Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BB0573

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-08-2007
Datum publicatie
01-08-2007
Zaaknummer
12/707403-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ongeval met dodelijke afloop inzake botsing tegen een deels op de weg geparkeerde aanhangwagen. "Verkeersdeelnemer" in de zin van artikel 6 WVW 1994. Verantwoordelijkheid bestuurder vrachtwagen.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2007/79 met annotatie van Regterschot

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

meervoudige kamer

Parketnummer: 12/707403-06

Datum uitspraak: 1 augustus 2007

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: n.v.t.

Datum voorlopige hechtenis: n.v.t.

------------------------------------------------

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1956 en [geboorteplaats],

wonende te [adres],

ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. E.H.A. Schute, advocaat te Middelburg.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 juli 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Zondervan en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging luidt als volgt.

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 februari 2006 te Kamperland, gemeente Noord-Beveland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, op de weg, de Ruiterplaatweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, een door dat motorrijtuig voortbewogen aanhangwagen zodanig op die weg te parkeren/plaatsen, dat die aanhangwagen deels op de rijbaan stond, en vervolgens (nadat zijn collega [betrokkene] die aanhangwagen in overleg met hem, verdachte, op die weg had gekeerd) bij invallende schemer/duisternis die aanhangwagen, zonder (voldoende) maatregelen te nemen om die aanhangwagen voor het verkeer (duidelijk) zichtbaar te maken, op die weg, waar ter plaatse geen wegverlichting aanwezig was, deels op de rijbaan te laten staan, waardoor de bestuurder van een personenauto met zijn voertuig met die aanhangwagen in botsing, althans in aanrijding, is gekomen, en waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1]) werd gedood, en/of waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten ernstig hersenletsel, of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 6 februari 2006 te Kamperland, gemeente Noord-Beveland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig een aanhangwagen zodanig op de weg, de Ruiterplaatweg, heeft geplaatst, dat die aanhangwagen deels op de rijbaan van die weg stond, en vervolgens (nadat zijn collega [betrokkene] die aanhangwagen in overleg met hem, verdachte, op die weg had gekeerd) bij invallende schemer/duisternis die aanhangwagen, zonder (voldoende) maatregelen te nemen om die aanhangwagen voor het verkeer (duidelijk) zichtbaar te maken, op die weg, waar ter plaatse geen wegverlichting aanwezig was, deels op de rijbaan heeft laten staan, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat een over die weg rijdende personenauto bij invallende schemer/duisternis met die aanhangwagen in botsing, althans in aanrijding, is gekomen en een inzittende van die personenauto, genaamd [slachtoffer 1], werd gedood en/of een inzittende van die personenauto, genaamd [slachtoffer 2], zwaar lichamelijk letsel, te weten ernstig hersenletsel, of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden is ontstaan, heeft bekomen;

art 307 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 308 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 6 februari 2006 te Kamperland, gemeente Noord-Beveland, een aanhangwagen zodanig op de weg, de Ruiterplaatweg, heeft geplaatst, dat die aanhangwagen deels op de rijbaan stond, en vervolgens (nadat zijn collega [betrokkene] die aanhangwagen in overleg met hem, verdachte, op die weg had gekeerd) bij invallende schemer/ duisternis die aanhangwagen, zonder (voldoende) maatregelen te nemen om die aanhangwagen voor het verkeer (duidelijk) zichtbaar te maken, op die weg, waar ter plaatse geen wegverlichting aanwezig was, deels op de rijbaan heeft laten staan, waarbij de bestuurder van een personenauto met zijn voertuig met die aanhangwagen in botsing, althans in aanrijding, is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet als verkeersdeelnemer in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden beschouwd. Het enkele feit dat hij de aanhangwagen aan de weg heeft geparkeerd, levert - gezien het tijdsverloop tussen het parkeren van de aanhangwagen en het ongeval - geen directe betrokkenheid van verdachte bij de verkeersmobiliteit op. Het verplaatsen van de aanhangwagen door collega [betrokkene] met toestemming van verdachte maakt deze conclusie niet anders. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank is tevens van oordeel dat er geen sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig gedrag. Zij overweegt daartoe het volgende.

Ingevolge artikel 39 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 moet een stilstaande aanhangwagen na zonsondergang buiten de bebouwde kom op de rijbaan de voorgeschreven verlichting voeren. Op 6 februari 2006 ging de zon om 17.44 uur onder. Verdachte heeft nagelaten na dit tijdstip zijn geparkeerde aanhangwagen op de voorgeschreven wijze te verlichten.

Of dit enkele nalaten is te kwalificeren als aanmerkelijke schuld, hangt van de omstandigheden van het geval af. De rechtbank neemt allereerst in aanmerking dat verdachte gedurende vele jaren vrachtwagenchauffeur van beroep is, hetgeen in verkeersaangelegenheden op hem een zwaardere verplichting legt dan op een niet beroepsmatig betrokken persoon. Daarnaast overweegt de rechtbank dat het aanbod tot het keren van de aanhangwagen door collega [betrokkene] niet ongebruikelijk is en als een collegiale actie wordt beschouwd. Daarbij komt dat deze collega als een ervaren chauffeur werd beschouwd. Verdachte kon er, hoewel dit hem niet ontslaat van zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van de verkeersveiligheid, in redelijkheid op vertrouwen dat zijn collega op een verkeersveilige wijze de aanhangwagen zou (par)keren. Ook neemt de rechtbank de omstandigheden waaronder het ongeluk heeft kunnen plaatsvinden in aanmerking. Zij is van oordeel dat het zicht ter plaatse en ten tijde van ongeluk, omstreeks 18.10 uur, goed was. Dat baseert zij op het gegeven dat de zon op die dag om 17.44 uur onderging en het droog en helder weer was, en op een aantal verklaringen: de processen-verbaal van de betrokken opsporingsambtenaren die verklaren over goed zicht, de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat op de bouwplaats nog voldoende licht was en de verklaring van getuige [getuige] bij de politie dat hij het ongeluk van een behoorlijke afstand in zijn spiegel heeft kunnen waarnemen. Tevens wijst de rechtbank op het feit dat de aanhangwagen geparkeerd stond op een recht en, blijkens de foto’s en de verklaring van getuige [getuige], overzichtelijk gedeelte van de Ruiterplaatweg.

De rechtbank concludeert dat als aan verdachte ter zake een verwijt kan worden gemaakt, dit geen aanmerkelijke schuld oplevert. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:

hij op 6 februari 2006 te Kamperland, gemeente Noord-Beveland, nadat zijn collega [betrokkene] een aanhangwagen in overleg met hem, verdachte, op de weg, de Ruiterplaatweg, had gekeerd, bij schemer die aanhangwagen, zonder maatregelen te nemen om die aanhangwagen voor het verkeer duidelijk zichtbaar te maken, op die weg, waar ter plaatse geen wegverlichting aanwezig was, deels op de rijbaan heeft laten staan, waarbij de bestuurder van een personenauto met zijn voertuig met die aanhangwagen in botsing, is gekomen, door welke gedraging van verdachte het verkeer op die weg kon worden gehinderd.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het meer subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte strafrechtelijk niet aansprakelijk is. Doordat verdachtes collega [betrokkene] de aanhangwagen heeft gedraaid en geparkeerd, is de verantwoordelijkheid om de verkeersveiligheid niet in gevaar te brengen op deze collega overgegaan. Bovendien kan volgens de raadsman uit de gegevens van het ongeluk worden afgeleid dat de bestuurder van de personenauto die met de aanhangwagen in botsing is gekomen niet oplettend genoeg heeft gereden. Nu ten aanzien van verdachte enige vorm van schuld ontbreekt, is verdachte niet strafbaar en dient hij te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij stelt vast dat verdachte wist dat de aanhangwagen deels op de weg geparkeerd stond en dat hij moest weten dat hij na zonsondergang verlichting diende te gaan voeren. Naar het oordeel van de rechtbank was verdachte de aangewezen persoon om de hinder die door de aanhangwagen kon worden veroorzaakt te voorkomen. Hij bleef al die tijd verantwoordelijk voor zijn aanhangwagen. Nu ook verder geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, kan verdachte strafbaar worden verklaard.

Geen straf of maatregel

Bij de beslissing over de afdoening van de zaak heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, blijkend uit het op naam van de verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 juni 2007 en het over de verdachte uitgebrachte adviesrapport d.d. 24 mei 2007 van de Reclassering Nederland, unit Almelo.

De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een straf of maatregel aan verdachte geen strafdoel meer dient, en acht het passend te bepalen dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Zij neemt hiervoor de volgende omstandigheden in aanmerking:

- de ernst van het strafbare feit, te weten een overtreding welke wordt bedreigd met een straf van ten hoogste twee maanden hechtenis of geldboete van de tweede categorie;

- het blanco strafblad van verdachte op het gebied van verkeersovertredingen tegen de achtergrond van jarenlange werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur;

- de impact die de gevolgen van het ongeluk en de vervolging op verdachte hebben gehad, onder meer blijkend uit het adviesrapport;

- de tijd die is verstreken tussen de datum van het ongeval en die van de berechting (een tijdspanne van bijna anderhalf jaar).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart bewezen dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Zij bepaalt dat het meer subsidiair bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Zij verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Zij bepaalt dan aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door: mr. R.J.G. Lameijer, voorzitter, mrs. I.J.M. Woltring en D. Verboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Ruiter als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2007.

Mr. Verboom is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.