Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB6627

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
29-10-2007
Zaaknummer
54088 HA ZA 06-420
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2010:BL0619, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(...)

Het verweer dat sprake was van onvoldoende begeleiding van de kant van D.G.W. en dat Regiotrader dus gerechtigd was de overeenkomst op te zeggen, wordt gepasseerd. De franchiseovereenkomst kent in artikel 22 een regeling voor het geval D.G.W. haar verplichtingen niet zou nakomen en gesteld nog gebleken is dat Regiotrader van deze regeling gebruik heeft gemaakt of dat zij D.G.W. op andere wijze in gebreke heeft gesteld.

Voor zover in het verweer van Regiotrader een beroep op dwaling besloten ligt heeft zij niet een daarmee overeenstemmende vordering ingesteld zodat de rechtbank ook aan dat verweer voorbij gaat.

(...)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

54088HA ZA 06-42054088HA ZA 06-4206 juni 2007

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 54088 / HA ZA 06-420

Vonnis van 16 mei 2007

in de zaak van

de vennootschap onder firma

D.G.W. MARKETING COMMUNICATIE,

gevestigd te Halsteren,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J.A.M. Dietvorst,

tegen

1. de vennootschap onder firma

REGIOTRADER MIDDEN-ZEELAND,

gevestigd te Goes,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Goes,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Goes,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. C.A.F. Haans.

Partijen zullen hierna D.G.W. en Regiotrader genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 8 november 2006

het proces-verbaal van comparitie van 29 januari 2007

de conclusie van antwoord in reconventie.

De feiten

Partijen hebben een franchiseovereenkomst gesloten op 7 april 2006. De looptijd van deze overeenkomst is vijf jaar.

Artikel 22 luidt:

“22.1 Indien één der partijen de bepalingen van deze overeenkomst, de daarvan deel uitmakende instructies of de daaruit voortvloeiende aanwijzingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, zal de andere partij hem bij aangetekend schrijven of bij deurwaardersexploot aanzeggen welke maatregelen moeten worden genomen om de exploitatie, respectievelijk de situatie weer in overeenstemming te brengen met deze overeenkomst, daarbij aan die ander een redelijke termijn gunnende om die maatregel te nemen.

22.2 enz.”

Het geschil

in conventie

D.G.W. vordert - samengevat - veroordeling van Regiotrader tot betaling van EUR 18.876,00 verhoogd met maandelijks EUR 2.369,00, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten van EUR 1.188,00 en proceskosten.

D.G.W. stelt dat door Regiotrader niet aan de voorwaarden voor een tussentijdse ontbinding is voldaan en dat er geen sprake kan zijn van beëindiging van de overeenkomst. De redenen die Regiotrader aanvoert zijn steeds anders en varieren van problemen met betaling van geld, het niet voorzien van een schuld van EUR 1.325,36 en een verwijt aan D.G.W. dat zij haar verplichtingen uit contract niet zou zijn nagekomen en een onjuiste voorstelling van zaken zou hebben gegeven. Geen van deze redenen, voor zover al juist, zijn geldig.

De gevorderde schade bestaat uit gemaakte kosten van EUR 2.369,00 per editie hetgeen op jaarbasis EUR 28.428,00 is. De omzetderving, het omzetverlies en de gemaakte kosten bedragen EUR 4.050,00 te vermeerderen met de kosten van het plaatsen van advertenties voor personeel van EUR 1.500,00 en de kosten van het aantrekken van een nieuwe franchisenemer, begroot op EUR 1.000,00. Verder moet er nog EUR 2.859,00 BTW over het entreegeld betaald worden.

Regiotrader stelt dat zij onvoldoende begeleid is. Er was sprake van een moeizame communicatie tussen haar en D.G.W. hetgeen ondermeer blijkt uit de late beschikbaarstelling van het e-mailadres.

Ten aanzien van de schade stelt zij dat deze onvoldoende is onderbouwd. Ten onrechte wordt door D.G.W. de regio Brabant betrokken bij de schade. Deze regio viel buiten de overeenkomst.

Regiotrader is geen maandelijks verschijnend krantje zodat ten onrechte een vermenigvuldiging van de gestelde jaarlijkse schade met twaalf plaatsvindt. De schadeposten zijn verder gebaseerd op verwachtingen. De regio moest nog helemaal opgebouwd worden en het resultaat was onzeker.

in reconventie

Regiotrader vordert - samengevat - veroordeling van D.G.W. tot betaling van EUR 15.000,00 en EUR 4.026,66 vermeerderd met rente en kosten.

Het eerste bedrag is het entreegeld dat Regiotrader volgens haar ten onrechte heeft betaald. Zij stelt dat er geen sprake was van een uitgetest concept, dat zij geen handboek heeft ontvangen en evenmin een exploitatie begroting.

Het tweede bedrag is een aan D.G.W. toegezonden factuur van 30 mei 2006 die onbetaald is gebleven.

D.G.W. betwist enig bedrag aan Regiotrader verschuldigd te zijn. De terugvordering van het entreegeld is niet op de overeenkomst gebaseerd. Artikel 22 en artikel 34 kennen mogelijkheden het entreegeld terug te vorderen, maar die zijn hier niet van toepassing.

De factuur is onbetaald gebleven omdat de advertenties gratis waren. Zij dienden open ruimte in het advertentieblad te vullen. Overigens zouden de adverteerders moeten betalen en niet D.G.W.

De beoordeling

in conventie

Het verweer dat sprake was van onvoldoende begeleiding van de kant van D.G.W. en dat Regiotrader dus gerechtigd was de overeenkomst op te zeggen, wordt gepasseerd. De franchiseovereenkomst kent in artikel 22 een regeling voor het geval D.G.W. haar verplichtingen niet zou nakomen en gesteld nog gebleken is dat Regiotrader van deze regeling gebruik heeft gemaakt of dat zij D.G.W. op andere wijze in gebreke heeft gesteld.

Voor zover in het verweer van Regiotrader een beroep op dwaling besloten ligt heeft zij niet een daarmee overeenstemmende vordering ingesteld zodat de rechtbank ook aan dat verweer voorbij gaat.

Omdat de overeenkomst niet rechtsgeldig ontbonden is, blijft het entreegeld verschuldigd. Onbetwist is dat de BTW over dit entreegeld door Regiotrader nog niet is betaald. De vordering van EUR 2.859,00, zijnde de BTW over het entreegeld, zal dus worden toegewezen.

De vordering betreffende omzetderving en overwerk wordt afgewezen. Een onderdeel van de franchiseovereenkomst betreft de begeleiding van de franchisenemer. Het is dan onjuist de kosten van die begeleiding op de franchisenemer te verhalen.

De vorderingen betreffende de kosten voor het plaatsen van advertenties en het aantrekken van een nieuwe franchisenemer zijn niet onderbouwd. Ook tijdens de comparitie die plaatsvond ruim een half jaar nadat Regiotrader haar werkzaamheden had beëindigd, zijn geen bewijsstukken overgelegd. Dit deel van de vordering zal dus worden afgewezen als zijnde onvoldoende onderbouwd.

De berekening van de overige schade ter hoogte van EUR 2.369,00 per maand heeft nadere onderbouwing nodig. Voor een deel kan op voorhand geconcludeerd worden dat de berekening onjuist is. Zo is deze gebaseerd op een editie met 16 pagina’s terwijl op het moment van sluiten van de franchiseovereenkomst de editie nog maar hooguit 8 pagina’s omvatte. Ook is niet betwist dat er geen sprake was van een maandelijkse editie. Het enige schadebedrag dat terug te voeren is op de gesloten overeenkomst, is de in artikel 18 van de franchiseovereenkomst genoemde maandelijkse reclamebijdrage van EUR 500,00 exclusief BTW. Regiotrader zal dit bedrag tot het einde van de looptijd van de overeenkomst of zoveel eerder als er een opvolger voor haar is, moeten betalen. De onderbouwing van de overige gevorderde schade ontbreekt en dit deel van de vordering zal dan ook als zijnde onvoldoende onderbouwd, worden afgewezen.

De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. Deze vordering is niet nader onderbouwd en het is niet gebleken of gesteld dat de advocaat van D.G.W. meer werkzaamheden heeft verricht dan die welke reeds worden vergoed door de proceskostenveroordeling.

Regiotrader zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure omdat zij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld.

in reconventie

Zoals reeds in conventie (4.1) overwogen was Regiotrader niet gerechtigd de overeenkomst op te zeggen. Zij baseert haar terugvordering van EUR 15.000,00 kennelijk op die opzegging. Deze vordering is dus niet toewijsbaar.

De factuur van EUR 4.026,66 is terecht door D.G.W. niet betaald. D.G.W. heeft, zo blijkt uit de toelichting ter comparitie, om verschijning van een editie onder de verantwoordelijkheid van Regiotrader mogelijk te maken, voor extra advertenties gezorgd. Gesteld noch gebleken is dat D.G.W. daar zelf een vergoeding voor heeft ontvangen. Onder die omstandigheden komt Regiotrader geen vorderingsrecht toe op D.G.W.

De vorderingen in reconventie worden dus afgewezen. Regiotrader wordt veroordeeld in de proceskosten omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De rechtbank

In conventie:

Veroordeelt Regiotrader alsmede haar vennoten [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] tot betaling aan D.G.W. van EUR 500,00 vermeerderd met de BTW, vanaf april 2006 tot maart 2011 of zoveel eerder als een nieuwe franchisenemer het rayon Midden Zeeland overneemt;

Veroordeelt tevens Regiotrader alsmede haar vennoten [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] om aan D.G.W. te betalen de wettelijke rente over de reeds verschenen termijnen te rekenen vanaf 16 juni 2006;

Veroordeelt Regiotrader alsmede haar vennoten [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in de proceskosten tot op deze uitspraak aan de zijde van D.G.W. gevallen zijnde voor procureurssalaris EUR 904,00 en voor verschotten EUR 532,32 waaronder griffierecht EUR 440,00;

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie:

Wijst de vorderingen af;

Veroordeelt Regiotrader in de proceskosten tot op deze uitspraak aan de zijde van D.G.W. gevallen zijnde voor procureurssalaris EUR 452,00 en voor verschotten nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2007.