Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB2329

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-08-2007
Datum publicatie
27-08-2007
Zaaknummer
07/678 vv
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Sloopvergunning. Geschenkwoning na watersnoodramp 1953.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 07/678 VV

uitspraak van de voorzieningenrechter voor bestuursrechtelijke zaken

op het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (voorlopige voorziening)

inzake

[verzoekers],

wonende te [X],

verzoekers,

gemachtigde mr. M.W. Dieleman, advocaat te Middelburg,

tegen

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland,

verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2007 heeft verweerder aan [vergunninghouder] vergunning verleend voor de sloop van de opstallen op het perceel kadastraal bekend [A], plaatselij[adres] te [X].

Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en hangende het bezwaar aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is op 31 juli 2007, gelijktijdig met de behandeling van de zaak met kenmerk Awb 07/677 VV, behandeld ter zitting. Verzoekers zijn verschenen in de persoon van [verzoeker X en Y], bijgestaan door mr. F.A. van den Berg, kantoorgenoot van mr. Dieleman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde R. Stam. Tevens is vergunninghouder verschenen.

II. Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover daarbij de toetsing door de voorzieningenrechter meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

Ingevolge artikel 8.1.1 van de Bouwverordening Schouwen-Duiveland 2003 is het verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens daaronder begrepen te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning).

Artikel 8.1.6 van genoemde Bouwverordening bepaalt:

Een sloopvergunning moet worden geweigerd indien:

a. de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het

stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden

gewaarborgd;

b. de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met het slopen

onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op

een voldoende peil kan worden gewaarborgd;

c. een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of een

gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend;

d. een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op grond van de Wet op

de stads- en dorpsvernieuwing is vereist en deze niet is verleend;

e. een aanlegvergunning op grond van het bestemmingsplan of op grond van

een voorbereidingsbesluit is vereist en deze niet is verleend.

2. Op 1 december 2006 heeft vergunninghouder vergunning gevraagd voor de sloop van het pand op het perceel [adres] te [plaats], zijnde een zogeheten Noorse geschenkwoning.

3. Verweerder heeft deze sloopvergunning verleend. Hij acht zich daartoe gehouden, omdat geen van de weigeringsgronden van artikel 8.1.6 van de toepasselijke Bouwverordening zich hier voordoet.

4. Verzoeker meent dat de sloopvergunning niet verleend had kunnen worden, omdat de in geding zijnde woning cultuurhistorische waarde heeft en de sloop het beeldbepalende karakter van de [weg AB], aan welke weg allemaal Noorse geschenkwoningen staan, aantast. De geschenkwoningen zijn een tastbaar bewijs van internationale solidariteit met de slachtoffers van de watersnoodramp van 1953.

5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

6. Een sloopvergunning kan alleen en moet worden geweigerd, indien zich één van de in artikel 8.1.6 van de Bouwverordening genoemde weigeringsgronden voordoet.

7. Ter zitting is nogmaals bevestigd dat onderhavige woning niet is aangewezen als monument (rijks-, provinciaal of gemeentelijk), zodat voor de sloop geen vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening is vereist. De weigeringsgrond als genoemd in artikel 8.1.6 onder c, van de Bouwverordening is dientengevolge niet aan de orde. Nu evenmin is gesteld of gebleken dat zich in het onderhavige geval één van de andere weigeringsgronden als genoemd in artikel 8.1.6 van de Bouwverordening voordoet, is verweerder gehouden de gevraagde sloopvergunning te verlenen. Dat de woning cultuurhistorische waarde heeft of (mede) beeldbepalend is, doet daar niet aan af, nu deze omstandigheden niet als weigeringsgronden in de Bouwverordening zijn opgenomen. Ditzelfde geldt voor het feit dat de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, zoals door verzoekers is gesteld, bezorgd is dat steeds meer watersnoodwoningen worden gesloopt.

8. Gelet op voorgaande heeft de voorzieningenrechter de verwachting dat het bestreden besluit in bezwaar stand zal houden. Hij ziet derhalve geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, noch voor het veroordelen van verweerder in de proceskosten van verzoekers.

III. Uitspraak

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Middelburg

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2007

door mr. G.H. Nomes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.D. Sebel als griffier.