Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB2847

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-08-2007
Datum publicatie
04-09-2007
Zaaknummer
55027 HA ZA 06-541
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(...)

Tussen partijen staat vast dat de wortelopslag in de tuin van [eisers] sinds het rooien van de abelen is toegenomen. Aangezien de gemeente in haar brief van november 2005 aan bewoners van de [adres] (productie 2 bij conclusie van antwoord) als één van de redenen voor het rooien van de bomen aangeeft dat ze overlast veroorzaken doordat de wortels doorgroeien in de tuinen en daar bovengronds opnieuw uitlopen, kan er van worden uitgegaan dat [eisers] na het rooien meer overlast heeft ondervonden. De vraag is of die overlast van dien aard is dat gesproken kan worden van schade en/of hinder en dat de gemeente in strijd handelt met de zorgvuldigheid die zij in het maatschappelijk verkeer in acht dient te nemen door daar geen maatregelen tegen te nemen.

(...)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 469
O&A 2007, 113

Uitspraak

zaaknummer / rolnummer: 55027 / HA ZA 06-541

Vonnis van 1 augustus 2007

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te Burgh-Haamstede,

2. [eiser sub 2],

wonende te Burgh-Haamstede,

eisers,

procureur mr. K.M. Moeliker,

tegen

de openbare rechtspersoon

GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND,

gevestigd te Zierikzee,

gedaagde,

procureur mr. P. van den Berg.

Partijen zullen hierna [eisers] en De Gemeente genoemd worden.

De procedure

Bij tussenvonnis van 7 maart 2007 heeft de rechtbank een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 23 april 2007. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens heeft [eisers] nog een akte overlegging producties genomen.

De feiten

[eisers] woont in een huis met (sier)tuin aan de [adres] te Burgh Haamstede. In de berm tussen de openbare weg en het perceel van [eisers] hebben tot begin 2006 abelen (zilverpopulieren) gestaan. De gemeente, eigenaar van de berm en de abelen, heeft deze bomen in januari 2006 gerooid, omdat was gebleken dat ze overlast veroorzaakten. Die overlast bestond uit het doorgroeien van wortels in de tuinen waar ze bovengronds opnieuw uitliepen en voeding en vocht wegnamen voor de tuinbeplanting. Tevens drukten de wortels de wegverharding op, was er gevaar voor het verkeer door dood hout in de kronen, schaduwoverlast en bemoeilijkten de bomen het slootonderhoud. Het rooien vond plaats door het vellen van de bomen, wegfrezen van de stobben tot een diepte van ca. 40 centimeter beneden het maaiveld en opvullen van de gaten met grond.

2.2. Het rooien van de abelen heeft onder meer in de tuin van [eisers] geleid tot een toename van de wortelopslag vanuit het nog levende wortelstelsel van de gerooide bomen.

Het geschil

[eisers] vordert, samengevat, om bij vonnis – uitvoerbaar bij voorraad –

1. voor recht te verklaren dat de gemeente jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld en nog steeds handelt door na te laten en ook thans nog te weigeren maatregelen te nemen om doorgroei van wortels van de abelen op het perceel van [eisers] te voorkomen;

2. de gemeente te gebieden om alsnog afdoende maatregelen te treffen teneinde het doorschieten van de worstel te voorkomen;

3. de gemeente te veroordelen tot betaling van € 750,-- met wettelijke rente;

4. de gemeente te veroordelen tot betaling van de proceskosten met wettelijke rente.

3.2. [eisers] stelt dat de bomen op onjuiste of onoordeelkundige wijze zijn gerooid. Omdat de stobben niet met een anti-doorgroeimiddel zijn behandeld, blijven uit het wortelstelsel keer op keer jonge scheuten opschieten, hetgeen in de tuin van [eisers] tot aanzienlijke schade leidt en hem en zijn echtgenote onrechtmatige hinder toebrengt. De gemeente had dat op eenvoudige wijze kunnen voorkomen door het aanbrengen van een bestrijdingsmiddel. Elders is dat ook gebeurd. Een dergelijke behandeling is thans nog steeds mogelijk. Indien dat op juiste wijze gebeurt, brengt dat geen schade toe aan andere planten. [eisers] had daar zeker toestemming voor gegegeven, maar de gemeente is niet met hem in overleg getreden. Artikel 5:44 BW ontheft de gemeente volgens [eisers] niet van de verplichting tot schadevergoeding voor het doorschieten van de wortels. Van [eisers] kan niet worden gevergd dat hij op eigen kosten maatregelen neemt.

3.3. De gemeente stelt dat de wortelopslag niet het gevolg is van het rooien van de abelen, maar inherent is aan de rechtmatige aanwezigheid daarvan. Zij betwist dat de abelen onoordeelkundig zijn gerooid. Op haar rustte geen verplichting om de stobben te behandelen met een bestrijdingsmiddel om de opslag tegen te gaan. Zij heeft dit wel overwogen, maar heeft daarvan afgezien om schade aan andere beplanting te voorkomen. Het middel dat hiervoor gewoonlijk wordt gebruikt, Roundup, bevat glyfosfaat dat schadelijke gevolgen heeft voor het milieu. De gemeente diende zich ook aan het provinciale beleid te houden, dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen in 2005 tot nul beoogde terug te brengen.

Bovendien werden de bomen in januari gerooid. De sapstroom in het hout is dan nog niet op gang, zodat het nauwelijks zin heeft om bestrijdingsmiddelen toe te passen. Later behandelen heeft geen zin, omdat Roundup op verse zaagvlakken dient te worden aangebracht.

De gemeente betwist voorts dat [eisers] onrechtmatige hinder ondervindt door de opslag van de abelen. De bomen stonden er al toen [eisers] de woning kocht en opslag wordt in deze (landelijke) omgeving als normaal beschouwd. De scheuten kunnen eenvoudig handmatig of met een grasmaaier worden verwijderd. Om het blijvend weg te krijgen moet het wortelstelsel worden uitgeput door de opslag te verwijderen of worden vernietigd met een bestrijdingsmiddel. [eisers] is hiervoor zelf verantwoordelijk.

De beoordeling

Tussen partijen staat vast dat de wortelopslag in de tuin van [eisers] sinds het rooien van de abelen is toegenomen. Aangezien de gemeente in haar brief van november 2005 aan bewoners van de [adres] (productie 2 bij conclusie van antwoord) als één van de redenen voor het rooien van de bomen aangeeft dat ze overlast veroorzaken doordat de wortels doorgroeien in de tuinen en daar bovengronds opnieuw uitlopen, kan er van worden uitgegaan dat [eisers] na het rooien meer overlast heeft ondervonden. De vraag is of die overlast van dien aard is dat gesproken kan worden van schade en/of hinder en dat de gemeente in strijd handelt met de zorgvuldigheid die zij in het maatschappelijk verkeer in acht dient te nemen door daar geen maatregelen tegen te nemen.

4.2. Bij beantwoording van deze vraag is enerzijds van belang dat de gerooide abelen al geruimte tijd ter plaatse stonden voordat [eisers] aan de [adres] kwam wonen en dat deze bomen in de omgeving veel voorkomen. Een zeker mate van (aan deze bomen inherente) wortelopslag dient hij in deze landelijke en bosrijke omgeving dan ook te tolereren. In dit geval is echter sprake van een toename van de reeds bestaande overlast door wortelopslag tengevolge van het rooien. Ter comparitie heeft [eisers] verklaard dat het gaat om vele honderden scheutjes die in zijn tuin opkomen. Uit de foto’s die [eisers] als productie 4 en 5 heeft overgelegd kan worden afgeleid dat het inderdaad om aanzienlijke aantallen gaat. Dit blijkt met name uit de foto van 13 september 2006 (productie 5) waarop is te zien dat een deel van de scheuten in de berm door de gemeente met een bestrijdingsmiddel is behandeld en een ander deel een welig tierende groene haag vormt. Er is duidelijk sprake van een meer dan gebruikelijke hoeveelheid opslag. In een siertuin met gazon en borders brengt het verwijderen van de vele scheuten veel werk mee. Er kan naar het oordeel van de rechtbank daarom van hinder worden gesproken.

Die toename van de wortelopslag had de gemeente op eenvoudige wijze kunnen voorkomen door na het rooien een bestrijdingsmiddel op de stobben aan te brengen zodat het wortelstelsel zou afsterven. De argumenten die de gemeente hiertegen heeft aangevoerd, zijn naar het oordeel van de rechtbank niet valide.

4.2.1. In de eerste plaats heeft zij aangevoerd dat zij geen bestrijdingsmiddel wilde gebruiken om schade aan andere beplanting te voorkomen. Ter comparitie is echter namens de gemeente verklaard dat zij zelf ter plaatse geen andere bomen of heesters heeft. Het risico bestond met name voor omwonenden. Het had dan ook op de weg van de gemeente gelegen om de met omwonenden in overleg te treden, hetgeen zij heeft nagelaten, teneinde hen zelf de keus te laten maken tussen de kans op schade aan andere beplanting of toename van de wortelopslag. Bij die keus had [eisers] zich onder meer kunnen laten leiden door de als productie 9 door de gemeente overgelegde gebruiksaanwijzing van het middel Roundup. Daarin staat dat bij “Stobbenbehandeling” alleen dat bij het bespuiten van de stobben dient te worden voorkomen dat de omringende vegetatie wordt geraakt en dat stobben niet behandeld moeten worden tussen niet afgezette bomen van dezelfde soort. Nu dit laatste niet aan de orde is, is er blijkens de gebruiksaanwijzing bij een zorgvuldige toepassing dus gee n schade te verwachten.

4.2.2. In de tweede plaats stelt de gemeente dat van het gebruik van een bestrijdingsmiddel is afgezien omdat dit schadelijk is voor het milieu en in strijd is met provinciaal beleid. Dit argument is echter in de aan deze procedure voorafgaande correspondentie tussen partijen niet eerder genoemd. Bovendien staat vast dat de gemeente op haar gedeelte van de berm inmiddels wel een bestrijdingsmiddel heeft gebruikt tegen de aldaar omhooggeschoten wortelopslag. De rechtbank leidt uit de brief van de gemeente van 7 augustus 2006 (productie 5 bij conclusie van antwoord) af dat het hier om het middel Roundup gaat. Het is derhalve onwaarschijnlijk dat milieuoverwegingen een rol hebben gespeeld bij het besluit de stobben niet te behandelen.

4.2.3. In de derde plaats stelt de gemeente nog dat het toepassen van een bestrijdingsmiddel in januari niet zinvol was. Indien dit al zo is, valt niet in te zien waarom het rooien niet tot een later tijstip (eveneens buiten het groei- en broedseizoen) kon worden uitgesteld.

4.3. Gelet op het voorgaande had van de gemeente de toename van de wortelopslag en de daarmee gepaard gaande overlast eenvoudig kunnen voorkomen door het toepassen van een bestrijdingsmiddel op de stobben. Dit mocht ook van haar verwacht worden nu niet in geschil is dat de toename van de wortelopslag zonder verdere maatregelen te verwachten was en de toegenomen wortelopslag aanzienlijke hinder voor [eisers] oplevert. Door dit nalaten heeft de gemeente in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid die zij in het maatschappelijk verkeer in acht dient te nemen en doet zij dat nog steeds. De gevorderde verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar en de gemeente is aansprakelijk voor de schade die [eisers] door dit onrechtmatig handelen lijdt. [eisers] vordert schadevergoeding in natura, te weten het alsnog afdoende maatregelen treffen om het doorschieten van de wortels te voorkomen. Namens de gemeente zijn ter comparitie verschillende mogelijkheden hiertoe besproken. Het is aan de gemeente om in goed overleg met [eisers] een afdoende en passende oplossing te kiezen. De vordering zal worden toegewezen.

4.4. Tegen de vordering strekkende tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand

(€ 750,--) is geen verweer gevoerd. Dit onderdeel van de vordering zal daarom eveneens worden toegewezen.

4.5. De gemeente zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de door [eisers] gemaakte proceskosten.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld en nog steeds handelt door na te laten en ook thans nog te weigeren maatregelen te nemen om te voorkomen dat sprake is van doorgroei op het perceel van [eisers] van wortels, afkomstig van de in opdracht van de gemeente gerooide en haar in eigendom toebehorende abelen, gestaan hebbende in de berm van de [adres] te Burgh Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland, grenzende aan het perceel van [eisers];

gebiedt de gemeente alsnog afdoende maatregelen te treffen teneinde het doorschieten van de hiervoor bedoelde wortels te voorkomen;

veroordeelt de gemeente om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te betalen het bedrag van € 750,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 november 2006 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding welke aan de zijde van [eisers] tot aan dit moment worden begroot op € 248,-- wegens griffierecht, € 84,87 wegens overige verschotten en € 904,-- wegens procureurssalaris, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2007.