Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BA3603

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
14-03-2007
Datum publicatie
24-04-2007
Zaaknummer
50601 HA ZA 05-623
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(...)

Eneco legt naast voormelde vaststaande feiten aan haar vordering ten grondslag dat haar medewerker [H.V.L.] heeft vastgesteld dat de verzegelingen van het deksel van de hoofdaansluitkast in de bedrijfsloods waren verbroken en verwijderd, waardoor een hoeveelheid energie ter waarde van € 41.642,05 was weggenomen. Zij baseert dit bedrag op een als prod. 5 bij de dagvaarding overgelegde berekening van het elektriciteitsverbruik in de periode van 3 mei 2005 tot en met 1 november 2005. Volgens Eneco was het haar onmogelijk geweest om in de maanden voorafgaand aan oktober 2005 het door [V.E.] Beheer gehuurde pand te betreden om de meterstanden op te nemen. Daarnaast heeft Eneco de kosten van de meting ad € 451,50, de kosten van de nieuwe elektra-aansluiting ad € 591,43 en de technische en administratieve kosten ad € 1.300,50 (in totaal derhalve € 1.891,93) gevorderd, zodat de totale schade volgens Eneco € 43.533,98 bedraagt. Eneco beroept zich voor haar schadevordering op het bepaalde in de toepasselijke algemene voorwaarden, op grond waarvan zij gerechtigd is een herberekening van het energieverbruik te maken als de

(...)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

50601HA ZA 05-62350601HA ZA 05-6236 september 2006

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 50601 / HA ZA 05-623

Vonnis van 14 maart 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENECO NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. C.J. IJdema,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[V.E.] BEHEER B.V.,

gevestigd te Dreischor,

gedaagde,

niet verschenen,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Dreischor,

gedaagde,

procureur mr. J.C. van den Doel.

Eiseres zal hierna ook Eneco worden genoemd, terwijl gedaagden gezamenlijk [V.E.] Beheer B.V. c.s. worden genoemd en afzonderlijk [V.E.] Beheer (gedaagde sub 1) en [gedaagde sub 2] (gedaagde sub 2).

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 1 maart 2006

het proces-verbaal van comparitie van 13 april 2006

conclusie van repliek

conclusie van dupliek

akte uitlating producties.

Daarna is vonnis bepaald.

De feiten

[gedaagde sub 2] is vanaf 7 december 2001 directeur-grootaandeelhouder van [V.E.] Beheer en is naast bestuurder de enige persoon die bij [V.E.] Beheer werkt.

[V.E.] Beheer heeft op 30 december 2004 een huurovereenkomst gesloten met Beheersmaatschappij [A[A.L.B.] B.V. (verder: [A.L.B.]) met betrekking tot de huur en vehuur van de bedrijfsruimte aan de Oudelandsedijk 10-H te Nieuwe Tonge (verder: de bedrijfsloods), welke overeenkomst is aangegaan voor de duur van vijf jaar, ingaande op 7 januari 2005 en lopende tot en met 31 december 2009, met aansluitende periodes van vijf jaar, waarbij een maandhuur werd overeengekomen van € 4.500,-- inclusief omzetbelasting.

Blijkens artikel 5 van de huurovereenkomst leverde de verhuurder geen bijkomende goederen en/of diensten, zodat [V.E.] Beheer zelf voor de energievoorziening in de bedrijfsloods diende te zorgen.

[V.E.] Beheer heeft op 16 maart 2005 een overeenkomst gesloten met Eneco voor de levering van energie ten behoeve van voormelde door haar van [A.L.B.] gehuurde bedrijfsloods.

[gedaagde sub 2] heeft beide overeenkomsten zelf ondertekend.

Op de met Eneco gesloten overeenkomst zijn de “Algemene Leverings-voorwaarden ENECO Elektriciteit 2004 voor zakelijke verbruikers” (verder: de algemene voorwaarden) van toepassing, waarin onder meer is bepaald, voor zover hier van belang:

Artikel 2 – Overeenkomst tot levering

(…)

De verbruiker kan zonder schriftelijke toestemming van de leverancier zijn rechten en plichten voortvloeiende uit de overeenkomst niet overdragen aan een derde.

(…).

Artikel 8 – Onderzoek van de meetinrichting

Onverminderd hetgeen uit de aansluitovereenkomst voortvloeit, kunnen zowel de verbruiker als de leverancier bij twijfel over de juistheid van de meting verlangen dat de meetinrichting overeenkomstig het terzake bepaalde in of krachtens de aansluitovereenkomst wordt onderzocht. (…).

Artikel 9 – Gevolgen van onjuiste meting

Indien uit onderzoek van de meetinrichting als bedoeld in artikel 8 of anderszins overeenkomstig het terzake bepaalde in of krachtens de aansluitovereenkomst blijkt dat de afwijking van de meetinrichting groter is dan toegestaan, stelt de leverancier de omvang van de levering vast aan de hand van de uitkomst van het onderzoek. Herberekening zal plaatsvinden over de periode dat de meetinrichting onjuist heeft gefunctioneerd, doch ten hoogste over een tijdvak van vierentwintig maanden, teruggerekend vanaf het moment van het verwijderen van de ondeugdelijke meetinrichting. In de gevallen als bedoeld in artikel 14, alsmede indien aannemelijk is dat de verbruiker zelf de onjuistheid van de registratie had kunnen constateren zal echter volledige herberekening plaatsvinden.

(…)

Artikel 14 - Verbodsbepalingen

Het is de verbruiker verboden handelingen te verrichten of te doen verrichten, waardoor de omvang van de levering niet of niet juist kan worden vastgesteld, dan wel een situatie te scheppen waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting wordt verhinderd of de tarieven- en vergoedingsregeling van de leverancier niet of niet juist kan worden toegepast

Artikel 15 – Andere verplichtingen

(…)

De verbruiker is verplicht aan de leverancier de nodige medewerking te verlenen bij de toepassing en de uitvoering van het bepaalde in of krachtens deze algemene voorwaarden en de controle op de naleving ervan, en wel in het bijzonder door:

de leverancier zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van alle gegevens voorvallen en wijzigingen in omstandigheden die voor de uitvoering van de overeenkomst van belang kunnen zijn, waaronder:

door hem waargenomen of vermoede schade, gebreken of onregelmatigheden in de meetinrichting, verbreking van de verzegeling daaronder begrepen.

(…)

Eneco heeft door middel van metingen vastgesteld dat de stroomafname in de periode van 10 oktober 2005 tot en met 13 oktober 2005 sterk was toegenomen in de door [V.E.] Beheer gehuurde bedrijfsloods.

Op 1 november 2005 heeft een medewerker van Eneco ([H.V.L.]) tezamen met politieambtenaren van de politie Rotterdam-Rijnmond, district De Eilanden, de door [V.E.] Beheer gehuurde bedrijfsloods betreden en aldaar twee hennepkwekerijen aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat de verzegelingen van het deksel van de hoofdaansluitkast waren verbroken en verwijderd.

Genoemde medewerker van Eneco heeft daarbij geconstateerd dat aan de onderzijde van de verdeelkast, waarop de hennepkwekerijen waren aangesloten, een vieraderige elektriciteitskabel was bijgeplaatst en aangesloten op de hoofdaansluitkabel van Eneco, welke kabel was geplaatst vóór de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel werd afgenomen, niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd.

[gedaagde sub 2] heeft de aandelen van [V.E.] Beheer op 1 november 2005 overgedragen aan [T.W[T.W.P.].

Eneco heeft op 10 november 2005 conservatoir beslag gelegd op de aan [V.E.] in eigendom toebehorende woning aan de [adres] te Dreischor.

Het geschil

Eneco vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de hoofdelijke veroordeling van [V.E.] Beheer B.V. c.s. tot betaling van € 43.533,98, vermeerderd met rente en kosten, die van het gelegde beslag daaronder begrepen.

Eneco legt naast voormelde vaststaande feiten aan haar vordering ten grondslag dat haar medewerker [H.V.L.] heeft vastgesteld dat de verzegelingen van het deksel van de hoofdaansluitkast in de bedrijfsloods waren verbroken en verwijderd, waardoor een hoeveelheid energie ter waarde van € 41.642,05 was weggenomen. Zij baseert dit bedrag op een als prod. 5 bij de dagvaarding overgelegde berekening van het elektriciteitsverbruik in de periode van 3 mei 2005 tot en met 1 november 2005. Volgens Eneco was het haar onmogelijk geweest om in de maanden voorafgaand aan oktober 2005 het door [V.E.] Beheer gehuurde pand te betreden om de meterstanden op te nemen. Daarnaast heeft Eneco de kosten van de meting ad € 451,50, de kosten van de nieuwe elektra-aansluiting ad € 591,43 en de technische en administratieve kosten ad € 1.300,50 (in totaal derhalve € 1.891,93) gevorderd, zodat de totale schade volgens Eneco € 43.533,98 bedraagt. Eneco beroept zich voor haar schadevordering op het bepaalde in de toepasselijke algemene voorwaarden, op grond waarvan zij gerechtigd is een herberekening van het energieverbruik te maken als de omvang van de levering niet of niet juist kan worden vastgesteld. Eneco stelt bij haar berekening te zijn uitgegaan van een oogsttijd van 70 dagen, terwijl in de literatuur wordt uitgegaan van een oogsttijd van 119 dagen, zodat haar schatting nog aan de voorzichtige kant is. Eneco gaat er in elk geval van uit dat gedurende 182 dagen, van 3 mei 2005 tot 1 november 2005 een hennepplantage in de bedrijfsloods is geëxploiteerd.

Eneco stelt [gedaagde sub 2] als directeur-grootaandeelhouder persoonlijk aansprakelijk voor de onrechtmatige situatie in de bedrijfsloods, die door hem voor zijn besloten vennootschap was gehuurd. Ook had hij zelf het huur- en het energiecontract getekend. Eneco acht het volstrekt onwaarschijnlijk dat [gedaagde sub 2] niets heeft geweten van de hele situatie.

[V.E.] Beheer (gedaagde sub 1) – volgens [gedaagde sub 2] een lege B.V. – is, hoewel daartoe opgeroepen, niet in rechte verschenen. [gedaagde sub 2] persoonlijk (gedaagde sub 2) heeft in essentie het volgende verweer gevoerd. Hij heeft de aandelen van [V.E.] Beheer per 1 november 2005 overgedragen aan [T.W.P.], die geïnteresseerd was in de exploitatie van [V.E.] Beheer, met name omdat deze vennootschap een bedrijfsloods huurde. Het was de bedoeling dat de notariële akte rond 1 september 2005 zou passeren, maar door een ongelukkige samenloop van omstandigheden heeft de aandelenoverdracht eerst op 1 november 2005 plaatsgevonden, op dezelfde datum als de inval door de politie in de bedrijfsloods. Omdat [T.W.P.] eerder de beschikking over de loods wilde krijgen, heeft [gedaagde sub 2] de sleutels daarvan half augustus 2005 aan hem afgegeven. [gedaagde sub 2] erkent dat er vanaf 10 oktober 2005 een hennepkwekerij actief was in de bedrijfsloods, maar betwist dat daarin al een hennepkwekerij werd geëxploiteerd vanaf 3 mei 2005. [gedaagde sub 2] stelt zelf nog einde mei / begin juni 2005 in de loods te zijn geweest en toen waren er volgens hem geen illegale activiteiten. Hij betwist dan ook bij gebrek aan wetenschap dat er twee eerdere oogsten zijn geweest en stelt dat daarmee rekening moet worden gehouden bij de schadeberekening.

[gedaagde sub 2] betwist verder in privé aansprakelijk te zijn voor de onrechtmatige situatie in de bedrijfsloods. Hem valt geen persoonlijk verwijt te maken. Hij heeft de kwekerij niet geëxploiteerd noch laten exploiteren. Hij noemt het onverstandig dat hij de sleutels vóór de aandelenoverdracht aan [T.W.P.] heeft overhandigd, maar dat is volgens hem niet onrechtmatig. Ter comparitie heeft [gedaagde sub 2] nog verklaard dat hij tot 1 november 2005 de huur heeft betaald aan [A.L.B.]. De onderhuurder [T.W.P.] heeft de huur over augustus contant aan hem ([gedaagde sub 2]) terugbetaald, maar de huur over september en oktober 2005 heeft [gedaagde sub 2] nog van hem tegoed. [T.W.P.] is echter in geen velden of wegen meer te bekennen. [gedaagde sub 2] heeft verder verklaard de bedrijfsloods te hebben gehuurd voor de opslag van displays ten behoeve van zijn handelsonderneming, die ook de huur voor (de lege) [V.E.] Beheer betaalde.

De beoordeling

De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van partijen na conclusie van antwoord is gehouden, heeft dit vonnis om organisatorische redenen niet kunnen wijzen.

Eneco heeft met betrekking tot [V.E.] Beheer aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij de overeenkomst met Eneco niet of niet behoorlijk is nagekomen (overtreding van diverse bepalingen van de toepasselijke algemene voorwaarden) en met betrekking tot [gedaagde sub 2] dat hij persoonlijk aansprakelijk is voor de onrechtmatige situatie in de door hem voor zijn besloten vennootschap gehuurde bedrijfsloods.

Tegen [V.E.] Beheer (gedaagde sub 1) is verstek verleend. Nu de door Eneco tegen haar ingestelde vordering niet onrechtmatig of ongegrond is, zal zij hierna worden toegewezen.

Vervolgens komt de vordering tegen [gedaagde sub 2] persoonlijk (gedaagde sub 2) aan de orde. Met betrekking tot de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van een besloten vennootschap moet volgens vaste rechtspraak een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de gevallen waarin aan een bestuurder van een vennootschap wordt verweten verplichtingen te zijn aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg van die niet-nakoming door de wederpartij te lijden schade en anderzijds de gevallen waarin aan een bestuurder wordt verweten te hebben bewerkstelligd of toegelaten dat de door hem bestuurde vennootschap een eerder door haar aangegane overeenkomst niet behoorlijk nakomt en daardoor aan de wederpartij schade berokkent. Bij de laatste groep gevallen hangt het van de concrete omstandigheden af of het aan de bestuurder te maken verwijt voldoende ernstig is om hem persoonlijk aansprakelijk te houden.

[V.E.] Beheer huurde een bedrijfsloods van [A.L.B.] en had een overeenkomst gesloten met Eneco voor de levering van energie. [gedaagde sub 2] was directeur en enig aandeelhouder van [V.E.] Beheer. [gedaagde sub 2] stelde via zijn handelsonderneming [V.E.] Beheer in staat haar verplichtingen tegenover de verhuurder en Eneco na te komen. [gedaagde sub 2] heeft als bestuurder van [V.E.] Beheer de bedrijfsloods met ingang van 1 augustus 2005 verhuurd en feitelijk in gebruik gegeven aan [T.W.P.]. Gesteld noch gebleken is dat [V.E.] Beheer daartoe de op grond van voormeld artikel 2 lid 9 van de algemene voorwaarden beschikte over de vereiste schriftelijke toestemming van Eneco om de uit die overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten over te dragen aan genoemde [T.W.P.]. Dat brengt met zich dat [V.E.] Beheer ook na de ingebruikneming van de bedrijfsloods door [T.W.P.] aansprakelijk is gebleven voor een juiste nakoming van de overeenkomst met Eneco. In eerst instantie is die vennootschap als contractant dan ook tegenover Eneco aansprakelijk voor de schade die door toedoen van [T.W.P.] is ontstaan.

Blijkens de door [gedaagde sub 2] ter comparitie afgelegde verklaring was [V.E.] Beheer evenwel vanaf de oprichting een lege vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde sub 2] als bestuurder en enig aandeelhouder onrechtmatig handelt door namens die vennootschap verplichtingen aan te gaan, terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap geen enkel verhaal zou bieden voor de nakoming van die verplichtingen en voor de als gevolg van die niet-nakoming door de wederpartij te lijden schade (de eerste categorie gevallen). [gedaagde sub 2] is dan ook persoonlijk aansprakelijk voor de schade van Eneco door toe te staan dat een derde ([T.W.P.]) onder dekking van de tussen de vennootschap en Eneco bestaande leveringsovereenkomst activiteiten heeft kunnen ontplooien, wetende dat de vennootschap voor eventuele uit die activiteiten voortvloeiende schade geen verhaal zou bieden.

De bestuurder van een lege vennootschap handelt daarnaast onrechtmatig tegenover degenen die in het zakelijk rechtsverkeer overeenkomsten sluiten met een lege vennootschap, als hij bewerkstelligt of toelaat dat de door hem bestuurde vennootschap een door haar aangegane overeenkomst niet behoorlijk nakomt en daardoor aan de wederpartij schade berokkent (de tweede categorie gevallen). [gedaagde sub 2] heeft de door hem bestuurde vennootschap vertegenwoordigd bij het aangaan van de overeenkomst met Eneco. Ook moet ervan worden uitgegaan dat [gedaagde sub 2] heeft bewerkstelligd of toegelaten dat [V.E.] Beheer de overeenkomst met Eneco niet of niet behoorlijk is nagekomen, waardoor aan Eneco schade is berokkend.

Van dat handelen kan [gedaagde sub 2] in beide gevallen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Het verweer van [gedaagde sub 2], dat hij niets te maken had met de in de loods aangetroffen hennepkwekerij en die illegale activiteiten ook niet oogluikend heeft toegestaan, kan hem dan ook niet baten.

Eneco heeft haar schade begroot op een bedrag van € 41.642,05, welk bedrag zij grondt op de overgelegde berekening van het elektriciteitsverbruik in de periode van 3 mei 2005 tot en met 1 november 2005 (dagvaarding, prod. 5). Eneco heeft het elektra-verbruik gebaseerd op een periode van 182 dagen (3 mei 2005 tot 1 november 2005) en gaat er van uit dat er na de ontdekking van de kwekerij op 1 november 2005 al twee eerdere oogsten van 70 dagen hadden plaatsgevonden. Eneco stelt dat zij haar berekening heeft moeten baseren op een wetenschappelijk artikel van de Universiteit van Wageningen (dagvaarding, prod. 6, waarbij Eneco de kweekduur heeft ingekort van 119 tot 70 dagen), alsook op andere omstandigheden, zoals de aangetroffen hoeveelheid stof, de vervuilde koolstoffilters, de aanwezigheid van plantenresten en de foto’s van de situatie ter plaatse. Ook het verweer van [gedaagde sub 2] tegen het gevorderde schadebedrag wordt gepasseerd, nu het mede aan [gedaagde sub 2] is toe te rekenen dat er handelingen zijn verricht waardoor de omvang van de levering niet of niet juist kan worden vastgesteld (art. 14 algemene voorwaarden).

Daarnaast heeft Eneco de kosten van de meting ad € 451,50, de kosten van de nieuwe elektra-aansluiting ad € 591,43 en de technische en administratieve kosten ad € 849,00 (in totaal derhalve € 1.891,93) gevorderd, tegen welke onderdelen van de vordering [gedaagde sub 2] op zichzelf geen verweer heeft gevoerd, zodat ook deze bedragen toewijsbaar zijn. De totale schade komt daarmee uit op een bedrag van € 43.533,98.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [V.E.] Beheer c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [V.E.] Beheer B.V. c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten, om aan Eneco te betalen een bedrag van € 43.533,98 (43.533,9843.533,98drieënveertig duizend vijfhonderd drieëndertig1.111.111,8een111.111,8 honderd elfduizend honderd elfdrieënveertig duizend vijfhonderd drieëndertig euro43.533,9843.533,9843.533,9843.533,98achtennegentig en ,98achtennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding (23 november 2005) tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [V.E.] Beheer B.V. c.s., eveneens hoofdelijk, in de proceskosten, aan de zijde van Eneco Netbeheer B.V. tot op heden aan griffierechten begroot op € 960,--, aan explootkosten op € 71,93, aan beslagkosten op € 291,61 en aan salaris procureur op € 3.129,--;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M.J. Hoppers en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2007.