Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB5993

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
18-10-2007
Datum publicatie
18-10-2007
Zaaknummer
59494/ KG ZA 07- 167
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

n.v.t.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 59494 / KG ZA 07-167

Vonnis van 18 oktober 2007

in de zaak van

[eiser[,

wonende te [plaats], gemeente [naam],

eiser,

procureur mr. E.H.A. Schute,

advocaat mr. drs. A.R. Mes te Zoetermeer,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [plaats], gemeente [naam],

2. de vennootschap onder firma BOEKSCOUT,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats], en haar beherend vennoten:

3. [gedaagde 2],

wonende te [plaats],

4. [gedaagde 3],

wonende te [plaats],

gedaagden,

procureur mr. K.M. Moeliker.

1. De procedure

Het dossier bevat de volgende processtukken:

- de dagvaarding

- de pleitnotities van de zijde van mr. Mes

- de pleitnotities van de zijde van mr. Moeliker.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 oktober 2007, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

2. De feiten

2.1. [gedaagde 1] heeft een boek geschreven, getiteld “Vele Ambachten, maar Nauwelijks Ongelukken”, dat op 20 juli 2007 is gepubliceerd in het fonds van Boekscout.

Het boek is een (auto)biografie en heeft als onderwerp alle betaalde baantjes en betrekkingen die [gedaagde 1] vanaf zijn jeugd tot aan zijn pensionering heeft vervuld. Een groot deel van het boek heeft betrekking op de aanstelling van [gedaagde 1] bij de gemeente Aardenburg.

2.2. [eiser] is sinds 1987 werkzaam bij de gemeente Aardenburg c.q. haar rechtsopvolgers. [gedaagde 1] was van 1998 tot 2003 direct leidinggevende van [eiser].

2.3. [eiser] is met naam en toenaam in het boek genoemd. In het boek zijn met betrekking tot hem de volgende passages opgenomen:

“Wij vormden door ons takenpakket zo’n beetje het gezicht van de organisatie en ik heb er veel voldoening aan beleefd ons in te zetten voor uiterste klantvriendelijkheid, zowel extern als intern. Wat dat betreft hadden wij maar één rotte appel in de mand en wel [eiser].”

“(..) Ik hielp en [eiser] kreeg de baan. Maar een echte hoogvlieger is het nooit geweest. Hij bestond het bovendien wel om uit de hoogte te doen tegen burgers of collega’s die zijn hulp zochten.”

“[naam] en [eiser] vonden onderdak bij registratuur en tot mijn grote genoegen stak [naam] al spoedig [eiser] voorbij omdat zij meer wist, sympathieker was en harder werkte.”

2.4. Het boek van [gedaagde 1] wordt uitgegeven volgens het systeem printing on demand.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert - kort gezegd - een verbod tot verdere publicatie van het betreffende boek, zolang de onder r.o. 2.3. genoemde passages over [eiser] daaruit niet zijn verwijderd en evenmin soortgelijk grievende beschrijvingen daaraan zijn toegevoegd, alsmede een gebod voor [gedaagde 3] om zich verder te onthouden van denigrerende uitlatingen van (soortgelijke) strekking als bedoelde passages, alles op straffe van een dwangsom van

€ 10.000,--. Tevens vordert [eiser] hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van een voorschot op schadevergoeding van € 500,--, alsmede de proceskosten.

[eiser] stelt dat de betreffende fragmenten beledigend en denigrerend zijn, en tevens zijn eer en goede naam schaden, zowel als functionaris van de gemeente [naam], als in hoedanigheid van inwoner van [plaats]. [eiser] heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Hij is geen publieke figuur en hoeft de laatdunkende publicatie daarom niet te dulden. De passages zijn onrechtmatig, zelfs indien zij op waarheid zouden berusten of door de auteur aannemelijk zouden zijn gemaakt. Dit is echter niet het geval.

De inhoud van de overgelegde functioneringsverslagen biedt geen enkele steun voor de stelling dat [eiser] een “rotte appel in de mand” zou zijn geweest. [gedaagde 1] heeft ook geen enkel belang bij de uitlatingen.

3.2. [gedaagde 1] en Boekscout betwisten dat de gewraakte passages onrechtmatig zijn. Het boek moet worden aangemerkt als een (auto)biografie, welk genre per definitie persoonlijke meningen en gevoelens bevat. Er is sprake van een met grote mate van subjectiviteit verteld levensverhaal. [gedaagde 1] zal zich een bepaalde mate van publiciteit moeten laten welgevallen. Niet gezegd kan worden dat [eiser] in zijn eer en goede naam is aangetast, althans het is niet de bedoeling geweest van [gedaagde 1] dat te doen. Er is geen sprake van ernstige beschuldigingen van feitelijke aard of lichtvaardige verdachtmakingen. Gelet op de gebruikte bewoordingen kan ook niet gezegd worden dat er onnodig grievende passages in het boek zijn opgenomen of dat deze passages evident onjuist zijn. De passages zijn gebaseerd op feitelijke ervaringen van [gedaagde 1]en zijn een uitdrukking van zijn persoonlijke perceptie. Mede gelet op de beperkte verspreiding van het boek (waarvan tot op heden circa 80 exemplaren zijn verkocht) zijn de aan [gedaagde 1] en Boekscout te stellen grenzen niet overschreden. Een kwalificatie als “rotte appel” is niet in zo hoge mate beledigend dat deze een inbreuk op het recht op vrije meningsuiting rechtvaardigt en ook de verdere mededelingen over [eiser] vormen naar hun mening niet een zodanige inbreuk op zijn privéleven dat deze onrechtmatig moeten worden geoordeeld.

[gedaagde 1] en Boekscout betwisten voorts gemotiveerd het belang van [eiser] bij het gevorderde verbod, alsmede het gevorderde voorschot op schadevergoeding.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Voor toewijzing van het gevorderde ver- en gebod is vereist dat sprake is van onrechtmatigheid van de betreffende passages jegens [eiser].

Deze passages zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter, jegens [eiser] erg onvriendelijk en oncollegiaal. Dit is echter onvoldoende om de passages ook onrechtmatig te doen zijn. Voor de beoordeling van de vraag van de (on)rechtmatigheid is het van belang dat het boek van [gedaagde 1]een autobiografie is. Hij heeft zijn persoonlijke herinneringen aan een levenlang werken en zijn mening over de mensen met wie hij heeft gewerkt, opgeschreven. Daarbij heeft hij als auteur een grote mate van vrijheid. Dat betekent dat hij als herinnering of mening in zijn boek passages mag opnemen die onplezierig kunnen zijn voor sommige mensen zoals in dit geval [eiser].

Die vrijheid van de auteur is niet onbeperkt maar de hiervoor aangehaalde passages overschrijden de grenzen van hetgeen nog geoorloofd is niet, mede omdat duidelijk is dat het om een persoonlijke mening gaat.

Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.

4.2. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen van [eiser] af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 1] tot op heden begroot op EUR 251,00 wegens verschotten en EUR 1054,-- wegens procureurssalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2007.?