Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BA1997

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-03-2007
Datum publicatie
30-03-2007
Zaaknummer
40647 HA ZA 03-537
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(...)

orspronkelijk vorderde Arduin nakoming van de overeenkomst van aanneming van werk en schadevergoeding. Door het sluiten van de overeenkomst tijdens de comparitie van partijen is de vordering tot nakoming komen te vervallen. In plaats daarvan is de afspraak gekomen dat Meijers de vloer zou doen liften.

Omdat partijen zich ten aanzien van de gevolgschade alle rechten hebben voorbehouden en Arduin haar vordering ten aanzien van die schade voor zover het betreft de oorspronkelijke overeenkomst, niet heeft laten vallen moet de rechtbank nog oordelen over de gevorderde schade, met uitsluiting van de schade die betrekking heeft op het zakken van de vloer zelf. Die schade wordt namelijk opgeheven door de tweede overeenkomst waarin Meijers heeft toegezegd de vloer te doen liften. Het gaat alleen nog om de andere schade zoals de scheve deuren en gescheurde voegen.

Na wijziging van eis vordert Arduin een verklaring voor recht dat Meijers de overeenkomst niet is nagekomen. Dat kan nog slechts gaan om niet-nakoming van de nadere afspraak, die ter comparitie en vervolgens bij het pleidooi tussen partijen is gemaakt. Voorts vordert zij vergoeding van schade tengevolge van deze niet-nakoming.

(...)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

40647HA ZA 03-53740647HA ZA 03-5377 maart 2007

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 40647 / HA ZA 03-537

Vonnis van 28 maart 2007

in de zaak van

de stichting

STICHTING ARDUIN,

gevestigd te Goes,

eiseres,

procureur mr. J.B. de Meester,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEIJERS STAALBOUW B.V.,

gevestigd te Serooskerke,

gedaagde,

procureur mr. J. Boogaard.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 14 janauari 2004

het proces-verbaal van comparitie van 23 maart 2004, 10 mei 2004 en 12 juli 2004

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek

de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken

de akte verandering van eis

de akte, waarin Meijers bezwaar heeft gemaakt tegen de wijziging van eis

de beslissing van de rolrechter waarbij dat bezwaar ongegrond is verklaard

akte aan de zijde van Arduin

akte aan de zijde van Meijers met producties

akte aan de zijde van Arduin.

De feiten

Partijen hebben een overeenkomst van aanneming van werk gesloten in maart 1998. Meijers diende voor Arduin een bedrijfsgebouw op de richten aan de Productweg te Vlissingen. De aanbieding van Meijers van 10 maart 1998 is door Arduin aanvaard. Het bedrijfsgebouw is begin 1999 opgeleverd. In de loop van 2002 is een gedeelte van de vloer gaan zakken en zijn scheuren ontstaan. Arduin heeft Meijers hiervoor aansprakelijk gesteld.

Tijdens de comparitie van partijen op 12 juli 2004 zijn zij blijkens het proces verbaal van die zitting, het volgende overeengekomen: “Door partij Meijers zal op haar kosten waar nodig de vloer over de gehele oppervlakte van het pand gelift worden door het bedrijf Visit B.V. uit Honselersdijk. Ter nadere definiëring van het begrip “waar nodig” zijn partijen overeengekomen dat de vloer op het niveau moet komen dat overeenkomst met de toleranties van de Nederlandse bouwregelgeving zoals deze ten tijde van de oplevering gold.

Partijen komen voorts overeen dat alles in het werk gesteld zal worden om uiterlijk voor 1 september 2004 gezamenlijk met Visit B.V. de feitelijke situatie met betrekking tot de vloer op te nemen en tevens op dat moment een werkplan te bespreken zoals dat gehanteerd zal worden bij de uitvoering van de werkzaamheden die nog dit jaar zullen plaatsvinden.

Met betrekking tot de gevolgschade verklaren de raadlieden dat partijen daarover nog geen overeenstemming hebben kunnen bereiken. Zij behouden zich ten dien aanzien alle rechten voor.”.

Tijdens het op 8 november 2005 gehouden pleidooi hebben partijen afgesproken dat het liften van de vloeren van het bedrijfsgebouw zal worden afgemaakt op kosten van Meijers zoals destijds ter comparitie d.d.12 juli 2004 was overeengekomen en dat voorafgaand aan de werkzaamheden een werkplan zal worden opgesteld ter bevordering van de efficiënte uitvoering van de werkzaamheden.

Het geschil

Arduin vorderde oorspronkelijk nakoming van de overeenkomst van aanneming van werk door Meijers en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat. Arduin heeft haar eis vermeerderd op 22 juni 2005 met een vordering tot betaling van vergoeding voor de schade die is ontstaan bij de uitvoering van de reparatiewerkzaamheden. Bij akte van 5 juli 2006 heeft Arduin gevorderd voor recht te verklaren dat Meijers de overeenkomst toerekenbaar niet is nagekomen, met veroordeling van Meijers tot betaling van schade (de vervolgschade als omschreven in de akte van 22 juni 2005 daaronder begrepen), nader op te maken bij staat.

Meijers voert verweer. Zij stelt dat de tijdens de comparitie gemaakte en vervolgens tijdens het pleidooi hernieuwde afspraken tussen partijen nog in het geding zijn en niet meer de oorspronkelijke overeenkomst. Zij betwist dat zij die afspraken niet is nagekomen.

Ten aanzien van de gevolgschade stelt zij daar niet voor aansprakelijk voor te zijn. De schade is niet veroorzaakt door een tekortkoming van haar kant maar door een extreme niet voorzienbare verlaging van de grondwaterstand. Ook de hoogte van de schade heeft zij betwist.

Meijers beroept zich te zake op haar algemene voorwaarden. Een algemene verwijzing is te vinden op de door Arduin ondertekende opdracht en een meer specifieke verwijzing in het bestek.

De beoordeling

De inzet van de procedure was de uitvoering van de overeenkomst van aanneming van werk van 10 maart 1998. Vervolgens hebben partijen blijkens het hierboven geciteerde onderdeel van het proces-verbaal van comparitie, een nieuwe afspraak gemaakt. Meijers heeft op zich genomen de verzakte vloer te doen liften. Deze afspraak is hernieuwd ter gelegenheid van het pleidooi.

De rechtbank zal eerst vaststellen om welke geschillen het nog gaat. Dit is nodig omdat tijdens de comparitie van partijen een overeenkomst is gesloten en omdat de eis van Arduin is gewijzigd.

Oorspronkelijk vorderde Arduin nakoming van de overeenkomst van aanneming van werk en schadevergoeding. Door het sluiten van de overeenkomst tijdens de comparitie van partijen is de vordering tot nakoming komen te vervallen. In plaats daarvan is de afspraak gekomen dat Meijers de vloer zou doen liften.

Omdat partijen zich ten aanzien van de gevolgschade alle rechten hebben voorbehouden en Arduin haar vordering ten aanzien van die schade voor zover het betreft de oorspronkelijke overeenkomst, niet heeft laten vallen moet de rechtbank nog oordelen over de gevorderde schade, met uitsluiting van de schade die betrekking heeft op het zakken van de vloer zelf. Die schade wordt namelijk opgeheven door de tweede overeenkomst waarin Meijers heeft toegezegd de vloer te doen liften. Het gaat alleen nog om de andere schade zoals de scheve deuren en gescheurde voegen.

Na wijziging van eis vordert Arduin een verklaring voor recht dat Meijers de overeenkomst niet is nagekomen. Dat kan nog slechts gaan om niet-nakoming van de nadere afspraak, die ter comparitie en vervolgens bij het pleidooi tussen partijen is gemaakt. Voorts vordert zij vergoeding van schade tengevolge van deze niet-nakoming.

de gevolgschade in verband met de oorspronkelijke overeenkomst

Omdat de bij dagvaarding gevorderde schadevergoeding nog in het geding is zal de rechtbank ingaan op de andere geschillen over de oorspronkelijke overeenkomst, te weten de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en de schade die Arduin stelt te hebben geleden.

De algemene voorwaarden van Meijers zijn op de eerste overeenkomst van toepassing. In de door beide professionele partijen ondertekende opdrachtbevestiging van 10 maart 1998 wordt door Meijers naar de Smecomavoorwaarden verwezen en Arduin heeft geen beroep gedaan op de vernietigbaarheid van die voorwaarden.

Meijers is blijkens die voorwaarden aansprakelijk voor schade die rechtstreeks en uitsluitend het gevolg is van een aan haar toe te rekenen tekortkoming. Hier is een termijn van zes maanden aan verbonden. Meijers kan in dit geval geen beroep op die termijn doen omdat de verzakking van de vloer en de daarmee gepaard gaande scheuren pas na drie jaar zijn ontstaan en Arduin dus niet eerder kon reclameren. Het beroep dat Meijers op die termijn doet, is dan ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Na de openbaring van de verzakking heeft Arduin Meijers zo tijdig aansprakelijk gesteld dat zij nog een beroep op de garantie kan doen.

Het falen van het beroep op de algemene voorwaarden heeft niet tot gevolg dat Meijers ook aansprakelijk is. Daarvoor is nodig dat komt vast te staan dat zij de fouten heeft gemaakt die de gestelde schade tot gevolg heeft gehad. Het is aan Arduin dit aan te tonen. Het door haar overgelegde rapport van [F.K.] is daartoe onvoldoende. Dit is een op haar verzoek opgemaakt rapport waarvan de inhoud door Meijers wordt betwist. Bovendien heeft Meijers gewezen op de vermoedelijke oorzaak van de verzakkingen, de sterke verlaging van het grondwaterpeil ten behoeve van de bouw van het naburige zwembad sterk.

Arduin zal dus moeten bewijzen dat Meijers de door haar gestelde constructie- en bouwfouten heeft gemaakt die (mede) tot gevolg hebben gehad dat de vloer gezakt is en dat scheuren zijn ontstaan. Het gaat dan om de volgende genoemde fouten (dagvaarding sub 7): de keuze van de fundering (op een zandbed); de constructieve vloer kan niet vrij en onafhankelijk en gelijkmatig van de onderheide fundering zakken; de afwerkvloer is over de onderheide fundering heen gelegd; een aantal tussenwanden is niet gedilateerd ter plaatse van de scheiding tussen wel- en niet onderheide bouwdelen. De rechtbank zal één of meerdere deskundigen benoemen na overleg met partijen. De deskundigen zullen in hun onderzoek ook het verweer van Meijers moeten betrekken dat de grondwaterstand in 2002 drastisch is gedaald en dat die daling de oorzaak van de verzakking is.

Alvorens een deskundigenbericht te bevelen verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar hetgeen zij over de schade heeft overwogen onder 4.2. De vergoeding van schade kan alleen betrekking hebben op andere schade dan de verzakte vloer zelf. Omdat Arduin daarover nog niets concreets gesteld heeft is het de rechtbank niet duidelijk om welke schade het gaat. Wel is de omvang van de schade ten gevolge van de gesloten overeenkomst tijdens de comparitie geringer dan ten tijde van het starten van de procedure.

Verder heeft Meijers verwezen naar een andere oorzaak van de verzakking, namelijk onttrekking van grondwater in verband met het in de nabijheid gebouwde zwembad.

Deze factoren zijn van belang voor de afweging of wel een deskundigenrapport moet worden opgemaakt: de kosten zijn hoog, de uitkomst is onzeker en de mogelijk te vergoeden schade, in verhouding tot de te maken kosten, gering. Omdat Arduin bewijs van haar stelling moet leveren zal zij in eerste instantie de kosten van het deskundigenbericht moeten voorschieten. Arduin kan zich bij akte uitlaten over de vraag of zij bewijs door middel van deskundigen wil leveren, welke vragen zij in dat geval aan de deskundige(n) wil stellen en hoeveel deskundigen benoemd moeten worden, één of drie. Meijers zal hierop mogen reageren.

de niet-nakoming van de nieuwe overeenkomst en de daardoor ontstane (gevolg-)schade

Meijers heeft betwist dat zij die nieuwe overeenkomst niet is nagekomen. Zij heeft deze betwisting niet nader onderbouwd. Evenmin heeft zij aangegeven op welke wijze zij gereageerd heeft op de door Arduin uitgebrachte ingebrekestelling van 15 juni 2006. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat Meijers in gebreke is gebleven en het eerste deel van de gewijzigde vordering waarin een verklaring voor recht wordt gevraagd, is dan ook toewijsbaar.

Voor een schadevergoeding die verband houdt met de herstelwerkzaamheden – het gaat dan om de werkzaamheden zelf en de gevolgen van het niet voltooien van die werkzaamheden – is het nodig dat Arduin duidelijk stelt om welke schade het gaat. Voor de rechtbank is dat tot op heden niet duidelijk. Arduin spreekt wel over een kapotte riolering en schade aan leiding en kabels, maar niet duidelijk is welke schade door welke werkzaamheden is ontstaan. Arduin krijgt nog de gelegenheid zich hierover uit te laten. Verwijzing naar een schadestaatprocedure lijkt niet nodig omdat de schade bekend moet zijn.

De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen zodat partijen zich kunnen uitlaten over hetgeen is overwogen onder 4.6 en 4.8. Arduin is als eerste aan het woord.

De beslissing

De rechtbank:

verwijst de zaak naar de rol van 11 april 2007 voor het nemen van een akte aan de zijde van Arduin;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2007.