Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AZ5121

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
12-04-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
45569 HA ZA 04-643
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

''...Gedaagden zijn toegelaten te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [B.] op 5 mei 2004 geen eigenares meer was van het door eisers bedoelde deel van de strook grond tussen [adres] 3b en 3c (zijnde de helft van het perceel dat gedaagde sub 1 tot dan toe als weitje in gebruik had), omdat gedaagde sub 1 (ook) dat stuk grond van haar had gekocht en op 16 april 2004 in eigendom heeft gekregen (en voorts slechts een persoonlijke verplichting op zich heeft genomen om dat deel van de strook ter beschikking te stellen aan [B.]). ...''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 12 april 2006 in de zaak van:

rolnr: 643/04

1. [eiser sub 1] en

2. [eiser sub 2],

wonende te Rilland, gemeente Reimerswaal,

eisers,

procureur: mr. E.H.A. Schute,

tegen:

1. [gedaagde sub 1],

wonende te Rilland, gemeente Reimerswaal, en

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Ossendrecht, gemeente Woensdrecht,

gedaagden,

procureur gedaagde sub 1: mr. J.J.J. Jansen,

procureur gedaagde sub 2: mr. C.J. IJdema.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij tussenvonnis van 8 juni 2005 zijn gedaagden toegelaten tot bewijs. Ter terechtzitting van 14 november 2005 en 16 januari 2006 zijn getuigen gehoord. De van deze verhoren opgemaakte processen-verbaal zijn bij de stukken gevoegd. Vervolgens zijn nog gewisseld:

- akte overlegging producties van de zijde van gedaagde sub 1;

- antwoordakte overlegging producties

2. De beoordeling van het geschil

2.1. Gedaagden zijn toegelaten te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [B.] op 5 mei 2004 geen eigenares meer was van het door eisers bedoelde deel van de strook grond tussen [adres] 3b en 3c (zijnde de helft van het perceel dat gedaagde sub 1 tot dan toe als weitje in gebruik had), omdat gedaagde sub 1 (ook) dat stuk grond van haar had gekocht en op 16 april 2004 in eigendom heeft gekregen (en voorts slechts een persoonlijke verplichting op zich heeft genomen om dat deel van de strook ter beschikking te stellen aan [B.]).

2.2.1. Gedaagden hebben als getuige doen horen mr. G.L.F. Sarneel, notaris. In tegenverhoor hebben eiseres doen horen [R.] van Forti[W.].

De getuige Sarneel – voor wie op 16 april 2004 de akte van levering van het door [B.] aan gedaagde sub 1 verkochte grond is verleden – heeft bij gelegenheid van zijn verhoor de originele, aan genoemde akte van levering gehechte tekening, overgelegd. Een kleurencopie ervan is aan het proces-verbaal van het verhoor gehecht. Op die tekening is een deel van het perceel kadastraal bekend gemeente Reimerswaal, [nummer], te zien. Van dat perceel is een deel geel gekleurd, een deel is blauw gekleurd, een deel is zwart (dubbel) gearceerd en de rest is wit gelaten. Vergelijking van deze tekening met de eerder overgelegde tekeningen maakt duidelijk dat het zwart gearceerde gedeelte het gedeelte van het perceel is waarvan eisers naar zij stellen bij notariële akte van 5 mei 2004 het recht van erfpacht hebben geleverd gekregen.

Getuige Sarneel heeft verklaard dat bij de akte van levering van 16 april 2004 aan gedaagde sub 1 in elk geval werden geleverd de op de tekening geel en de blauw gekleurde gedeelten van het perceel. Omtrent het gearceerde gedeelte verklaarde Sarneel:

“U wijst mij op een stuk in de tekening zwart gearceerd. Dat is een stuk waarvan in de akte is opgenomen dat dat aan verkoopster in gebruik moet worden gegeven. Ik ben er vanuit gegaan dat dat gedeelte eerst werd meegeleverd aan de koopster. Het zou immers zinloos zijn om een stuk in gebruik te geven als dat niet eerst door een ander dan de verkoopster zou zijn gekocht en in eigendom gekregen. (…)

Op de vraag van mr. Schute of het zwart gearceerde stukje betrokken was bij de eigendomsoverdracht die ik heb geregeld, zeg ik dat ik dat niet weet. Ik zou het wel onlogisch vinden als alleen het blauwe en niet ook het zwart gearceerde stukje grond bij die eigendomsoverdracht betrokken was om de reden die ik eerder heb genoemd. Ik sluit niet uit dat er ook andere verklaringen voor kunnen zijn.”

De in tegenverhoor gehoorde getuige [W.] – die namens de verkoper [B.] bespre-kingen over de diverse transacties heeft gevoerd – heeft als getuige eveneens een tekening van het perceel overgelegd, waarop perceelsgedeelten op dezelfde wijze zijn ingekleurd/gearceerd als op de door getuige Sarneel overgelegde tekening. [W.] verklaarde:

“(het) blauw getekende gedeelte en het gearceerde gedeelte waren om niet in gebruik bij mevrouw [gedaagde sub 1]. Het gearceerde gedeelte sluit aan bij het perceel van de familie [eisers] en dat is ook aan deze familie aangeboden.

Er is langdurig overleg geweest met mevrouw [gedaagde sub1] omdat zij het niet eens was met de verdeling. Aanvankelijk wilde zij het gehele perceel hebben (het blauwe en het gearceerde) en daarna het gearceerde gedeelte. Omdat dit aansluit bij de familie [eisers] ben ik daar niet mee akkoord gegaan. Het was voor mevrouw [gedaagde sub 1] duidelijk dat zij de helft van het perceel tussen 3B en 3C en dan het blauwe gedeelte zou krijgen. Het gearceerde gedeelte zou mevrouw ontruimen ten behoeve van de familie [eisers]. De grens zou door mij aan gewezen worden. In de tussentijd was er een greppel gegraven en bij opmeting bleek dat de greppel precies het midden aanduidde.

Op de vraag van mr. Schute verklaar ik dat het de bedoeling was dat het gearceerde gedeelte eigendom zou worden van de familie [eisers].”

2.2.2. Op grond van het bovenstaande moet worden vastgesteld dat, hoewel de notaris bij gebreke aan een andere, hem logisch voorkomende verklaring, meende dat bij de levering van gronden aan gedaagde sub 1 op 16 april 2004 ook het op de hierboven bedoelde tekeningen zwart gearceerd weergegeven gedeelte was inbegrepen, bij de verkoopster die bedoeling er niet is geweest. Dat blijkt uit de verklaring van [W.]. De bedoeling was dat gedaagde sub 1 het zwart gearceerde gedeelte – dat zij op dat moment in gebruik had – zou ontruimen opdat [B.] het aan eisers kon leveren. [W.] heeft voorts aangegeven dat ook bij gedaagde sub 1 duidelijk was dat verkoop en levering van dat gedeelte van het perceel aan haar niet de bedoeling was. Deze vaststelling, beschouwd in samenhang met hetgeen in het tussenvonnis van 8 juni 2005, onder 4.2.2 is overwogen, leidt tot de conclusie dat gedaagden het hen gevraagde bewijs niet hebben geleverd.

2.3. Vast staat dan dat gedaagde sub 1 het gedeelte van het perceel, op de hiervoor genoemde tekeningen zwart gearceerd, niet op 16 april 2004 van [B.] in eigendom heeft gekre-gen. De notariële levering van de door gedaagde sub 1 op 16 april 2004 verkregen gronden aan gedaagde sub 2 omvat dan evenmin het hier bedoelde gedeelte van het perceel.

2.4. De omstandigheid dat gedaagde sub 1 aldus bij de notariële levering van 16 april 2004 mogelijk – zoals zij stelt – aanzienlijk minder vierkante meters grond heeft ontvangen dan waarop zij op grond van de afspraken met [B.] meende recht te hebben (en dan in de betreffende akte staat vermeld), leidt niet tot een nader oordeel. De uitdrukkelijke (en bij ge-daagde sub 1 bekende) bedoeling van [B.] om het op de tekeningen zwart gearceerde gedeelte van het perceel niet aan gedaagde sub 1 te leveren wordt niet opzij gezet door de in de akte van levering (schattenderwijs) opgenomen afmetingen van de te leveren grond. Als zou komen vast te staan dat gedaagde sub 1 daadwerkelijk veel minder grond heeft ontvangen dan waarop zij op grond van de afspraken recht had, dan kan zij mogelijk de verkoopster [B.] in verband met ondeugdelijke nakoming van die afspraken aanspreken. Eisers staan daar evenwel buiten.

2.5. Op grond van het bovenstaande staat vast dat [B.] op 5 mei 2004 nog eigenaresse was van het stuk grond, op de hiervoor steeds genoemde tekeningen zwart gearceerd, zodat zij het recht van erfpacht op die grond rechtsgeldig aan eisers leveren. Eisers hebben dat recht dan ook rechtsgeldig verkregen en vorderen terecht dat gedaagden het betreffende gedeelte van het perceel ontruimen. Mede gelet op de verklaring van getuige [W.] stelt de rechtbank vast dat het bedoelde perceelsgedeelte loopt vanaf de tuin van eisers tot de plaats van destijds in het perceel aanwezige, door [W.] in zijn verklaring genoemde greppel.

2.6. De vorderingen zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de rechtbank een pre-ciezere omschrijving van het bedoelde perceelsgedeelte zal geven en de gevorderde dwang-som aan een maximum zal binden; de voorts gevorderde machtiging om de ontruiming en ter beschikkingstelling met behulp van de sterke arm te bewerkstellingen zal worden afgewezen, nu met de oplegging van de dwangsom de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van dit vonnis vooralsnog voldoende is gewaarborgd.

2.7. Gedaagden zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart dat eisers als enigen gerechtigd zijn tot het gebruik van het gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Reimerswaal, [nummer], dat loopt van hun tuin in de richting van het [adres]es], tot de oorspronkelijke greppel op de helft van dat perceelsgedeelte (op de hierboven genoemde tekeningen zwart gearceerd);

- veroordeelt gedaagden tot ontruiming van dat perceelsgedeelte en ter beschikking stelling ervan aan eisers, binnen 14 dagen na heden, en veroordeelt hen tot betaling aan eisers van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat zij na die termijn in gebreke blijven aan die veroordeling te voldoen, zulks met een maximum van € 100.000,--,

- veroordeelt gedaagden in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eisers begroot op € 241,-- aan griffierecht, € 175,89 aan overige verschotten en € 1.582,--aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling tot ontruiming en ter beschikking stelling van genoemd perceelsgedeelte, de daarmee samenhangende veroordeling tot betaling van een dwangsom en die tot betaling van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

SD