vreemd land met een vreemde taal, afhankelijk van hem/hen gemaakt;

art 273a lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 6 Wetboek van Strafrecht1.

art 273a lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

[medeverdachte 1], als Nederlander, één of meerma(a)l(en) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 31 december 2005 te Middelburg en/of Vlissingen en/of (elders) in het arrondissement Middelburg en/of te Rucphen, in elk geval (elders) in Nederland en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

- [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 2]

(telkens) door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest

en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die bovengenoemde perso(o)n(en),

en/of

die bovengenoemde perso(o)n(en) (telkens) heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die perso(o)n(en) in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer

seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) tegen betaling en/of

die bovengenoemde perso(o)n(en) (telkens) met één of meer van de van de onder lid 1, sub 1 van artikel 273a Wetboek van Strafrecht (thans artikel 273fWetboek van Strafrecht) genoemde middel(en) heeft gedwongen of bewogen zich

beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of (telkens) onder één of meer van de onder lid 1, sub 1 van voornoemd artikel genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die bovengenoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die bovengenoemde perso(o)n(en), immers heeft die [medeverdachte 1], toen en daar, samen met zijn mededader(s), en/althans alleen, (telkens) opzettelijk

- in Bulgarije aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gevraagd of zij in Nederland als serveerster in een bar/café (van die [medeverdachte 1]) wilde(n) gaan werken en/of

- gezegd dat zij (die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) op de vorenstaande vraag direct moest(en) beslissen en/ofgezegd dat hij (die [medeverdachte 1]) en/of zijn mededader(s) niet wist(en) wat zij (die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) daarmee ging(en) verdienen en/of

- voorgesteld dat zij (die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) vanuit Nederland geld op kon(den) sturen voor haar/hun ouders en/of haar/hun kind(eren) en/of

- in Bulgarije (een) paspoort(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aangevraagd, althans laten aanvragen en verkregen en/of voor dat/die paspoort(en) betaald en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in Bulgarije opgehaald en/of naar Nederland overgebracht en/of

- de kosten van die reis naar Nederland betaald en/of

- dat/die paspoort(en) en/of (een) identiteitskaart(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (tijdens de reis naar Nederland) onder zich gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] in Nederland in de woning van die [medeverdachte 1] te Middelburg ondergebracht en/of haar/hun paspoort(en) onder zich gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verboden die woning (zonder zijn toestemming) te verlaten en/of

- voortdurend toezicht op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gehouden tijdens het verblijf in de woning van die [medeverdachte 1] en/of

- een boekje (met namen/telefoonnummers van familieleden van die [slachtoffer 1] in Bulgarije) vernietigd en/of

- (tegen elk afzonderlijk) gezegd dat hij, verdachte, een rijk persoon was

en/of dat hij, verdachte, een relatie met haar/hun aan wilde gaan en/of dat zij alles moest(en) doen wat hij, verdachte, wilde en/of

- (daarna) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] beschikbaar gesteld aan hem, verdachte, voor het plegen van seksuele handelingen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] één of meerma(a)l(en) naar hem, verdachte, gebracht en/of laten toekomen,

aldus en in elk geval die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door één of meer van bovengenoemde handelingen en/of door het (gedwongen) verblijf in een voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vreemd land met een vreemde taal, afhankelijk van die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) en/of van hem, verdachte, gemaakt,

welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen,immers heeft hij, verdachte, samen met zijn mededader(s), althans alleen, aan die [medeverdachte 1] en/of diens mederdader(s) gezegd voor hem, verdachte, een of meer vrouwen uit een van de oostblok landen/uit Bulgarije naar Nederland over te brengen teneinde kennis te laten maken met hem, verdachte, zodat hij, verdachte, daarmee een seksuele relatie zou kunnen aangaan en daartoe

(telkens) een of meer geldbedrag(en) in de vorm van een voorschot en/of een lening, in elk geval een of meer geldbedrag(en) te verstrekken/ter beschikking te stellen voor de betaling van die paspoort(en) en/of die reiskosten van

Bulgarije naar Nederland en/of de betaling voor de aanko(o)p(en) van die kleding en/of die cosmetica voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of voor de kosten van levensonderhoud van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],

althans bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, althans tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,door toen en daar aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) (telkens)

opzettelijk een of meer geldbedrag(en) in de vorm van een voorschot en/of een lening, in elk geval een of meer geldbedrag(en) te verstrekken/ter beschikking te stellen voor de betaling van die paspoort(en) en/of die reiskosten van

Bulgarije naar Nederland en/of de betaling voor de aanko(o)p(en) van die kleding en/of die cosmetica voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of voor de kosten van levensonderhoud van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

art 47 lid 1 ahf/onder 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/onder 1 en/of 2 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 6 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij, als Nederlander, een of meerma(a)l(en) in of omstreeks de periode van 11september 2005 tot en met 12 september 2005, in elk geval in of omstreeks de maand september 2005, in Duitsland en/of te Heinkenszand, althans te Goes, in elk geval in het arrondissement Middelburg en/althans (elders) in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het (telkens) seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende hij, verdachte, die [slachtoffer 1] (telkens) gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 1] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin -terwijl die [slachtoffer 1] toen en daar niet in het bezit was van haar paspoort en/of identiteitsbewijs en/of terwijl die [slachtoffer 1] kort daarvoor vanuit het buitenland in Nederland (een voor haar vreemd land, waarvan ze de taal niet beheerste) was aangekomen- dat hij, verdachte, met die [slachtoffer 1] (in een camper) naar een voor haar onbekende plaats in Duitsland is gereisd en/of (daarbij) een of meer (voor die [slachtoffer 1]) onbekende plaats(en) in Nederland en/of Duitsland heeft aangedaan en/of (vervolgens) met die [slachtoffer 1] (in die camper) vanuit Duitsland naar Nederland is gereisd en/of daarbij een of meer (voor die [slachtoffer 1]) onbekende plaatsen heeft aangedaan en/of (op een of meer van die plaats(en)) in Duitsland en/of Nederland -terwijl die [slachtoffer 1] die camper uit wilde vluchten- haar terug de camper heeft ingetrokken en/of die [slachtoffer 1] (telkens) met kracht in/tegen het gezicht en/of op/tegen de benen heeft geslagen en/of de kleren van die [slachtoffer 1] heeft uitgetrokken en/of de benen van die [slachtoffer 1] uit elkaar heeft getrokken/gedaan en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en laten voortduren;

art 242 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 14 september 2005, in elk geval in of omstreeks de maand september 2005 te Rucphen, althans (elders) in het/de arrondissement(en) Breda en/of Middelburg, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1], hebbende hij, verdachte, die [slachtoffer 1] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 1] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin

-terwijl die [slachtoffer 1] toen en daar niet in het bezit was van haar paspoort en/of identiteitsbewijs en/of terwijl die [slachtoffer 1] kort daarvoor vanuit het buitenland in Nederland (een voor haar vreemd land, waarvan ze de taal niet

beheerste) was aangekomen- dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] (vanuit Middelburg) in een auto heeft meegenomen

naar zijn, verdachtes, woning te Rucphen en/of die [slachtoffer 1] heeft meegenomen naar een slaapkamer in die woning en/of de handen van die [slachtoffer 1] met kracht heeft vastgehouden en/of met kracht op/tegen een matras van een bed heeft aangedrukt en/of een (glij)middel, althans een vloeistof in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft ingebracht en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en laten voortduren;

art 242 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 6 april 2006 te Rucpen en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], die [slachtoffer 3] door één of meer van zijn mededader(s) opzettelijk naar zijn woning heeft laten brengen en/of die [slachtoffer 3] opzettelijk in zijn, verdachtes, woning heeft ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 4 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat hij op of omstreeks 6 april 2006 te Rucphen en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), die [slachtoffer 3] door één of meer van zijn mededader(s) opzettelijk naar zijn woning heeft laten brengen en/of die [slachtoffer 3] opzettelijk in zijn, verdachtes, woning heeft ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 (primair en subsidiair)

Namens verdachte heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake was van mensenhandel. Zo is volgens hem onder meer niet gebleken dat door verdachte met welk in artikel 273f, eerste lid, sub 1 Wetboek van Strafrecht genoemd middel dan ook gebruik is gemaakt om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar Nederland te krijgen. [slachtoffer 1] zelf heeft verklaard dat ze het niet slecht had in Bulgarije, maar dat ze meer wilde. Zij is dus uit vrije wil met economische motieven naar Nederland gekomen, aldus de raadsman. Beide vrouwen zijn volgens de raadsman eigenstandig naar Nederland gekomen en zijn niet als waren zij onwillige of onwetende slachtoffers vervoerd naar Nederland. Eenmaal in Nederland, waar zij verbleven in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1], konden de vrouwen naar buiten en konden zij bellen. Bovenal heeft verdachte niet het oogmerk gehad om beide vrouwen uit te buiten of om hen te prostitueren. Hij wilde een serieuze relatie en heeft in dat verband met hen kennisgemaakt.

De rechtbank gaat uit van het volgende. Uit het dossier is gebleken dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in contact zijn gekomen in Bulgarije en dat hen door [medeverdachte 1] de mogelijkheid is geboden naar Nederland te reizen. Volgens [slachtoffer 1] werd haar werk als serveerster in het vooruitzicht gesteld. [slachtoffer 2] heeft echter verklaard dat het haar duidelijk was dat zij, [slachtoffer 2], naar Nederland ging om onder meer met verdachte een (seksuele) relatie aan te gaan. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat het [slachtoffer 1] bekend was dat ook zij, [slachtoffer 1], voor een mogelijke (seksuele) relatie met verdachte naar Nederland ging. Ook andere – inmiddels naar Bulgarije teruggekeerde – vrouwen, die eerder via medeverdachte [medeverdachte 1] met verdachte kennismaakten hebben verklaard dat zij naar Nederland kwamen of in contact kwamen met verdachte voor een mogelijke relatie met verdachte. De rechtbank kan derhalve niet uitsluiten dat ook [slachtoffer 1] wist dat zij naar Nederland is gekomen om te bezien of zij een geschikte partner voor verdachte kon zijn.

Alvorens [slachtoffer 1] naar Nederland is gereisd, is in Bulgarije door medeverdachte [medeverdachte 1] en twee Bulgaarse kennissen van [slachtoffer 1] voor haar een paspoort geregeld. Hoewel [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij snel moest beslissen op het aanbod om naar Nederland te gaan, heeft zij ook verklaard dat zij al eerder had nagedacht over een verblijf in Nederland.

Toen de reis naar Nederland was aangevangen, hebben alle inzittenden van het minibusje- waaronder medeverdachte [medeverdachte 1] - hun paspoort aan de chauffeur overhandigd, omdat dit praktisch was bij de grensovergangen. De rechtbank acht dit een aannemelijke verklaring voor de omstandigheid dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tijdens de reis niet over hun paspoort konden beschikken en zij acht dit in het onderhavige geval geen omstandigheid die geplaatst kan worden onder de middelen bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Toen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in Middelburg aankwamen, zijn zij naar de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] gegaan, waar de vrouwen hebben verbleven. Uit het dossier blijkt dat verdachte of medeverdachte [medeverdachte 1] de reis heeft betaald en dat verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 1] geld gaf voor boodschappen en als vergoeding voor het verblijf van de vrouwen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1].

Of medeverdachte [medeverdachte 1] de paspoorten van de twee vrouwen onder zich hield blijkt niet eenduidig uit het dossier. Volgens [slachtoffer 1] kon zij niet beschikken over het paspoort, terwijl medeverdachte [medeverdachte 1] ter terechtzitting heeft verklaard dat de paspoorten op de kamers van de vrouwen lagen en dat hij ze had geadviseerd de paspoorten niet mee te nemen als ze naar buiten gingen, omdat ze die dan zouden kunnen verliezen.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij met [slachtoffer 2] naar buiten kon om te wandelen en dat zij één of twee keer met de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] naar haar familie in Bulgarije heeft gebeld. Na enige tijd beschikte [slachtoffer 1] zelf over een mobiele telefoon, die zij aan medeverdachte [medeverdachte 1] heeft getoond.

Nadat [slachtoffer 1] kennis had gemaakt met verdachte en gebleken was dat het niet klikte, heeft zij – al dan niet met behulp van bemiddeling door medeverdachte [medeverdachte 1] – werk gekregen als serveerster in het gebouw van een Turkse vereniging. Daar heeft zij enkele dagen gewerkt. Ze heeft daar twee mannen uit Vlissingen leren kennen. Met één van hen is zij op enig moment met [slachtoffer 2] naar Vlissingen gegaan. [slachtoffer 1] is daar sindsdien gebleven. [slachtoffer 2] is na enige dagen teruggegaan naar de woning van medeverdachte [medeverdachte 1]. Uiteindelijk heeft medeverdachte [medeverdachte 1] het paspoort van [slachtoffer 1], dat nog in zijn woning lag, aan haar gegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] niet het oogmerk van uitbuiting van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen gehad. Zo is allereerst niet gebleken dat de vrouwen werden ingezet om voortdurend seksuele diensten te verlenen aan verdachte. Zij acht het aannemelijk dat de vrouwen naar Nederland zijn gekomen (mede) om te zien of een relatie met verdachte kon worden opgebouwd. Als binnen het kader van een kennismaking met hem seksuele handelingen verricht zijn, kan dat naar het oordeel van de rechtbank niet op voorhand worden aangeduid als uitbuiting. Voorts is onvoldoende vast komen te staan dat verdachte (en medeverdachte [medeverdachte 1]) van meet af aan de bedoeling had(den) om de vrouwen in Nederland (voortdurend) seksuele handelingen te laten verrichten met andere mannen, met andere woorden om hen in te zetten in de prostitutie. De rechtbank overweegt dat met name uit de tapgesprekken een dergelijk beeld wel zou kunnen ontstaan, maar merkt daarbij op dat uit het overige onderzoek niet is gebleken dat door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] daadwerkelijk ook is gehandeld op een wijze zoals zij die tijdens deze tapgesprekken bespraken.

Voorts heeft de rechtbank in haar beoordeling betrokken de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], waaruit blijkt dat de omstandigheden waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verbleven bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet zodanig waren dat kan worden gesproken van een voortdurend toezicht of een verregaande beperking van de vrijheid, of dat kan worden gesproken van het brengen in een afhankelijkheidspositie, hetgeen in geval van een eventueel oogmerk van uitbuiting wel in de rede had gelegen. Zo blijkt dat [slachtoffer 1] naar haar familie in Bulgarije heeft kunnen bellen met de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] en dat zij later zelfs over een eigen mobiele telefoon beschikte, die door medeverdachte [medeverdachte 1] niet van haar werd afgenomen, nadat zij hem die had getoond. Ook konden de vrouwen zonder begeleiding buiten een wandeling maken. Hoewel niet helemaal duidelijk is geworden in hoeverre de vrouwen tijdens hun verblijf bij [medeverdachte 1] de beschikking konden hebben over hun paspoort, staat wel vast dat medeverdachte [medeverdachte 1] het paspoort van [slachtoffer 1] – via een derde - aan haar heeft gegeven, nadat zij in Vlissingen is gaan wonen. [slachtoffer 1] heeft daar inmiddels een leven opgebouwd met een vriend en hun kind en [slachtoffer 2] is na enige tijd, nadat duidelijk was dat het niet klikte met verdachte, naar Bulgarije teruggebracht door medeverdachte [medeverdachte 1]. Ook dit laatste duidt er naar het oordeel van de rechtbank niet op dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] het oogmerk hadden deze vrouwen uit te buiten door ze in te zetten in de prostitutie.

Nu bij verdachte het oogmerk tot uitbuiting van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt, zal zij verdachte van al het onder 1 tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feiten 2 en 3

De raadsman heeft ten aanzien van deze feiten vrijspraak bepleit gezien de volgens hem vele inconsistenties in de desbetreffende verklaringen van aangeefster. Deze maken haar aangifte van deze feiten ongeloofwaardig, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt het volgende. Het is inherent aan de aard van de tenlastegelegde feiten dat doorgaans slechts de verdachte en de aangever over de voorgevallen seksuele handelingen kunnen verklaren. Indien deze verklaringen voor wat betreft het aspect van de dwang recht tegenover elkaar staan, zoals hier het geval is, dient te worden bezien of het dossier aanknopingspunten bevat die één van beide lezingen (meer) ondersteunt. In het onderhavige geval klemt het belang van dergelijke aanknopingspunten temeer, omdat aangeefster zeer wisselend heeft verklaard, met name over het aantal malen dat zij verkracht is en de omstandigheden waaronder dit gebeurde.

Als aanknopingspunten voor de wijze waarop de seksuele handelingen tussen aangeefster en verdachte hebben plaatsgevonden kunnen gelden de verklaringen van de personen tegenover wie zij over de seksuele handelingen met verdachte heeft gesproken. Dit betreffen [slachtoffer 2] en medeverdachte [medeverdachte 2]. [slachtoffer 1] heeft tegenover [medeverdachte 2] verteld dat zij, [slachtoffer 1], en verdachte hadden gevreeën, dat hij haar niet met rust liet en dat hij glijmiddel bij haar inbracht, volgens haar ‘een medicijn waardoor ze toch zin in seks had’. Tegenover [slachtoffer 2] heeft ze geklaagd over de seksuele wensen die verdachte had. [slachtoffer 1] heeft niet verteld dat verdachte haar had geslagen of gemolesteerd, aldus [slachtoffer 2].

Nu uit de door [slachtoffer 1] tegenover [slachtoffer 2] en [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen omtrent de seksuele handelingen tussen haar en verdachte niet kan worden afgeleid dat sprake was van verkrachting en [slachtoffer 1] zelf over de seksuele contacten tussen haar en verdachte zodanig inconsistent heeft verklaard dat niet voldoende helder wordt hoe één en ander is verlopen, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om tot een veroordeling voor de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten te kunnen komen. Zij zal verdachte derhalve ook van deze feiten vrijspreken.

Ten aanzien van feit 4 (primair en subsidiair)

De raadsman heeft aangevoerd dat het dossier geen bewijs bevat dat verdachte [slachtoffer 3] bij de eerste kennismaking wilde verkrachten of tot ontuchtige handelingen wilde dwingen. De opzet hiertoe blijkt nergens uit. Was er al sprake geweest van dit opzet, dan is niet gebleken van een begin van uitvoering, zodat verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken dient te worden.

De rechtbank overweegt het volgende. Vast staat dat in de vroege ochtend van 6 april 2006, volgens afspraak, een ontmoeting plaats heeft gevonden tussen verdachte en [slachtoffer 3] in de woning van verdachte. Bij deze ontmoeting waren medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aanwezig. De officier van justitie acht het feit bewezen op grond van de telefoontaps, met name de taps vanaf pagina 1633 in het dossier. De rechtbank is van oordeel dat uit de telefoongesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] voorafgaand aan de ontmoeting kan worden afgeleid dat verdachte verwachtte dat er tijdens de ontmoeting met [slachtoffer 3] seksuele handelingen plaats zouden vinden tussen hem en [slachtoffer 3]. Op het moment dat de politie de woning binnen is gevallen, was echter nog geen sprake van een begin van uitvoering van de tenlastegelegde gepoogde verkrachting of aanranding van de eerbaarheid. Naar het oordeel van de rechtbank kan het enkele brengen van [slachtoffer 3] naar de woning van verdachte niet worden gezien als een begin van uitvoering van het tenlastegelegde feit, nu dit enkele feit geen zodanige handeling betreft waarvan kan worden gezegd dat daardoor zonder nader ingrijpen van verdachte het delict zou zijn voltooid. Daarbij komt dat [slachtoffer 3] zelf heeft verzocht om verdachte te ontmoeten, direct nadat hij was teruggekomen van vakantie. Door haar was met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gesproken over eventuele seksuele handelingen tijdens deze ontmoeting, waarbij haar door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] was verteld dat zij zelf moest bepalen of zij seksuele handelingen met verdachte wilde verrichten. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij die avond op geen enkel moment een sfeer van dwang heeft gevoeld. De rechtbank overweegt eveneens dat niet kan worden uitgesloten dat indien seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer 3] plaats zouden (gaan) vinden, verdachte een eventuele weigering van [slachtoffer 3] zou hebben gerespecteerd, óf dat [slachtoffer 3] zou hebben ingestemd met het seksuele contact, waardoor geen sprake zou zijn van verkrachting of aanranding van de eerbaarheid.

De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2, 3 en 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door: mr. R.J.G. Lameijer, voorzitter, mrs. J.F.I. Sinack en C.M.J. Peeters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Hengst als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2008.

Mr. C.M.J. Peeters is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.