Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB3958

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
03-07-2007
Datum publicatie
20-09-2007
Zaaknummer
57839 / KG ZA 07-89
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ingevolge het non-concurrentiebeding is het [gedaagde sub 1], kort samengevat, verboden om binnen een jaar na beëindiging van zijn dienstverband met Nuplex activiteiten te ontplooien op hetzelfde gebied waarop hij bij Nuplex werkzaam was, indien en voor zover hij daarbij van vaardigheden en kennis gebruik maakt die door hem in zijn functie bij Nuplex verworven zijn.

Vaststaat dat Nuplex en DSM beiden actief zijn op dezelfde markt. In het kader van de beantwoording van de vraag of [gedaagde sub 1] in strijd met het non-concurrentiebeding handelt door bij DSM in dienst te treden is van belang of [gedaagde sub 1] in zijn bij DSM te vervullen functie gebruik maakt van zijn bij Nuplex opgedane vaardigheden en kennis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 3 juli 2007 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 89/2007

De besloten vennootschap

Nuplex Resins B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Bergen op Zoom,

eiseres in conventie,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

procureur: mr. C.J. IJdema,

advocaat: mr. S.I. Witkamp, te Rotterdam;

tegen:

1. [gedaagde sub 1],

wonende te Goes,

gedaagde in conventie,

eiser in voorwaardelijke reconventie,

procureur: mr. J.P. Quist,

advocaat: mr. T. van der Dussen, te Breda;

2. De besloten vennootschap

DSM Neoresins B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

3. De besloten vennootschap

DSM Resins B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagden,

procureur: mr. N.H. van Everdingen,

advocaat: mr. P.H.M. van Hasselt-Keser, te Zwolle.

1. Het verloop van het geding

In conventie en in voorwaardelijke reconventie

Partijen worden verder aangeduid als Nuplex, [gedaagde sub 1], DSM Neoresins B.V. als DSM en DSM Resins B.V. als DSM Resins.

Het dossier bevat de volgende processtukken:

-dagvaarding met producties d.d. 31 mei 2007;

-producties zijdens [gedaagde sub 1];

-producties zijdens DSM;

-pleitnota’s zijdens Nuplex, [gedaagde sub 1], DSM en DSM Resins.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van dinsdag 26 juni 2007. Door partijen is gepleit overeenkomstig de overgelegde pleitnota’s. Van de behandeling ter terechtzitting is proces-verbaal opgemaakt.

2. De feiten

In conventie en in voorwaardelijke reconventie

2.1. Nuplex is een wereldwijde fabrikant en distributeur van hoogwaardige producten voor vele industriële toepassingen zoals coatings, adhesives, bouw- en voedingsmiddelen.

Nuplex is producent van harsen en andere materialen voor coatings, inkten & lijmen, composieten en papier. De harsen zijn gebaseerd op meerdere technologieën zoals watergedragen, oplosmiddelhoudende en poederharsen.

Nuplex heeft een leidende rol als harsleverancier in de Automotive-, Decoratieve- en Industriële coatingsmarkt. Nuplex heeft productievestigingen in Europa, Azië, Noord- en Zuid Amerika, Australië en Nieuw Zeeland.

2.2. [gedaagde sub 1] is op 1 mei 2001 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij de rechtsvoorgangster van Nuplex, Akzo Nobel Resins B.V. laatstelijk in de functie van Technical Service Manager Decorative & Industrial. [gedaagde sub 1] was in die functie belast met de technische ondersteuning van de klanten van Nuplex door het direct of indirect adviseren hoe de producten van Nuplex toe te passen, het introduceren van nieuwe producten op de markt, ondersteuning van het sales-team en het vertalen van technische problemen of wensen van klanten in voorstellen voor de ontwikkeling van nieuwe producten.

[gedaagde sub 1] was voorts Project Manager van een aantal productontwikkelingsprojecten met belangrijke klanten van Nuplex en was actief in het Technology Platform “Water-borne” waarin regelmatig informatie uitgewisseld wordt over technologieën en producten tussen de onderzoekscentra van Nuplex in de verschillende regio’s.

[gedaagde sub 1] was voorts uit hoofde van zijn functie (Businessteam Deco and Industrial) op de hoogte van de martkstudie Adhesives and Graphic Arts.

2.3. In de tussen Nuplex en [gedaagde sub 1] overeengekomen arbeidsovereenkomst is een non-concurrentiebeding opgenomen. Dit in artikel 7 van de arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding luidt, voor zover van belang, als volgt:

“1

The Employee undertakes not to engage in any way, during his service with the Employer of for the one year thereafter, in activities for himself or for others in the fields in which the Employer of Employer’s affiliates carry on business or in a similar field, in so far as this insolves the use of skills and/or knowledge which he aqcuired in his position or to which his position gave him access.”

2.4. [gedaagde sub 1] heeft zijn arbeidsovereenkomst op eigen initiatief per 1 juni 2007 opgezegd en is in dienst getreden bij DSM om, aanvankelijk, werkzaam te zijn in het marktsegment Architectual Coatings op de markt buiten Europa.

DSM is een leidende producent op het gebied van harsen voor coatingsystemen, graphic arts en de adhesives industrie. DSM is marktleider in harsen voor poedercoatings, can & coil coatings, watergedragen coatings en uv-curable coatings en heeft productielocaties in Nederland, Duitsland, Zweden, Spanje, Verenigde Staten, China en Taiwan.

Zowel Nuplex als DSM houden zich bezig met de productie en groothandel in kunstharsen. DSM is de grootste concurrent van Nuplex, die (aanzienlijk) kleiner is dan DSM.

2.5. Op 5 maart 2007 is [gedaagde sub 1] mondeling op het non-concurrentiebeding gewezen en bij brief van 9 maart 2007 heeft Nuplex [gedaagde sub 1] bericht dat zij hem aan het non-concurrentiebeding wenst te houden en het hem niet vrij staat bij DSM in dienst te treden in een concurrerende functie.

2.6. Gelet op het standpunt van Nuplex met betrekking tot het non-concurrentiebeding heeft DSM vervolgens besloten [gedaagde sub 1] voor de duur van het non-concurrentiebeding in de functie van Project Manager in de business unit Adhesives and Graphic Arts te Waalwijk te werk te stellen.

Het geschil

In conventie

3.1. Nuplex vordert, kort samengevat, nadat zij ter terechtzitting haar vordering ten aanzien van DSM Resins heeft ingetrokken, primair, [gedaagde sub 1], op straffe van een dwangsom, te gebieden per 1 juni 2007 niet in dienst te treden bij DSM of enige andere vennootschap die van de DSM-groep deel uitmaakt, althans, subsidiair, zich tot 1 juni 2008 aan het concurrentiebeding te houden.

Indien en voor zover [gedaagde sub 1] per 1 juni 2007 bij DSM in dienst is getreden vordert Nuplex [gedaagde sub 1], op straffe van een dwangsom, te gebieden zijn dienstverband binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te verbreken en verbroken te houden voor de duur van het non-concurrentiebeding, althans zich voor de duur van het concurrentiebeding te onthouden van iedere activiteit ten behoeven van DSM.

Nuplex vordert voorts, op straffe van een dwangsom, DSM te verbieden [gedaagde sub 1] in welke vorm of in welke hoedanigheid ook betrokken te laten zijn bij, of werkzaam te laten zijn voor haar of voor een aanverwante onderneming zolang [gedaagde sub 1] aan het concurrentiebeding is gebonden, met veroordeling van [gedaagde sub 1] en DSM in de kosten.

3.2.1. Nuplex stelt dat [gedaagde sub 1] door bij DSM in dienst te treden in een soortgelijke functie als de functie die hij bij Nuplex bekleedde in strijd met het concurrentiebeding handelt. De markt waarin [gedaagde sub 1] werkzaam is, en ook bij DSM werkzaam zal zijn, is dusdanig klein dat het uitgesloten is dat hij, ondanks het feit dat hij in een ander marktsegment zal gaan werken dan bij Nuplex, uitsluitend een ander klantenbestand zal gaan bedienen.

[gedaagde sub 1] beschikt voorts over kennis en informatie over de toekomstplannen van Nuplex welke informatie hij ten koste van Nuplex kan misbruiken.

3.2.2. Nuplex betwist het standpunt van DSM dat geen sprake zal zijn van schending van het concurrentiebeding omdat [gedaagde sub 1] bij een ander marktsegment werkzaam zal zijn dan in zijn functie bij Nuplex en niet op de Europese markt actief zal zijn.

[gedaagde sub 1] heeft wereldwijd contacten gelegd en onderhouden en is ook buiten Europa werkzaam geweest.

[gedaagde sub 1] gaat, althans zou, leiding geven aan een deel van het Applicatielaboratorium te Waalwijk. Dat is opmerkelijk omdat [gedaagde sub 1] niet op de Europese markt actief zou zijn. De R&D organisatie van DSM waaraan [gedaagde sub 1] leiding gaat geven zal noodzakelijkerwijs ook producten voor de Europese markt gaan ontwikkelen.

[gedaagde sub 1] was bij Nuplex projectmanager van een aantal Product Development Projects waarvan de resultaten wereldwijd worden gebruikt. [gedaagde sub 1] is bij Nuplex niet uitsluitend op de Europese markt werkzaam geweest.

Het marktsegment Architectural Coatings waarop [gedaagde sub 1] zich bij DSM aanvankelijk zou gaan toeleggen vormt binnen Nuplex een onderdeel van het decoratieve marktsegment zodat [gedaagde sub 1] binnen hetzelfde marktsegment werkzaam zal zijn. Ook de decoratieve applicaties en solvent systems waarmee [gedaagde sub 1] zich bij DSM aanvankelijk bezig zou gaan houden maakten onderdeel van zijn functie bij Nuplex uit.

3.2.3. De aanpassing door DSM om [gedaagde sub 1] gedurende de duur van het concurrentiebeding in de functie van Project Manager in de business unit Adhesives and Graphic Arts te Waalwijk te werk te stellen is voor Nuplex onvoldoende. Ook in deze functie zal [gedaagde sub 1] gebruik maken van de door hem bij Nuplex opgedane kennis en vaardigheden. De business unit Adhesives and Graphic Arts behoort bij Nuplex tot het takenpakket van de Technical Service Manager Decorative Industrie, de functie van [gedaagde sub 1] bij Nuplex. [gedaagde sub 1] is op de hoogte van de productie die Nuplex op dit gebied aan het ontwikkelen is, wat de strategie is ten aanzien van potentiële klanten en wat de sterke en zwakke kanten van Nuplex op dit terrein zijn. Het maakt niet uit of [gedaagde sub 1] in zijn nieuwe functie uitsluitend buiten of binnen Europa werkzaam zal zijn aangezien hij bij Nuplex in hetzelfde marktsegment zowel binnen als buiten Europa werkzaamheden verrichtte.

3.2.4. Gelet op de concurrentie gevoelige informatie waarover [gedaagde sub 1] uit hoofde van zijn functie beschikt heeft Nuplex recht en belang om [gedaagde sub 1] aan zijn, rechtsgeldig overeengekomen, non-concurrentiebeding te houden en om jegens DSM een verbod te vragen om van de diensten van [gedaagde sub 1] gebruik te maken. Nuplex is werkzaam in een kleine competitieve markt en slechts, vergeleken bij DSM, een kleine speler in dit specifieke marktsegment.

DSM handelt onrechtmatig jegens Nuplex door gebruik te maken van de diensten van [gedaagde sub 1].

3.2.5. Nuplex bestrijdt gemotiveerd dat het concurrentiebeding bij het overnemen van Akzo Nobel Resins B.V. door Nuplex zou zijn komen te vervallen. Alle rechten en plichten van de werknemers bij overgang van een onderneming gaan van rechtswege mee over. De functie van [gedaagde sub 1] veranderde niet. Het concurrentiebeding is voor [gedaagde sub 1] niet zwaarder gaan drukken en hoefde dus niet opnieuw schriftelijk overeengekomen te worden.

3.3.1. [gedaagde sub 1] stelt primair dat niet aan het voor het non-concurrentiebeding geldende schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Bij de verkoop van Akzo Nobel Resins B.V. aan Nuplex Industries Ltd. is het concurrentiebeding niet opnieuw schriftelijk overeengekomen, niet met Nuplex Industries en niet met Nuplex Resins. B.V. Nu niet aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan is er geen concurrentiebeding waarop Nuplex zich kan beroepen.

3.3.2. [gedaagde sub 1] bestrijdt dat het non-concurrentiebeding hem zou verhinderen bij DSM in dienst te treden. De voorstellen die DSM heeft gedaan terzake de tewerkstelling van [gedaagde sub 1] zijn zodanig dat de vaardigheden en kennis van [gedaagde sub 1] DSM gedurende één jaar in ieder geval geen ongerechtvaardigde voorsprong opleveren. [gedaagde sub 1] kan zijn algemene kennis als scheikundige en bij een andere werkgever opgedane kennis omtrent harsen in bepaalde soorten verf, inkt en lijmen ten behoeve van zijn nieuwe werkgever aanwenden maar niet ten detrimente van Nuplex.

3.3.3. Voor een beslissing in de onderhavige zaak is volgens [gedaagde sub 1] voorts van belang beantwoording van de vraag of verwacht kan worden dat de bodemrechter het beding gedeeltelijk zal vernietigen. Door [gedaagde sub 1] is gemotiveerd gesteld dat de beantwoording van die vraag bevestigend luidt.

3.4.1. DSM bestrijdt dat zij onrechtmatig jegens Nuplex handelt. [gedaagde sub 1] zal zijn kennis en kunde die hij bij Nuplex heeft opgedaan niet aanwenden in zijn functie bij de business unit “Lijmen en Inkten” zodat van onrechtmatig handelen geen sprake is.

DSM is in Waalwijk in vier marktsegmenten actief onderverdeeld in Coatings en Non-Coatings. De Coatings zijn vervolgens te verdelen in de marktsegmenten Decoratieve Verven en Industriële Verven en de Non-coatings in Lijmen en Inkten. Om verven, lijmen en inkten te kunnen maken worden dezelfde grondstoffen gebruikt maar de producten en producteigenschappen zijn zo verschillend dat voor ieder marktsegment specifieke kennis is vereist.

Alhoewel DSM van mening is dat zij met het inzetten van [gedaagde sub 1] in de Architectual coatings buiten Europa aan de bezwaren van Nuplex tegemoet kwam heeft zij, om de twijfel die desondanks bij Nuplex bestond weg te nemen besloten [gedaagde sub 1] in te zetten in het marktsegment Lijmen en Inkten. Een voor [gedaagde sub 1] geheel nieuwe markt met volkomen verschillende klanten. Een markt ook waar [gedaagde sub 1] bij Nuplex in het geheel niet werkzaam is geweest. [gedaagde sub 1] heeft bij Nuplex dan ook geen kennis en kunde op het gebied van Lijmen en Inkten opgedaan. De kennis die hij daarvan heeft heeft hij opgedaan bij Coates Lorilleux in Kent.

Door [gedaagde sub 1] in het marktsegment Lijmen en Inkten te werk te stellen handelt [gedaagde sub 1] dus niet in strijd met het concurrentiebeding en DSM niet onrechtmatig.

3.4.2. Indien en voor zover [gedaagde sub 1] wel in strijd met zijn concurrentiebeding zou handelen handelt DSM door hiervan te profiteren niet zondermeer onrechtmatig. Daarvoor dient sprake zijn van bijzondere omstandigheden zoals aangegeven in de uitspraak van de voorzieningenrechter te Rotterdam van 20 februari 2007. Van het bestaan van dergelijke omstandigheden is in het onderhavige geval geen sprake.

In voorwaardelijke reconventie

3.5. [gedaagde sub 1] vordert, primair, op grond van de belangenafweging die op de voet van artikel 7:653 lid 2 BW gemaakt moet worden het concurrentiebeding zoals neergelegd in de arbeidsovereenkomst tussen Akzo Nobel Resins B.V. en [gedaagde sub 1] met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2007 te schorsen, subsidiair, met terugwerkende kracht te schorsen, zodanig, dat [gedaagde sub 1] conform het eerste voorstel werkzaam kan zijn bij DSM, meer bepaald gedurende minstens één jaar in het marktsegment Architectual Coatings, meer subsidiair met terugwerkende kracht te schorsen zodanig dat [gedaagde sub 1] conform het tweede voorstel werkzaam kan zijn in de business unit Adhesives en Grafic Arts (lijmen en inkten) en, uiterst subsidiair, het concurentiebeding met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2007 te schorsen en te bepalen dat het [gedaagde sub 1] gedurende een periode van 12 maanden na 1 juni 2007 verboden is om voor zichzelf of voor anderen, tegen vergoeding of om niet, enigerlei zaken te doen of zakelijke contacten in welke zin dan ook te onderhouden met de klanten en relaties van Akzo Nobel Resins B.V. en haar rechtsopvolgster Nuplex waarmee [gedaagde sub 1] gedurende de laatste twee jaar van zijn dienstverband bij Nuplex commerciële contacten ten behoeve van Nuplex heeft gehad, met veroordeling van Nuplex in de kosten.

3.6. Nuplex heeft deze vordering gemotiveerd bestreden.

4. De beoordeling

In conventie

4.1. De voorzieningenrechter overweegt dat ter terechtzitting de omstandigheden omtrent overname/overgang van Akzo Nobel Resins B.V. door/naar Nuplex International Ltd, althans Nuplex onvoldoende duidelijk zijn geworden. In het kader van deze procedure in kort geding gaat de voorzieningenrechter er veronderstellenderwijs van uit dat het aanvankelijk tussen Akzo Nobel Resins B.V. en [gedaagde sub 1] overeengekomen non-concurrentiebeding is blijven bestaan. Gelet op hetgeen partijen over de gevoerde besprekingen hebben verklaard, zijn zij daar voorlopig ook vanuit gegaan.

Verder is niet gesteld of gebleken dat het non-concurrentiebeding door de overname/overgang van Akzo Nobel Resins B.V. voor [gedaagde sub 1] aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

4.2. Ingevolge het non-concurrentiebeding is het [gedaagde sub 1], kort samengevat, verboden om binnen een jaar na beëindiging van zijn dienstverband met Nuplex activiteiten te ontplooien op hetzelfde gebied waarop hij bij Nuplex werkzaam was, indien en voor zover hij daarbij van vaardigheden en kennis gebruik maakt die door hem in zijn functie bij Nuplex verworven zijn.

Vaststaat dat Nuplex en DSM beiden actief zijn op dezelfde markt. In het kader van de beantwoording van de vraag of [gedaagde sub 1] in strijd met het non-concurrentiebeding handelt door bij DSM in dienst te treden is van belang of [gedaagde sub 1] in zijn bij DSM te vervullen functie gebruik maakt van zijn bij Nuplex opgedane vaardigheden en kennis.

De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent het navolgende.

4.3. De werkzaamheden van [gedaagde sub 1], als scheikundige bij Nuplex, betroffen voornamelijk het ontwikkelen van verfproducten voor industriële toepassing, toegespitst op de specifieke wensen van klanten in die markt, en deels verven voor decoratieve toepassing.

Door DSM worden met dezelfde grondstoffen waarmee de verven worden gemaakt ook non-coatings, zijnde lijmen en inkten gemaakt.

Zowel door [gedaagde sub 1] als door DSM is gesteld, hetgeen door Nuplex ter terechtzitting ook is erkend, dat [gedaagde sub 1] in het kader van zijn dienstverband met Nuplex op deze markt niet werkzaam is geweest. Deze markt is, zo is eveneens onweersproken door [gedaagde sub 1] en DSM gesteld, een geheel andere markt dan de markt voor de verven, de “coatings”, met geheel andere klanten. Op deze markt worden inkten ontwikkeld die geschikt zijn voor toepassing op verpakkingsmaterialen.

De voorzieningenrechter is, gelet op het vorenstaande, voorshands van oordeel dat nu [gedaagde sub 1] bij DSM werkzaam zal zijn in een marktsegment van geheel andere aard dan het marktsegment waarin hij bij Nuplex werkzaam is geweest en waaromtrent onbestreden is gesteld dat daarvoor geheel andere vaardigheden en kennis nodig zijn, welke vaardigheden en kennis door [gedaagde sub 1] niet bij Nuplex maar bij een eerdere werkgever zijn verkregen, [gedaagde sub 1] niet handelt in strijd met het non- concurrentiebeding.

4.4. Door Nuplex is betoogd dat [gedaagde sub 1] ook indien hij in het non-coatings marktsegment voor DSM werkzaamheden zou gaan verrichten het non-concurrentiebeding overtreedt omdat [gedaagde sub 1] deel uitmaakte van de business-unit die de mogelijkheden aan het bestuderen was om deze producten voor Nuplex op de Europese markt te introduceren.

Het enkele feit dat [gedaagde sub 1] deel uitmaakte van een business-unit die, zo is onweersproken, onder leiding van een collega van [gedaagde sub 1], niet [gedaagde sub 1] zelf, bezig was met een onderzoek naar introductie van non-coatings op de Europese markt, is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde sub 1] daardoor het non-concurrentiebeding overtreedt. Indien en voor zover [gedaagde sub 1] al, zoals Nuplex stelt, over concurrentie gevoelige informatie op dit gebied beschikt is [gedaagde sub 1] gebonden aan zijn, eveneens overeengekomen, geheimhoudingsplicht.

De voorzieningenrechter zal de vordering van Nuplex jegens [gedaagde sub 1] dan ook afwijzen.

Gelet op het vorenstaande behoeft hetgeen gesteld is ten aanzien van een eventuele vernietiging van het non-concurrentiebeding door de bodemrechter geen nadere bespreking.

4.5. Gelet op het oordeel van de voorzieningenrechter dat [gedaagde sub 1] niet in strijd handelt met het non-concurrentiebeding door bij DSM in het marktsegment non-coatings werkzaam te is daarmee ook, voorshands, komen vast te staan dat DSM niet onrechtmatig jegens Nuplex handelt. De vordering van Nuplex jegens DSM zal derhalve worden afgewezen. Het met betrekking tot het onrechtmatig handelen door DSM over en weer gestelde behoeft mitsdien geen nadere bespreking.

In voorwaardelijke reconventie

4.6. Nu de vorderingen van Nuplex jegens [gedaagde sub 1] worden afgewezen behoeft hetgeen partijen over en weer met betrekking tot de vordering in voorwaardelijke reconventie hebben gesteld geen nader bespreking.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie

wijst de vorderingen van Nuplex jegens [gedaagde sub 1] en DSM af;

veroordeelt Nuplex in de kosten tot op heden aan de zijde van [gedaagde sub 1] begroot op een bedrag van € 251,-- wegens griffierecht en een bedrag van € 1.054,-- wegens procureurssalaris en aan de zijde van DSM begroot op een bedrag van € 251,-- wegens griffierecht en een bedrag van € 1.054,-- wegens procureurssalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

MdB