Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB0584

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
19-07-2007
Datum publicatie
27-07-2007
Zaaknummer
06/1211
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De termijn van artikel 19e, derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen is een termijn van orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 06/1211

Uitspraakdatum: 19 juli 2007

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer

voor bestuursrechtelijke zaken

ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

inzake

[eiser]

wonende te [adres]

eiser,

gemachtigde mr. D. Schilstra, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden,

tegen

de Staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

te ‘s-Gravenhage,

verweerder.

Het bestreden besluit

Het besluit op bezwaar van 13 oktober 2006 van verweerder inhoudende handhaving van een besluit van 10 juli 2006 waarbij aan eiser een boete is opgelegd van € 16.000,-- wegens 4 overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).

Zitting

Het beroep is op 19 juli 2007 behandeld ter zitting. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.P. Berg, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. M.C. Puister.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan. Daarbij is vermeld welk rechtsmiddel kan worden aangewend.

1. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2. Overwegingen:

De rechtbank stelt vast dat het enige punt van geschil is het antwoord op de vraag of de in artikel 19e, derde lid, van de Wav bepaalde termijn van 13 weken een termijn van orde dan wel een fatale termijn is. Eiser stelt dat sprake is van een fatale termijn. Naar het oordeel van de rechtbank dwingt de wettekst niet tot een uitleg dat sprake is van een fatale termijn en ook de Memorie van Toelichting (Tweede kamer, vergaderjaar 2003 – 2004, 29523, nr. 3) biedt hier geen steun aan. Daar komt bij dat aan een termijnoverschrijding geen gevolgen zijn verbonden. Naar het oordeel van de rechtbank is genoemde termijn dan ook aan te merken als een termijn van orde. De termijn is een aansporing voor het bestuursorgaan om het zogeheten ‘lik-op-stuk’-beleid waaraan in de Memorie van Toelichting wordt gerefereerd, vorm te geven.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is dan ook ongegrond.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier de rechter

mr. M.H.Y. Bos mr. G.H. Nomes

Afschrift verzonden op: 26 juli 2007

Rechtsmiddelenclausule

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal van de mondelinge uitspraak.