Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2007:BA1995

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-03-2007
Datum publicatie
30-03-2007
Zaaknummer
46512 HA ZA 05-50
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''(...)

Het gaat in deze zaak thans nog om de uitleg van tussen partijen in het kader van de beëindiging van de betrokkenheid van eiseres bij het door gedaagde sub 1 ontwikkelde en uitgevoerde woningbouwproject “de Veersche Poort” gemaakte afspraken. Vast staat dat gedaagden voor de eerste drie fases van dat project een zekere betrokkenheid van eiseres (voor fase 3 anders dan voor de fases 1 en 2) hebben afgesproken. Voor fase 3 is (onder meer) afgesproken, zo blijkt uit een door gedaagde sub 1 aan eiseres gezonden brief van 20 juni 2001:

“Voor de externe beeldvorming is afgesproken dat (eiseres) betrokken blijft bij het verkoopproces.

De vergoeding voor deze hierna beschreven activiteiten wordt gesteld op f. 250,-- per woning, exclusief B.T.W., voor de 3e fase (circa 200 woningen), bestaande uit de hoven A tot en met C, inclusief omliggende woningen.

(...)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

46512HA ZA 05-5046512HA ZA 05-5028 maart 2007

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 46512 / HA ZA 05-50

Vonnis van 28 maart 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORMULEMAKELAARDIJ ZEELAND B.V.,

gevestigd te Middelburg,

eiseres,

procureur mr. S.M.W.L. van Boven,

tegen

1. de vennootschap onder firma

ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ "DE VEERSCHE POORT",

gevestigd te Middelburg,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WALCHERSE BOUWUNIE B.V.,

gevestigd te Grijpskerke,

3. de stichting

STICHTING WOONGOED MIDDELBURG,

gevestigd te Middelburg,

gedaagden,

procureur mr. J. Boogaard.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 21 juni 2006

het proces-verbaal van getuigenverhoor van 21 november 2006

het proces-verbaal van getuigenverhoor van 1 februari 2007

De verdere beoordeling

2.1. Het gaat in deze zaak thans nog om de uitleg van tussen partijen in het kader van de beëindiging van de betrokkenheid van eiseres bij het door gedaagde sub 1 ontwikkelde en uitgevoerde woningbouwproject “de Veersche Poort” gemaakte afspraken. Vast staat dat gedaagden voor de eerste drie fases van dat project een zekere betrokkenheid van eiseres (voor fase 3 anders dan voor de fases 1 en 2) hebben afgesproken. Voor fase 3 is (onder meer) afgesproken, zo blijkt uit een door gedaagde sub 1 aan eiseres gezonden brief van 20 juni 2001:

“Voor de externe beeldvorming is afgesproken dat (eiseres) betrokken blijft bij het verkoopproces.

De vergoeding voor deze hierna beschreven activiteiten wordt gesteld op f. 250,-- per woning, exclusief B.T.W., voor de 3e fase (circa 200 woningen), bestaande uit de hoven A tot en met C, inclusief omliggende woningen.

De genoemde advieswerkzaamheden zullen bestaan uit:

(…)

Deze activiteiten worden uitgevoerd onder aansturing en verantwoordelijkheid van Orisant.”

In een door de directeuren van gedaagden sub 2 en 3 ondertekend stuk van 6 september 2001 is aan de directeur van eiseres medegedeeld:

“Heden hebben wij overleg met u gehad over uw activiteiten in de Veersche Poort.

Wij herbevestigen onze contractuele verplichtingen jegens u inzake fase 1 en 2. Voor fase 3 en 4 verwijzen wij naar onze brief van 20 juni 2001, aangaande punt B. en C. U heeft met deze punten ingestemd.”

In de brief van 20 juni 2001 is over fase 4 echter niets vermeld.

2.2. Eiseres heeft gesteld dat de verwijzing aldus moet worden verstaan, dat daarmee is overeengekomen dat de in de brief van 20 juni 2001 onder B. overeengekomen vergoeding mede ziet op de in de vierde fase van het project “Veersche Poort” verkochte woningen. Nu dat door gedaagden is betwist, is zij toegelaten om die stelling met getuigen te bewijzen Zij heeft als getuigen haar directeur [A.S.] en [T.L.] doen horen; in tegenverhoor hebben gedaagden de directeur/bestuurder van gedaagde sub 3, [H.C.], en de directeur van gedaagde sub 2, [G.K.], als getuigen voorgebracht.

2.3. De aan de zijde van eiseres gehoorde getuigen hebben beiden verklaard dat in het gesprek van 6 september 2001 door [H.C.] en [G.K.] is toegezegd dat de vergoeding die eiseres zou ontvangen voor fase 3 – zoals vastgelegd in de brief van 20 juni 2001 – ook zou gelden voor de fases daarna, in elk geval voor fase 4. Beide getuigen (Sinke als directeur van eiseres als partij-getuige) verklaren dat dat expliciet zo door [H.C.] en [G.K.] is toegezegd dan wel met hen afgesproken. De aan de zijde van gedaagden gehoorde getuigen hebben beiden expliciet verklaard dat er op 6 september 2001 geen afspraken zijn gemaakt die betrekking hebben op alle fases van het project “de Veersche Poort” na de derde fase. Of er toen wel afspraken zijn gemaakt over de vierde fase kunnen beide getuigen zich niet meer herinneren. Daarmee wordt op ten aanzien van dat punt aan hetgeen de aan de zijde van eiseres gehoorde getuigen hebben verklaard niets afgedaan. Dat brengt de rechtbank tot het oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat op 6 september 2001 tussen partijen is afgesproken dat eiseres de (in de brief van 20 juni 2001) voor fase 3 afgesproken vergoeding ook voor fase 4 zou ontvangen. Eiseres is in het haar toegelaten bewijs geslaagd.

2.4. Het vorenstaande leidt ertoe dat eiseres ook ten aanzien van fase 4 van het project “de Veersche Poort” recht heeft op een vergoeding van fl. 250,-- (€ 113, 45) per verkochte woning. Eiseres heeft derhalve belang bij inzage in de verkoopgegevens van fase 4. De vorderingen van eiseres betrekking hebbend op fase 4 zullen worden toegewezen. De rechtbank zal ook toewijzen de vordering van eiseres tot betaling van de vergoeding per verkochte woning in de derde fase, voor zover die vergoeding al niet is begrepen in het bij vonnis van 5 april 2006 toegewezen bedrag, zulks vast te stellen aan de hand van de door gedaagden op basis van de veroordeling daartoe bij genoemd vonnis aan eiseres verschafte verkoopgegevens.

2.5. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen gedaagden worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt gedaagden hoofdelijk – dat wil zeggen dat wanneer de één deze verplichting nakomt, de anderen zullen zijn bevrijd – om eiseres, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, deugdelijk, aan de hand van verificatoire bescheiden inzicht te verschaffen in de verkoopgegevens met betrekking tot de vierde fase van het project “de Veersche Poort”;

veroordeelt gedaagden hoofdelijk – dat wil zeggen dat wanneer de één betaalt, de anderen zullen zijn bevrijd – om op basis van een factuur van eiseres binnen 10 dagen nadien te betalen een bedrag van € 113,45 per verkochte woning in fase 3 – voor zover voor die woning niet al een vergoeding is begrepen in het bedrag van € 14.715,59, tot betaling waarvan gedaagden bij vonnis van 5 april 2006 zijn veroordeeld – en in fase 4;

veroordeelt gedaagden in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 370,-- aan griffierecht, € 119,93 aan overige verschotten en € 2.712,-- aan salaris procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2007.